Julie uit de jungle? Not.

Dat Congo geen jungle is waar alleen maar mensen in miserie leven. Die boodschap wil Julie, studente uit Lubumbashi, graag met haar Belgische leeftijdsgenoten delen.

  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert
  • © Geeraert © Geeraert

27 is ze, Julie. Vierde in een rij van tien kinderen. Met evenveel slaan ze zich er sinds 2011 door. Dat is het jaar waarop ze na hun vader (2008) ook onverwachts hun moeder verloren. Het was een gewone dag als een andere, maar daarna zou het leven nooit meer hetzelfde zijn. We zitten op de binnenplaats van het familieparcelle in quartier Bel Air, een van de rustigere wijken van Lubumbashi. Een buurt met het potentieel van een toekomstige middenklasse. Julie tuurt in de verte, terwijl haar guitige lach verdwijnt. ‘Van de ene dag op de andere verandert je identiteit. Door het overlijden van mama waren we geen enfants (kinderen) meer, maar we werden orphelins (wezen).’

© Geeraert

 

Aubalain

Sindsdien managen de kinderen het huis op eigen houtje. Zonder hulp van verre nonkels of aangetrouwde tantes. Julie vertelt: ‘Ik deel vooral ’s morgens de bevelen uit. Zodat het huishouden begint te draaien en iedereen tijdig op school geraakt.’ Dat ze allemaal – van lagere school tot universiteit - kunnen studeren, vindt Julie een absolute zegen. Dat kan dankzij de inkomsten van Aubin, Alain en John, de drie oudste broers. Die runnen hun eigen alimentation (voedingswinkel) ‘Aubalain’ aan het commerciële knooppunt Carrefour.

Via via solliciteren

‘Werkgevers zullen sneller iemand kiezen die tot dezelfde stam behoort.’

Julie zelf studeert binnenkort af aan het Institut Superieure de Commerce, als licentiate in de informatica. Dan is ze officieel gediplomeerd en klaar voor de Congolese arbeidsmarkt. Dat wordt spannend. Goede jobs liggen in Congo niet bepaald voor het rapen. Bovendien spelen naast je competenties, ook - en bovenal - je ‘relaties’ mee. ‘Werkgevers zullen sneller iemand kiezen die tot dezelfde stam behoort.

Dat wordt niet expliciet zo gezegd, maar het is wel algemeen bekend.’ Julie solliciteerde intussen al op een aantal vacatures die in het centrum van Lubumbashi op bomen en muren werden geafficheerd. Laatst bezocht ze de eerste editie van de Job Days in het gerenommeerde hotel Caravia. Daar exposeerden ook enkele internationale bedrijven, zoals Orange, Rawbank, Tenke Fungurume Mining. Heel af en toe solliciteert Julie ook via via.

Computerlokaal als stilleven

Mocht ze geen werk vinden, dan overweegt ze nog een onbetaalde stage. Altijd goed voor wat extra praktijkervaring. Een Belgische professor die jaren aan de Universiteit van Lubumbashi doceerde, bevestigt dat het curriculum vooral focust op ‘van buiten leren’. De praktijk komt pas op het laatste plan. Zo vertelt Julie over het ordi lab, een computerlokaal met computers die nog nooit aan hebben gestaan. Wie over een eigen laptop beschikt, kan zelf de nodige software installeren en programma’s uitproberen. Maar wie geen geld heeft voor een machine, kan dus afstuderen in de informatica puur op basis van de theorie.

© Geeraert

 

Brainstorm met studenten

Het universitair curriculum wordt bepaald door een decaan die vaak aan zijn post komt door persoonlijke relaties.

Wie vandaag carrière wil maken, moet zichzelf ontwikkelen, als autodidact, laat de Belgische prof nog weten. Een van zijn Congolese assistenten vult aan. Het universitair curriculum wordt bepaald door een decaan die vaak aan zijn post komt door persoonlijke relaties. Inhoudelijk heeft hij niet per se binding met de faculteit.

Vergelijk het met een schrijver die een ziekenhuis gaat leiden. Onder proffen en assistenten hoor je af en toe een kritische stem, iemand die bijvoorbeeld eens een brainstorm organiseert om het curriculum onder de loep te nemen. Maar om heel het korps naar een toekomstgericht onderwijssysteem te oriënteren, is nood aan een overheid die de bakens uitzet en een motiverend salaris geeft.

Drogreden

Julie beseft dat haar diploma maar als een opstapje dient. Ze is vastbesloten zich op eigen houtje verder te ontwikkelen. Laatst volgde ze een gratis workshop van Google in Lubumbashi. “De IT-wereld verandert permanent. Wie zich niet bijschoolt, vindt geen werk.” Een aantal van haar vrienden trok recent naar India. Dat zou bekendstaan om zijn goede opleidingen informatica. Maar die zijn natuurlijk ook niet gratis.

Vandaag betaal je in Congo zelf al makkelijk 300 a 400 dollar voor een academiejaar. De cursussen niet mee gerekend. Die vormen een inkomstenbron voor de proffen die ze aan een prijs naar eigen behoefte verkopen. Klagers worden vakkundig afgewimpeld met het argument dat hoger onderwijs niet voor arme mensen is. Maar Julie schudt het hoofd, vindt dat een drogreden. De echte rijken sturen hun kroost naar het buitenland, om daar te gaan studeren.

De Congolese

Mocht ze zelf elders kunnen specialiseren, dan ging ze er onmiddellijk voor. Maar geen haar op haar hoofd dat eraan denkt om voor altijd in het buitenland te gaan wonen. Julie zegt het met een vastberadenheid die de evidentie van haar standpunt onderstreept. Ze houdt van haar land. L’amour de la patrie. Ze is niet voor niets Congolese. Ze droomt ervan ooit een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van de RDC. Of ze dan een carrière in de politiek ambieert? ‘Dat kan, maar het mag ook in de privé, als HR-manager of bedrijfsleidster.’

Momenteel werkt ze al als vrijwilligster voor een ngo, die de mensen in de armere quartiers sensibiliseert rond het recht op gezondheid en een propere omgeving. De vrijwilligers houden bevragingen rond thema’s als proper water en cholera. Op basis daarvan trekken ze statistieken en spreken de overheid op de resultaten aan. Hebben de bewoners zelf iets te melden, dan kan dat altijd via een lokaal wijkcomité. Julie merkt dat de mensen het werk van de vrijwilligers appreciëren en vooral, beetje bij beetje bijleren.

Op zijn ‘meisjes’

‘Tot drie jaar geleden leefde ik om te leven.’

Ze glimlacht, guitig, fier ook wel. Van alle kinderen is ze de enige die op haar vader lijkt. ‘Sommigen zeggen zelfs dat ik wandel als een man.’ Maar daar trekt ze zich weinig van aan. Als je altijd op zijn meisjes door het leven moet flaneren, heb je geen tijd meer om je ambities te realiseren.’ Het idee dat je naast vandaag ook met morgen bezig bent, heeft Julie niet altijd gekend.

‘Tot drie jaar geleden leefde ik om te leven. En ik studeerde om te studeren. Ik stelde me er geen verdere vragen bij. Tot ik deelnam aan een uitwisselingsproject met de universiteit van Brussel. Dat wilde studenten laten stilstaan bij hun toekomst. Ik leerde verder te denken dan het algemene plaatje en me af te vragen hoe ik mijn dromen ook echt waar kon maken. Ik wil afstuderen, trouwen, een gezin stichten. Maar ze droomt ook van een zinvolle baan. Welke stappen moet ik daarvoor ondernemen? En, valt het ene met het andere te combineren?’ 

Tribalisme

Toekomstgericht denken, je dromen projecteren: volgens onze Belgische prof hebben de Congolese jongeren dat nooit echt geleerd. Ze groeiden op in een cultuur van tribalisme, die zich vooral op het behoud van voorouderlijke tradities richt. Julie heeft het er ook al met vrienden over gehad, dat ze die tribale band meer moeten loslaten. Bijvoorbeeld in de politiek. Onlangs zaten ze met een groepje in de aula, ze discussieerden over de verkiezingen (2016). Julie merkte dat een hoop van haar vrienden nog steeds eerst kijken naar de stam van een potentiele kandidaat. Niet naar wat er in zijn programma staat. Later had een prof (een uitzondering op de regel!) het ook nog eens herhaald: als de Congolezen willen dat de wereld hen waardig behandelt, moeten ze die tribale denkpatronen achter zich laten.

© Geeraert

 

Jungle

De tous les pays, nous sommes presque les derniers. Julie verwijst naar de Human Development Index, een welvaartsranking van de VN. Daarop prijkt de RDC op de voorlaatste stek (186 op 187). Toch wil Julie niet dat we enkel slecht over Congo spreken. Een Belgische vriendin had haar ooit verteld dat ze zich Congo als een grote jungle voorstelde. Tot ze er zelf was geweest. Julie lacht, maar wordt dan ook weer serieus: ‘Ik nodig alle Belgische jongeren uit om bij ons op bezoek te komen. Zo kunnen ze zien dat Congo niet alleen miserie is, maar evengoed een land met oneindig veel mogelijkheden. Met een volk dat je met open armen ontvangt. Met zon, met natuur, met rijkdommen, met knappe mannen (knipoog). Een land met kansen waarvan wij, de Congolese jeugd, iets kunnen, mogen en moeten maken.’

 

De journalistieke reis van Goele en Katrijn werd mogelijk gemaakt door het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift