Europese zetel 1: Paul Wilson, Londen

Hackney, ooit een woelige Oost Londense wijk, drie jaar geleden het epicentrum van gewelddadige jongerenprotesten, nu het Harlem van Groot-Brittannië. Vijftien jaar geleden glipte de eigenwijze chef kok Paul Wilson (33) hier als één van de weinigen op het nippertje uit de wurggreep van geweld en drugs en keerde nooit meer terug. Vandaag hangt er een diploma aan zijn muur en jongleert hij dagelijks met ingrediënten, meningen en identiteiten. “Londen is een dynamiek die je in staat stelt om voortdurend iemand anders te zijn. Iedereen hier is een beetje Londen, een beetje Europa en een beetje de wereld.” Een verslag van Tess Vonck uit een Europese hoofdstad die stimuleert, verslindt en grenzen aftast.   

  • Paul Wilson aan de kaai. "Door de veelheid van invloeden en identiteiten is het soms moeilijk om je met iets te identificeren. Londen verliest zijn authenticiteit, maar migratie heeft de identiteit van de stad ook mee bepaald."
  • © Tess Vonck ‘If you’re going to try, go all the way’, grijnst Paul, terwijl hij balonnen vol lachgas vult die je hersens even zonder zuurstof laten. © Tess Vonck
  • © Tess Vonck Het raam in de woonkamer ligt aan diggelen. Scherven die niemand kan betalen zullen nog een tijdje op het zonnescherm van de pizzeria onder het appartement achterblijven, tot alles is uitgelegd aan de huurbaas. © Tess Vonck
  • © Tess Vonck Tijdens een wandeling op een zeldzame zonnige zondag door Zuid-Londen valt me op hoe de Thames als een muur staat tussen het bruisende, vluchtige succes van de binnenstad en de Londonse achterbuurten in het zuiden en oosten waar het al enkele jaren stevig rommelt tussen jongeren en de regering. © Tess Vonck

Londen, stad van alles of niets. Als zon in de nacht, surreëel, verleidelijk en vaak ronduit gênant. Het maakt je niet onzenuwachtig om net hier een speurtocht naar een ‘Europese mood’ bij jongeren te beginnen. De jacht naar verhalen is open, maar wat zal ik hier vangen? Ik ben bang me te verliezen in de vele gezichten van deze stad, diep te kijken zonder begrijpen in het gezicht van Londenaar Paul Wilson, eigenaar van de eerste zetel die in dit Europese avontuur voor enkele dagen mijn huis, kantoor en spiegel wordt.

Veel tijd om klamme handen te drogen heb ik niet. In minder dan twee uur gooit de Eurostar me een nieuwe wereld in. Het treinstation St Pancras lijkt een gigantisch stalen fort vol peperdure winkels en koffieketens waarin mannen in strakke maatpakken elkaar nors de pas afsnijden en vrouwen als geisha’s op stilletto’s voortschuifelen, zwalpend onder het gewicht van winkelzakken vol onnodige luxeproducten.

De echte kennismaking met de stad begint pas tijdens het spitsuur in het ondergrondse metrolabyrint, de Tube, een onvermijdelijke en gevreesde hindernis voor naieve toeristen met zware koffers op wieltjes en last van chronische oriëntatiestoornissen. Ik deel een krappe bank in wagon drie met twee nieuwsgierige Indiërs met vetkuif, een in sluier gehulde tiener die onder gegiechel door de wallposts op de Facebookpagina van een puistige, blonde jongeman scrollt, een leger knikkebollende ambtenaren op weg naar huis en een Afghaanse migrant die me trakteert op zijn kennis van het Portugees, geleerd via YouTube. Ik durf hem niet zeggen dat Brussel niet Brazilië ligt.

Een ritje sandwichen op de Picadilly Line brengt me dwars door het hart van de stad naar Putney, een slapende woonwijk ten zuiden van de Thames waar Paul een verdieping boven een uitgebluste pizzazaak deelt met Ed (28) en de Gentse avonturiers Babeth (27) en Stephanie (26).

Paul Bukowski

There is no place like Londen in this world”, vertrouwt Paul me toe als ik hem bij het uitpakken van mijn koffers uitgebreid bedank voor zijn bereidheid om de komende dagen zijn huis en leven met me te delen. Zelden ben ik zo warm en vertrouwelijk ontvangen.

Vijf glimlachende gezichten nodigen me uit op het tapijt in de woonkamer. Ik krijg een bord verse stamppot, zachte ritmische bassen door de boxen en een glas wijn. Mijn eerste lijn ketamine ooit, een verdovingsmiddel voor paarden dat de synchronisatie tussen je ledematen voor een paar uur in de war stuurt, je libido een eigen wil geeft en je spraakvermogens herleidt tot die van een amoebe, krijg ik er gratis bij. Ik had me voorgenomen me drie maand lang onder te dompelen in de leefwereld van mijn gastheren. ‘If you’re going to try, go all the way’, grijnst Paul, terwijl hij balonnen vol lachgas vult die je hersens even zonder zuurstof laten.

Paul en Amerika’s vuilgebekste schrijver Charles Bukowski hebben meer gemeen dan enkel goed klinkende oneliners. Drugs en geweld waren de rode draad door zijn leven. Op zijn veertiende overviel hij zijn eerste nachtwinkel, bedreigde een oude man achter de kassa met een schroevendraaier. Zijn oudere broer had talent genoeg om een voetbalheld worden, maar de verleiding van de straat was te groot.

Opgegroeid zonder vader, met een moeder die altijd werkte en zonder voorbeeldfiguren voor handen, sloot ook Paul zich als tiener aan bij een bende. “Ik heb verschrikkelijke dingen gedaan. Mijn broer heeft 15 jaar in de cel gezeten, zijn crackverslaving terorriseerde het hele gezin.” Toen zijn moeder terug naar haar geboorteland in de Caraïben trok, sloot Paul zich niet op in het net van gemakkelijke afleiding en criminaliteit die veel van zijn leeftijdsgenoten uit de achterbuurten heeft verstikt.

Hij ruilde zijn hoodie in voor een legerplunje en ontdekte als hulpkok op missie in Oman en Belfast een passie voor koken waar hij nu nog steeds de kost mee verdient.

Multicomplexe samenleving

“Wat deze stad zo anders maakt is de unieke mix van mensen. In andere zogenaamd ‘multiculturele’ steden leven mensen van dezelfde origine, religie en sociale klasse bijna in ghetto’s bij elkaar”, zegt Paul. “Hier zijn de grenzen vervaagd. Anders zijn is de norm geworden. Je zelfbeeld wordt elke dag uitgedaagd door het onbekende dat je dwingt jezelf in vraag te stellen.”

Maar hoe moet een mens zich zichzelf voelen in die vormeloze massa? Zwart, Londener, Europeaan, migrant. Paul jongleert dagelijks tussen al deze verschillende identiteiten. Soms lijken ze te vechten als oude beren. “Die dynamiek van de stad die je in staat stelt om voortdurend iemand anders te zijn is waarom mensen hierheen komen en ondanks alles, de hoge huur, de anoniemiteit, de contstante druk, hier blijven.”

Als ik op mijn dwaaltochten door de stad bij andere jonge Londenaars naar hun afkomst hengel, een vrijpostigheid die in die andere multiculturele cockpit van Europa aan de Zenne doorgaans met minder enthousiasme wordt onthaald, komt Londen unaniem bovenaan de lijst. Ergens helemaal achteraan de trein van indrukwekkende ‘half-kwart-driekwart’ achtervoegsels en bijvoegsels bengelt ‘European’. Weinigen voelen zich echt verbonden met Europa.

“Je identiteit deint uit als je ouder wordt’, zegt Paul. “Als kind begrijp je de grootsheid van een land niet, laat staan Europa of de wereld. Ik was een zwarte jongen van Hackney, kende alleen zwarte jongens uit de buurt. Op dit moment speelt mijn leven zich in Londen af. Je vindt hier alles: de beste clubs, de hipster winkels, opportuniteiten, uitdaging. Ik hoef niet aan een breder verhaal te denken. Anders wordt je opgeslorpt door algemeenheid.”

Verloren generatie?

Intussen glijdt mijn eerste avond in Putney stilaan af naar een verdoofde staat van extase en verbondenheid met onbekenden die ik met moeite kan bijbenen. Dan, een vriend aan huis die bijna een deel van het decor is geworden, wordt onvoorzichtig. Het raam in de woonkamer ligt aan diggelen. Scherven die niemand kan betalen zullen nog een tijdje op het zonnescherm van de pizzeria onder het appartement achterblijven, tot alles is uitgelegd aan de huurbaas.

Het Londense leven dat Paul me schetst in zijn warrige gedachtenstroom ligt ook als een puzzel in een doos te wachten. “Het is soms moeilijk om tussen al die verschillende potentiële identiteiten iets te vinden waarmee je je echt kan identificeren. Londen is zijn oude, blanke, Cockney identiteit kwijt, maar anderzijds heeft migratie de identiteit van deze stad mee bepaald. Net zo met Europa. Er wonen meer expats uit andere Europese lidstaten en andere migranten in Londen dan mensen die hier geboren en getogen zijn. We zijn een generatie die niet weet waar we vandaan komen, noch waar we heen moeten.”

Ik krijg maar geen hoogte van leeftijdsgenoten die ik ontmoet in deze stad. Ze hebben een app voor zowat elk praktisch probleem, inclusief de liefde, maar weten vaak niet wat ze met hun leven moeten aanvangen. “Je kan hier niet gewoon landen en verwachten dat alles vanzelf gaat”, lijkt het standaard antwoord als ik hen vraag of het een goed idee is om in Brussel mijn boeltje te pakken en het hier “a go” te geven. Veel jongeren hier vertrekken uit een leeg huis, werken in stilte en nemen met velen alleen de metro terug naar huis.

Het is misschien hier, bedenk ik me, dat de typische Britse arrogantie zijn oorsprong vindt. Uit de vele gesprekken met andere jonge Londenaars tijdens dit blitsbezoek aan hun stad, leid ik af dat uitpakken met je carriereplannen en je talenten uitvergroten hier bijna een dwangformule is in Britse openingszinnen. “Je moet de schijn hoog houden dat je perfect weet waar je mee bezig bent of je wordt volledig opgeslorpt in een zwart gat”, aldus Paul.

Externe verrijking, interne verarming

Tijdens een wandeling op een zeldzame zonnige zondag door Zuid-Londen valt me op hoe de Thames als een muur staat tussen het bruisende, vluchtige succes van de binnenstad en de Londonse achterbuurten in het zuiden en oosten waar het al enkele jaren stevig rommelt tussen jongeren en de regering.  Sinds de crisis kan je niet meer om de groeiende kloof tussen arm en rijk heen kijken.

Hoewel hij zelf al jaren niet meer in zijn oude buurt is geweest, hoorde Paul van vrienden hoe gentrificatie ‘hun’ Hackney stilaan aan het veranderen is in een hipsterbuurt die als een magneet inwerkt op creatievelingen en ondernemers op zoek naar nieuw gras. Die facelift van de buurt drijft de huurprijzen op en jaagt de oorspronkelijke buurtbewoners verder van de stad en dieper in de armoede.

De massale investeringen in infrastructuur rond de Olympische Spelen hebben het decor in de stadsrand haast onherkenbaar gemaakt. De lokale economie kreeg een boost, infrastructuur werd gemoderniseerd en horden ondernemers kwamen zich hier vestigen in de hoop een graantje mee te pikken van het Olympische succesverhaal. “Voor de kansarme jongeren die daar opgroeien, is er echter niets veranderd”, meent Paul. “Net als wij 15 jaar geleden, is het voor die jongeren nog steeds vechten om uit de valkuil van drugs en geweld te blijven.”

Het is niet voor niets dat buitenwijken als Croydon, Brixton en Hackney, waar Paul opgroeide, in de zomer van 2011 het hardst getroffen werden door een golf van geweld en opstanden van jongeren tegen het harde uitsluitingsbeleid van jonge delinquenten. “De vorige regering onder Labour heeft heel veel gedaan om onderwijs voor deze probleemgroep te promoten. Hoewel ze het land in diepe schulden heeft achtergelaten, heeft deze regering wel hoop en kansen gecreeerd voor jongeren in de perifere wijken om aan hun toekomst te werken. “

Peperduur onderwijs

Paradoxaal genoeg lijkt de coalitieregering die sinds 2010 aan de macht kwam dit kansenbeleid voor jongeren stap voor stap te ontmantelen. Inschrijvingsgeld voor de universiteit loopt al gauw op tot 9.000pond. Studenten gaan gebukt onder loodzware leningen die ze moeten afbetalen voor ze afstuderen en de onzekerheid of ze na de uitreiking van hun diploma een job kunnen scoren houdt hen in een wurggreep.

Bovendien gaf de ministerraad onlangs groen licht om de studiebeurs af te schaffen die kansarme ouders de middelen geeft om hun tieners te motiveren hun middelbare studies af te maken, terwijl net die NEETS (‘Not in Employment, Education or Training’, jongeren die niet studeren, werken of stages lopen) de grootste uitdaging zullen vormen voor het Europa van de toekomst. “We hebben de crisis hier in Londen ook gevoeld”, zegt Paul, “maar toch leven we nog altijd in een gepriviligeerde samenleving die meer kansen biedt aan jongeren dan elders in Europa.”

Volgens Paul worden de mogelijkheden die er zijn vooral slecht benut, door Europa, de nationale regering én de jongeren zelf.

Volgens Paul worden de mogelijkheden die er zijn vooral slecht benut, door Europa, de nationale regering én de jongeren zelf.  “Mensen kijken bijvoorbeeld neer op handarbeid, iedereen wil een diploma maar wat ben je daarmee zonder plan? Veel mensen kijken neer op migranten, maar wie zal er de straten schoon houden als zij hun handen niet meer willen vuil maken? De laatste 5 jaar zie je meer en meer Spanjaarden, Italianen en zelfs Grieken die de crisis in hun land ontvluchten en hier hun droom hopen waarmaken, vaak zonder success. Welk antwoord heeft Europa daarop?”

Unie van mensen

In de multiculturele broeihaard van kansen die Londen is, heeft Paul de schouderklopjes van de witte-boordenclubs in Brussel niet nodig. Hij weet nog niet of hij eind mei zijn stem zal uitbrengen, maar zijn teleurstelling in Europa als instelling, de Westerse samenleving en politici snijdt diep. Een gedachte waar hij niet helemaal alleen in staat.

Volgens een rapport van het Europese Jongeren Forum (EYF) en het Internationale Instituut voor Democratie en Electorale Bijstand stemmen Britse jongeren tussen 18 en 35 het minst van alle 28 lidstaten van de Europese Unie met zetels in het Parlement. Tijdens de vorige Europese verkiezingen in 2009 stemde slechts 18 procent, in vergelijking met 65 procent in Zweden. “We hebben altijd een beetje onze eigen koers gevaren. We hebben zonder Europa de crisis min of meer overleefd, doen het relatief goed zonder de euro en als ik de verhalen hoor van zwarte inwijkelingen die wegvluchten van absurd racisme en discriminatie van migranten in Frankrijk en Italië, denk ik dat meer Europa hier niet veel goeds zou aanrichten.”

Hij houdt van het idee achter een Europa als unie van mensen die dezelfde waarden en normen delen, mits een niet onbelangrijke bedenking: “De ironie van dit ideaal is dat de neveneffecten van die liberale waarden die als het cement van Europa fungeren onze samenleving ook fragmenteren, niet alleen op Europees maar ook op mondiaal niveau. Onze hele maatschappij draait rond de kleinst mogelijke deler: ‘ik’, er is almaar minder plaats voor ‘zij’. Weinig van de energie die de samenleving als een collectief van mensen in ons als individu investeert, van voedsel tot menselijke warmte, wordt opnieuw in de samenleving geïnvesteerd.”

Meer Londen, minder Europa

“Europa, eigenlijk globalisering in het algemeen, heeft Londen veranderd. De magie is weg. Supermarkten rechtvaardigen het weggooien van voedsel met absurde regels want - stel - dat een dakloze zich verslikt in een koekje uit hun rek waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken. Ik las onlangs een artikel over een Britse tiener die haar ouders voor het gerecht sleepte omdat ze haar studies niet wilden betalen. We leven in een samenleving van barcodes, dubbele verpakkingen en voedselverspilling, een wetssysteem waarin iedereen elkaar voor het minste kan aanklagen, een paranoia van regels en een gezondheidsmaffia die bepaalt wat goed voor je is.”

“Europa zorgt voor economische kansen, maar maakt je economie ook zwakker als er iets in het grotere geheel misloopt.”

Zelf ziet Paul er geen graten als zijn regering in de toekomst wat meer afstand zou nemen van Europa. “Er zijn veel voordelen, maar het is ook een bedreiging voor je eigenheid. Europa zorgt voor economische kansen, maar maakt je economie ook zwakker als er iets in het grotere geheel misloopt. Grenzen mogen open staan maar migratie moet onder controle gebeuren, voor het belang van alle betrokken partijen.”

Na bijna twee dagen herinneringen en existentiële vragen uitwisselen in het epicentrum van Paul’s intieme wereld, ben ik niet klaar met Londen. Ik laat geen briefje achter als ik vroeg in de ochtend mijn zetel verlaat voor een trein naar Wales en een ferry naar Dublin. Paul kiest liever niet, tussen mogelijke identiteiten waarbinnen hij zichzelf thuis kan voelen, tussen partijen die voor hem beslissen wat het beste is, tussen Londen en Europa, thuis of elders. Hij kiest ervoor om wat hij van de samenleving krijgt elders terug te geven, met kleine gebaren op het microniveau van zijn eigen leven. Die gedachte neem ik mee naar mijn Ierse gastheer.

Mensen zijn een beetje als eieren. Je kan geen omelet maken zonder ze te breken, maar als je de dooiers nooit samen in een pan gooit, blijven het altijd potentiële ideeën van wat had kunnen zijn. Misschien geldt dat ook voor Europa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Tess Vonck is nomade en freelance schrijfster. Na haar Master Sinologie en twee jaar in China en Taiwan, behaalde ze een master Journalistiek aan Lessius Hogeschool.