Gepalaver

De Haïtiaanse cultuur is een zeer orale cultuur. Vandaar waarschijnlijk dat een babbelkous als ik zich hier zo goed op z’n gemak voelt ;-)
GSM-firma’s doen gouden zaken. Digicel, Voilà en Haitel strijden om de meeste telefoonzieltjes en de mobieltjes gaan hier als zoete broodjes over de toonbank. Iemand met iets of wat status heeft er een drietal, want er is altijd wel eentje die niet werkt of geen bereik heeft. Ook hier komen de kinderen en jongeren hiermee op zak naar de Kiwo. De kwaliteit laat vaak te wensen over zodat je regelmatig iemand zijn GSM afwisselend aan zijn oor en aan zijn mond ziet houden. Dat zorgt dan voor een grappig tafereeltje.

Raadseltjes


‘s Avonds zitten de kinderen graag samen om moppen te vertellen en elkaar raadseltjes voor te leggen. De oudere mensen dreigden vroeger weleens dat hun moeder zou sterven, als ze overdag een mop zouden vertellen. Dat was iets voor ‘s avonds, na het werken, na het studeren. Vandaag de dag dreigt de televisie deze gewoonte hier in de stad te verdringen.
Een van de kinderen zegt “Krik”, alle anderen antwoorden met “Krak”, dan wordt het stil en volgt het raadseltje:
1) Anwo m chèch, anba m mouye. (Vanboven ben ik droog, beneden nat.)
2) Manman gen de pitit. Tout jounen tout nan nwit y ap goumen, y ap batay. (Mijn moeder heeft twee kinderen. De hele dag en nacht vechten ze.)
3) M se yon gwo pyebwa, m fleri nan nwit sèlman. (Ik ben een grote boom, ik bloei enkel ‘s nachts.)
4) Papa m gen yon ti chwal, pou li sele l, se pou l met de dwèt nan dèyè l. (Mijn papa heeft een paardje, om ermee te vertekken (om hem te zadelen), moet hij zijn twee vingers in zijn achterwerk steken.)
5) Moun ki fè l, li vann li. Moun ki achte l la, li pa bezwen l. Moun ki sèvi avè l la, li pa konnen l. (Degene die het maakt, verkoopt het. Degene die het koopt, heeft het niet nodig. Degene die het gebruikt, weet het niet.
6) De kalite wonm nan yon sèl boutèy. (Twee verschillende soorten rum in één flesje.)
7) Yo mòde m nan pye, m bay san nan tèt. (Ze bijten me in mijn voeten en ik bloed aan mijn hoofd)
1) Kaka bèf (Koeienvlaai)
2) Lanmè ak lakòt (Kust en het strand)
3) Syèl ki plen zetwal (Hemel vol sterren)
4) Sizo (Schaar)
5) Serkèy (Doodskist)
6) Ze (Ei)
7) Sigarèt
Het mag dan een erg orale cultuur zijn, maar roken zie je hier toch heel weinig. Een te dure gewoonte? In ieder geval een gewoonte die de prachtige tandpastareclame-achtige glimlach van de meesten hier geen deugd zou doen!

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Lies werkt in Haïti via Broederlijk Delen bij hun partnerorganisatie RNDDH, het Nationaal Netwerk voor de Verdediging van de Mensenrechten.