Geschokt in Nepal, bewogen door de solidariteit

Zeven dagen na de aardbeving begint de zondvloed van media, internationale hulp en regulering. De beelden zijn de wereld rondgegaan, van de doden en verwoesting in Nepal na de 7,8 aardbeving van zaterdag 25 april. Minder beelden toonden de kleine en grote heldendaden van Nepalezen en de interne solidariteit, soms dankzij en soms ondanks de regering, die probeert de noodhulp te monopoliseren. Een getuigenis vanuit Kathmandu van Bruno Deceukelier van de ngo Wereldsolidariteit.

  • © Irina van der Toma © Irina van der Toma
  • © Irina van der Toma © Irina van der Toma
  • © Bruno Deceukelier © Bruno Deceukelier

Het is moeilijk deze tekst te schrijven, alles is nog rauw en zo dichtbij.

Zoveel informatie, zoveel geruchten, zoveel beelden en emoties om te verwerken.

Zoals een collega in Brussel het verwoordde op haar blog, na de schok komt de zondvloed van beelden in de media…

Werkende als Azië Coördinator voor Wereldsolidariteit (WSM), woon ik nog maar een jaar in Nepal maar dat is lang genoeg om gehecht te zijn aan dit land en de mensen hier. Van de drie landen die ik opvolg (Bangladesh, India en Nepal) vind ik vaak dat de Nepalezen de zachtaardigste zijn. 

De internationale hulp vliegt nu constant binnen, met zware vliegtuigen die het vliegveld hopeloos blokkeren. Maar als je hier ter plaatse rondloopt, zie je vooral Nepalezen die mekaar onderdak geven, water uitdelen, als vrijwilligers naar getroffen wijken en afgelegen gebieden gaan.

De Kathmandu-vallei begint zich te organiseren en heeft gemakkelijker toegang tot hulp, maar erbuiten zijn de wegen en infrastructuur kapot wat maakt dat er vaak geen informatie is hoe de toestand daar is. En de laatste dagen is de Nepalese regering begonnen om de hulp te centraliseren, wat kwade tongen beschouwen als ‘monopoliseren’.

Er werd een Fonds opgericht door de Eerste Minister, die vraagt om de noodhulp te centraliseren, wat ideaal het geval zou zijn, maar veel twijfelen aan de capaciteiten van de regering om zo’n noodhulp met grote organisaties in goede banen te leiden.

Op lokaal niveau worden de lokale gouverneurs bevoegd om materiële hulp in beslag te nemen. Dit zorgt voor veel frustratie bij ngo’s en vrijwilligers die zo snel mogelijk goederen willen brengen naar de meer afgelegen regio’s, in de bergen of het platteland.

© Bruno Deceukelier

Lokale organisaties in de bres

Met een bijna onbestaande sociale zekerheid is er weinig systematische hulp van de overheid te verwachten. 

De partners van WSM, de twee grootste vakbonden, GEFONT en NTUC zijn ook druk in de weer om de hulpverlening in handen te pakken. De traditionele 1 mei viering van de vakbonden werd afgelast om een gezamenlijke ceremonie te houden van de vakbonden, met 6.000 kaarsen om de slachtoffers te herdenken. Vele leden zijn hun huizen kwijt en sommige liggen in het ziekenhuis.

Gelukkig hadden ze al een intern solidariteitsfonds dat nu gebruikt wordt om de ergste noden te ledigen. Zo’n interne mechanismes zijn echt onmisbaar op momenten zoals deze, als de internationale hulp slechts langzaam op gang komt en de regering die dan nog poogt om te buigen.

Weer maar een voorbeeld van hoe collectief georganiseerde zelfhulp efficiënter is dan te rekenen op buitenstaanders of een zwak staatsapparaat. Met een bijna onbestaande sociale zekerheid is er weinig systematische hulp van de overheid te verwachten. 

Eerste hulp

De dag van de aardbeving ging ik rondwandelen om de schade te bekijken en nam uiteindelijk enkel foto’s. Toen we de derde dag eindelijk weer naar buiten gingen en naar het lokaal ziekenhuis gingen om bloed te geven betreurde ik dat rampentoerisme van de eerste dag. We waren veel beter rechtstreeks gaan helpen bij een ziekenhuis.

Zelfs die derde dag werden we met open armen onthaald als vrijwilligers, ondanks onze beperkte EHBO kennis. Een jonge metselaar had tijdens de aardbeving drie hoofdwonden opgelopen die moesten verbonden worden. Een oudere statige meneer had nood aan een knieverband. Een kindje van vier jaar oud had een half oor verloren en brulde het halve ziekenhuis samen toen het verband eraf ging.

Ze boden ook vrijwilligerswerk om kadavers te fotograferen vooraleer die verbrand werden. Dat was toch iets te luguber voor mij.

© Bruno Deceukelier

Vrijwilligerswerk in de bergen

De laatste drie dagen ging ik samen met een groep van onze wijk mee om noodhulp te organiseren. De eerste dagen gingen we in de bergen, buiten de Kathmandu-vallei. Vele huizen waren daar verwoest, vooral die zonder cement gebouwd waren. Omdat de nood zo groot is, wordt er niet echt super georganiseerd.

Korte verslagen van erg getroffen gebieden worden opgehangen. Als iemand die uitdaging wil oppakken, houdt de persoon het papier omhoog en probeert anderen te verzamelen. Dan zitten ze samen om zich zelf te organiseren, zoeken naar transport, goederen e.d.

Dat houdt soms verrassingen in: een Nepalees die daar een contact heeft en ons meer informatie over de dringendste noden kan bezorgen, een Australische backpacker die een crowdfundingactie opstart en 1.300 euro verzamelt, een motorwinkel die via Facebook aankondigt dat iedereen moto’s kan lenen om noodhulp te bezorgen, of zelfs voorbijgangers die een extra zak rijst in de vrachtwagen gooien net voor ons vertrek.

Onze missie was naar Kavre, ongeveer twee uren in de bergen buiten Kathmandu. We gingen naar vier dorpen, met bijna 80% van de huizen onbewoonbaar of volledig ingestort. We brachten canvassen en tenten, zodat de mensen voorlopige shelters kunnen bouwen en niet in de regen moeten slapen.

Ik werd omwille van mijn EHBO kennis als medisch lid van het team gebombardeerd. Het ging meestal om kleine wonden en sneden. Het gaf me de gelegenheid om te luisteren naar hun verhalen en te tonen dat we proberen te helpen. Al is het niet veel als je net je huis kwijt bent. Sommigen klaagden ook over longpijn en hoesten, wat normaal is als je buiten moet slapen.

Rond de zes miljoen Nepalezen (ongeveer de helft van de actieve bevolking) werkt in het buitenland.

Een oudere vrouw die hierover haar beklag maakte bleef maar een raar gebaar maken en naar haar mond wijzen, tot ik uiteindelijk begreep dat ze een sigaret wou. Niet echt een standaard onderdeel van EHBO…

Vreemd genoeg ontbrak het hen ook aan mankracht om de huizen te herbouwen, omdat zoveel van de jongeren zijn weggetrokken naar de grootstad of het buitenland. Rond de zes miljoen Nepalezen (ongeveer de helft van de actieve bevolking) werkt in het buitenland. Een positief gevolg daarvan daarentegen is echter dat er geld naar huis wordt gestuurd om de familie te steunen. Western Union heeft zelfs voorlopig de kosten van internationale transfers naar Nepal afgeschaft.

Maar zo zag ik dus vaak oudere mensen moeizaam met de hand stenen verslepen, het puin ruimen en hun huis terug leefbaar maken. Naast even een handje toesteken en een paar handschoenen uitdelen kon ik weinig doen…  In een ander dorp hadden ze samen de school heropgebouwd en daar iedereen logement gegeven. Andere huizen werden in groep opnieuw opgebouwd: niet het grootste of duurste huis als eerste, wel een klein modderhuisje voor een familie met een zwangere vrouw.

Net zoals bij de vrijwilligers is het verschil heel groot tussen gemeenschappen die zichzelf organiseren en al bepaalde huizen hebben hersteld in een week tijd, en andere gemeenschappen die wat verloren lopen en niet juist weten hoe er aan te beginnen.

En hoe zit het nu?

Hopelijk gaat het niet zoals na Haïti een tweede tsunami worden van inefficiënte en ongecoördineerde hulp.

Na een week is het minder geïmproviseerd. Onze groep startte een website op met een kaart van Nepal die werd overgenomen door andere ngo’s en ministeries en vrijwilligers schrijven zich nu online in.

Je ziet meer en meer ‘professionals’, grote ngo’s en de VN de noodhulp overnemen.

Hopelijk gaat het niet zoals na Haïti een tweede tsunami worden van inefficiënte en ongecoördineerde hulp. Men gaat meer letten op de volgende fases:

  • De noodhulp, om zeker te zijn dat slachtoffers drinkbaar water, eten en onderdak hebben.
  • De middenlange termijn: droog zitten, voor het regenseizoen begint eind juni.
  • De langere termijn: informatie en technieken verspreiden om huizen steviger terug op te bouwen, met eenvoudige maar doeltreffende methodes, zodat als de mensen hun huizen herbouwen, het een mogelijke volgende aardbeving zou kunnen weerstaan.

Bij mij zal in elk geval het beeld bijblijven van die grote variëteit van vrijwilligers die een papier omhoog staken om de eerste druppels van hulp aan te bieden op een hele grote gloeiende plaat van nood.

Wat kan jij doen?

Wereldsolidariteit roept ook op om die vorm van zelforganisatie te steunen door hulp te geven aan twee lokale vakbondspartners, wat je kan doen door te storten op BE41-8900-1404-3510 met de vermelding ‘Help Nepal’. 

Als je meer wilt lezen over mijn ervaringen tijdens de aardbeving, kun je mijn persoonlijke blog in het Engels hier volgen. Als je meer wilt weten over het werk dat Wereldsolidariteit doet in Nepal of in Zuid-Azië rond sociale bescherming, is er hier een professionele blog.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Verantwoordelijke WSM India, Nepal en Bangladesh

    Bruno Deceukelier volgt projecten op rond sociale bescherming met de partners van WSM (voorheen Wereldsolidariteit) in India, Nepal en Bangladesh.