CEPA - 18 jaar strijdvaardig

Natuurlijk is er ook goed nieuws, feestelijk nieuws zelfs. CEPA – Centro de ecología y pueblos Andinos - vierde afgelopen week zijn 18e verjaardag. De organisatie is in die tijd gegroeid tot een krachtig team van enorm gemotiveerde mensen. Er is al heel wat verwezenlijkt en daar kunnen we met z’n allen heel erg trots op zijn.

  • © Emma Timmerman de collega's van CEPA (Evelyn, Jhony, Giovani, Clemente, Jaime, Ruth, Marthe, Limbert, onderaan: Marcelo, Norma) © Emma Timmerman
  • © Emma Timmerman Gilberto Pauwels - directeur van CEPA © Emma Timmerman
  • © Emma Timmerman Limbert Sanchez - Coördinator van CEPA © Emma Timmerman
  • © Emma Timmerman Marcelo Lara - hoofd van de werkgroep 'culturas' © Emma Timmerman

Ecologie en Antropologie

In 1995 werd CEPA opgericht door enkele oblaten die een antwoord wouden bieden aan Oruro’s meest fundamentele problemen. Dit concretiseerde zich enerzijds in een ecologische poot, die de vervuiling van de streek aankaartte. Inti Raymi had zich intussen reeds in de regio gevestigd en niemand praatte destijds over de ecologische impact die zo’n grootschalige mijnbouw met zich mee brengt. Het was een “nieuw” thema dat CEPA op de kaart plaatste. De tweede poot focuste zich op het verdedigen van inheemse ‘culturas’. Het eerste onderzoek begon bij de Chipajas in Turco, een zowat vergeten culturele minderheidsgroep waarbij er wrevel ontstond ten opzichte van het dominante samenleving. Gilberto Pauwels, oprichter en hoofd van CEPA, eindigde zijn thesis antropologie destijds dan ook met de woorden “een reus is aan het wakker worden”.

CEPA groeit en bloeit

Het mooie aan deze organisatie is net dit uitgangspunt, de combinatie van ecologie en antropologie, gebundeld in de gezamenlijke strijd van vele ‘indígenas’ tegen de toenemende vervuiling. Intussen is CEPA gegroeid tot een organisatie met 14 vaste werknemers en steeds extra mensen die er aan het werk zijn; coöperanten, stagairs, thesisstudenten en (inter)nationale vrijwilligers, die samen reeds een 70-tal publicaties uitbrachten. CEPA brengt voortdurend (controversiële) situaties en thema’s onder de aandacht een verleent heel wat informatie. Wekelijks brengen ze ‘chiwanku’s’ uit, waarin tal van artikels gepubliceerd worden die zowel op het internet verschijnen als in de stad verspreid worden. Daarnaast beschikt CEPA ook over een boekenwinkel en een bibliotheek met vrije toegang. Het wil in zijn werk niet het spilfiguur zijn, maar wel het duwtje in de rug. Dankzij de hulp en steun van CEPA hebben heel wat groepen de kans gekregen zich te ontwikkelen; CORIDUP, de vereniging van geaffecteerde comunidades die zich bundelen om samen sterk te staan tegen de mijngiganten die hun leefmilieu vervuilen, ECOMUJERES, die zich op basis van zelfontwikkeling inzetten op bewustwording en vorming, ECOJOVENES, waarbij patrouilles kinderen in basisscholen zich inzetten voor afvalbeleid en waarbij jongeren op CEPA gevormd worden tot ‘líderes ambientales’, zodat zij de boodschap aan hun peers kunnen doorgeven, en CIPS, ‘centro de investigaciones y políticas sociales’, een groep onderzoekers waarbij heel wat thesisstudenten aan de slag kunnen om onderzoek te doen omtrent deze thema’s.

Culturele herwaardering

CEPA is geen gesloten organisatie, maar probeert zoveel mogelijk personen en groepen met elkaar te verbinden, in hun gezamenlijke ecologische strijd. CORIDUP is op die manier ontstaan en groeide in tussentijd uit tot een belangrijke speler in het debat omtrent mijnbouwvervuiling. De vereniging bundelt alle getroffen comunidades die de dupe zijn van langdurige mijnbouwprojecten in de regio. Het bundelt de boeren die hun vee zien sterven na het drinken van vervuild mijnwater, die hun oogst achteruit zien gaan en hun gronden zien eroderen door de massale hoeveelheid water die de mijnconcessies consumeren, die hun waterputten zien uitdrogen, die hun dorpen zien ontvolken wegens de toenemende stadsvlucht; het bundelt de mensen die voorheen enkel konden huilen met de pet op, maar die nu een stem en vertegenwoordiging vinden bij CORIDUP. Gilberto is terecht trots op deze ontwikkeling, waarbij CORIDUP’s vertegenwoordigden geholpen worden bij hun culturele identiteitsversterking en bij de verdediging tegen de ziektes van de moderne samenleving (plasticconsumptie, gebruik van chemicaliën, vervuilende industrieën). Bovenal herinnert het de ‘comunarios’ eraan dat ze best trots mogen zijn op hun cultuur en op hun achtergrond, want lang heeft er onder hen slechts passief verzet bestaan en leefden velen met de idee dat alles wat van buitenaf komt sowieso goed is – het tegendeel heeft zich intussen bewezen. Er moet echter meer geloofd worden in de authentieke wijsheid van deze volkeren, aldus Gilberto, en bovenal in hun capaciteit om zich te organiseren. Hij hoopt natuurlijk dat deze hernieuwde culturele trots zich snel zal ontwikkelen en wel met een duidelijke link naar natuurbehoud en –bescherming. Want “de armen verkopen hun leefmilieu aan een lage prijs” en in economische nood worden cultuur en aarde soms snel vergeten. Nochtans bestaan er vele ongeschreven regels en gebruiken binnenin deze culturen om ‘la madre tierra’ te beschermen en te koesteren en wordt het geloof en het respect voor de ‘pacha mama’ reeds generaties overgedragen. Dit is de laatste decennia helaas wat verloren gegaan, maar dat is nu wederom aan een opmars bezig, al is dit natuurlijk het optimisme van een antropoloog, zo zegt hij zelf.

De Uru’s vragen om erkenning

CEPA focust zich met de werkgroep ‘culturas’ op de steun aan etnische minderheden. Zo werken ze al jaren nauw samen met de Uru’s, een vrij kleine inheemse bevolkingsgroep van zo’n 1500 mensen, voornamelijk vissers, die ook wel eens ‘het volk van het water’ of ‘het volk van het riet’ genoemd worden. Marcelo – antropoloog en hoofd van de werkgroep ‘culturas’ stelt dat deze groep reeds jarenlang gediscrimineerd wordt ten opzichte van Quechua’s en Aymara’s, inheemse groepen die numeriek veel groter zijn. Door de opdroging en de zware vervuiling van het meer ‘Poopó’ – dat sinds oudsher hun bron van leven en inkomen vormt - zien zijn hun leefmilieu gaandeweg verdwijnen. Een ander territorium hebben zij niet en hun toekomstperspectieven zijn daardoor enorm precair.

In Bolivia is er de laatste jaren een heuse zoektocht ontstaan naar een meer evenwichtigere samenleving, vooral met betrekking tot de oorspronkelijke bevolkingsgroepen, in economische, sociale en politieke zin. De rol van CEPA is in deze evolutie al heel belangrijk gebleken, gezien zij steeds aan de kant van deze ‘originarios’ staan. Zij hebben doorheen de jaren dan ook een sterke expertise opgebouwd in het samenwerken met de meest zwakke groepen in de samenleving, die geen aandacht van de overheid krijgen. Want hoewel we ons (sinds de grondwetswijziging van 2009) intussen in de ‘plurinationale staat Bolivia’  bevinden, hebben de Uru’s nog steeds geen antwoord gekregen op hun problemen.  Gelukkig heeft CEPA in dat opzicht voor een kleine revolutie gezorgd, want na jarenlange intensieve samenwerking, kunnen we zeggen dat de problemen van de Uru’s zichtbaar zijn geworden, zowel voor de samenleving als voor de regering, waar ze daarvoor onzichtbaar en totaal ongekend waren. Een hoogtepunt van wilskracht vond in maart dit jaar plaats, toen zo’n 300 Uru’s gedurende twee weken naar La Paz stapten om aandacht voor hun situatie te vragen. De grote uitdaging zal zijn om niet alleen participatie, maar ook politieke representatie af te dwingen op staatsniveau, aldus Marcelo. Op dit moment zijn er nog geen gevestigde oplossingen, maar op zijn minst zijn die op weg en wordt er al naar hen geluisterd, ook door de officiële instanties. Dit met dank aan collega’s zoals Marcelo en Apolinar – advocaat binnen de werkgroep ‘culturas’- die dag in dag uit bekommerd zijn over de situatie van de Uru’s en die samen al een prachtig traject hebben afgelegd.

Als je bedenkt hoeveel werk CEPA in die 18 jaar verricht heeft en vooral hoe ze zo’n sterke banden met de lokale bevolking hebben weten op te bouwen, dan kan je niet anders dan bewondering tonen. Hip hip hoera voor CEPA; dat ze nog vele vele jaren dit werk kunnen verder zetten, dat ze nog veel mogen groeien en uitbreiden en dat ze in heel Bolivia, en ver daar buiten, de bekendheid mogen krijgen die ze verdienen. Ik ben alvast trots.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur