Van ‘L’Afrique face à son destin’ tot Déberlinisation

Allen naar het Musée des Civilisations Noires in Dakar

© Richard Francet

‘L’Afrique face à son destin’ (van Siriki Ky): een handvol (arme) Afrikanen staan oog in oog met een stel witte, met bankbiljetten zwaaiende bankiers, en ertussen de Middellandse Zee met een verdronken kind. Het doodlopende straatje van neokoloniale “ontwikkelingshulp”, hoe lang nog?

Het werd destijds als pan-Afrikaans idee geopperd door de eerste Senegalese president Léopold Sédar Senghor, maar het duurde nog tot 6 december 2018 voor het zover was: de plechtige opening van het Musée des Civilisations Noires door de huidige president Macky Sall. Gefinancierd en gebouwd door de (onvermijdelijke) Chinezen, zou het één der grootste van Afrika zijn.

Er was op dat ogenblik ook van alles te doen rond de beloofde “restitutie” door Emmanuel Macron. Persoonlijk had ik iets van: misschien moeten we het nog wat op zijn beloop laten, vooraleer het allemaal écht op zijn poten staat. Nu, een goed jaar later, hadden we dan de gelegenheid om naar Dakar af te zakken, om – onder meer – te zien what the fuss is all about.

De ligging van het museum is alvast goed gekozen. Pal tussen het fotogenieke, prachtig gerestaureerde treinstation (jawel, er rijden nog treinen in Senegal, zij het sporadisch) en het indrukwekkende Grand Théâtre National, kan het haast niet prestigieuzer. Ook de toegangsprijs is een meevaller: 3000 CFA, ofte 4,5 euro. Goedkoper dan de taxirit hierheen.

Voor wie daarna nóg twijfelt waar hij vandaan komt, staat er een spiegel opgesteld waarop staat te lezen: ‘Toi aussi tu es un homo sapiens sapiens’

Eens binnen eist een centraal opgestelde, tien meter hoge baobab de aandacht op. ‘L’arbre de l’humanité’ staat er op een bijschrift. Daarrond – naar verluidt is het museum gemodelleerd naar de traditionele huizen in Casamance, Zuid-Senegal – staan de museumstukken dan rond deze boom opgesteld, zowel op het gelijkvloers als op een eerste etage, met nog extra zalen verderop.

Op het gelijkvloers worden we herinnerd aan de allereerste mens en de allereerste migratiestromen, en hoe Afrika de bakermat van alles is. Zoveel duizend jaar oude schedels liggen gegroepeerd, en inderdaad: niet alleen de homo sapiens, maar ook de Neanderthaler kwam uit Afrika. Voor wie daarna nóg twijfelt waar hij vandaan komt, staat er een spiegel opgesteld waarop staat te lezen: ‘Toi aussi tu es un homo sapiens sapiens’

© Richard Francet

Toi ussi tu es un Homo sapiens sapiens

Verderop, in een volgende cirkel, hangt een reeks portretten gegroepeerd van “belangrijke zwarte mannen”. Leuk om usual suspects als Mandela, Obama en MLK broederlijk naast Malcolm X, Sankara en Nkrumah te aanschouwen tussen nog wat figuren die we niet direct herkennen). Op de eerste verdieping hangt dan een reeks “black women of importance”. Enkel Angela Davis en Winnie Mandela kunnen we thuisbrengen. Hetgeen veel zegt over ons, of over de witte, westerse kennis in ‘t algemeen.

Verderop passeren we enkele oude maskers, sculpturen en wat textiel. Niet te weinig, niet te veel, niet te stoffig, net goed. Maar écht interessant wordt het bij de – over meerdere zalen verspreide – rondreizende expositie Prête-moi ton rêve (Lend me your dream): hier komt namelijk zoiets als de tijdsgeest bovendrijven.

Uiteraard is niet alle werk van alle 30 deelnemende artiesten even indrukwekkend, maar wij waren toch danig enthousiast over de installaties van Freddy Tsimba en Fathiya Tahiri.

Mansour Ciss Kanakassi maakte een soort anderhalve meter hoge maquette van de Brandenburger Tor in de vorm van een stekkendoosje, met opgebrande lucifers errond, en gaf het werk de titel “Deberlinisation”. Het zat zo: op de Conferentie van Berlijn van 1885 werd Afrika uitermate ondoordacht verdeeld door de westerse koloniale mogendheden, en mede daardoor (de meest uiteenlopende etnieën werden verplicht om onder dezelfde vlag samen te leven) gaat het nu nog altijd zo slecht in vele Afrikaanse landen.

Deberlinisatie als antwoord dus, wat dat in de praktijk ook moge betekenen.

© Richard Francet

 

Eveneens tot nadenken stemt Siriki Ky’s werk ‘L’Afrique face à son destin’ (zie foto bovenaan): een handvol (arme) Afrikanen oog in oog met een stel witte, met bankbiljetten zwaaiende bankiers, en ertussen de Middellandse Zee met een verdronken kind. Het doodlopende straatje van neo-koloniale ‘ontwikkelingshulp’, hoe lang nog?

In een ander gedeelte doen Meriem Bouderbala en vooral Angèle Etoundi Essamba interessante dingen met fotografie.

Nog verderop is een volledige zaal gewijd aan het soefisme, dé dominante islamvorm in Senegal. Soennitisch, maar met nadruk op het eigen, innerlijke pad, als we het goed hebben. Heel mooi en esthetisch allemaal, en er weerklinken spirituele gezangen, maar toen moesten wij eerlijk gezegd hoogstnodig.

In de toiletten bleek er helaas nergens wc-papier, noch stromend water voorhanden. Dat zoiets voor een ‘Musée des Civilisations Noires’ veelzeggend is, willen wij hier uiteraard niet gezegd hebben. Wie weet is het wel als kunstinstallatie bedoeld, of gewoon als statement. Geen erg, het ‘centrum’ met talloze cafés en restaurantjes is vlakbij.

Wij verlieten het museum met een al bij al goed gevoel, wegens de juiste mix van verleden en toekomst. Niet toevallig zagen wij de groep scholieren in het museum het drukst in de weer met de camera bij de contemporaine werken van Prête-moi ton rêve.

Na Dakar reist deze expositie nog verder naar Abidjan, Lagos, Addis Abeba enz. Meer van dit soort initiatieven graag. En moge het woord deberlinisatie dit jaar verder in het vocabularium sluipen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift