Een paard van Troje voor Nicaragua

‘Hij heeft je toch gewaarschuwd, he?’ Ze vraag het me terwijl ze me doortastend aankijkt. Dat niet, maar ik heb wel een vermoeden waarover het gaat. ‘Mensen hebben niet graag dat je hierover spreekt.’ Ze gebaart met haar vingers voor haar mond. Zwijgen.

  • © MO/Fien Van den Steen 'Vamos adelante' schreeuwt Ortega op zijn affiches. De toekomst oogt 'rooskleurig' voor NIcaragua. © MO/Fien Van den Steen
  • © MO/Fien Van den Steen De Río San Juan kronkelt ront El Castillo. Een bescherming tegen buitenlandse invallers. © MO/Fien Van den Steen
  • © MO/Fien Van den Steen Sandino en Ché Guevarra. Vrijheidsstrijders. Broodnodig doorheen de geschiedenis in Centraal-Amerika. © MO/Fien Van den Steen
  • © MO/Fien Van den Steen Vanuit San Carlos oogt de rivier groots en eindeloos. Vanuit de Atlantische Oceaan naar het Cocibolcameer. Net niet eindeloos dus. © MO/Fien Van den Steen
  • © MO/Fien Van den Steen Munitie en soldaten ter verdediging van de rivier. Of eerder van de rijkdommen die uit het land verscheept werden. © MO/Fien Van den Steen
  • © MO/Fien Van den Steen De stromende rivier stemt tot nadenken. Over vervlogen dromen en loze beloftes. © MO/Fien Van den Steen

Ik wandel rond in El Castillo, een oud fort aan de Río San Juan in Nicaragua. Het fort werd door de Spaanse kolonisten gebouwd om piraterij tegen te gaan. Het bijhorende minimuseum stelt naast munitie de beruchtste zeerovers ten toon. Strategisch gekozen ligt het fort in een bocht van de rivier. Omdat de vijandige schepen er moeten afremmen, worden ze de perfecte prooi voor de Spaanse vuurwapens.

De Río San Juan vormt verderop naar de Atlantische Oceaan toe de grens met Costa Rica. Vertrokken uit het Cocibolcameer vormde hij al bij de Spanjaarden de inspiratie tot een verbindingsweg tussen beide oceanen. Daarom ben ik hier. Om naar een ver vervlogen droom te zoeken.

© MO/Fien Van den Steen

De Río San Juan kronkelt ront El Castillo. Een bescherming tegen buitenlandse invallers.

Een Trojaans paard

Uit de kantelen van het fort staar ik naar de rivier. Tegen de stroom in laat ik mijn gedachten varen. Naar de kern van het land, het kloppende hart en de bruisende ziel. De verzuchtingen van de bevolking. De verbondenheid met de geschiedenis. Het verlangen naar een toekomst. Anders, beter. Ojala!

Dictatuur? Ho maar, voor de stabiliteit van het land uiteraard.

Ik stel me voor hoe dit fort het land tegen indringers moest verdedigen. Voorkomen dat ze via de Río San Juan naar het hart van het land zouden gaan: het Nicaragua- of Cocibolcameer. Territorium verdedigen tegen buitenlandse invallers. Tegen kapitalisme, imperialisme. Het is een strijd waarvan geen enkel Centraal-Amerikaans land gespaard is gebleven. Spaans en Brits kolonialisme, Noord-Amerikaans imperialisme, en het recente Aziatisch cliëntelisme. What’s in a name?

Maar wat baten forten en soldaten als de politieke macht een alliantie aangaat met bovengenoemde? Hoeveel bescherming biedt een wet als ze zonder moeite kan worden aangepast – voor de goede zaak uiteraard?

Het aantal toegestane presidentstermijnen verhogen is een populaire aanpassing. Dictatuur? Ho maar, voor de stabiliteit van het land uiteraard. Mocht je anders durven – kunnen – denken. Wat is het nut van grenzen en verdragen als lui aan de macht de deur wagenwijd openzetten? Onnodig te worden ingetrapt. Ook dat is niet vreemd aan de geschiedenis van deze landen.

Het kan nog erger. Een paard van Troje binnenhalen. Vreugde zaaien onder de bevolking, en blindheid. Kritische stemmen de kop indrukken om het prachtplaatje vooral niet te verstoren. Een vergiftigd geschenk dat zelfs de sterkste natiestaat in de geschiedenis klein kreeg. Wat moeten deze verzwakte landen dan opboksen tegen list en leugen. Met de strik van propaganda, afleiding. De toekomst oogt rooskleurig voor Nicaragua.

Gewichtige verhalen, crimineel

‘Je weet toch hoe het de vorige journaliste vergaan is?’ vraagt ze me op dezelfde afstandelijke toon. ‘Ze is het land uitgezet. Al haar materiaal kwijt.’ Voor de veiligheid maakte ik alvast een back-up. Angstig kijkt ze naar mijn bandopnemertje. Ik volg haar redenering. Geen namen. Geen exacte data. Er staat niets op wat hen in de problemen kan brengen. Die details zijn alleen in mijn geheugen opgeslagen.

Wanneer ik later alleen door de straten wandel – geen licht, geen mensen – dringen haar woorden pas echt tot me door. Het lijkt een eenvoudige taak: De waarheid – al is die term relatief – achterhalen. Mensen hun verhaal laten vertellen. Verhalen die verteld moeten worden, maar daartoe niet de kans krijgen. Door repressie, door angst. En toch is de weg naar die verhalen soms verdomd moeilijk. Onveilig zelfs. Journalisten die als criminelen behandeld worden omdat ze verhalen of data openbaar willen maken. Terwijl het halsstarrig proberen te verbergen van bepaalde feiten me net een impliciete schuldbekentenis lijkt. De criminelen aan de andere kant van de beklaagdenbank.

© MO/Fien Van den Steen

De stromende rivier stemt tot nadenken. Over vervlogen dromen en loze beloftes.

Argwaan

Die nacht bekijk ik de mensen onderweg op een andere manier. Zouden zij verklikkers zijn? Ik beluister de geluiden anders. Harder, feller, en met meer argwaan. Ik ben me bewust van elke stap, van elke hoek, van elke verborgen plek in de straat. Overdreven uiteraard. Maar toch.

Aangekomen in het hotel ben ik de enige gast die nog op is. Ik bekijk mijn rugzak met mijn spullen. Mijn pyjama, mijn tandenborstel, maar vooral mijn dictafoontje. Dan gaat de elektriciteit uit. Ik kruip mijn bed in. Op de tast. Een straaltje maanlicht verdrijft het kille duister. Ik leg mijn vermoeide hoofd neer op het kussen. Met een half oog open ga ik de nacht in. Naast mij slaapt hij vredig op het andere hoofdkussen: Mijn rugzak, met mijn tandenborstel en dictafoontje.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift