Herstelcultuur

Spitstechnologie en Afrika gaan maar moeilijk samen. Of toch?

Ik zag het al een tijdje aankomen. Hoewel mijn laptop nog maar twee jaar oud is, begon hij het ene na het andere symptoom te vertonen dat zijn einde nabij was. En dan heb ik het niet over het kwart van de toetsen dat intussen onleesbaar is geworden door mijn zweetvingers. Ook niet over de sleet- en schuurplekken op de buitenkant. Het zat wel degelijk vanbinnen.

Wat wil je: steeds mee de baan op, duizenden kilometer op Congolese wegen. Hoe hard ik ook probeer hem aan een zetelleuning te hangen of op schoot te houden, de schokken raken alles wat zich in de wagen bevindt. Een delicaat mechanisme als het binnenste van een laptop moet daar onvermijdelijk serieus onder lijden.

En dan heb je de lucht in de steden. Honderdduizend hout- en houtskoolvuren, honderden dieselgeneratoren van wijkgroepjes van burgers die ’s avonds nog bij wat licht willen genieten of hun kinderen willen laten studeren. Reken daarbij ook de onverharde wegen waar men steeds maar nieuwe kleigrond op gooit om de snel terugkerende gaten op te vullen: na twee dagen zonder regen waait het fijne kleistof hoog op en dringt alles en overal binnen. Ook in het koelsysteem van een laptop. Heel frequent moet ik het ventilatorhokje leegblazen. Het fijne stof dat aangezogen wordt en zich binnenin afzet bemoeilijkt zelfs de afkoeling zodat de ventilator geregeld over zijn toeren gaat.

Wegwerpmaatschappij

Toen ik in december in België was heb ik mijn computer laten nakijken, uit vrees er plotseling zonder te vallen in Congo. Dat zou een ramp zijn. Hier kan je wel nieuwe computers kopen, maar het zijn chinoiserieën en ze hebben allemaal een Qwerty-klavier, waarop de Congolezen dan het Azerty-toetsenbord programmeren om Franse letters met accenten te kunnen intikken. Zij kennen het Azerty-toetsenbord uit het hoofd. Ik word er gek van als ik dat probeer.

De computerman schudde meewarig het hoofd. “Niets meer mee aan te vangen. Volledig versleten. Ik weet niet wat u daarmee heeft aangericht, maar ik kan u alleen maar aanraden zo snel mogelijk een nieuwe computer aan te schaffen. “

“Kunt u me dat op papier zetten?”, had ik nog gevraagd. Ik kon altijd proberen de conclusie van zijn analyse aan mijn werkgever te tonen in de hoop dat deze, in het belang van het werk, snel voor een nieuwe zou zorgen. Maar toen die de datum op de aankoopfactuur van mijn laptop zag, was er niet veel enthousiasme voor dat voorstel.

Ook al begon de ventilator in verschillende standen steeds engere geluiden te maken, al liep de temperatuur geregeld zo hoog op dat de ventilator geen soelaas meer bood en de beveiliging de computer afsloot om hitteschade te voorkomen, toch besloot ik het risico te nemen er nog terug mee te vertrekken en er nog een jaar verder mee te werken.

Gelaten

Gisteravond gebeurde het dan. Ik had nog een skype-afspraak, moest nog een verslag opstellen en drie dringende mailtjes beantwoorden, maar plotseling bevroor de cursor op het scherm, en ik kreeg er geen beweging meer in. Zelfs ctrl-alt-del had geen enkel effect. Bleef enkel de harde shut down over (de aan-knop tien seconden lang ingedrukt houden). Dat lukte wel. Maar toen ik de machine opnieuw probeerde op te starten bleef het scherm zwart. Enkel het ledlampje van de harde schrijf lichtte heel even twee seconden op om verder volledig zwart te blijven. En na 13 seconden (ik heb ze geteld) begon de ventilator op volle kracht te blazen, ook al voelde de computer niet oververhit aan.

Het spookte in mijn laptop. Ik maakte mezelf wijs dat hij bij de tweede poging wel zou opstarten. Helaas. Na wat zo ongeveer de dertigste poging moet zijn geweest gaf ik het op. Ik voelde me merkwaardig gelaten. Ik had het me anders voorgesteld. Hoe ik briesend de hotelkamer zou rondtollen, mijn hoofdharen in beide handen geklemd. Hoe ik zou uitroepen zonder dat iemand het hoorde: “wat moet ik nu in godsnaam aanvangen? Onmogelijk om mijn werk nog te doen!”.

Niets daarvan. Het voelde aan als een lichaamsuittreding. Ik aanschouwde mezelf in die hotelkamer in Bukavu. Toen ik 26 jaar geleden voor het eerst in Congo kwam had ik ook geen computer. Zelfs de mobiele telefonie bestond toen nog niet. In die tijd doken we Congo in, om na enkele weken radiostilte weer boven water te komen. Het was de tijd dat er in heel Butembo slechts één faxmachine was, en dat het 50$ kostte om één blad door te faxen. En we hebben toen toch ook kunnen werken? “Laat ik maar eens vroeg tussen de lakens kruipen”, besloot ik, en ik kon de slaap bevreemdend snel vatten.

Precisieschroevendraaier

De ochtend erop, vroeger wakker dan anders, sloeg de technologieverslaafdheid evenwel snel en bikkelhard toe. Elke keer als de ventilator na 13 seconden opnieuw begon te blazen, keek ik naar het plafond, een alsmaar diepere zucht slakend. Maar dat haalde vanzelfsprekend niet veel uit.

Aan het ontbijt kreeg ik een telefoontje van mijn collega Pierre, die mijn noodkreet loud and clear had opgevangen. Hij had me een reparateur gestuurd. Hij zou eens naar mijn laptop kijken.

Ik had zelfs de tijd niet om mijn mobieltje terug op zak te steken, of een jongeman in T-shirt met een zwarte rugzak maakte zich bekend als de computerreparateur. Onze chauffeur Raphael had hem tot aan het hotel gebracht. Hij was een student nog, maar kende toch wel iets van computers, verzekerde Raph me.

Terwijl ik mijn omelet naar binnen werkte hield ik de knaap nauwgezet in de gaten. Hij haalde een setje precisieschroevendraaiers boven, en begon de ene na de andere uit te proberen op de schroeven van mijn laptop. Zonder veel succes. Toen ik hem zag sukkelen bij zijn pogingen om de batterij eruit te halen, heb  ik hem nog geholpen, het lukte hem niet. Maar ik kon het niet langer aanzien.

Reservelaptop

“Kom Raph”, zei ik, “we gaan naar onze vergadering”. Die knaap zou zich wel eens uitleven op het verminkte binnenste van mijn computer en dan wellicht schouderophalend het geblutste karkas teruggeven, dacht ik cynisch. Dan heeft tenminste toch nog iemand er iets aan gehad.

“Raph”, vroeg ik nog, eer ik uit de wagen stapte, “kan je proberen ergens een laptop voor mij te lenen of te huren voor die enkele dagen dat ik nog in Bukavu ben? In Butembo zoek ik dan wel een andere oplossing tot ik in mei naar België ga voor onze jaarvergadering”. Hij knikte begrijpend. Hij zou er voor zorgen.

Nog geen 30 minuten later kwam Pierre de vergaderzaal binnengestapt. Hij droeg in zijn handen een laptop die erg leek op de mijne. “Amaai Pierre, knap van jou om zo snel een andere computer te vinden”, feliciteerde ik hem.

Hij bekeek me vol onbegrip. “Dit is uw eigen computer, de reparateur heeft hem hersteld”.

De mobiele telefoon gleed uit mijn handen van het verschieten en spatte uiteen op de vloer. In mijn ooghoek zag ik het batterijtje onder mijn stoel verdwijnen.

MIJN laptop?”, stamelde ik. “Dat kan niet. Geef hier.”

“Of je hem eens zou willen testen. En als alles OK is, of je dan zo vriendelijk zou willen zijn om de reparateur te betalen”. Pierre glunderde

Au Congo tout est possible

Vol ongeloof drukte ik op de aan-knop. Meteen lichtte het scherm op, kon ik mijn paswoord invoeren, verscheen het vertrouwde bureaublad, werd een wifi verbinding met het internet aangelegd.

“Het was de processor”, zei Pierre, en toonde me zijn rechterhand waarin een klein vierkant object te zien was. “Dat is wat de reparateur zei”.

Ik had dit woord nooit eerder in de mond van Pierre gehoord, maar ik had duidelijk ook geen flauw benul van wat een processor is. Ik stelde me daar altijd iets moederbordachtigs bij voor, bijna dezelfde vorm als de laptop zelf. Niet zo een klein ding vol koperen naaldjes.

“Onze student had nog een andere laptop van hetzelfde merk staan die er veel erger aan toe was dan de jouwe. Hij heeft dan maar daaruit de processor genomen en in jouw machine gestoken”.

Ik kon Pierre wel zoenen. De factuur van 50$ voor de processor en 10$ voor het werk leek me ineens spotgoedkoop, ook al weet ik goed dat het minimumloon in dit land 3 $ per dag is. En nog maar eens werd bevestigd wat ik al zolang zeg: in Congo is werkelijk alles mogelijk, ook in de positieve zin!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globochtoon

    ‘Van waar ben je?’. De vraag zet me elke keer aan het denken. Van waar je geboren bent? Dan ben ik van Rwanda. Van waar je ouders komen?