Ebola - Een achtbaan aan ervaringen

Vandaag is mijn vijftiende werkdag in het grootste ebolaziekenhuis ooit: Elwra 3 in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia.  Een Franse radiojournalist vroeg me gisteren welk verhaal me het meeste had aangegrepen. Maar er zijn zoveel verhalen om uit te kiezen. Het is hier al een achtbaan geweest aan ervaringen en emoties, schrijft Line Lootens, verpleegster bij Artsen Zonder Grenzen.

  • © Caitlin Ryan/AZG Aantrekken van beschermingskledij voor het binnengaan in de hoge risicozone © Caitlin Ryan/AZG

“Op de valreep kwam die avond nog een ambulance aan, net voor we onze poort om half zeven sloten. In de wagen troffen we een kindje aan, twee jaar oud, helemaal alleen. Hij leek erg bang, maar je zou van minder als je plots rare wezens in gele astronautenpakken ziet verschijnen. Zelf had ik geen masker aan, en probeerde daarom van op een afstand met hem te praten. Maar dat maakte hem nog angstiger. Ik bedacht dat hij misschien nog nooit een blanke gezien had.

De ambulancier vertelde dat zijn twee grotere zusjes, Michelle en Annie van 8 en 9, enkele dagen geleden al waren opgenomen. Ook Emmanuel had de gevreesde symptomen: koorts, diarree en overgeven. We namen hem op in de zone voor patiënten die “vermoedelijk ebola hebben”. Hier zitten de mensen die wachten op de uitslag van hun bloedtest  - een test die meestal het afschuwelijke vermoeden bevestigt dat ze dodelijk ziek zijn.

Ik wou hem geruststellen, knuffelen, moed inpraten. Tegen beter weten in, liet ik mezelf emotioneel al een beetje door hem meeslepen.

Emmanuel antwoordde braaf op de vragen die we hem stelden, en dronk gretig de beker aansterkende vloeistof leeg die we hem gaven. Ik wou hem geruststellen, knuffelen, moed inpraten. Tegen beter weten in, liet ik mezelf emotioneel al een beetje door hem meeslepen. Daarna bracht ik het team op de hoogte dat er een plaatsje moest worden vrijgehouden bij de zussen van Emmanuel, voor de volgende dag.  Zij zaten al in de zone met ‘bevestige ebolapatiënten’.

Eenmaal terug thuis, kreeg ik zijn gezichtje en zijn fragiele stemmetje niet uit mijn gedachten. De volgende dag ging ik dan ook meteen naar hem op zoek. Maar het nieuws was slecht: Emmanuel, twee jaar oud, was die nacht overleden, helemaal alleen in z’n bedje. Hij was zelfs niet meer tot bij zijn zusjes geraakt.

Rotziekte

We hebben veel kinderen als patiënten. Ouderloze kinderen vaak – ofwel zijn ze al wees, ofwel zijn zij ziek, en hun ouders niet. Maar om de ziekte te overwinnen, is het van cruciaal belang dat ze voldoende eten en drinken. Voor een kind alleen is dat vaak moeilijk. Gelukkig hebben we daar nu een unieke oplossing voor gevonden: mensen die ebola overleefd hebben.

Deze overlevers zijn immuun voor de ziekte. Als ze het ziekenhuis binnenkomen, moeten ze niet in die enorme pakken naar binnen gaan, die onze bewegingsvrijheid en onze tijd per patiënt enorm beperken. Ze kunnen meer dan wij de patiëntjes aanraken, knuffelen, in slaap wiegen. En daarom zijn ze de ideale verzorgers of care takers. Ze zorgen dag en nacht voor de kinderen. Ze zien erop toe dat ze eten en drinken, spelen spelletjes en wiegen ze in slaap. Op die manier hebben de kinderen een veel grotere kans om te overleven, als ze alleen zijn of hun ouders te zwak zijn om voor hen te zorgen.

Gisteren zag ik een overlever in het ziekenhuis met een slapende baby in zijn armen, en een driejarig meisje dat aan zijn schort hing. Het was een vertederend beeld.

Er werken veel helden in dit ziekenhuis. Deze verzorgers maken het grote verschil, daar ben ik van overtuigd.

>> Ebola: Ontdek de mensen achter de maskers

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur