Een gastvrije regendag

Vaak wordt beweerd dat de Georgiërs een heel gastvrij volk zijn. Dit is niet enkel een mythe, zoals buitenlanders in Georgië vaak aan de lijve ondervinden.

Na een drukke vorige week en weekend nam ik dinsdag laatst een dagje vrij. De zon was reeds enkele dagen goed aan het schijnen en de temperaturen waren erg aangenaam. Ideaal dus om een uitstapje te maken naar het Alaverdi en Ozhio klooster, prachtig gelegen in de natuur, nabij Telavi. Helena zou mij vergezellen. Zo gezegd zo gedaan, want die dinsdagmorgen leek het opnieuw een prachtige dag te worden. Toch besloot ik nog even van mijn bed te genieten, waardoor het eigenlijk al middag was toen ik uiteindelijk het appartement kon verlaten. Samen met Helena wandelde ik naar het dichtstbijzijnde metrostation om daarna de ‘marsjroetka’ (een soort taxi-minibus) op te springen die ons richting Telavi zou brengen. De zon brandde in onze gezichten en om niet al pessimist te worden verweten werd er dus gezwegen over de grijze wolken die in de verte dreigend op ons afkwamen, laat staan over de bekende geur van nakende regenstorm…

Zo reden we de Kakhete regio, vooral bekend voor de wijnbouw, binnen. Via een bergpas en een prachtige weg tussen bergen, bossen en watervallen reden we verder noordwaarts. Het natte wegdek, en de stilaan zwarte wolken maakten het nu wel heel moeilijk om nog in een zonnige, droge namiddag te geloven. 10 minuten voor we, na ruim een uur rijden, onze bestemming zouden bereiken barste de hemel open. Er werd gezucht en ik wisselde een bedrukte blik uit met Helena. Maar er was niets meer aan te doen.

Toen we de plek bereikten waar we marsjroetka aanvankelijk wilden verlaten, in ‘the middle of nowhere’, was de storm zowat op zijn hoogtepunt met hagelstenen, donder en bliksemschichten. Zonder er veel woorden aan vuil te maken bleven we dus in de marsjroetka zitten om daarna aan de rand van Telavi halt te houden. De regen ging onverminderd door, en daar stonden we dan. Op enkele meters afstand zag ik een ‘bar’. De buitenkant maakte reeds duidelijk dat het niet bepaald om het meest hippe etablissement ging. Het stormweer overhaalde ons echter snel.

En dus kwamen we binnen in een donkere kroeg, met kale muren en bij elkaar geraapte stoelen en tafels, zoals je ze wel meer kunt vinden in Georgië. In de hoek zaten enkele mannen wodka en bier te drinken. De waard lachte ons toe wijzend naar het stormweer buiten. Hij was duidelijk onder de indruk van de buitenlanders in zijn bar. In een mix van Georgisch en Russisch vraagt hij naar onze afkomst. De Poolse afkomst van Helena was daarbij duidelijk interessanter dan mijn Belgische, gezien een gezamenlijk verleden en de goede relaties tussen beide landen.

Sippend van onze pint beginnen ook de mannen in de hoek een praatje te slaan. Al snel word er gelachen en halen we onze camera boven. Ondertussen begrijpt de waard niet waarom we niets te eten vragen. En dus heeft hij ons enkele warme hapjes van het huis. Na de kleine maaltijd begint de zon door de petieterige raampjes van de bar te schijnen. We besluiten dus alsnog een wandelingetje te maken, al is onze tijd nu beperkt.

We nemen afscheid van de bar en wandelen de straat uit om rustigere oorden op te zoeken als een oude man ons al roepend achterna holt. Bezorgd om de gezondheid van de man maken we rechtsomkeer om hem tegemoet te wandelen. Buiten adem probeert hij ons in het Georgisch uit te leggen dat we hem moeten volgen. Onze hoop op een dagje zon en natuur reeds half opgegeven volgen we hem. Na 5 minuutjes wandelen komen we aan een grote zaal. Het begint te dagen: ‘Supra-time’! Een supra is een traditionele Georgische feestmaaltijd. Kort gezegd: veel eten en een Tamada die de tafel leidt en toasts uitspreekt. Het wordt georganiseerd voor geboortes, voor huwelijken, zomaar, voor feestdagen, voor bezoekers, etc.

Deze supra was er één voor de begrafenis van een 81-jarige man. Maar van een begrafenissfeer viel weinig te merken. Een man of 30 (vrouwen waren er enkel om eten op te dienen) zat rond een lange tafel. Onmiddellijk worden er stoelen bijgeschoven en borden voor onze neuzen gezet. De tafel staat overvol met de ene schotel op de andere. De Tamada spreekt een toast uit voor de gasten, en hup, het hele glas wijn wordt in één teug leeggedronken. Het eten is super lekker: rijst met kip, gepekelde vis, aubergines met moes van walnoot, spinaziesalade, soep met gehakt, etc.

De Tamada stelt mij voor om een toast uit te brengen. Ik drink voor het gezelschap, het lekkere eten en de gastvrijheid van onze nieuwe vrienden. De toast word goedkeurend onthaald en het volgende glas wijn wordt achterover geslagen. Vanaf dan volgt er iedere 5 minuten een toast: voor de liefde, voor het gezin, voor Georgië, voor de toekomst, voor hoop, voor vrede,etc.. De wijn is niet te zwaar, maar langzaamaan komt toch de roes.

Een tafelgenoot beweert voor het circus gewerkt the hebben en bewijst dat meteen door enkele fantastische goocheltrucs te demonstreren die op applaus worden onthaald. Bij de derde truc gaat het mis: de goochelaar laat een bord op de grond vallen, glimlacht en laat weten dat hij te zat is. Er wordt gelachen, en het is tijd voor een volgende toast.

 Zo vliegt de namiddag voorbij en met de hulp van Helena beginnen we aan terugkeren te denken. Eens te gast bij Georgiërs word je niet zomaar meer losgelaten. Verschillende personen bieden ons een slaapplaats aan, maar de volgende ochtend moet er gewerkt worden in Tbilisi. We verzekeren hen dat we wel zelfstandig in Tbilisi zullen geraken, maar niets daarvan. De tamada belt enkele mensen op, waardoor we te weten komen dat de laatste marsjroetka richting Tbilisi reeds vertrokken is. Maar geen paniek, enkele telefoontjes later is het zo geregeld dat we meekunnen in een taxi met andere mensen die nog naar Tbilisi reizen en zo voor dezelfde prijs van ongeveer 4euro nog in Tbilisi zullen geraken. Ik maak een toast om de tafel en de tamada te bedanken. De taxi stopt voor de deur, we nemen afscheid stappen in, en rijdend door de bergen met de ondergaande zon over de wijngaarden val ik in slaap. Een zonnige namiddag in de natuur werd het niet, maar wel terug een dag in Georgië om nooit meer te vergeten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Harm Deleu werkt in Georgië als vrijwilliger voor de Academy for Peace and Development, een organisatie die zich richt op de integratie van ontheemden uit Abchazië en Zuid-Ossetië.