Brief aan wie Herbert Anaya Sanabria heeft vermoord

Mijnheer de folteraar en mijnheer de moordenaar, In de hoop dat al uw taken … of wat u vandaag de dag ook doet, u meer voldoening schenken dan die u had in het verleden; in de hoop dat u ondertussen geleerd heeft dat de spoken niet in de gevangenis zitten, maar in de zwarte cel van ons geweten en dat de rechtspraak door onze interne rechter gedaan wordt en waar we niet aan kunnen ontsnappen; in ieder geval in de hoop dat het nu goed met u gaat zodat u tenminste deze brief kunt lezen.
Op de eerste plaats wil ik u mijn verontschuldigingen aanbieden dat ik me tot u richt via deze onpersoonlijke weg, maar u zult begrijpen dat de geschiedenis, de leugens, de schrik en vooral de amnestiewet mij nog niet toelieten u te kennen om deze vragen te stellen en ook geen effectieve weg naar de verzoening toegelaten hebben. Men spreekt veel over verzoening in ons land, maar we hebben weinig “experts” op dit gebied.

Ik moet het toegeven, dat wordt een rare brief, want we kennen mekaar niet direct. U heeft mij wel eens gezien, zij het voor enkele seconden. Misschien ben ik u zelfs niet eens opgevallen of merkte u mijn broers en zussen niet eens op. Ondanks dat ik dus in het nadeel ben wil ik u toch zeggen dat, zelfs als ik u niet persoonlijk ken, u een geweldige impact op mijn leven heeft gehad, niet alleen, mijnheer de folteraar, omdat u het was die het lichaam en de ziel van mijn vader Herbert Ernesto Anaya Sanabria, in het gebouw van de Politie van Financiën (la Policía de Hacienda) in mei 1986, gefolterd heeft.
Misschien kende u hem wel onder zijn schuilnaam Jacinto Morales, herinnert u zich hem nog?, goed, ik in ieder geval wel en dat is belangrijk (anders was ik u niet aan het schrijven). Ook u, mijnheer de moordenaar omdat u..mmm…hoe moet ik het zeggen, mijn vader vol schoot met kogels die 26ste oktober 1987, zodat de ziel van mijn vader zich kon uitstrekken over de hele wereld, in elke protestaktie tegen de schending van de mensenrechten… of beter nog, volgens uw símpele geest dacht u dat u zijn aanklagende stem het zwijgen kon opleggen door zijn lichaam te doden.

Maar goed, in ieder geval wilde ik u een paar vragen stellen nu er meer dan 20 jaar voorbij zijn sinds Herbert gefolterd en vermoord werd. Het is nu pas dat ik me rekenschap geef van een heel belangrijke situatie: mijn hopeloze inspanningen om het leven van mijn vader te reconstrueren, door middel van velen die hem kenden. Ik moet u bekennen dat het leven van mijn vader niet volledig verteld is, zonder het getuigenis van degene die hem folterde en die hem vermoorde. Jammer genoeg bent u het die een nauwe band met hem hebben, want door wat u deed heeft u een soort navelstreng gecreëerd die u tot de dag van uw dood aan de geschiedenis van mijn vader verbindt, ook al wilt u het niet.

Ik ben eigenlijk onbeleefd want ik heb u niet verteld hoe wij ons voelden na de folteringen en de moord; samengevat kan ik zeggen dat het ons goed gaat. We proberen niet alleen het leven van Herbert te reconstrueren, maar ook dat van ons heldenvolk. U dacht dat u onze rebellen spirit kon breken, u dacht dat door hem te vermoorden wij de strijd zouden opgeven, dat u ons een lesje zou geven. We hebben de les inderdaad geleerd, maar omgekeerd. Onze kinderogen toen kenden geen vrees, wel bewondering voor de onverschrokkenheid, niet alleen van Herbert, maar van allen die de strijd hebben verder gezet, ondanks de schrik.

Ik vertel u over het “daarna…”, want over zijn leven was u goed geïnformeerd, tenminste in uw beperkte hersenen dacht u dat. U wist waar hij woonde, met wie hij sprak, u kende zijn vrouw Mirna, u kende de namen van al mijn broers en zussen, met wie hij werkte, enz…maar u begreep zijn denken niet, vanwaar hij als mens kwam, niet als vijand die u van hem probeerde te maken. U dacht dat u door hem te breken, de strijd zou breken. Maar de strijd werd er alleen maar groter door. De strijd om het volk te bevrijden van de onderdrukking.

Vele jaren later, mijnheer de folteraar, hebben we details gehoord over de manier waarop u, hopeloos, probeerde het geweten van Herbert te ontwapenen. U probeerde zijn gezond verstand kapot te maken en hoopte dat hij zijn principes en zijn volk zou verraden. U bood hem geld aan, u ontnam zijn slaap, u sloeg hem en zelfs drogeerde u zijn lichaam om in zijn ziel te kunnen komen en die te doden.

Ik vraag u of u na zovele jaren begrepen hebt wie er in feite gefolterd werd. Of u begrepen hebt dat uw veelvuldige en goed ontwikkelde folter technieken om vingernagels en beenderen te breken, om pijn aan het menselijk lichaam toe te brengen… nooit kunnen komen tot wat voor u onverstaanbaar is en dat heet: het geweten en liefde voor de waarheid

Ik vraag me af, mijnheer de folteraar, of u begrepen hebt dat er een nog donkerder en angstaanjagende cel is die alleen maar bestaat binnen ieder mens. Die cel kan alleen geopend worden met EEN SLEUTEL die u heeft en die heet: “kwaadaardigheid”, dit wat opent als de mensen doen wat u deed met mijn vader en met duizenden salvadoranen. Dus bent u in feite uw eigen folteraar, uw eigen rechter, uw eigen pastoor die u vergeeft van de zonde. Er is nog een andere kamer in ieder mens en waar niemand in komt, behalve wijzelf. Een kamer waarvan we de sleutel hebben als ons lichaam de fysieke of psychologische pijn niet meer verdraagt, dan komen we binnen in die kamer van vrede en rust waar de meest professionele folteraar nooit kan binnen komen; dat heet liefde voor je volk en verraad past daar niet bij.

Weet u ondertussen dat het historisch geheugen niet door een decreet weggeveegd kan worden? En zeker niet in een samenleving als de onze, met generaties van zoveel oorlogskinderen, met de namen van onze doden op onze rug, maar niet de namen van de verantwoordelijken. Ik vraag u. Wie zijn de slachtoffers en wie de daders?

Wij zijn degenen die leerden huilen om het onrecht om het niet te vergeten. Met liefde etsen we hun namen in de geschiedenis voor de eeuwigheid. Of bent u het die, bij gebrek aan rechtvaardigheid, steeds huilt omwille van de interne spookbeelden en omdat uw namen gedoemd zijn om vergeten te worden, want ze vallen in de droge harten van “het niets”, van niemand die uw naam nog eens wil uitspreken, tenzij wij het doen, niet uit liefde maar omwille van de rechtvaardigheid.

Wie is gebroken door de martelingen? Degene die nooit verraden heeft of degene die tot op vandaag niet kan genieten van de geur van onschuld omdat hij alleen maar bloed en stront kan ruiken? Wie is in werkelijkheid gestorven? We zijn nu met duizenden die het voorbeeld volgen van wie u heeft willen uit de weg ruimen. Wie heeft u vermoord? Degene die u fysisch het zwijgen hebt opgelegd? Die we niet meer kunnen zien of omhelzen, maar wiens stem zich herhaalt in iedere aanklacht, in iedere traan om de herinnering, in iedere schaterlach omwille van wat hij deed en in iedere opeengestapelde sterkte in de strijd om rechtvaardigheid.

Wie rust er in vrede, heren? U beseft dat de justitie traag is, maar zeker. Dat de straffeloosheid niet eeuwig zal duren in onze maatschappij die de solidaritiet en de rechtvaardigheid zal globaliseren. Vraag het maar aan de generaals die net veroordeeld zijn wegens misdaden tegen de mensheid, Nicolás Carranza, Eugenio Vides Casanova en José Guillermo García. Niet veroordeeld door onze rechtbanken, maar door die van het land dat u geleerd heeft hoe te martelenen en te moorden.

Verraad oogst verraad, heren!

Mijn landje is niet meer het landgoed van de grootgrondbezitters. Wees bezorgd, jullie die getraind zijn door het imperium om de gendarmes van een bloedregime te zijn. Zij die de harde hand eisen tegen de misdadigers, vragen amnestie voor wie volkeren hebben uitgemoord en voor folteraars.

Ik zou willen dat u vanavond hier bent en de gezichten kunt zien van de jongeren die de fakkel van de weerstand overnemen. De fakkel is van generatie tot generatie doorgegeven gedurende meer dan 500 jaar. U probeerde die te doven door duizenden te martelen en te vermoorden, door een heel volk de schrik aan te jagen. Maar wij die hier zijn vanavond hebben begrepen dat mensenrechten verdedigen geen kleur heeft. Het heeft alleen een geschiedenis van zweet en bloed. De verdediging van de mensenrechten is een strijd van miljoenen jaren, vooraleer er over geschreven werd. Maar het is niet omdat er niet over geschreven werd dat het een dode letter is. We blijven eisen dat de mensenrechten nageleefd worden en we blijven degenen aanklagen die ze schenden, het maakt niet uit wie u bent.

Zie dit niet als een persoonlijke wraakneming, hoewel ik u niet in de ogen kan kijken om u te vergeven. Ik zou het eerst moeten kunnen uitschreeuwen om ieder restje van wrok voor uw daden uit te zuiveren. Daar zit de sleutel die de spiraal van geweld kan doorbreken. Ik voel me tevreden te weten dat, als wij hier met zijn allen er fysiek niet meer zullen zijn en naar moeder aarde zijn teruggekeerd, dat we dan als mest zullen dienen voor de gewijde planten die nieuw leven zullen geven, Wij zijn de mest van de hoop.

En dat is precies wat u niet kunt verstaan, namelijk dat we “niet aan onszelf toebehoren”. Met hart en ziel geven we ons voor de anderen die we beminnen. Dat is een groot voordeel: we zijn een met de anderen. Onze pijn en onze smarten delen we, zo ook onze vreugde en triomfen. In dit stadium is het lichaam niet meer echt belangrijk want fysiek ben je niet wie je bent. Je bent iedereen. Nu kunt u misschien begrijpen dat het leven van mijn vader niet verteld kan worden zonder u, mijnheer de folteraar en mijnheer de moordenaar, want u bent een deel van wie Herbert Anaya nu is. Voor ons die geleerd hebben te vergeven om niet te vergeten is dit geen probleem. Maar voor wie wil vergeten om in de vergetelheid te geraken, is het mogelijk dat mijn brief niet echt welkom is. Ik dacht simpelweg dat u dit toch moest weten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift