Drinken voor de maagd

‘Sommigen zeggen dat we alcoholiekers zijn. Wel, dat is niet zomaar. We drinken voor de maagd Maria.’ Het is 15 augustus. Onze-Lieve-Vrouw vaart ten hemel en dat wordt tien dagen lang uitbundig gevierd in één van de dorpsgemeenschappen waar ik mijn onderzoek doe.

Het is half negen ’s morgens en ik doe tegen beter weten in een poging om een glaasje sterke drank af te slaan. Ik warm er wel van op. Het is winter nu hier in de bergen en ’s nachts dalen de temperaturen tot onder het vriespunt. Twee meter achter mij worden de ingewanden uit de pas geslachte koe gehaald, het stromende bloed blinkt in de ochtendzon.

De doop van mijn twee petekinderen wordt op de drempel van de kerk afgelast omdat de vader opeens tot het besef komt dat hun familie eigenlijk evangelisch is, en de aanwezige priester katholiek. Toegegeven, zoveel syncretisme zorgt vroeg of laat voor verwarring. 

© Eva Willems

 

Vertrouwd surrealistisch

Soms als ik probeer te begrijpen waarom ik van de Andes hou, waarom ik mij hier op één of andere manier heel erg welkom voel, dan word ik overvallen door vertwijfeling. Vreemd hoe taferelen op het zelfde moment zowel surrealistisch als vertrouwd kunnen aanvoelen, hoe ik mij op sommige momenten tegelijkertijd heel betrokken en toch heel ver verwijderd kan voelen. Wat doe ik hier? Wat kan ik als gringa vertellen over een realiteit die zo fundamenteel anders is? Waarom blijf ik niet gewoon thuis?

In plaats van thuis te blijven heb ik er voor gekozen om uren- en kilometerslang onderweg te zijn door de bergen op zoek naar antwoorden op concrete en minder concrete vragen. Heel soms beklaag ik mij dat (als mijn maag zich nog eens mee in de zoveelste haarspeldbocht wringt bijvoorbeeld), maar meestal niet. Het asfalteren van de weg tussen Vilcashuamán en Ayacucho, één van mijn vaste trajecten, is de afgelopen maanden flink opgeschoten. De opluchting die ik telkens voel op het punt waar de weg overgaat van zand in asfalt, is dezelfde soort opluchting die ik als kind voelde in de keuken bij mijn moemoe als ze klaar was met koken en de dampkap uitzette. Een geruis of een gehobbel waarvan je pas beseft hoe aanwezig het was op het moment dat het er niet meer is. 

© Eva Willems

 

Gevoelige snaren

Zo gaat het soms ook met veldonderzoek. Je merkt pas achteraf hoe intens het was. Zoals wanneer je na het zwemmen jezelf met loodzware ledematen op de rand van het zwembad hijst maar pas de volgende ochtend de spierpijn voelt. Alsof je teveel hebt gegeten en het gevoel hebt dat je niets meer kan doorslikken. Ervaren onderzoekers die rond gelijkaardige thema’s werken stelden mij al gerust: het is perfect normaal om je op een bepaald punt verzadigd te voelen. Compassion fatigue heet dat in psychologische vaktaal, of ook wel Secondary Traumatic Stress. Ons empathisch brein kan maar een bepaalde hoeveelheid aan verhalen verwerken.

Soms ben ik bang voor onverschilligheid. Tot ik weer een keiharde schop in mijn maag krijg bij het horen van een verhaal over verkrachting of kindermoord. Dan weet ik: sommige snaren blijven altijd gevoelig. Dan voel ik veel tegelijk: verdriet, ongeloof, woede, frustratie, motivatie.

© Eva Willems

 

Omgaan met botten

In een omgeving waar de dood alom aanwezig is lijkt het soms alsof ze al het leven wegzuigt. Gedurende enkele dagen verving ik een fotograaf in het labo om forensische foto’s te maken tijdens de analyse van de stoffelijke resten van 124 gevangenen die vermoord werden tijdens de opstand in de gevangenis van San Juan de Lurigancho in 1986.1 Velen van hen hebben kogelgaten in de rug, een typisch letsel dat wijst op buitengerechtelijke executie. Van anderen vertellen de schedels dan hun gezicht aan flarden geschoten werd. In het begin was ik gefascineerd door de botten en wilde ik alle details weten over de letsels, tot ik besefte dat het soms gemakkelijker werken is met minder kennis.

Na dag twee had ik even het gevoel dat de skeletten, net zoals de dementors in Harry Potter (voor de kenners), mijn energie weggezogen hadden. De analyse duurde in het totaal drie maanden. ‘Ieder heeft zo zijn manier om er mee om te gaan’, is een veelgehoorde uitspraak van mensen die dit soort werk dag in dag uit doen. Copingmechanismen worden die manieren genoemd (ook in psychologisch jargon). Ik heb gemerkt dat ze goed van pas komen.

Passie en trage tijd

En toch. Na zeven maanden in Peru ben ik weer even terug in België. Tijdens een etentje met vrienden wordt de vraag op tafel gegooid wie zich echt gepassioneerd voelt door zijn werk en ik ben de eerste die zonder veel aarzelen ‘ikke!’ zegt. Toevallig of niet ben ik ook de jongste van het gezelschap, degene met de minste werkervaring en daardoor misschien de naïefste. Maar ik doe mijn werk écht doodgraag en wentel mij met plezier nog even in die naïviteit, in de hoop dat ik mij niet verbrand. Eén van de dingen waarvan ik bij terugkomst het meest van ben geschrokken is het aantal burnouts onder vrienden, kennissen, collega’s. 

Het is een (veelal negatief gebruikt) cliché dat het in het ‘Zuiden’ allemaal wat trager gaat maar ook voor mij voelt het eens terug over de oceaan alsof er verschillende tijdsdimensies zijn. En dat het hier sneller moet gaan. Een paar maanden geleden schreef ik op deze blog hoe ik de obsessie met tijd en efficiëntie stilaan van me af voelde vloeien en me overleverde aan het wachten en het geduld. Terwijl ik dat schreef, nam ik mij voor om dat geduld vast te houden eens terug in België. Nu ben ik hier, en voel ik hoe moeilijk het soms is om tegen de druk-druk-drukke tijdsstroom in te leven. 

Een beetje juichen

Over geduld gesproken: het graf dat in mei niet gevonden werd, werd vorige week uiteindelijk opgegraven door het openbaar ministerie. Eenendertig jaar na datum betekent dit hopelijk een soort van eerherstel voor een man, drie vrouwen en twee kinderen die door het leger vermoord en begraven werden in the middle of nowhere met de duidelijke intentie om nooit meer teruggevonden te worden. Een zekere vorm van erkenning voor de nabestaanden van de slachtoffers. Zes van de zeventigduizend slachtoffers. Maar ook met kleine stappen kan je voorwaarts gaan, en het is belangrijk om af toe een beetje te kunnen juichen. 

© Eva Willems

Op zoek naar een graf in de hoogvlakte.

1. Op 18 en 19 juni 1986 kwamen de gevangenen die in de gevangenissen van San Juan de Lurigancho, El Frontón en Santa Barbara in Lima en Callao opgesloten zaten op verdenking van betrokkenheid bij het Lichtend Pad, in opstand tegen de vreselijke levensomstandigheden en de traagheid van de juridische processen. Het gewelddadige ingrijpen van de ordetroepen leidde tot een regelrecht bloedbad waarbij meer dan 200 gevangenen geëxecuteerd werden zonder enige vorm van berechting. Het bloedbad vond plaats tijdens de eerste ambtstermijn van Alan García, die in 2004 werd vrijgesteld van vervolging. De juridische processen lopen echter nog steeds en in een recente getuigenis beweert een ex-majoor van het Peruaanse leger dat het Alan García zelf was die het bevel tot executie gaf van de 124 gevangenen in San Juan de Lurigancho. Het zou dus kunnen dat García, die zich overigens opnieuw kandidaat stelt voor de presidentsverkiezingen van 2016, alsnog vervolgd wordt. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Historica en doctoraatstudente

    Eva Willems is historica en doctoreert aan de UGent over geschiedenis, herinnering en transitional justice in Peru na de burgeroorlog met het Lichtend Pad in de jaren ‘80.