Het belang van goede gezondheidszorg

Hoe een kippenbotje uit Burkina Faso me even naar België bracht

© Dr Ouattara

Wereldblogster Mien De Graeve werd naar het “universitaire” ziekenhuis Yalgado in Burkina Faso gestuurd. De ambulance moest ze zelf geregeld krijgen, en zonder de minste officiële verwijzing.

Het was wat ze in het Frans ‘le truc à la con qui aurait pu tourner très mal’ noemen. Op vrijdag 4 oktober at ik samen met vriendin Eva een heerlijke gegrilde poulet bicyclette in een van de duizenden maquis van Ouagadougou, Burkina Faso. Na mijn vakantie in België hadden we elkaar veel te vertellen. Tot een flinke splinter van een kippenbotje in mijn keel kwam vast te zitten en ook het gesprek stokte.

Het had een gezellig avondje uit moeten worden met een elektrofeestje in een leuke nieuwe openluchtbar in Ouaga, dus we probeerden uit alle macht dat stukje uit mijn keel te krijgen. Maar braken, liters water drinken, koekjes en stukjes brood eten: niets hielp.

Ik spartelde een pijnlijke nacht door, speeksel doorslikken alleen al was een marteling. Een radiografie in het ziekenhuis de volgende ochtend bevestigde duidelijk dat die splinter er zat, en ik werd doorverwezen naar een andere kliniek, gespecialiseerd in neus-keel-oor, om het te laten verwijderen.

De chirurg begon er met wat tegenzin aan. Het was zaterdag en hij had net naar huis willen vertrekken. Tegelijk stelde hij me gerust, dat het maar een paar minuten zou duren, en dat ik - onder volledige verdoving - niets zou voelen. Ik voelde inderdaad niets, maar bedacht later dat de dokter niet eens naar mijn gewicht had gevraagd.

Ik werd wakker uit de verdoving met extreem hoge koorts en ik begon bijna onmiddellijk zwaar over te geven. Een verpleger kwam langs en zei luchtig dat ik misschien wel malaria had, maar dat ik voor een test terug moest naar het eerste ziekenhuis.

Drie maanden wachten

De schrik sloeg mijn man en vriendin nu helemaal om het hart. Over Yalgado wordt smalend gezegd dat je er levend binnengaat en dood buitenkomt

Dat deed ik dan maar, en daar besloten ze me meteen een nachtje in observatie te houden. Van één nachtje kwam er een tweede, en een derde, en in plaats van beter werd ik alleen maar zieker en zieker. Braken, diarree, hoge koorts. En op dinsdag 8 oktober ineens de mededeling dat het aantal bloedplaatjes in mijn bloed onrustwekkend laag was. Ik had er op dat moment maar 7000, terwijl een gezond mens er 150.000 heeft.

Pijn deed dat niet, maar ik begreep dat ik het gevaar liep om te beginnen bloeden, via mijn neus, oren, mond, of intern, en dat zoiets nog moeilijk omkeerbaar zou worden. De dokter zei er nog bij dat bloedplaatjes in Burkina Faso maar op twee plaatsen te krijgen waren: in de bloedbank van Hôpital Blaise Compaoré, waar werd gestaakt, en die van het “universitaire” ziekenhuis Yalgado. Daar werd ik dus naartoe gestuurd, met een ambulance die we zelf geregeld moesten zien te krijgen, en zonder de minste officiële doorverwijzing.

Ik liet het over me heen komen, maar de schrik sloeg mijn man en vriendin Eva nu helemaal om het hart. Over Yalgado wordt smalend gezegd dat je er levend binnengaat en dood buitenkomt. Tijdens het anderhalf uur dat wij er doorbrachten werden ook werkelijk twee levenloze lichamen naar het mortuarium overgebracht. Op de koop toe bleek niemand van onze komst op de hoogte, en verklaarde de dokter doodleuk dat de wachttijd voor bloedplaatjes drie maanden was.

Terwijl ik me afvroeg hoe ik ooit van de “plank” af zou raken waarop ze mij hadden gelegd, anderhalve meter hoog, als ik naar het toilet moest, schreef dezelfde dokter me twee soorten antibiotica voor. Hij spoorde me aan om naar huis te gaan, maar mondwater te gebruiken in plaats van mijn tanden te poetsen, zodat mijn tandvlees niet zou gaan bloeden.

Een warme mantel van zorg

En dus stonden we plots weer buiten de poorten van Yalgado, ik met 7000 bloedplaatjes, mijn man en Eva met de handen in het haar. Ze belden een andere vriendin en die raadde ons aan naar nog een ander ziekenhuis te gaan, zodat ik minstens in veiligheid zou zijn voor de nacht. Dat deden we, en we werden er goed opgevangen. Mijn man mocht blijven slapen, ik werd iets rustiger.

Maar ook daar stonden ze met de rug tegen de muur. Er waren geen bloedplaatjes, en die had ik dringend nodig.

De enige optie die nog overbleef was een repatriëring. Om me heen gonsde het van de bedrijvigheid en van de telefoontjes. De Belgische consul kwam langs, stelde alles in het werk om een vlucht geregeld te krijgen, mijn collega’s bij Enko Education haalden alles uit de kast om mijn nog gloednieuwe verzekering maximaal in te zetten, in België mobiliseerde mijn broer het UZ Gent.

Ik herinner me vooral de warme mantel van zorg van de mensen om me heen. Ze moeten doodongerust zijn geweest, maar slaagden er toch in om me moed in te spreken.

Business Class

De repatriëring vereiste nog een transfer, deze keer naar het Centre Médical International in Ouaga (CMI) dat daar veel ervaring mee heeft. Het had veel voeten in de aarde om de vlucht in orde te krijgen. Eerst liet de ernst van mijn toestand vliegen niet toe, maar langzaamaan leek ik de infectie te overwinnen en de bloedplaatjes gingen aan het stijgen. Het vooruitzicht om in België helemaal beter te mogen worden, deed de rest.

Uiteindelijk vloog ik op vrijdagavond 11 oktober, in businessclass en in het geruststellende gezelschap van een dokter, van het CMI tot in Parijs. Daarna ging het met een ambulance verder tot in het UZ van Gent. Daar begon ik weer goed te eten, daar ging het elke dag iets beter. De bloedresultaten klonken elke dag iets positiever, en intussen mag ik thuis bij mijn ouders weer helemaal beter worden.

© Dr Ouattara

Mijn dokter en ik in de ambulance tussen Parijs en Gent

Dankbaar

Het was een vreselijke tiendaagse. En toch is het er ook een waar ik met veel dankbaarheid op terugkijk.

Dankbaarheid eerst en vooral voor mijn kleine, mooie, warme nest van familie en vrienden in Ouagadougou en in België. Dankbaarheid voor de ongelooflijke inspanningen die de Belgische ambassade en mijn collega’s deden in de laatste twee ziekenhuizen.

Maar dankbaarheid ook voor dat ongelooflijke, zachte vangnet van de Europese gezondheidszorg en verzekeringsnetwerken. Ik wist het al langer dan vandaag, maar in de overrompelende confrontatie met alle gebreken van die systemen in Burkina Faso wordt dat alleen maar nog veel duidelijker.

De crisis in Burkina Faso

Mijn leven draaide noodgedwongen even alleen maar rond overleven. Nu sijpelen langzaam ook de andere realiteiten van Burkina Faso weer binnen. Het willekeurig moorden gaat in ijltempo door. De aantallen interne vluchtelingen nemen nog hand over hand toe. Maar van de overheid mogen alleen het aantal dode “terroristen” geteld worden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Alsof het een grote grap is, besliste diezelfde overheid na vier jaar strijd tegen het terrorisme een Centre national d’études stratégiques en défense et sécurité op te richten. Dat was exact wat de militair en veiligheidsexpert Auguste Denise Barry probeerde kort na de transitie, en waarvoor hij - met het excuus van een zogezegde staatsgreep - in de gevangenis werd gegooid. De kans dat ze hem nu bij de zaak betrekken, is miniem, en komt hoe dan ook jaren te laat.

Zicht op beterschap is er op het vlak van veiligheid dus nog altijd helemaal niet. Maar met mijn gezondheid komt het nu gauw weer helemaal goed.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.