Mijnbouw vormt ernstige bedreiging voor inheemse bevolking

Oplossing tegen opdrogen Poopómeer: een muurtje voor de wind

© Silke Ronsse

Het jaarlijkse offer aan het meer wordt dit keer geweid aan de vraag voor het herstel van het Poopómeer.

Nog voor de overheersing van de Aymara’s en Quechuas, woonden de Uru’s rondom het grensgebied van Chili, Peru en Bolivia. Ze werden door kolonisten verdreven van hun land, maar vonden hun thuisbasis op het water. Dankzij hun kwaliteiten als vissers en jagers van watervogels is hun identiteit verbonden met het water. De Uru Muratos zijn één van de weinige overblijvende Uru-gemeenschappen. Zij vonden hun thuis op het Poopómeer.

Volgens de statistieken zouden er in de Uru-gemeenschap Puñaca Tinta María nog een vijftigtal families zijn. Dit aantal klopt echter niet. In de praktijk woont meer dan tachtig procent niet langer in de gemeenschap, door een gebrek aan een bron van inkomsten en water. Daarmee komt hun identiteit en het Uru-zijn, steeds meer in gevaar.

Het ritueel voor een meer dat er niet meer is

Jaarlijks op het einde van de winter brengen de Uru’s een offer aan hun meer. Dit keer vroegen ze om het herstel van het Poopómeer. ‘In het zuiden van het Poopómeer, bij de gemeenschap Llapallapani, ligt er al 30 cm zout’, vertelt de Mallku Khota (de inheemse leider), ‘dat gebied zal altijd een zoutvlakte blijven. Hier aan de noordkant van het meer hebben we nog hoop dat het water terugkomt.’

In september 2017 was er op enkele plaatsen in het noordwesten nog een waterspiegel van 70 à 80 centimeter.

© Silke Ronsse

De Uru’s hebben amper grond en kennis om aan landbouw te doen. Hun gebied is nu een zoute vlakte.

In oktober datzelfde jaar was er zelfs op dat diepste punt geen water meer de bespeuren, hoogstens wat vochtige grond.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

De Boliviaanse autoriteiten voorzagen voeding voor de gemeenschappen langs het Poopómeer in ruil voor het geleverde werk aan de muur. Met een kraan wordt zand en klei opgehoogd. De gemeenschappen zelf staan in voor de afwerking en het aandrukken van de grond. Ongeveer vierhonderd personen werken mee aan het aanleggen van deze muur langsheen de oostelijke zijde van wat ooit het tweede grootste meer van Bolivia was.

‘Het is niet de klimaatverandering, maar de vervuiling en sedimentatie van de mijnen van Huanuni en Poopó’

‘De oplossing die wordt geboden is een dijkje zodat het water niet weg kan’, vertelt de Mallku Khota, ‘en het beschermt het water tegen de wind’. De Uru’s zelf wonen als gemeenschap al millennia lang op en rond het water en weten maar al te goed wat er fout gaat met het meer. Deze muur is voor hen geen oplossing.

‘De oorzaak van de verdamping ligt niet bij de klimaatverandering, maar bij de vervuiling en sedimentatie door de mijnen van Huanuni en Poopó’, weet men. ‘Maar de warmte zorgt natuurlijk ook voor het dalen van het waterniveau’.

© Silke Ronsse

Het muurtje dat de Urus en andere gemeenschappen langs het Poopómeer bouwden om de droogte tegen te gaan.

Het volk van het water

De inheemse Uru-gemeenschappen noemen zichzelf ‘het volk van het water’. Ze leven traditioneel van vis, gevogelte zoals eenden en flamingo’s, vogeleieren en wortels van waterplanten. Hun kleding werd van oudsher vervaardigd van flamingopluimen en riet (totora) uit het meer.

Of kiezen ze uiteindelijk voor een vertrek naar de stad zoals reeds vele Uru’s hen voordeden?

Door de verdamping van het meer zijn ze hun inkomstenbron kwijt. Alternatieven zijn schaars. Door hun vroegere leven op het meer bezitten ze amper gronden en kennis om over te schakelen op landbouw of veeteelt.

Hun cultuur en tradities komen in gevaar, waardoor de hoop nu bij de nieuwe generatie ligt. Slagen ze erin hun identiteit te bewaren? En weten ze inkomsten te genereren met de middelen die ze hebben, zoals het maken van handwerk of door het implementeren van gemeenschapstoerisme? Of kiezen ze uiteindelijk voor een vertrek naar de stad zoals reeds vele Uru’s hen voordeden?

© Silke Ronsse

De Urus beschouwen zichzelf als de oudste bewoners van de Boliviaanse Altiplano.

© Silke Ronsse

De jeugd van het Urudorp Puñaca Tinta Maria krijgt les over hun cultuur en de Uru-taal, maar zal dat het verdwijnen van de cultuur nog kunnen tegengaan?

1001 redenen voor de opdroging van het meer

Tijdens ons verblijf in Bolivia afgelopen jaar, gingen we op zoek naar de oorzaken van de opdrogen van het meer. Medeoorzaken bleven opduiken en de redenen werden alsmaar absurder. Immense hoeveelheden water worden continu verspild. De redenen kunnen naar mijns inziens worden samengevat in één woord: verdamping.

Sediment accumuleert, het landschap is volledig gewijzigd.

Het gebied ligt op zo’n 3700 m boven zeeniveau, de wind is sterk en het land warmt overdag sterk op. Dat maakt dat de hoeveelheid potentiële evaporatie dubbel zo groot is dan de neerslag, terwijl de hoeveelheid neerslag niet uitzonderlijk laag is. De evaporatie neemt momenteel wat toe door de klimaatverandering, maar is al sinds het ontstaan van het Poopómeer zeer hoog. Welke verandering heeft dan gezorgd voor de snelle opdroging van het Poopómeer?

Mijnbouwactiviteiten hebben zones gecreëerd waar water continu overstroomt. Tegelijkertijd  raakt het water niet tot in het Poopómeer. Vroegere rivieren zijn nu amper nog vijf centimeter diep, maar wel tien tot twintig keer zo breed als voorheen. Sediment accumuleert, het landschap is volledig gewijzigd.

Ook voor irrigatie werden overal kanalen aangelegd die het water over grote oppervlakten verspreiden. Bovendien worden de poortjes tijdens het regenseizoen vaak niet eens gesloten. Er kunnen vele stappen ondernomen worden, maar of het muurtje dat de Uru’s bouwden iets zal bijdragen, valt sterk te betwijfelen.

Van 4 tot 10 maart 2018 is Margarita Aquino Aramayo op bezoek in België, waar ze het verhaal van haar familie en haar ervaring als vrouwenleidster deelt.

© Silke Ronsse

De Uru-vrouwen zijn gedwongen om elders werk te zoeken. Voor vele culturele feesten is amper nog tijd en aandacht.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur