Geloven in de kracht van jongeren

Het project Generation Under Construction brengt studenten uit drie continenten samen om na te denken over globale uitdagingen. In deze bijdrage gaat deelneemster Lynn bij een vertegenwoordiger van elk team op zoek naar wat dit voor hen betekent.

  • © Generation Under Construction Ying, Ben, en Phedra. Drie jongeren uit drie continenten. © Generation Under Construction
  • © Generation Under Construction 'China is steeds belangrijker vanuit een wereldperspectief, en moet volgens mij ook meer verantwoordelijkheid tonen naar de rest van de wereld.' © Generation Under Construction

De naam van het project is ‘Generation Under Construction’. Hoe denk je dat onze generatie de wereld kan beïnvloeden?

Phedra: De jeugd is de toekomst. Wij zijn de volgende mensen aan de macht, die zullen beslissen hoe de wereld eruit zal zien. Dus ik denk dat het heel belangrijk is om de jeugd te informeren en te leren hoe de wereld werkt, zodat zij de wereld kunnen leiden op een meer verantwoordelijke manier.

Ben: De naam van het project verwijst naar een generatie waar nog aan gewerkt en gebouwd moet worden. Het is nog geen afgerond geheel. We zullen nog niet tot een conclusie komen in de recente toekomst, het is eerder iets waarop we onszelf voorbereiden. Wanneer we dan op een bepaald niveau komen, zullen we beter weten hoe met bepaalde problemen om te gaan en bij te dragen aan ontwikkeling.

Ying: Ik geloof echt in de kracht van de jeugd. Onze generatie heeft bovendien ook geleerd van de vorige generaties. We behouden wat we leren van hen, maar zelf creëren we ook nieuwe dingen om bij te dragen aan een betere wereld.

Phedra: Een goed voorbeeld is de klimaatopwarming. Ik denk dat onze generatie de eerste is die bestaat uit mensen die al hun hele leven beseffen dat klimaatopwarming een probleem is. Dat zal ons in staat stellen om betere beslissingen te nemen.

Ben: Het project was ook heel intelligent in het kiezen van teams uit drie verschillende landen en culturen. Het toont aan dat iedereen verschillende invalshoeken kan hebben voor één problematiek.

Het project is inderdaad gestart vanuit de idee dat er niet enkel meer kan worden gesproken van een noord-zuidrelatie, maar dat de wereld veel meer multilateraal moet worden bekeken. Zo wordt China beschouwd als een nieuwe wereldmacht. Hoe beleef jij dat?

‘De grootste uitdaging voor China is de ongelijkheidskloof tussen arm en rijk.’

© Generation Under Construction

‘China is steeds belangrijker vanuit een wereldperspectief, en moet volgens mij ook meer verantwoordelijkheid tonen naar de rest van de wereld.’

Ying: China ontwikkelt enorm snel. Chinese mensen hebben een erg groot aanpassingsvermogen en China probeert de westerse landen bij te houden. Tegelijkertijd brengt het ook problemen en nieuwe uitdagingen met zich mee. China is steeds belangrijker vanuit een wereldperspectief, en moet volgens mij ook meer verantwoordelijkheid tonen naar de rest van de wereld.

Wanneer er bijvoorbeeld een natuurramp gebeurt in de rest van de wereld, zou China hulp kunnen bieden, voornamelijk aan landen waarmee er reeds een band bestaat.

In het algemeen denk ik dat China nog bezig is met zijn ontwikkeling, maar de grootste uitdaging voor China is de ongelijkheidskloof tussen arm en rijk. Die kloof wordt alleen maar groter. Deze ongelijkheid heeft trouwens niet enkel te maken met financiële rijkdom. Het BNP of andere economische cijfers kunnen dan wel stijgen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat er een evenredige evolutie plaatsvindt in de geesten van de mensen.

Iedereen streeft altijd maar naar meer en meer rijkdom, en dat is volgens mij geen positieve evolutie. De Chinese overheid probeert in haar beleid wel rekening te houden met de problemen van de mensen, zoals in verband met hun leefomstandigheden. In het verleden had China bijvoorbeeld last van corruptie, maar recentelijk heeft de regering daar aan proberen te verhelpen.

Hoe kijk je als Congolees aan tegen deze ongelijkheid in Congo? Hoe denk je dat dat wordt veroorzaakt?

‘Het is in mijn land heel moeilijk om van de ene sociale klasse naar de andere op te klimmen.’

Ben: Ongelijkheid is er altijd al geweest. Het is in mijn land heel moeilijk om van de ene sociale klasse naar de andere op te klimmen. Als je arm geboren wordt, blijf je meestal ook arm. Het is niet onmogelijk om vanuit een arm gezin naar middenklasse te gaan, maar wel zeer moeilijk.

De overheid probeert dit te verhelpen, onder andere door het stimuleren van de economie. In Katanga verbetert de situatie langzamerhand, door de opening van mijnen en de creatie van jobs.

In Congo is er bovendien slechts een kleine middenklasse. De Congolese samenleving kan daarom vergeleken worden met een boom: veel armen (de wortels), een kleine middenklasse (de stam) en veel rijken (de kruin).

Phedra: In Europese landen zien we hetzelfde gebeuren. De rijken worden rijker en de armen worden armer. Ik beschouw dat als een groot probleem, want wanneer de middenklasse verdwijnt, leidt dat tot economische stabiliteit in dat land. Bovendien verdwijnt of daalt dan ook de sociale mobiliteit.

Wat hebben jullie tot nu toe van elkaar geleerd?

‘Wat ik geleerd heb van de Congolezen is dat mijn westerse manier van denken niet de enige is.’

Phedra: Ik heb geleerd dat het beeld dat ik had van Congo en China, gevormd door de westerse media, vaak niet overeenkomt met hoe ik het in werkelijkheid ervaar. Ik had me voorbereid op enorme drukte, luchtvervuiling waardoor ik niet kon ademen… In realiteit is het allemaal niet zo extreem. Wat ik geleerd heb van de Congolezen is dat mijn westerse manier van denken niet de enige is. Eén probleem kan op verschillende manieren benaderd worden. En nu voelt het alsof alles in de wereld nieuw voor me is, want alles dat ik dacht te weten, is misschien fout.

Ben: Dat is inderdaad wat ik bedoelde toen ik zei dat er verschillende invalshoeken bestaan. Ik heb geleerd dat we allemaal een beetje anders zijn, maar toch dezelfde.

Ying: Gedurende het project heb ik geleerd dat er een groot verschil bestaat tussen het micro- en het macroniveau. Soms zijn we ergens door verrast, of begrijpen we iets niet. Het risico is dan dat we dat veralgemenen en zeggen dat alle Belgen of alle Congolezen zich op een bepaalde manier gedragen. Tot op een zekere hoogte vertegenwoordigt ieder lid van een bepaald team zijn eigen cultuur, maar we mogen daarbij de persoonlijkheid van ieder individu niet uit het oog verliezen.

Tolerantie en begrip voor andere culturen is voor mij het belangrijkste wat ik heb geleerd van dit project. Taal is daarbij een zeer belangrijk aspect. Als we ons meer specifiek kunnen uitdrukken, kan dat bepaalde miscommunicaties voorkomen of oplossen. We mogen bij de omgang met andere culturen volgens mij ook niet te gevoelig zijn.

Lynn Hillary, de auteur van deze bijdrage, voltooit later dit jaar haar master-opleiding Rechten aan de VUB.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift