Het gebouw uit duizend en één nacht

Ik heb al wat van mijn foto’s online gezet om mijn vrienden te laten zien waar ik mee bezig was. Ik kreeg heel wat positieve reacties de laatste dagen en was blij dat mensen interesse hadden in mijn avonturen. Ik had mijn album ‘Koerdistan’ genoemd. Wat mijn dag echter heeft verpest was de reactie die een Turkse jongen uit mijn contactenlijst de avond ervoor had gepost.

  • © Bahram Maaruf De ruïne waar de kooplui in de tijd van het Ottomaanse rijk verbleven om hun handelswaar te verkopen op de markt van Kirkuk rond 1100 na Christus. © Bahram Maaruf

Hij had het woord ‘Turkiya’ onder mijn album gezet alsof hij de naam van mijn album wilde verbeteren en hiermee wilde zeggen dat Koerdistan niet bestond. De Turken discrimineren al decennialang de Koerden en voor hen bestaat dit volk en land niet.

Wat ik niet begrijp is dat zelfs drie generaties na Ataturk, die in Turkije de dood van een miljoen Koerden op zijn geweten heeft, de Turkse jeugd nog steeds wordt gebrainwashed door hun ouders. Alsof grenslijnen die in het zand zijn getrokken toelaten dat ze ontkennen dat een volk dat verschilt in taal, cultuur, tradities, gewoonten en waarden en normen niet bestaat. Ik wil zeker niet generaliseren. Ik ken heel wat Turken die heel lief en open zijn naar de Koerden toe. Mijn meter is zelfs half Turkse.

Wat mij verontwaardigd heeft is de manier waarop deze jongeman mij via de sociale media wilde kleineren. Hij zou beter moeten weten. Hij studeert immers politicologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Een richting die hem moet leren om geen uitspraken te doen over onderwerpen waarvan hij helemaal geen verstand heeft.

De afspraak die niet doorging

Vandaag hebben we in de namiddag een afspraak met de gouverneur van de provincie Kirkuk. In de voormiddag wilden we eigenlijk de honderden jaren oude soek in Kirkuk bezoeken. Het wordt uiteindelijk drie uur omdat ons vervoer op zich laat wachten en we tijdens de middag bezoek kregen van familie.

Het werd een heel lekker en traditioneel Koerdisch diner. Net wanneer we vertrokken zijn naar de soek, krijgen we telefoon dat we bij de gouverneur mogen komen. Ons plan valt dus helemaal in het water. Ik ben geïrriteerd omdat het niet de eerste keer is dat dingen uitlopen of niet doorgaan.

We hebben afgesproken met de vertegenwoordiger van PUK in Nederland in een restaurant om dan samen naar de gouverneur te gaan. Deze man is de jongste politicus die ik tot nu toe ben tegengekomen in Koerdistan. Ik dacht eerst dat hij er gewoon vrij jong uitzag voor zijn leeftijd maar toen ik het hem vroeg bleek hij een eind in de twintig te zijn.

Het is zeer aangenaam om eens met een taalgenoot te kunnen praten. Ik vraag hem wat hij vindt van de evolutie die Koerdistan de laatste tijd heeft doorgemaakt. Hij antwoordt dat het groeiende materialisme bij de mensen er toe leidt dat de bevolking net als in het westen zo snel mogelijk rijk wil worden en aanzien wil krijgen.

Hij geeft me gelijk dat de mensen in Hawler en Sulaymania hun cultuur aan het vergeten zijn en het westerse ideaal nastreven. Een van de mensen in zijn gevolg vraagt me in het Koerdisch: ‘Hawler of Kirkuk?’. Ik antwoord zonder aarzelen Kirkuk. Dat schijnen ze zeer amusant te vinden.

Het sprookje

Uiteindelijk gaat de afspraak met de gouverneur niet door. Mijn vader is geen man die je laat wachten. Een afspraak is een afspraak en hem aan het lijntje houden neemt hij niet. Het is de tweede keer dat de gouverneur zijn afspraak niet nakomt. Er zal geen derde kans meer komen. Daardoor kan het plan om naar de soek te gaan toch doorgaan. Ik kan mij even terug in de tijd verplaatsen en ik waan mij in een oosters sprookje.

De soek van Kirkuk is honderden jaren oud. Het is een ondergronds doolhof waar je gemakkelijk verloren loopt als je het er niet kent. Ook boven de grond zijn er allerlei winkeltjes waar je nog handgemaakte spullen kan kopen. De echte ambachten worden er nog steeds beoefend. Ik zag er een smid die zijn werkplaats in een kleine garage had en zijn kunsten beoefende in een stenen smeedoven. Er was een echte lederbewerker, een schrijnwerker die zijn kunsten tot in de perfectie had verfijnd en zelfs een fietsenmaker. Voor elke denkbare benodigheid was er een winkeltje of ambacht.

Terwijl we na een ontdekkingstocht door de bazaar teruglopen naar de auto, loopt mijn vader me voor in een oud gebouw met een grote binnenplaats. Hij vertelt me dat dit gebouw dateert van 1650 en dat de handelaars van over heel het Ottomaanse rijk hierheen kwamen met hun muilezels vol koopwaren die ze meebrachten van verre oorden.

De binnenplaats werd gebruikt voor de muilezels. Als je de trap oploopt, kom je terecht op een balkon dat uitkijkt over de binnenplaats. Het loopt  helemaal rondom de binnenplaats. Terwijl ik even rondloop om foto’s te nemen, zie ik allerlei kleine kamertjes waar blijkbaar de handelaars sliepen als ze hier verbleven. Ik moet meteen denken aan de sprookjes van duizend en één nacht die mijn vader ons als kind altijd voorlas. Ik sluit mijn ogen en kan me  zo voorstellen dat hier honderden jaren geleden de handelaars over de leuning van het balkon naar beneden keken.

Ik kijk in één van de slaapkamertjes en stel me voor dat hier een oude man met een baard ligt te slapen. Ik kijk naar de binnenplaats en kan me zo een rij muilezels voorstellen die staan te eten. Wat een prachtige plek moest dit geweest zijn. Jammer dat het er nu vervallen bijligt.

Ik mag hier heel veel foto’s nemen van de bevolking, al moet mijn vader eerst wel toestemming vragen. Mensen hebben hier een afkeer van journalisten, maar omdat ik geen journalist ben, laten ze het vaak wel toe.

© 2014 – C.H.I.P.S. StampMedia – Bahram Maaruf

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Bahram Maaruf is 22 jaar oud en studeert sociaal-cultureel werk aan de Katholieke Hogeschool Leuven. Zijn vader is een oud guerillastrijder uit Iraaks Koerdistan.