Toerist in Congo, consultant in Kisangani

Een vrije zondagvoormiddag in Kisangani. Eindelijk eens tijd om de toerist uit te hangen.

  • © Ivan Godfroid Onze gids maakt ook toeristenprullen. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid De fuikenmaker. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Demonstratie van het handnetje voor nachtelijke duikvissers. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Vissen met een werpnet. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid De medailles van de chef. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Eénstammige prauwen besturen doen ze meesterlijk. © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Vissen met werpnetten met de fuikinstallatie op de achtergrond. © Ivan Godfroid

Je weet hoe dat gaat. Je gaat naar een workshop in een stad die bol staat van historiek en mythes en je ziet alleen maar de binnenmuren van hotelkamers en vergaderzalen. Eenmaal op de terugweg krijg je spijt dat je niets van de omgeving hebt gezien.

Ik was al eerder in Kisangani, in 2013, en was er inderdaad met dat gevoel ook weggegaan.

Deze keer had ik me voorgenomen kost wat kost minstens de zondagvoormiddag, wanneer alle geredde zielen in de kerk zitten, een stapje in de wereld te zetten. Doel: de stroomversnellingen van de Wagenia in de Congostroom.

Ingangsgeld

© Ivan Godfroid
De fuikenmaker.
© Ivan Godfroid

Amper hadden we de motor van de wagen uitgezet op wat moest doorgaan voor de parkeerplaats voor toeristen, of een veelkoppig ontvangstcomité omringde ons meteen.

Ik weet niet hoelang het geleden was dat er nog een toerist was langsgekomen. Aan de opdringerigheid van hun aanpak af te meten, behoorlijk lang.

Hun bedoelingen werden ons meteen duidelijk uitgespeld: voor 50$ wilden ze me wel rondleiden en mocht ik foto’s nemen, en mijn twee Congolese gezellen konden voor 2500 Congolese frank elk (samen 6$) ook mee. De chauffeur hoefde niets te betalen.

Ik voelde dat ik meteen een statement moest maken.

‘Kijk eens jongens, als jullie graag hebben dat hier wat meer mensen naartoe komen, dan zouden jullie beter een redelijk tarief vaststellen, in evenredigheid met de kwaliteit van de faciliteiten hier, eerder dan ons af te schrikken met onmogelijke bedragen. Kijk, ik leg meteen mijn camera terug in de wagen, hoeveel vragen jullie nu nog?’

Stanley

Neen, neen, dat was helemaal niet hun bedoeling! Ik moest absoluut mijn camera meenemen. Ik moest gewoon het ritueel van het afbieden respecteren. We raakten het snel eens over 20 $ voor ons drieën. Ik zei hen dat ik me daarmee het recht afkocht om samen met hen ons bezoek te evalueren na afloop. Ze bekeken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen en stemden dan in.

Zodra we op de in dit droge seizoen blootgekomen rotsen stonden begon één van hen voorwaar een interessant verhaal te vertellen. Over hoe Stanley op exact dezelfde plaats had gestaan en op het eiland in de rivier een dorp had aangetroffen. Het dorp heette Kisanga, en sindsdien heet de plaats waar snel nadien Stanleyville is gegroeid in de volksmond (en na de onafhankelijkheid ook officieel) Kisangani (in Kisanga).

Waterschuw

Hij legde ons de vier vismethoden uit. De spectaculairste is uiteraard zonder meer die met de grote fuiken in de stroomversnellingen, maar de meest verfijnde, daar had ik nog nooit van gehoord. Ze bleek ook voorbehouden voor de clan van de traditionele chef. Ze bestaat erin dat de visser met een klein handnet ’s nachts onder water duikt naar de rotsbodem, waarvan hij de contouren uiteraard niet kan zien, maar die hij volledig mentaal in kaart heeft gebracht, waardoor hij precies weet in welke openingen de vissen zich schuilhouden. Hij vindt hen op de tast, en schuift dan gewoon de vis in het netje dat hij met de andere hand vasthoudt.

Eenmaal aan de oever van de Congostroom wilden ze ons absoluut overtuigen om met hen in een prauw te stappen en naar de stroomversnellingen te gaan waar ze een demonstratie zouden geven.

De twee waterschuwe vrouwen in mijn gezelschap gruwden bij de gedachte. Ik gruwde bij de gedachte aan het bedrag dat ze me zouden vragen en bedankte vriendelijk. Laat ons gewoon de site verder verkennen, stelde ik voor.

© Ivan Godfroid
Demonstratie van het handnetje voor nachtelijke duikvissers.
© Ivan Godfroid

Dollartekens

Een kaalgeschoren man met een merkwaardig bolle hersenpan kwam naar me toe en hing een klein amulet van de Wagenia rond mijn hals. ‘Een geschenk van ons volk aan alle bezoekers. Welkom vreemdeling. Het kost maar 10$, een speciale prijs voor u.’

‘Voor een geschenk vraag je toch geen geld’, zei ik ongelovig en gaf hem de in been gesneden prul terug.

‘Kom’, zei een ander, ‘we nemen de terugweg via het vissersdorpje bovenop de rivieroever. Maar daar woont onze chef, en daarvoor moet je hem wel alle eer betonen. Dat kost maar 10$’.

Ik zei hem dat ik liever de oever verder verkende. Waarop ze aanboden om wat verderop een prauw te nemen tot aan Hotel Palm Beach vlak naast de kathedraal.

‘Doe geen moeite’, wuifde ik het aanbod weg, ‘de vrouwen zijn bang van het water en ik wil zelfs niet weten hoeveel geld jullie daarvoor weer gaan vragen.’

Met een oude visser die met een werpnet in ondiep water wat grut bovenhaalde had ik nog een redelijk gesprek zonder dollartekens in zijn ogen. Maar ik zag dat mijn vriendinnen intussen het pad naar het dorpje hadden gekozen zonder zich bewust te zijn van de tol die daarvoor zou worden geheven. Ze waren wat trager geweest en hadden de aankondiging van de gidsen niet gehoord. Ik kon niet anders dan hen volgen.

© Ivan Godfroid
Vissen met een werpnet.
© Ivan Godfroid

Vrijstaat

Bovenaan de steile rivieroever kwamen we meteen uit op de woning van de traditionele chef. Koning Boudewijn in persoon was daar in 1955 langs geweest en had voor de chef en zijn vrouwen twee woningen laten bouwen, waaraan in die 60 jaar nooit iets was veranderd, alleen maar verwaarloosd. De zwijgzame chef, voor wie het blijkbaar not done was om het woord te nemen, liet via zijn assistenten vertellen hoe zijn vader zaliger van de koning der Belgen eretekens had gekregen. Ik vroeg of ik ze mocht zien en hij liet ze meteen ophalen. Eén van hen kon onmogelijk van Boudewijn komen: ze droeg de inscriptie ‘Etat Indépendant du Congo’. Dat was uit de tijd van Congo Vrijstaat van Leopold II, dus van vóór 1908!

De grafsteen van één van de vrouwen van de overleden traditionele chef was bij een aardbeving jaren geleden helemaal opengescheurd, maar nooit hersteld. Muren van woningen waren gescheurd, daken half weggerukt door de wind. Ik had zelfs moed niet om de troosteloosheid vast te leggen op foto.

© Ivan Godfroid
De medailles van de chef.
© Ivan Godfroid

Toeristenprullen

Als we wilden weggaan kwam meteen één van de gidsen me meedelen dat we echt niet weg konden gaan zonder eerst iets te betalen aan de chef. Ik zei hem dat we de geldzaken aan het einde van ons bezoek zouden afhandelen, en zette me in beweging. De chef en zijn hele gevolg volgden ons prompt.

Terug op onze vertrekplaats werden we meegetroond naar een kiosk vol miniatuurtjes van de Wagenia fuikstellingen en onze gids, die bekende dat hij één van de artiesten was, gaf me er zelfs één cadeau… voor 10$. Ook de andere dingen die ze bovenhaalden waren klasseloze toeristenprullen. Zelfs die, gesneden uit de beenderen van het enige nijlpaard dat zich in de afgelopen halve eeuw op deze plek heeft vertoond en het met zijn leven heeft bekocht. Ik zei: ‘breng ons liever naar een rustige plaats waar we onze zaken kunnen afhandelen’.

Geleerd

Hij troonde ons mee naar een grasveld met een tiental paillottes, die desolaat verlaten aan het wachten waren op betere tijden. Ik koos er een uit.

Ik toverde een Huysentruyt-grijns op mijn tronie en vroeg hen: ‘En wat hebben we vandaag geleerd?’

Eén: leg redelijke tarieven vast die mensen niet afschrikken en in overeenstemming zijn met de waarde van wat je hebt te bieden en de inspanningen die je zelf doet.

Twee: de rondleiding begon beloftevol met een historische evocatie maar stokte al snel. Voor 20$ mag je wel wat meer interessante info verzamelen.

Drie: stop met zagen over geld op zowat elke etappe van het bezoek. Dat werkt echt irriterend.

Vier: als je iets cadeau geeft, vraag er dan in godsnaam geen geld voor. Geloof me, als jullie bereid zijn om echt iets gratis weg te geven, zoals bv. die kleine amuletjes, zal de doorsnee toerist jullie wel met een spontane fooi bedanken achteraf en houdt iedereen er een goed gevoel aan over.

Vijf: bewaar de authenticiteit van de site, maar dit wil niet zeggen dat je hem zó zwaar moet laten vervallen!

Zes: maak een foldertje met het aanbod van de diverse mogelijkheden en hoeveel ze kosten en toon dat aan de toeristen bij hun aankomst, zodat ze hun wensenpakket kunnen samenstellen. Verdeel die folder ook bij de diverse hotels in de stad zodat reizigers met wat extra tijd naar jullie kunnen komen en weten hoe ze jullie kunnen contacteren.

Zeven: om te tonen dat ik als vriend ben gekomen wil ik voor jullie, zodra ik wat tijd heb, een websitepagina aanmaken op internet met de foto’s die ik vandaag heb genomen en met daarop ook jullie contacten, zodat mensen op voorhand kunnen bellen als ze de site willen bezoeken. Als je dat bij een professional laat maken kost jullie dat minstens 500$. Ik ben bereid om dat voor jullie gratis te doen, als vriendendienst. En ook als voorbeeld, dat niet alles in financiële termen moet worden afgewogen.

© Ivan Godfroid
Eénstammige prauwen besturen doen ze meesterlijk.
© Ivan Godfroid

Indringing

Als ik uitgepraat was, kwam dezelfde bolhoofdige man zijn twee amuletten voor me op de tafel leggen. ‘Ik geef je graag deze twee amuletten voor jou en je vrouw cadeau, voor… slechts 5$.’

Ik stond sprakeloos.

‘Laat ons de terugweg aanvatten’, suggereerde ik aan mijn vrienden met een wee gevoel in de maagstreek. Net als we het domein met de paillottes verlieten, begonnen twee mannen armzwaaiend kabaal te maken in het Enya en het Lingala. De hele buurt werd er door opgeschud. Bleek dat ze ons beschuldigden van illegale indringing op een privédomein en dat we daarvoor schadevergoeding moesten betalen.

Het duurde even eer ik begreep wat ze precies bedoelden. We hadden dus volgens hen het lef gehad in hun paillotte te gaan zitten zonder drank te bestellen, bijgevolg waren we onrechtmatig op hun terrein gekomen en zouden ze daarvoor klacht tegen ons neerleggen.

‘Doe dat vooral’, stamelde ik nog, terwijl ik aan de anderen een teken gaf dat ik het nu wel echt voor bekeken hield. Pas in de wagen drong de dramatiek van de situatie tot me door: die mensen zitten daar al tijden te wachten op een heropleving van het toerisme. Komt er dan eindelijk eens een toerist aan, en dan bestelt die zelfs nog geen sucré ! Natuurlijk krijg je zo alle gecumuleerde frustratie van een klantloze horeca-uitbater over je heen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur