Het fenomeen Heloisa Lotufo en Eduardo Manzano

Dokterskoppel Heloise Lotufo en Eduardo Manzano levert al 47 jaar strijd voor de rechten van familiale, kleine boeren in Porto Nacional in de Braziliaanse staat Tocatins. En al wordt Brazilië doorgaans niet meer beschouwd als een ontwikkelingsland, ze kunnen de steun gebruiken want de uitbuiting van de inheemse bevolking onder druk van de agro-industrie blijft duren.

  • © Eduardo Manzano Heloise Lotufo en Eduardo Manzano © Eduardo Manzano
  • © Eduardo Manzano Eduardo Manzano © Eduardo Manzano
  • © Eduardo Manzano Heloisa Lotufo © Eduardo Manzano
  • © Eduardo Manzano Heloisa Lotufo © Eduardo Manzano
  • © Eduardo Manzano Eduardo Manzano © Eduardo Manzano

Onlangs werkte Wervel voor het eerst samen met ‘Palmas para todos’. Samen organiseerden we een avond met de nieuwe Wervelfilm in de Belgaleiro te Leuven. Palmas para todos probeert met financiële acties vooral projecten in deelstaat Tocantins te steunen. Dankzij hun contacten kom ik in Porto Nacional bij het dokterskoppel Heloise Lotufo en Eduardo Manzano terecht.

Consaúde: samen gezond

Het is fenomenaal wat deze mensen hebben neergezet. Anno 1968, midden in de harde jaren van de militaire dictatuur, kozen ze ervoor om niet in de metropool São Paulo te blijven. Ze wilden naar het binnenland waar weinig of geen medische voorzieningen waren. Het werd het toenmalige Noorden van Goiás, sinds een 30-tal jaren Tocantins.

Een jaar later, 47 jaar geleden, richtten ze Consaúde op. Het werd een integrale werking, niet alleen qua gezondheid maar evengoed met strijd om de grond, culturele activiteiten, oprichten van een school in het netwerk van de ‘Escolas família agrícola’ en zoveel meer.  Zelden kom je zo’n koppel tegen dat zó volhardend in een streek een onuitwisbare stempel heeft gedrukt.

47 jaar strijd

Eduardo Manzano

Ik kom hier midden in de viering van hun 47 jaar terecht. Een feest voor zo’n raar getal? ‘Wij feesten elk jaar, omdat we niet weten of we de 50 jaar halen. De financiële situatie voor vele projecten is nu niet zo evident. Er is enerzijds  de huidige economisch-politieke crisis In Brazilië. Anderzijds is het moelijker om geld te vinden in Europa of Japan, daar Braziliê niet meer als een “ontwikkelingsland” beschouwd wordt.’ 

Je voelt langs alle kanten dat er gestreden wordt, niet in verbetenheid, maar geduldig, met liefde en met hoop

Op het avondfeest dragen vele medewerkers een T-shirt met: ‘47 anos lutando com amor e esperança’ of ’47 jaar vechtend met liefde en hoop’. In dit geval zijn het eens geen loze woorden. Je voelt langs alle kanten dat er gestreden wordt, niet in verbetenheid, maar geduldig, met liefde en met hoop.

We bezoeken ook diverse projecten van gezondheidszorg over onderwijs… Te veel om hier verslag van te brengen. Tussendoor gesprekken over de precaire situatie van de mensen hier. Ik geef twee voorbeelden: het inpikken van grond en lepra. 

Diefstal van grond 

Vanuit de koloniale tijd komt de erfenis van de affreuse grondconcentratie in dit land: 1% van de bevolking heeft 44 % van het land in handen. Door de soja-opmars wordt dit alleen maar straffer.

1% van de bevolking heeft 44 % van het land in handen. Door de soja-opmars wordt dit alleen maar straffer

Even naar de recente geschiedenis. Om het Amazonegebied te ontsluiten legde de militaire dictatuur in de jaren ‘60 van de twintigste eeuw de baan Belém-Brasília aan. Dwars doorheen de Cerrado van Goiás (en het huidige Tocantins) en het  Amazonewoud tot in Belém/Bethlehem. Hemels! Bij wet moest aan beide kanten van de weg 100 km. voorzien worden voor campesinos en gezinslandbouw. 200 km landhervorming dus!

Er werd geëist dat de posseiros (zij die ‘posse’ hebben, gebruiksrecht, dikwijls al van generatie op generatie) een kleine tax voor de grond betaalden en dat ze met een omheining konden bewijzen dat ze deze grond bewerkten. Zo’n regels gaan straal in tegen de cultuur van deze traditionele bevolkingsgroepen.

Het moest officieel de landvlucht tegengaan, maar het werd juist gebruikt om gronden in handen van een minderheid te leggen.

Van oudsher

Eerst en vooral hadden/hebben de posseiros het geld niet voor een afrastering, laat staan dat ze dat zouden willen. Van oudsher hebben ze de gewoonte in vele van deze landen om een stuk bos uit te hakken en te verbranden. De grote bomen lieten ze staan. Tussen het omgehakte en verbrande hout (wat voor meststof zorgt) werd dan gezaaid, geplant en geoogst. Na twee à drie jaar trokken ze wat verder om deze werkwijze te herhalen. Ondertussen kon het bos zich herstellen.

Zij hebben dus grotere gebieden nodig, dan wel het kleine stukje dat ze toevallig dat jaar bewerken, als ze iets moeten bewijzen. Gevolg: ze kunnen maar kleine stukjes laten gelden. De rest wordt openbaar verkocht en gaan de groten - tegen heel lage prijzen en mits heel wat valse praktijken - mee lopen. 

Sulistas

Bovenop deze praktijken komt nog het feit dat heel wat grootgrondbezitters meer grond inpikken dan ze officiëel kunnen bewijzen. Zo rijden we van Porto Nacional naar Palmas. We passeren één van de stuitende voorbeelden: een ‘sulista’ (Sulistas, die van het Zuiden met hun soja en grote machines) heeft immense gebieden in het Zuiden van het land, in Minas Gerais en ook hier. Officiëel kon hij 300 hectare ‘bewijzen’, maar hij ontboste er 1000 en bewerkt die. Al twintig jaar lang. Grond van de federale staat. Geen haan kraait er naar, behalve de landlozenbeweging MST.

Het ‘recht’ staat aan het kant van de sterkste, de grootste, de meest kapitaalkrachtige.

Zij gingen er met heel wat families op kamperen om het aan te klagen en landhervorming op te eisen. Ze werden hardhandig verjaagd. Het ‘recht’ staat aan het kant van de sterkste, de grootste, de meest kapitaalkrachtige. Wat heet dan nog maatschappelijk verantwoord, ook al gebeurde de misdaad 20 à 30 jaar geleden? 

Leprataboe

Heloisa Lotufo

Nog nooit hoorde ik in Brazilië over deze ziekte spreken. Nochtans is het het tweede land waar lepra voorkomt. Tenslotte ontmoet ik deze dagen een dokterskoppel, gevormd in São Paulo, maar met aanvankelijk nul kennis over de ziekte in de meer noordelijke contreien van het land. Het woord ‘lepra’ is taboe en doet te veel aan bijbelse afzonderingen en uitsluiting denken. De vooroordelen zijn nog heel groot tegen deze perfect te behandelen aandoening. O

m niet te veel patiënten te missen, wordt het hier Hanseniase genoemd. Volgens Eduardo en Heloisa is 10 % van de Braziliaanse bevolking vatbaar. In de deelstaten Tocantins en hogerop gaat het om 25 %.

Een taboe om een harde werkelijkheid te verbergen?

Ik moest bij Hanseniase meteen denken aan de Duitse handelaars die in hun netwerk van Hanzesteden de dienst uitmaakten. Zou er dan toch een verband zijn tussen lepra en het zieke landbouwsysteem? Landbouwgiffen worden ook liefst ‘beschermingsmiddelen’ genoemd. Een taboe om een harde werkelijkheid te verbergen, veraf en dichtbij? Tot in ons bord.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur