Gastvrije Bolivianen

Het cliché ‘hoe armer, hoe gastvrijer’ bevat zijn waarheid. De Bolivianen zijn over het algemeen heel gastvrije mensen en leven daarenboven vaak met beperkte middelen. Toeval? De Altiplano-bewoners zouden wij als ‘arm’ beschrijven, hoewel dat ter plekke niet noodzakelijk de perceptie is. Luxueus kunnen we hun levensstijl in ieder geval niet noemen, het leven op de Altiplano is hard. Maar dat doet niets af aan de gastvrijheid, integendeel. 

  • © Emma Timmerman Deze ongastvrije omgeving, bewoond door zeer gastvrije mensen. © Emma Timmerman
  • © Emma Timmerman Queñuas in het sajama-natuurreservaat; boompjes die maximum 4meter hoog worden maar wel tot het hoogste bos ter wereld behoren. © Emma Timmerman
  • © Emma Timmerman Lama's, machtige dieren die ook in dit extreme klimaat kunnen overleven. © Emma Timmerman

Afgelopen weekend trok ik naar Sajama (dorpje op de Altiplano en gelijknamig natuurpark, genoemd naar zijn meest fameuze berg ‘Sajama’) om de eeuwige sneeuw met eigen ogen te bekijken. De guurte van de Altiplano valt niet te onderschatten. Het is een klimaat van uitersten; vrieskou ’s nachts waardoor de bergriviertjes bevriezen (en het is nog maar herfst), je slaapzak ijzelig voelt langs de buitenkant en je wakker wordt van de koude op je neus – het enige deel van je lichaam dat buiten piept en niet door een thermisch laagje bedekt is. Overdag smelt alles is een mum van tijd van zodra de zon opklimt en waan je je na verloop van tijd in een woestijn; een verschroeiende hitte. Niets kan er groeien. Geen patatten, geen quinoa, niets. Lama’s en Alpaca’s, daar leeft men van. Een harde stiel, want ’s nachts moet iemand op de bergtop bij de dieren blijven om hen tegen puma’s te beschermen.

De tweede nacht verbleven we bij Basileo, een minibus-chauffeur die één keer per dag naar de dichtstbijzijnde provinciestad rijdt, 3u verderop. Hij vroeg ons binnen en schotelde ons spontaan een grote kuip dampende soep voor. “Want de Boliviaanse keuken moeten jullie toch kennen he.” Delen was geen optie, zelf at hij enkel de restjes. Vermoeid en hongerig als we waren van het ronddolen op de Altiplano, was dit een gebaar dat me emotioneerde. We hoefden ook onze tent niet op te zetten, voor een vriendenprijsje mochten we in één van de toeristenkamers blijven, met lekker warme wollen dekens en een kandelaar, elektriciteit is er niet.

De man woont er alleen, zo’n 10km van het dorp, zijn vrouw is op reis, naar de States. Zelf heeft hij daar ook een jaar gewoond, in 4 verschillende staten. Om schapen te hoeden. Een beetje verbluft over dit feit, vroeg ik door hoe hij aan die job kwam. “Amerikaanse Range-houders zoeken mensen die wat van beesten afweten, om ze te hoeden. Veehouders die 30.000 tot 50.000 schapen bezitten. De armste “sukkelaar” waarvoor ik werkte had er slechts 1000”, een lachertje. Schapenherder is een stiel die langzaam verloren blijkt te gaan maar op de Altiplano weten ze inderdaad nog steeds een en ander van beesten houden. Voorzichtig polste ik hoeveel hij verdiende tijdens deze job. “750 dollar per maand”, antwoordde hij. Zijn zoon is zo ook vertrokken voor een jaar, tot hij de schapen achterliet. “Hij is getrouwd met een gringa. Enkel voor de papieren. Ik weet niet hoeveel hij haar betaald heeft”, zuchtte hij. Zijn echte vrouw, zijn Boliviaans lief, liet ginds een paar maand geleden het leven op het kraambed. Vandaar dat Basileo’s vrouw daar nu tijdelijk woont. Om haar werkende zoon met twee baby’s bij te staan. Mijn ogen schoten vol, “maar jullie moeten maar eens in de thermale wateren kruipen, heerlijk warm en de man die aanrekent is al vertrokken, dus jullie kunnen rustig jullie ding doen”, zo stelde hij voor.

Dobberend in het heerlijke, immer hete water, met zicht op de besneeuwde bergtoppen en onder een immense sterrenhemel (in kilometers afstand geen lichtpollutie) dubde ik over deze ongelijke verhoudingen. Deze übergastvrije man. De Amerikaan die helemaal afzakt tot Sajama of all places en dan aankondigt: “Ik heb tien man nodig”. De Amerikaan die Bolivianen overvliegt om ze zonder scrupules een loon te betalen waarvoor geen Westerling zijn huis zou verlaten. 750 dollar – onder het minimum van het minimum - om 24/24, 7/7 het kapitaal van één of andere grootgrondbezitter te verzorgen. Ronduit degoutant is dat. En die Bolivianen moeten niet klagen, want de dollar is veel waard in Bolivia, daar sussen ze zich vast mee. Dat niemand van ons non-stop voor zo’n loon zou werken, duizenden kilometers verwijderd van vrouw en kinderen, lijkt niet te deren. En zo wordt niet alleen de Boliviaanse staat uitgebuit - op koloniale wijze van zijn kostbare grondstoffen beroofd - ook van goedkope arbeidskracht wordt geprofiteerd. Moderne slavernij.

Dat Bolivianen zo gastvrij blijven, ook al behoor ik tot één van de ‘gringos’ (hoe Amerikanen en bij uitbreiding alle blanke (tevens rijke) Westerlingen genoemd worden), verbaast mij soms. En dan denk ik na over “onze” gastvrijheid. Hoe vaak inviteren wij een vreemde? Zouden wij onze enige maaltijd delen met mensen die we amper kennen? Wanneer zijn wij écht gastvrij, zonder voor-wat-hoort-wat? Het kapitalistische gedachtegoed heeft zich gepenetreerd tot in de kern van onze sociale omgang. Dat besef doet pijn. Hadden we allemaal maar iets weg van de Boliviaanse gastvrijheid… we zouden veel solidairdere en mooiere mensen zijn, als je het mij vraagt.

Om 3u ’s nachts vertrokken we met Basileo als eerste passagiers in een bus die binnen het uur afgeladen vol zat. Op zondag is het immers markt in Patacamaya en alles, behalve lama’s, moet worden geïmporteerd. Iedereen is ingeduffeld in dikke dekens om de koude te weren. In december gaat Basileo waarschijnlijk ook naar de States om zijn zoon te steunen. Alleen moet hij dan nog iemand vinden die voor zijn lama’s kan zorgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift