Een tweede generatie migrant in zijn geboortedorp

Groeten uit een Grieks mijndorp

Στέλιος Δ CC BY-NC-ND 2.0

 

Naar aanleiding van een erfeniskwestie bracht Aster Kalogrias een week door in zijn geboortedorp, in het binnenland van Centraal-Macedonië in Griekenland. Hij kreeg er een unieke inkijk in het reilen en zeilen van Grieks mijndorp in tijden van crisis. 

Dit is niet het Griekenland met zijn toeristische stranden. Het dorp ligt op ongeveer 500 m hoogte en is omringd door bergen die tot bijna 1000 m hoogte reiken. Het kan behoorlijk koud zijn in de winter en in de lente kan het nog laat vriezen, de landbouwopbrengsten zijn dan ook wisselvallig en eerder pover. Daarom zijn er slechts enkele landbouwers overgebleven, de meeste mannen in het dorp werken in de mijnen, een realiteit sinds de oudheid.

De winter is de zomer niet

Het eerste wat me opviel: in november in het dorp verblijven is iets heel anders dan in de zomerperiode. Ik herinner me de warme dagen in volle zomer met veel volk op straat, op de terrassen en vele Grieken uit de diaspora op vakantie, vooral uit Duitsland en België, maar ook uit Amerika, Australië, Canada. Niets van dat alles nu.

Als de zon erdoor kwam, klom de temperatuur tot 15 graden Celsius iets na de middag, maar al snel sloeg de kilte toe, want de dagen zijn er kort. De dag voor mijn terugkeer wou ik toch weten hoe koud het wel was: 3 graden Celsius om 9 uur ’s morgens.

‘Zowat iedereen stookt met hout, waardoor er een prikkelende walm in het dorp hangt die op de longen weegt en de ademhaling bemoeilijkt’

Al heel vroeg hangt er een prikkelende walm in het dorp die op de longen weegt en de ademhaling bemoeilijkt, zowat iedereen stookt namelijk met hout. Welke impact op de gezondheid dat precies heeft- herinner je de discussie over de uitstoot van houtkachels een tijdje geleden- weet ik niet. Maar hout is de lokale brandstof bij uitstek in dit beboste deel van Griekenland.

Mijn zus had dit jaar ook haar voorraad hout opgeslagen om het huis te verwarmen nadat ze vorig jaar een gepeperde rekening had gekregen toen ze het huis opwarmde met elektriciteit tijdens enkele kille momenten in het tussenseizoen. Wat moet dat zijn voor de mensen die hier permanent wonen? De herfst is maar een kort tussenseizoen en de winters zijn er kil en vochtig. Tijdens de lente kan het dan weer erg wisselvallig weer zijn.

Hout is de meest betaalbare brandstof en er is een overheidsdienst die instaat voor de houtkap, maar dat houdt de mensen niet tegen om stiekem hout te gaan kappen. Zo kan je immers je uitgaven beperken. En de gevolgen op lange termijn? Daaarover nadenken is niet aan de orde in deze tijden. Ik zag ook heel wat dik aangeklede mensen, ook in huis. Zo kan je je ook warm houden.

Weduwepensioen en ziekteverzekering

Toen ik overdag door het dorp liep, kwam ik zelden mensen tegen. Ja, een paar oude mensen rond 10 tot 11 uur in het café van mijn twee neven. Tegen dat de school begint en eindigt, is er ook leven op straat, maar dat duurt niet lang. Niet alleen omdat het koud is, maar ook omdat de dorpelingen geen geld hebben om uit te geven. Ik moest bepaalde mensen spreken, maar vond zelden iemand op straat om de weg te vragen waar ze precies woonden. En als ik al iemand tegenkwam keken ze me dikwijls niet aan. Of er een verband is met de vertrouwelijke ontboezeming van een dorpsgenoot: ‘Er zijn hheel wat dorpsbewoners die met depressie kampen, mensen zien het niet meer zitten.

Ik waande me nog te vaak in andere tijden, toen spraken de mensen je spontaan aan op straat, onterecht dus.

Het dorp zou nu gekrompen zijn tot zo’n 1400 inwoners van een goede 1600 in de jaren ‘90 van de vorige eeuw. Meermaals wees men me erop dat veel oude mensen zijn gestorven. ‘Je moet maar ’s naar het kerkhof gaan, al die overlijdens de laatste twee jaar.’ En natuurlijk is er ook meer migratie.

Oudere mensen -meestal vrouwen- ontvangen een weduwepensioen van 400 tot 440 euro. Meestal van hun echtgenoot die in de mijn werkte. Wie vandaag weduwe wordt, zou slechts recht hebben op een pensioen van 320 euro. Gelukkig hebben de meeste mensen in het dorp een eigen huis zodat ze geen huur moeten betalen. Maar verwarming en medicijnen zijn er niet gratis. Ik schrok over de zak vol medicijnen die aan een nageltje in de muur bij een oudtante hing. Gelukkig heeft ze een ziekteverzekering.

Maar wat me vooral frappeerde was haar voorgeschiedenis. Ze is in 1942 geboren, midden in de oorlog tijdens de bezetting. Haar vader, die politieagent was, kwam in 1948 om in een van de laatste schermutselingen in de burgeroorlog. Haar moeder, 28 jaar op dat moment, bleef achter met drie kleine kinderen. Zelf is ze al 20 jaar weduwe, haar man stierf immers op 56 jarige leeftijd. Dat is niet zo uitzonderlijk in deze mijnstreek. Enkele andere ooms die in de mijn werkten stierven respectievelijk op hun 56, 57, 60 en 62. De mijn geeft, maar de mijn neemt ook.

Het belang van de ziekteverzekering kan niet genoeg beklemtoond worden. Dat is echter geen vanzelfsprekendheid. Een nicht had vroeger een eenvoudig winkeltje met gouden en zilveren juweeltjes en uurwerken. ‘Heb je de winkel nog steeds?’, vroeg ik haar. ‘De mensen hebben geen geld om fatsoenlijk te eten’, reageerde ze. ‘Hoe zouden ze goud of zilver kunnen kopen? Maar we houden de winkel open. Zo zijn we verzekerd.’

Dan Lundberg CC BY-SA 2.0

 

Straf van God

Een van mijn neven is vorig jaar met pensioen gegaan. De laatste jaren werkte hij als mijnwerker. Zijn pensioen bedraagt 1100 euro. Dat is aardig vindt hij. Zijn vrouw werkt tijdens het toeristische seizoen, zo‘n zes maanden per jaar, in een groot hotel aan de kust. Dan sluit het hotel de deuren tot het volgende jaar. Ze werkt er negen uur per dag en verdient 700 euro per maand.

Vorig jaar onderging de bejaarde moeder van mijn neef een dikkedarmoperatie. Ze heeft intussen een stoma, is incontinent en vertoont al een tijdje dementiesymptomen. Mijn neef en nicht zorgen om beurten twee maanden voor hun moeder. Ze wonen zo‘n 120 km van elkaar. Mijn nicht had haar moeder 2 maanden in huis genomen en zorgde er zelf voor. De vroegere elektriciteitswinkel in een nabije stad hadden ze eerder al gesloten. Nadien moesten ze ook de kleine winkel met papierwaren en kranten sluiten omwille van de crisis. Mijn nicht beschikt niet over de financiële middelen om iemand te betalen die voor haar moeder zorgt.

Volgende maand is het aan mijn neef en zijn echtgenote om mijn tante op te vangen. De laatste keer dat ze haar thuis opvingen, woog het zwaar op hun gezinsleven. Mijn neefs vrouw wilde immers ook werken in een hotel aan de kust, maar kon dat niet combineren met de zorg voor haar schoonmoeder.

Deze keer gaan ze het anders aanpakken. Ze hebben het huis van tante in het dorp helemaal opgekuist en zullen een vrouw inschakelen die driemaal daags zo ’n twee uren (rond iedere maaltijd) voor haar zal zorgen: voeding, medicijnen, toilet. Kostprijs van de thuiszorg is 500 euro. Een permanente thuisverzorgster zou zo’n 700 euro kosten, maar dat kunnen ze zich niet veroorloven. Mijn neef staat ook in voor de maaltijden van zijn moeder en de thuisverzorgster. ‘We kennen iemand die we vertrouwen, we zien wel hoe het loopt.’ Op deze manier hoopt de vrouw van mijn neef terug te kunnen gaan werken in het hotel tijdens het toeristisch seizoen. En weegt de zorg minder op het gezinsleven.

Bij aankomst in mijn dorp kreeg ik al snel te horen dat een andere neef al zes maanden serieuze gezondheidsproblemen had omwille van suikerziekte met daarbij een wonde aan zijn voet die maar niet genezen wou. Zijn echtgenote was vaag over de precieze toestand. De daarop volgende dagen vertelden familieleden hun versie over de toestand van mijn neef, maar het duurde enkele dagen voor ik werkelijk te weten kwam hoe hij eraan toe was. Ze hadden namelijk een deel van zijn voet moeten amputeren. Ik had het gevoel dat dit onderwerp aankaarten taboe was, dat men het wou ontwijken, er met een boog om ging. Dat men er zich over schaamde, alsof het een straf van God was voor een zonde.

Een andere vrouw in de familie kreeg na het overlijden van haar man steeds meer symptomen van dementie met dwaalgedrag. Op een bepaald moment is ze van de trap gevallen. Haar zoon die een eetcafé uitbaat in het naburig dorp heeft haar in huis genomen en zorgt voor de opvang van zijn moeder die verlamd in bed ligt.

‘Gelukkig zijn er de mijnen’

De belangrijkste onderneming in de regio is de mijn die uit drie vestigingen bestaat. De ontginning van metalen in de regio gaat terug tot meer dan 2500 jaar geleden. Er zijn de traditionele ondergrondse mijnen waar ook mijn vader voor zijn vertrek naar België heeft gewerkt.

Maar enkele jaren geleden is ook een oppervlaktemijn, een zogenaamde open-pit mijn gestart. Wat voor heel wat weerstand zorgde en de lokale gemeenschap in de regio erg verdeelde, zowel de politici als de gewone man. De tegenstanders wijzen op de negatieve impact voor natuur, mens, landbouw en veeteelt in het algemeen en in het bijzonder voor het kusttoerisme en de mensen die ervan leven. Zij hebben met hun protest ook internationaal een zekere aandacht weten te trekken.

De voorstanders wijzen vooral op de extra tewerkstelling -meer dan duizend arbeidsplaatsen- die wordt gecreëerd en stellen dat het niet zo’n vaart gaat lopen, dat er genoeg water is in de regio, dat er afspraken zijn over het gebruik van chemicaliën en dat de ontginning in overeenstemming met de Europese wetgeving verloopt.

Grosso modo kan je stellen dat de mensen aan de kust die van het toerisme leven aangevuld met enkele kleinere groepen, (imkers, kaasmakers en dergelijke) zich tegen de open-pit mijn verzetten, terwijl de mensen in het binnenland grotendeels voorstander zijn.

‘Ik heb dorpelingen ontmoet die wel in de mijn werken, maar beseffen dat de open-pit mijn een aanslag is op mens en milieu’

Alhoewel dat niet absoluut is, ik heb dorpelingen ontmoet die in de mijn werken die beseffen dat de open-pit mijn een aanslag is op mens en milieu, maar er noodgedwongen toch werken. Een heel moeilijke en soms explosieve situatie dus.

Momenteel geeft de centrale overheid geen vergunning voor de volgende fase van de exploitatie van de openpitmijn waardoor de openpitmijn stil ligt. Maar ondertussen zijn er heel wat bomen gekapt, zijn er infrastructuurwerken gebeurd (wegen, elektriciteit, waterleiding, voorbereidende graafwerken, oprichting van gebouwen enz. )waarvoor heel wat dorpelingen er aan de slag gingen.

De mijn heeft een meetinstrument in het dorp geplaatst om de waarden van fijn stof te meten. Weliswaar aan de overkant van de rivier, aan de buitenrand van het dorp. Volgens mijn neef, die vlak bij het meetinstrument woont, liggen de waarden voor fijn stof die hier geregistreerd werden veel hoger dan de toegelaten norm. Hoe hoog liggen de waarden dan midden in het dorp?

Niet iedereen is gelukkig met de ondergrondse mijnen, maar er is minder controverse over en meer draagkracht bij de bevolking.

De realiteit is dat de mijnindustrie de grootste werkgever is in de regio, zeker in het binnenland. Jong en oud kunnen er aan de slag en een inkomen vergaren. Ze weten dat het ongezond en bijwijlen gevaarlijk werken is. En enkele jaren geleden zijn de werkomstandigheden er niet makkelijker op geworden. Ze werken er zeven opeenvolgende dagen, in drie shifts, en hebben dan op recht op twee rustdagen. Een normaal weekend of een vaste vrije zondag bestaan niet. Dit is het systeem waarbinnen je functioneert. Ben je niet tevreden dan staan er anderen in de rij die je plaats willen innemen. Dit heeft serieuze gevolgen op je gezondheid en op je sociale leven. Maar wat is het alternatief?

Generatiemigratie

Je kan de crisis ook ontvluchten door te migreren, maar die migratie heeft vele gezichten. Enkele verhalen die ik oppikte bij familieleden.

Mijn vader vertrok samen met andere familieleden in de jaren ‘50 naar België om in de Limburgse steenkoolmijnen te werken. Korte tijd later kwamen ook hun echtgenotes en kinderen over. Ik woon nog steeds in België, na meer dan 60 jaar. Twee nichten echter, die ook in de Limburg opgroeiden, remigreerden in de betere jaren ‘90 met hun Griekse echtgenoten naar Griekenland dat ze enkel kenden van de vakanties en bouwden er verder hun leven uit. Door de crisis zijn hún twee kinderen recent terug naar België vertrokken, huwden er met Grieken van de derde generatie en willen nu hun leven verder uitbouwen in België. Migratie over drie generaties.

Stamatis (50) en Damaskinos (52) zijn twee broers uit het dorp die beiden in de mijnen in de omgeving werken. De jongste is alleenstaande en woont in bij zijn oude moeder. Deze situatie komt sinds de crisis wel meer voor in het dorp dat kinderen lang(er)in het ouderlijk huis blijven wonen. In betere tijden vervoerde Stamatis met een vrachtwagen vlees in Griekenland. Enkele jaren geleden beproefde hij zijn geluk in Duitsland, maar kon er niet aarden en keerde terug naar het dorp. Gelukkig was de mijn er nog.

Damaskinos heeft in de houtkap gewerkt, als kok in een klooster en emigreerde toen voor enkele jaren naar Duitsland. Maar ook hij kwam terug naar het dorp, opende een café dat echter niet leefbaar bleek en kwam uiteindelijk ook in de mijn terecht. Hij woont nu met zijn gezin in zijn eigen huis in het dorp.

Een ander familielid vertelde over haar jongste dochter die vrij recent in het onderwijs aan de slag ging in een naburig dorp. De tweede dochter woont in de grote stad en kan als zelfstandige binnenhuisarchitecte moeilijk de rekeningen betalen. Gelukkig kent ze een bevriende architecte die haar wat opdrachten bezorgt, want voor de rest is het armoede troef. Veel bouwen zit er in deze tijden niet in.

‘De zoon van mijn zus gaat binnenkort in Tsjechië werken’, vertelde een neef mij. ‘In Tsjechië?’, keek ik verbaasd op. Dat was de eerste keer dat ik over dat land als migratieland hoorde. ‘Ja , een Griekse kennis is er een elektriciteitswinkel begonnen en hij kan er aan de slag.’ Zo is dat gegaan.

Een andere nicht woont sinds 2 jaar met haar echtgenoot in Schotland. Geen evidente stap voor een Griekse om naar het kille Noorden in Groot-Brittanië te verhuizen. Australië, dat deels een vergelijkbaar Grieks klimaat heeft en waar een grote gemeenschap met Griekse roots leeft, is vooral in trek, en in de tweede plaats Duitsland en België. Maar Schotland? ‘Het was toeval’, vertelt de moeder. ‘Via zijn studies had haar echtgenoot daar contacten en kon hij er op zijn niveau beginnen werken. Ook zij is er aan de slag, weliswaar niet op haar niveau, maar je kan niet alles hebben, toch? Zij hebben hun kans gegrepen.’

Gepelde okkernoten, staatsexamens en een rookverbod

Op een dag stootte ik op een oud vrouwtje die in haar hof met een hamer okkernoten brak op een groot blok hout en deze verder pelde. ‘Een mooie oogst is dat’, opende ik het gesprek. ‘Ja maar, dat is niet voor mij. Ik verkoop de gepelde noten, aan 12 euro de kilo’, vertelde ze. ‘De mensen willen ze gepeld.’ Een vriend vertelde me later dat de mensen alleen gepelde okkernoten kopen: zo zijn ze zeker van de kwaliteit. Van een niet-gepelde noot weet je immers niet hoe de inhoud eruit ziet.

Enkele dagen later ontmoette ik haar opnieuw aan haar eenvoudig standje met een weegschaal en zakjes op de wekelijkse marktdag. Ze probeerde het gezinsbudget wat op te krikken met gepelde noten van de notenboom op haar erf. Ik had thuis nog okkernoten liggen, maar kon niet aan de verleiding weerstaan om toch nog wat noten te kopen. Zulke situaties laten je niet koud.

Een neef heeft drie dochters die ondertussen zijn afgestudeerd. De eerste dochter vond een job als verpleegkundige in een privé-revalidatiecentrum in de tweede grootste stad van Griekenland. Ondertussen is ze diensthoofd en verdient ze maandelijks 700 euro. In de stad moet ze, in tegenstelling tot in het dorp, wel huur betalen voor haar appartement.

‘Veel mensen hier hebben weinig scholing gehad, we staan achter, we zijn van veel zaken niet op de hoogte’

De tweede dochter verdient aardig wat geld (het dubbele) door bijlessen te geven aan jongeren om hen voor te bereiden op het staatsexamen dat toegang geeft tot het hoger onderwijs. Zonder deze bijkomend privé-lessen is het moeilijk te slagen voor het staatsexamen. Gelukkig zijn haar eerste leerlingen geslaagd, heeft ze nu een goede reputatie en wordt ze veel gevraagd.

Ze rijdt heel wat kronkelige kilometers af in deze heuvelachtige streek want haar actieradius bedraagt 60 km. Ze woont met haar verloofde in een ander dorp op 15 km van het ouderlijk huis en onderzoekt nu of ze een apart deel van het huis van haar ouders kan omvormen tot een aangepast klaslokaal zodat de leerlingen bij haar kunnen komen. En hoe ze dan als zelfstandige dit administratief in goede banen kan leiden. Dat is haar project.

Op een avond kwam ik mijn tweede neef tegen die een dorpscafé openhoudt. Hij vertelde me opgewonden en kordaat: ‘Het is beslist. Er mag niet meer gerookt worden in het café. Dat heb ik vanavond ook tegen de klanten gezegd. En ik blijf erbij. Dat is trouwens al een hele poos de wet. Dat de klanten zich maar aanpassen.’ ‘En jij zelf dan?’, vroeg ik omdat ik hem vroeger kende als roker.

‘Ik ben 20 jaar geleden gestopt met roken. Dat besloot ik na een bedrijfsonderzoek van de mijn. Ze stelden vast dat mijn cholesterolniveau op 320 stond (200 is de kritische norm). En aangezien er een familiale belasting was, mijn vader stierf op zijn 56ste, ben ik toen gestopt met roken. En om de twee dagen ga ik twee uur lopen in de bergen. Veel mensen hier hebben weinig scholing gehad, we staan achter, we zijn van veel zaken niet op de hoogte, we geloven de “praatjes” die de ronde doen. Ik wou er iets aan doen.’

Etherische olie

De reden voor dit herfstbezoek in mijn dorp was een erfeniskwestie na het overlijden van mijn ouders. Met de kinderen willen we van de twee miniscule bouwpercelen en enkele landbouwpercelen die door mijn vader voor een symbolisch bedrag aan een landbouwer werden verhuurd van de hand doen. Maar dat blijkt geen eenvoudige opdracht. Ik vond geen kopers, op een klein stukje bouwgrond na dat aansloot bij een perceel van een familielid.

De prijzen zijn door de crisis spectaculair ingestort. Iedereen vertelde mij dat het een kwestie is van vraag en aanbod. Bij een rondvraag over landbouwgrond werden prijzen tussen 200 en 500 euro per 1000 vierkante meter genoemd. Maar niemand die het kon kopen. Voor huren was er wel interesse: hier werd steeds dezelfde prijs vermeld: 10 euro per jaar voor hetzelfde oppervlak. Er is me aangeraden om nu niet te verkopen, je krijgt er amper iets voor. Maar niemand weet of en wanneer er beterschap zal zijn.

De enige die interesse toonde voor onze percelen was een buurman. Hij deed een bod. Na kerst konden we het er verder over hebben. Hij heeft een bedrijfje en produceert etherische oliën. ‘’t Is iemand van de schoonfamilie’, was er mij verteld een ‘aangetrouwde’ met iemand van het dorp. Ik hoorde zijn boeiende verhaal.

‘Toen ik via mijn vrouw in dit dorp terecht kwam, stelde ik me de vraag: hoe kan ik hier mijn boterham verdienen? Fabrieken waren er niet. Wat wel voorhanden was zijn gronden. Wat kan ik met die gronden doen, vroeg ik mij af. Ik had ervoor op internationale wateren gevaren en een brede blik op de wereld.’

Zo is hij begonnen met het cultiveren van planten en het distilleren van etherische oliën. Niet dat het gemakkelijk ging. ‘Ik heb veel fouten gemaakt. Ik heb veel moeten leren. Ik was de eerste in Griekenland op dit terrein.’ Maar ondertussen produceert hij meerdere etherische oliën en heeft hij een website in het Grieks, Duits, Engels en Russisch. Zijn dochter specialiseert zich momenteel in haar studies in het onderwerp. Ze hoopt een meerwaarde toe te voegen aan het bedrijf dat haar vader begon.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift