Het verloren Abchazisch paradijs

Begin de jaren ‘90 scheidde Abchazië zich af van Georgië, met een bloedige oorlog tot gevolg die in 2008 heropflakkerde. Dit bracht een grote vluchteligenstroom op gang van etnische Georgiërs. In Georgië wordt de regio als een groot gemis ervaren waar met veel heimwee over gesproken wordt. Ondertussen worden ook meer en meer vragen gesteld bij de Russische invloed en de mate van onafhankelijkheid. Om meer duidelijkheid te krijgen bracht ik een bezoek aan Abchazië.

De val van de Sovjet-Unie leidde tot een burgeroorlog in Georgië. In 1992 scheurde Abchazië zich met Russische steun van Georgië af. Honderdduizenden etnische Georgiërs ontvluchtten hun dorpen en kwamen in, vaak erbarmelijke, opvangkampen terecht verspreid over Georgië. Door een moeizaam vredesproces vanaf 1994 en een nieuwe oorlog in 2008 verblijven velen van hen daar nog altijd, terwijl de kansen op terugkeer afnemen. Anderen zijn geïntegreerd in de maatschappij, zo zijn er in de NGO sector verschillende ontheemden en kinderen van ontheemden actief. Allen kennen wel de geruchten dat hun huizen platgebrand zouden zijn of door Abchazen bewoond worden en dat hun velden door Russen opgekocht worden die er druiven, thee en citrusvruchten op verbouwen, maar aangezien ze hun geboorteland niet meer in mogen blijft het vaak gissen.

In Georgië wordt Abchazië als een groot gemis ervaren. Er wordt met heimwee over gesproken, niet enkel door de ontheemden maar ook andere Georgiërs die de periode voor 1992 meemaakten houden vaak goede herinneringen over aan hun vakanties aan de stranden en in de bergen van Abchazië, die niet voor niets ook vaak door de Sovjetleiders als vakantiebestemming werden gekozen. Aan de Georgische kust zijn momenteel talrijke bouwwerken aan de gang waar nieuwe hotels, parken, etc. de armoedige dorpjes verdringen en een toekomstperspectief moeten bieden, maar het warmere subtropische Abchazië zullen ze niet kunnen vervangen.

In de propagandaoorlog tussen Georgië en Rusland wordt Abchazië in de Georgische media afgeschreven als een schim van wat het geweest is met verlaten dorpen, kapotte wegen en ruïnes tussen de palmbomen. Bovendien kunnen Georgische journalisten Abchazië niet in om berichten te verifiëren. De meeste Georgiërs hebben daardoor een eenzijdig idee van wat er in Abchazië aan de gang is.

Vandaar dat mijn nieuwsgierigheid groeide en ik besliste om zelf een kijkje te gaan nemen. Voor buitenlanders is het niet erg moeilijk om een visum te bemachtigen. Toch zijn bezoeken heel beperkt aangezien behalve Nicaragua, Venezuela, Rusland en twee kleine eilandstaatjes geen enkele staat de republiek Abchazië erkent en er dus ook niet gerekend kan worden op consulaire bijstand en dergelijke.

Bij het oversteken van de kilometerslange grens nabij Zugdidi valt mij meteen de Russische vlag op die in de verte wappert, van een Abchazische vlag is daarentegen niets te bespeuren. Ik denk aan de negatieve verhalen over het gedrag van de Russische soldaten die de grens bewaken. Dat blijkt echter heel goed mee te vallen, de soldaten gedragen zich heel correct en er kunnen zelfs enkele grapjes vanaf over hoe saai hun job wel is en hoe ze liever met ons zouden meereizen. Bij het binnenwandelen kondigt een groot bord de Abchazische republiek aan.

Mijn eerste indrukken van Abchazië zijn  inderdaad die van een ‘land’ in verval. Van de grens tot de eerste stad, Gal, gaat de marsjroetka (taxi-minibus) heel moeizaam vooruit over de compleet kapotte weg. Bij het binnenrijden van de stad zie ik heel veel leegstand en vervallen huizen waarvan vaak muren en daken ontbreken. Om verder te reizen naar de hoofdstad Sokhumi nemen we een taxi. De chauffeur vertelt verontschuldigend dat de wegen heel slecht zijn, maar voegt er optimistisch aan toe dat eraan gewerkt wordt. Enkele kilometers verder passeren we inderdaad enkele wegenwerkers die de weg aan het herasfalteren zijn. En hoe dichter we de hoofdstad naderen, hoe beter de wegen er bij liggen.

In tegenstelling tot de steden die we tot dan toe passeerden maakt hoofdstad Sokhumi een gezellige indruk. Al contrasteren de parken en botanische tuinen, de gerestaureerde gebouwen en de dijk vol terrasjes met de iets verder gelegen straten waar vele huizen  met kogelgaten in de muren blijven leegstaan. Bij het bekijken van één van die huizen komt het buurjongetje ons vertellen dat er in dit huis 3 mensen gestorven zijn in 2008. De Abchazen en Russische toeristen die op de dijk kuieren en in de restaurantjes genieten van de Abchazische keuken, waarvan trouwens naar onze indruk enkel de namen afwijken van de Georgische, laten dat hun vakantie niet verpesten.

Bij het verlaten van Sokhumi in noordelijke richting, richting Rusland dus (Sotchi, de stad waar de Olympische spelen in 2014 worden georganiseerd licht op minder dan 100km en vlak aan de Abchazische grens),  is er van verval nog nauwelijks sprake. Splinternieuwe wegen slingeren door het prachtige landschap. We passeren langs gezellige kustdorpjes als Novy Afon, nu en dan een wijngaard en zien in de verte de toppen van het Kaukasusgebergte.

Twee Abchazen en een Rus nemen ons met hun auto mee naar het Richa meer in dat gebergte. Samen hebben ze net enkele ondernemingen opgestart met o.a. een wijnmakerij, enkele restaurants en een toeristenwinkel. Net zoals verschillende andere ondernemers doen ze daarbij beroep op Oezbeekse gastarbeiders. Als ze horen dat we in Georgië wonen is hun reactie opvallend rustig. Andere Abchazen hadden ons daarop vreemd aangekeken, al waren de reacties nooit agressief. Eerst lachen ze dat we wellicht spionnen van president Saakashvili zijn. Daarna worden ze serieuzer en vertellen dat ze wel achter een onafhankelijk Abchazië staan, maar de oorlog nooit gewild hebben. Hoewel één van de mannen een broer verloor in de oorlog zegt hij dat hij de Georgiërs ziet als een broedervolk, en dat hij hoopt dat ze snel zullen kunnen samenleven in vrede. Als ik hem later wijs op de grote Russische invloed in Abchazië reageert hij een beetje gepikeerd dat Abchazië echt wel een eigen land is, met een eigen taal en een eigen cultuur.

Nochtans is de Russische invloed niet enkel aan de grens voelbaar. Russisch is de meest gesproken taal. Het wordt gesproken op straat, in cafés en zelfs tussen de werknemers van het ministerie van buitenlandse zaken waar we ons visum afhalen. Er is ook geen Abchazische munt, de roebel is het officiële betalingsmiddel. En als we op het strand liggen zien we de Russische oorlogsschepen passeren die de zeegrens bewaken.

In Abchazië zijn er geregeld grote borden te vinden langs de weg. Meestal met afbeeldingen van de Abchazische vlag en de –ondertussen pas overleden- president Bagapsch. In de stad Otchamchira valt mij het grote bord op waarop de Abchazische president  de hand van de Russische president Medvedev schudt. Op een dansoptreden waarop we toevallig terechtkomen worden de Russische, Zuid-Ossetische en Abchazische vlag met gejuich onthaald door het publiek. 

Voor we terug de grens oversteken gaan we op zoek naar het huis van een ontheemde Georgische vriend. Tijdens de oorlog van 1992 is hij er samen met zijn familie weggevlucht, door de bergen naar Georgië. Nu woont hij in Tbilisi. Sinds de oorlog van 2008 is het onmogelijk voor hen om terug te keren. Ze weten dus niet wat er met hun huis gebeurd is, en de hele familie zou verheugd zijn met een foto. Het huis ligt even buiten de stad. We kunnen het makkelijk vinden, en zijn blij dat we de weg niet moeten vragen, want dan zouden we wellicht enkele achterdochtige vragen moeten beantwoorden. Het huis is goed onderhouden, ook de tuin ligt er netjes bij. Het huis ernaast, ooit van de buurman van onze vriend, is daarentegen in een ruïne veranderd. We nemen snel enkele foto’s die bij het gezin in Tbilisi enthousiast onthaald zullen worden.

Abchazië lijkt dus op het eerste zicht behoorlijk hersteld van de oorlogen, al verschilt dat sterk per regio. Tussen de hoofdstad en de Russische grens wordt duidelijk op toerisme gemikt. De Abchazische industrie kan er ook meeprofiteren van de voorbereidingen die worden getroffen voor de winterspelen in Sotchi. Er kunnen echter vragen worden gesteld bij de mate van russificatie. In de enkele dagen die ik in Abchazië verbleef waren het Russische soldaten die mijn pasport controleerden, betaalde ik met Russische roebels, zag ik busjes vol Russische –en enkel Russische- toeristen, ontmoette ik Russen die in Abchazië wonen en werken, zag ik Russische oorlogsschepen voor de kust en hadden de helft van de wagens die ik passeerde een Russische nummerplaat. De stemmen die beweren dat Rusland mikt op annexatie van Abchazië komen niet uit de lucht gevallen. Was het zulke onafhankelijkheid waar Abchazië op gerekend had?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Harm Deleu werkt in Georgië als vrijwilliger voor de Academy for Peace and Development, een organisatie die zich richt op de integratie van ontheemden uit Abchazië en Zuid-Ossetië.