In het hart van het conflict tegen mijnbouw in Peru

Duizenden boeren zetten mijnbouwproject in Peru stop

© Maxime Degroote

Duizenden boeren zorgen er met een vreedzame staking voor dat mijnbouwbedrijf Anta Norte moet opstappen.

Negen dagen. Zo lang duurde de staking in Hualgayoc, Peru, voordat duizenden boeren hun gelijk haalden en mijnbouwproject Anta Cori van het bedrijf Anta Norte haar operaties moest stopzetten. Negen dagen van kou, conflicten met de politie en slapen op 4000 meter hoogte. Wereldblogster Maxime Degroote maakte er twee van mee.

Op 17 januari 2022 werd een staking uitgeroepen in Hualgayoc, Cajamarca, in het noorden van Peru. Negen maanden geleden startte mijnbouwbedrijf Anta Norte daar haar operaties, zonder overleg met de lokale bevolking. Die moet nu de gevolgen dragen. De inwoners zien hun water vervuild worden, hun dieren sterven, hun gezondheid achteruit gaan, en hun inkomsten verdwijnen. En dat pikken ze niet langer. Anta Norte moet weg.

Duizenden boeren verzamelden zich die eerste dag en zetten hun kampement op naast het mijnbouwproject. In de media was er bitter weinig over terug te vinden. De stakers werden afgeschilderd als rebelse protesteerders die volledig in hun ongelijk waren, of er werd geschreven dat er slechts vier man kwam opdagen en de hele staking niks voorstelde.

Reden genoeg voor mij om poolshoogte te gaan nemen, en die woensdagochtend zitten we op een bus richting de rebelse stakers.

Wantrouwen

We rijden langs enorme mijnbouwprojecten, grote putten waar vroeger meren waren. Yanacocha, Gold Fields, Coimolache… En daar tussenin de achtergebleven inactieve mijnen, waar niemand nog naar omkijkt, en die jaren nadat ze sloten nog steeds de omgeving vervuilen. Hualgayoc krijgt het zwaar te verduren.

Niet veel later vinden we het kamp, recht tegenover de ingang die naar mijnbouwproject Anta Cori leidt. Zo´n tweehonderd boeren staren ons wantrouwig aan wanneer we het busje komen uitgevouwen. En het duurt even voor we het vertrouwen winnen.

Ik probeer voorzichtig te polsen of ik eventueel wat foto´s mag nemen en mag interviewen, om meer te kunnen delen over wat er werkelijk gaande is hier, op 4000 meter hoogte en een paar uur rijden van de stad vandaan.

Ik krijg geen nee, maar ook nog geen ja. Eerst moet iedereen akkoord gaan. En dus moet ik wachten ‘tot de algemene vergadering, over een uur of twee’. Dan krijg ik de kans me voor te stellen en te zien of alle honderden aanwezigen ook akkoord zijn met mijn aanwezigheid.

Moment van de waarheid

Bijna tweehonderd ronderos verzamelen zich drie uur later in een grote kring. Het moment van de waarheid. Waarom zijn wij hier?

Omdat ik hen wil bijstaan in hun strijd. Omdat die strijd niet alleen van hen is, maar van ons allemaal. Omdat zij naar Cajamarca zijn afgezakt om de strijd tegen mijnbouwproject Conga te steunen, en het nu mijn beurt is om hen bij te staan.

Er worden lieden gezongen, arengas gedeeld, de clarín wordt bespeeld. En dan is het mijn beurt. Hen ervan overtuigen dat ik geen mijnwerker ben. Dat ik – ondanks dat ik duidelijk niet hiervandaan kom – aan hun kant sta. Dat ik heel graag wil filmen en fotograferen, om de waarheid van de staking te delen aangezien er geen enkele journalist te bespeuren is. Maar enkel als zij dat toestaan.

Ik zoom in op de bus traangas aan zijn broeksriem. Hij ziet waar mijn camera op focust en verstopt de bus.

Geroezemoes en een luide schreeuw. Que grabe la gringa!’ Ik kruip de berg op en begin te filmen, net wanneer de politie aankomt. Ik zoom in op de bus traangas aan zijn broeksriem. Hij ziet waar mijn camera op focust en verstopt de bus.

De politie komt deelnemen aan de vergadering. Ze willen helpen. Beloven dat we met een kleine delegatie op het terrein mogen. Ze beloven dat ze in het midden staan, dat ze geen kant kiezen. De politie onze vriend.

Een uur later gaan we op hun voorstel in en krijgen de deur in ons gezicht. De agent die ons toegang beloofde, is er niet meer. De nieuwe verantwoordelijke weet van niks. En zo gaat het spelletje al dagen. Steeds opnieuw een wisseling van agenten, met als enige reactie: Wij zijn nieuw en weten van niks’.

© Maxime Degroote

De politie staat steeds klaar om in te grijpen met wapens en traangas.

Conflict

Het conflict ontaardt. Tientallen agenten verzamelen zich tegenover ons, met de hand op hun wapen. Terwijl niemand iets fout deed. Een vrouw onder de protesteerders wilde ons naar haar eigen huis, op haar eigen terrein leiden. Zodat we met eigen ogen de invloed van de nabije mijnbouw kunnen zien. De agenten roepen, de stakers roepen.

Grabe, gringa, grabe’. Ineens is het mijn verantwoordelijkheid bewijsmateriaal op beeld vast te leggen. En plots voel ik me hopeloos verloren en bang en tegelijkertijd ongelooflijk machtig.

Als mieren rennen de politieagenten naar het mijnbouwproject om het te beschermen.

Niet veel later zien de agenten me met mijn toestel in de aanslag. Er wordt naar mijn perskaart gevraagd, die ik niet heb maar ook niet nodig heb. We staan toch op publiek terrein? Er ontstaat een camera-oorlog, politieagenten nemen foto’s en video’s van mij, en ik hou op mijn beurt mijn camera op hen gericht.

Namen worden gevraagd en genoteerd, en het geschreeuw blijft aanhouden. De agenten lijken zich met de minuut te vermenigvuldigen, terwijl ze ons de weg blijven versperren. De openbare weg.

We laten de politie voor wat het is en besluiten via een omweg het terrein op te lopen. Terrein dat niet van het mijnbouwbedrijf is. Onmiddellijk zien we de politie in actie schieten. Als mieren rennen ze naar het mijnbouwproject om het te beschermen, geweren in aanslag, kogelvrije vesten aan. Tegenover een groep stakers, zonder een enkel wapen. De politie als bemiddelaar. We zien het.

Spot

We filmen en praten en roepen en marcheren. Maar Anta Norte is nog steeds aan het werk. En de machines die zij beloofden stil te leggen op de laatste vergadering, draaien overuren. Ze beloofden toen de operaties te stoppen tot er duidelijkheid was over hun toestemmingen en licenties. Dat is nooit gebeurd. Voor de stakers voelt het nu alsof ze in hun gezicht uitgelachen worden. Alsof het mijnbouwbedrijf de spot met hen drijft.

Anta Norte heeft niet de juiste toestemming dit project. Iedereen weet dat een akkoord met de lokale bevolking de eerste stap is. In de verslagen van Anta Norte staat dat de lokale gemeenschappen toestemming hebben gegeven voor het project. Maar als dat het geval is, waarom eisen al die gemeenschappen dan dat het bedrijf vertrekt?

Bloedonderzoeken tonen aan dat het bloed van de boeren vol lood zit. Wateronderzoeken wijzen uit dat hun water ondrinkbaar is.

De zogezegde toestemmingen werden gegeven door gemeenschappen die ver buiten het betwiste gebied leven, zo blijkt. Bovendien zijn er een aantal details over het hoofd gezien bij het geven van de licenties aan Anta Norte.

Het bedrijf mag niet opereren, alleen exploreren. Vandaar de vele reacties van buitenaf dat het mijnbouwbedrijf niet kán vervuilen, aangezien er in de exploratiefase geen zware metalen worden gebruikt. Waar echter niet bij stilgestaan is, is dat de hele regio vol inactieve mijnen zit. En bij elke minste beweging van Anta Norte komen toxische metalen uit die inactieve mijnen vrij, die de boel vervuilen.

In december werden er 17.000 forellen dood teruggevonden. Watermetingen van officiële overheidsinstanties tonen aan dat het water tientallen keer meer toxische metalen bevat dan wettelijk toegestaan is. Maar een oplossing bieden ze niet.

De boeren zijn wanhopig. Bloedonderzoeken tonen aan dat hun bloed vol lood zit. Wateronderzoeken wijzen uit dat hun water ondrinkbaar is. Hun dieren worden verminkt geboren.

Het toppunt is dat Anta Norte zich boven de laatste rivier met schoon water van de regio heeft geïnstalleerd. Die stroomt door tot aan de kust, en kan dus een enorm gebied vervuilen.

En dus gaat de vreedzame staking door, een staking waarbij geen weg geblokkeerd wordt, de mijn nog steeds doorwerkt, en de boeren alleen door hun aanwezigheid druk uitoefenen en eisen gehoord te worden.

© Maxime Degroote

Als mieren rennen de politieagenten naar het mijnbouwproject om het te beschermen.

Soep en verhalen

De avond valt en mijn chauffeur verliest langzaamaan zijn geduld. Ik had hem beloofd het begin van de middag terug naar Cajamarca te keren, maar verloren mezelf in het hart van de strijd. Een strijd die nog lang niet gestreden is.

‘Blijf’, zegt een van de boeren. En mijn hart maakt een sprongetje. Blijf. Ik kan blijven. Ik gluur naar mijn camera die inmiddels geen batterij meer heeft. Filmen zit er niet meer in. Maar ik kan blijven.

De keuze is snel gemaakt. De bus rijdt weg. Er wordt me een pak overhandigd, want ik ben absoluut niet voorbereid op een nacht op 4000 meter hoogte. Met het pak aan voel ik geen wind of kou meer. Ik dwaal door het kamp, waar vier tenten zijn opgezet en in elke tent een andere gemeenschap samen de nacht doorbrengt.

Net als de cañazo, blijven ook de verhalen stromen.

De vier groepen maken soep. Ik krijg een tent toegewezen en flessen cañazo in mijn handen geduwd, en sigaretten tegen de kou. En net als de cañazo blijven ook de verhalen stromen.

Verhalen over zwaardere conflicten, over het leven in hun gemeenschappen, over de straffen die ze uitdelen als boerenpolitie, over hun dieren, over hun toekomst. Eindelijk, daar rond het soep-vuur, krijg ik antwoord op al mijn vragen over de boerenpolitie waar ik al jaren een antwoord op zoek.

Rond 2 uur ’s nachts kruip ik eindelijk de tent in. Een vierkante militaire tent, van zo´n 3 bij 3 meter. In de tent liggen een stuk of 20 mannen in een cirkel, voeten in het midden. Ik heb geen idee hoe ik er tussen moet kruipen, en nog minder hoe ik moet vermijden op iemands voet of hoofd te gaan staan.

‘Maxi’, hoor ik, ‘Maxi, hier’. Ik baan me een weg naar de deken die wordt opengeslagen en kruip tussen twee bolle mannen in.

Een eerste overwinning

Om vijf uur ’s ochtends kruipen we de tent weer uit om opnieuw soep te maken. Soep, dat is water met zout en pasta. We delen vorken, borden en glazen, en ontbijten. Ondertussen komt een nieuwe groep van zo´n 200 boeren aan, om de nachtwacht te vervangen. Elke ochtend en avond is er een wissel, zodat er steeds een groep aanwezig is.

Een delegatie van het Ministerie van Energie en Mijnbouw belooft komende dinsdag naar Hualgayoc te komen om de situatie te evalueren.

Inmiddels is er ook een delegatie van de protesteerders naar de hoofdstad afgereisd. Terwijl de stakers hier de wacht houden, proberen zij in Lima gehoor te krijgen. En dat krijgen ze.

Een delegatie van het Ministerie van Energie en Mijnbouw belooft de volgende dinsdag naar Hualgayoc te komen om de situatie te evalueren en te vergaderen met de stakers. Een eerste overwinning.

De sfeer in het kamp is opgewekt, hoopvol. Waar een dag eerder nog plannen gemaakt werden om vanaf vrijdag de weg echt te blokkeren en radicaler te werk te gaan, wordt er nu vol verwachting naar dinsdag uitgekeken. Dinsdag zal antwoord brengen.

De nachtwacht begint langzaamaan aan haar tocht terug naar de verschillende gemeenschappen. Ik blijf nog even met de nieuwe groep praten en heb geluk: er komt een jeep langs die me aan de dichtsbijzijnde weg kan afzetten. Een weg die nog altijd meer dan een dik uur rijden is.

‘Er komt zo een tweede jeep langs, die jullie naar Cajamarca kan brengen’, klinkt het. We wachten. En wachten. Ik, samen met de man met de clarín, een instrument van zo´n 4 meter lang.

Er komt geen tweede jeep, dus ik begin langzaam te liften. En niet veel later zitten we in een auto, met een vier meter lang instrument uit het open raam hangend. Terug naar de stad.

Anta Norte vertrekt

Ondertussen houdt de staking stand. Groepen van 150 tot 200 ronderos zijn dag en nacht aanwezig. Tot dinsdag. De dag waar iedereen naar uitkeek. De dag waarop de staking of in een enorm conflict zou veranderen, of waarop de protesteerders hun strijd binnenhalen.

Vierduizend boeren komen die dag samen in het kamp. En in het bijzijn van vierduizend man, geeft het Ministerie van Energie en Mijnbouw de stakers gelijk. Anta Norte moet haar boeltje pakken. En dat zonder geweld, of zware conflicten.

Alleen door de kracht van duizenden mensen samen, verenigd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift