Extremisme aanpakken begint bij de dialoog

De term moslimextremisme duikt steeds vaker op in de media en de politiek wanneer geweld in verband gebracht wordt met de religie van de geweldenaar, in dit geval de islam. De term lijkt ondeelbaar te zijn, toch is het een samenstelling van twee woorden. MO* columnist Omer Sayadi geeft tekst en uitleg.

  • © Quinn Mattingly

Extremisme is in geen geval exclusief aan de moslim, en in een omgekeerde analogie is niet elke moslim exclusief extremist. Extremisme duidt op het menselijke fenomeen het uiterste van iets te zijn, in tegenstelling tot wat gezien wordt als de gangbare norm onder de anderen.

Zo kan je extreem mager zijn, je extreem rechts bevinden op het politieke spectrum of extreem goed voetballen. De term is bijzonder complex, en de verenging van diens betekenis in het huidige maatschappelijke kader verdoezelt de vatbaarheid van de menselijke natuur voor extremisme in al diens facetten.

Het woord is hoegenaamd niet gebonden aan religie, of zelfs ideologie in het algemeen, maar vormt de beschrijving van een fenomeen dat optreedt wanneer afgesproken grenzen overtreden worden en men zich buiten die grenzen begeeft. Een extreem vriendelijke buurman kan al gauw op je zenuwen gaan werken, en moeders noemen hun kinderen soms wel eens extreem lastig wanneer er geen huis mee te houden valt.

Menselijke natuur

Moslimextremisme heeft echter veel meer met ideologische radicalisering te maken dan met een bende lastige kinderen en overvriendelijke buren. Toch dient ook hier genuanceerd te worden. Een moslimextremist kan best omschreven worden als een mens die een extreme positie inneemt in de beleving van zijn moslim-zijn.

‘Voor mij is extremisme de foute interpretatie van een verzameling ideeën, die leiden tot een verknipte uitvoering van de oorspronkelijke boodschap en een verhoogd isolement’

Zo bestaan er ook mensen die zulk een positie innemen in hun boeddhist-zijn, hun nationalist-zijn, hun christen-zijn of hun voetbalsupporter-zijn. Er is geen exclusiviteit, en tegelijk is de term intrinsiek aan de menselijke natuur.

Wat extremisme voor mij het best beschrijft is de foute interpretatie en het verkeerde begrip van een verzameling ideeën, die leiden tot een verknipte uitvoering van de oorspronkelijke boodschap en een verhoogd isolement.

Er bestaat een enorme discrepantie tussen de oorspronkelijke boodschap van het kruis, en de pijnlijke genocide op de indiaanse volkeren op het Amerikaanse continent door christelijke kolonisten. Tussen de ideeën van de oorspronkelijke Germaanse volkeren en zij die de Germaanse suprematie op alle andere rassen uitroepen. Tussen de boodschap van Boeddha en het Nirvana, en het sektarisch geweld tegen de Rohingya in Myanmar.

Ook moslims zijn vatbaar voor dit fenomeen, en de islamitische geschiedenis heeft haar deel van extremistische groepen zien passeren. Historische groepen als de Assassijnen, de Kharidjieten en de Qarmaten baseerden zich allemaal op hun interpretatie van de islam om de rest van de moslimbevolking decennialang te terroriseren.

Overijverige groep

Hoewel bovengenoemde groepen al lang niet meer bestaan, worden ze nog steeds vermeld in de islamitische geschiedschrijving om als waarschuwing en voorbeeld te dienen. Binnen de islamitische traditie bestaat er een eigen term om religieus of ideologisch fanatisme mee aan te duiden. Deze term is al-Ghuluw. Dit Arabische woord betekent dat een persoon meer doet dan wat wenselijk is, waardoor hij het voor zichzelf en voor anderen moeilijk maakt.

Dat hij de grenzen van de norm overschrijdt en zichzelf verliest in overdrijvingen. Deze term wijst echter lang niet alleen op gewelddadig extremisme, maar op elke overdrijving of fanatieke hardnekkigheid binnen de religieuze of ideologische beleving.

Zo vallen ook zaken als zelfkastijding, het verketteren van medegelovigen zonder geldige reden of zelfs alleen al meer vasten dan gezond voor je is onder al-Ghuluw.

‘Ontelbare boeken, artikels en boodschappen werden reeds vanuit de islamitische wereld gecreëerd waarin ISIS van al haar maskers ontdaan wordt om uiteindelijk haar ware gelaat te tonen’

ISIS is vandaag zo een groep die volgens nagenoeg alle moslimgeleerden, zowel conservatieve als progressieve, gerekend wordt tot zij die al-Ghuluw bezitten.

De aanhangers van de groep worden beschouwd als uitlopers van de historische Kharidjieten.

Omdat de groep duidelijk en ideologisch geplaatst kan worden binnen het islamitisch denken, is het niet moeilijk zijn dogma’s te isoleren en te ontkrachten. Ontelbare boeken, artikels en boodschappen werden reeds vanuit de islamitische wereld gecreëerd waarin ISIS van al haar maskers ontdaan wordt om uiteindelijk haar ware gelaat te tonen.

In het Nederlandstalige taalgebied echter is dit geen sinecure, in het bijzonder door de afwezigheid van een uitgebreide islamitische academische elite, en het tekort aan grondige vertalingen van bestaande Arabische werken. ISIS kent als gevolg van dit vacuüm wel een sterke vijfde zuil in de Lage Landen, vooral op sociale media en in bepaalde kringen van de moslimgemeenschap.

Als gevolg hiervan kondigde de Vlaamse regering recent aan een half miljoen euro uit te zullen trekken om projecten te gaan subsidiëren die met onder meer humor en emotie de ideologie van ISIS trachten te ontkrachten. Het medium om deze boodschappen over te brengen zijn idealiter middenveldorganisaties en onderwijsinstellingen. Die kunnen de subsidies aanvragen om vanuit verschillende invalshoeken de strijd met de radicalisering bij moslimjongeren aan te gaan.

Politieke polarisering

Als gezonde samenleving is het van algemeen belang om alle vormen van extremisme in te dijken, aangezien verschillende extremen niet samen kunnen leven waarop de samen-leving zou ophouden te bestaan. De rol van de Vlaamse overheid is hier echter bijzonder ongelukkig. Als een heuse Trumandoctrine investeert de overheid in maatschappelijke en publieke fora om de invloed van IS tegen te gaan.

‘De eerste strijd tegen radicalisering van de Vlaamse overheid zal moeten plaatsvinden door een wijziging in het beleid tegenover de islamitische gemeenschap’

Het is echter dweilen met de kraan open, aangezien het beleid van de Vlaamse overheid inzake de islamitische gemeenschap lijnrecht ingaat tegen de beoogde doelstellingen, namelijk isolement en radicalisering tegen gaan.

Door een bijzonder scherp binnenlands beleid, een beperkende wetgeving en enkele ongelukkige uitspraken van belangrijke politici worden isolement en radicalisering bij leden van de moslimgemeenschap mee in de hand gewerkt. De eerste strijd tegen radicalisering van de Vlaamse overheid zal moeten plaatsvinden door een wijziging in het beleid tegenover de islamitische gemeenschap.

Enkel in een inclusieve maatschappij waarin geen plaats bestaat voor politieke polarisering kan elke vorm van ideologisch extremisme door een overheid worden aangepakt.

Het eerste doel in de strijd tegen radicalisering is de persoon met een extremistisch gedachtegoed uit zijn isolement halen. Er bestaat geen planeet van waaruit moslimextremisten opstijgen om hier op aarde neder te dalen in een poging de wereld te ontwrichten. Dit zijn mensen die gegroeid zijn in hun extremisme waarbij hun oorspronkelijke normen in een verhoogde staat van isolement vervaagd geraken.

Sociaal isolement

Extremisme valt in het begin meestal rationeel te plaatsen. Iemand is kwaad over de jarenlange buitenlandse inmenging in zijn thuisland waardoor hij minder kansen krijgt. Iemand heeft angst voor het verhoogde aantal vreemdelingen in zijn straat. Iemand verloor zijn vader in een bombardement nadat zijn land binnengevallen werd.

‘Wanneer een persoon lang met dezelfde frustraties rondloopt en zichzelf isoleert in een sociale omgeving waarin dezelfde frustraties leven, is er een verhoogde kans op extremisme’

Wanneer die persoon dan lang met dezelfde frustraties rondloopt en zichzelf isoleert in een sociale omgeving waarin dezelfde frustraties leven, zonder dat er ruimte bestaat voor zelfkritiek of reflectie, maar ook erkenning, is er een verhoogde kans op extremisme.

De eerste om dit te verhelpen in het geval van moslims is niet de Vlaamse overheid, maar de moslimgemeenschap zelf.

Dit is echter een verantwoordelijkheid die bijzonder slecht gedragen wordt. Om het met de gevleugelde woorden van Alice Nahon te zeggen: ‘ ‘t Is goed in ‘t eigen hert te kijken.’

Terwijl moskeeën, jeugdcentra en families juist moeten inzetten op transparantie en dialoog, wordt er vaak gekozen voor stilzwijgen en de andere kant op kijken door het apolitieke karakter van de Belgische moslimgemeenschap.

Niet tegen schenen schoppen

Hier bestaat een sociologische reden voor. De eerste generaties moslimimmigranten van voornamelijk Turkse en Marokkaanse origine waren in de meeste gevallen laaggeschoolde arbeiders die het platteland in de landen van herkomst verlieten om komen te werken in België.

Politiek of religieuze zelfontplooiing vormden geen prioritair onderdeel van dat leven, en er werd steevast geloofd dat het niet hoorde het gastland tegen de schenen te schoppen door over politiek te praten. Van het werk naar huis en naar de moskee om te bidden, meer moest er niet gebeuren.

‘Moskeeën, met een bestuur dat voornamelijk beheerst wordt door de eerste generatie moslims, schieten in een kramp wanneer jongeren “lastige” vragen stellen’

Als gevolg hiervan schieten de moskeeën, met een bestuur dat nog steeds voornamelijk beheerst wordt door diezelfde eerste generatie moslims, in een kramp wanneer jongeren “lastige” vragen stellen.

Lastige vragen zijn een normaal onderdeel in het leven van iedere jongere, en ze wegmoffelen of de jongeren zelfs wegjagen, hebben het tegenovergestelde effect van dialoog, namelijk isolement.

De persoon in kwestie zal zijn antwoorden dan maar gewoon op internet zoeken, waar er wel mensen naar hem luisteren.

Jammer genoeg zorgen de anonimiteit en de alternatieve dimensie van het internet er voor dat dit niet altijd de juiste mensen of de juiste antwoorden zijn. Moslims moeten hun verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap opnemen en de hele discussie openleggen. Elke vraag kent zijn antwoord, hoe complex dat ook is, en het is belangrijk de zoekende persoon uit te leggen wat de kijk van de islam is op zulke onderwerpen.

Het is dan ook wenselijk dat de zoekende persoon verschillende antwoorden naast elkaar legt, om zo zijn eigen weg te kunnen vinden. Veel moslims lopen rond met rationele frustraties waar de islam een rationeel antwoord op formuleert.

De Palestijnse zaak, de bezetting van Irak en Afghanistan of de verhoogde polarisatie tussen moslims en niet-moslims als gevolg van maatschappelijke en politieke tendensen, het zijn slechts enkele bronnen van frustratie waar menig moslim mee rondloopt.

Regels van Jihâd

Het is belangrijk eerlijk te zijn. Het slechtste wat iemand kan doen is enkel zeggen wat de samenleving wil horen, aangezien hij dan al zijn geloofwaardigheid bij de toehoorders dreigt te verliezen. Ja, de islam kent de jihâd, de inspanning en inzet van de gelovigen waarvan ook qitâl, of gewapende strijd een onderdeel is.

‘De islam kent de jihâd, de inspanning en inzet van de gelovigen waarvan ook qitâl, of gewapende strijd een onderdeel is’

Dit is een onderdeel van het islamitische geloof, en kent zijn wortels in de Koran en de overleveringen van de profeet Mohammad. Rond jihâd bestaan er echter regels en voorwaarden, en dit onderdeel van de islam wordt omkaderd door zowel context als een gespecialiseerde religieuze jurisprudentie.

In hoeverre mag de onderdrukte de wapens opnemen tegen zijn onderdrukker? Wanneer is geweld religieus te verantwoorden? Wanneer gaat een vrijheidsstrijd over in terreur? Dit zijn relevante vragen, maar deze gehele dialoog wordt weggewuifd door de moslimgemeenschap, laat staan middenveldorganisaties en onderwijsinstellingen.

In het hoofd van geradicaliseerde jongeren staat een zaak centraal, hun isolement van de rest van de moslimgemeenschap en hun onbeantwoorde frustraties waar ze zelf antwoorden op zijn gaan vormen. Wanneer zulke rationele frustraties beantwoord worden, kunnen al heel wat jongeren weggehouden worden van gevaarlijke invloeden. Voor wie dan verder hardnekkig blijft doorzetten, zijn andere tools en handvaten nodig.

Dialoog met allerhande partners

De Vlaamse regering vermeldt correct genoeg middenveldorganisaties en onderwijsinstellingen. Naast moskeeën en islamitische instellingen moet de dialoog daar inderdaad worden verdergezet. Mensen met een goede achtergrondkennis van de islam en ervaring met jongeren kunnen al wonderen verrichten met een open-mind en een inclusieve aanpak.

‘De maatschappij schiet bijzonder vaak in een verontwaardigde kramp wanneer de eigen overtuigingen in twijfel getrokken worden door de andere’

Een jongere mag een bezwaar hebben met een democratie. Hij mag zich niet op zijn gemak voelen bij begrippen als homoseksualiteit of transgenderisme. Hij mag verontwaardigd zijn over de jarenlange bezetting van Palestina of het onvermogen van beleidsmakers in te grijpen in de Syrische burgeroorlog.

Hier kan een dialoog over gevoerd worden met wederzijds respect en argumentatie, zolang de ene partij in zijn overtuiging de vrijheid van de andere partij niet belemmert.

Logisch, lijkt het, met de Belgische vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie. Toch is dit helemaal niet vanzelfsprekend, en schiet de maatschappij bijzonder vaak in een verontwaardigde kramp wanneer de eigen overtuigingen in twijfel getrokken worden door de andere.

Punt een op het stappenplan van de Vlaamse regering om radicalisering te vermijden is het voorkomen van polarisatie. Toch is de grootste bron van de maatschappelijke polarisatie diezelfde Vlaamse regering.

Averechts effect

Haar beleid dat hoofddoeken verbiedt voor geëngageerde jonge studentes of vrouwen die aan het werk willen gaan in een openbare ambt, dat lijsten opstelt om radicalisering op te sporen en te melden zoals het groeien van een baard of het dragen van een lang gewaad is niet bevorderlijk voor enige dialoog.

‘Een lokale inzet van middenveldorganisaties en onderwijsinstellingen in samenwerking met de moslimgemeenschap zonder hulp van de Vlaamse overheid zal veel meer effect hebben’

Net als de inzet op de strijd tegen het ritueel slachten, de verstrenging op de erkenning van moskeeën, de verhoogde controle om de invloed van de orthodoxie tegen te gaan, het bannen van gezichtsbedekkende kledij of bedekkende zwemkledij, de vage transparantie over burgerslachtoffers in Syrië en Irak contraproductief is.

Even erg zijn de lokale besluiten om langere zwemshorts uit zwembaden te weren of kliklijnen in te stellen wanneer men denkt radicalisering te herkennen. Dat dit niet bevorderlijk is voor enige dialoog, is vrij simpel te besluiten.

Een lokale inzet van middenveldorganisaties en onderwijsinstellingen in samenwerking met de moslimgemeenschap zonder hulp van de Vlaamse overheid zal veel meer effect hebben, ook in het hoofd van de jongeren in kwestie.

Vredespijp

Om te besluiten dat alle vredespijpen zouden moeten worden aangestoken is een fantasie. Extremisten allerlei zullen er altijd zijn, zowel met een inclusief beleid als een exclusief superioriteitsdenken. Die hebben geen plaats in geen enkele maatschappij, ook niet een islamitische staat, zoals de geschiedenis reeds uitwees.

‘In de strijd tegen de ideologie van ISIS moet een goed en doordacht alternatief geboden worden, zelfs wanneer dat alternatief niet strookt met de ideologie van de Westerse wereld’

De kansen echter op extremisme zijn bij het eerste beleid veel kleiner en duidelijker te herkennen dan bij het tweede. Overtuigd zijn van het eigen grote gelijk maakt ook blind voor het verzet van de ander, en voor de eigen fouten.

ISIS is geboren uit de ruïnes van het Irak na de val van Saddam Hussein, een ontregelde puinhoop met hoge golven sektarisch geweld als gevolg van de wetteloosheid na de Amerikaanse invasie.

Jarenlang bleven de Verenigde Staten blind voor de rampzalige gevolgen die ze zelf creëerden, niet in staat hun rol in het extremisme van ISIS te herkennen. Die fout mag niet nogmaals gebeuren. In de strijd tegen de ideologie van ISIS moet een goed en doordacht alternatief geboden worden, zelfs wanneer dat alternatief niet strookt met de ideologie van de Westerse wereld.

Dit alternatief hoort gedragen te worden door mensen die kennis en ervaring hebben binnen dat terrein. Tijdens pakweg de jaren ’90 van de vorige eeuw bestond er geen nood aan een strijd tegen islamitisch extremisme zoals we dat vandaag kennen. De wereld zat toen anders in elkaar. De wereld keek anders naar de zaken. Misschien is dat iets om over na te denken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift