Hoe de Turkse regering protesten "oplost"

Zaterdag 10 oktober zal voor vele Turken een nieuwe litteken zijn op de recente geschiedenis. Na de zoveelste aanslag op een aantal maanden tijd, zijn de Turken radeloos en woest. Ze aanvaarden niet langer een regering die het gevaar niet kan stoppen.

  • *EKaradag / Flickr (CC by-nc-sa 2.0) Waarschijnlijk wou de regering protesten zoals in 2013 in Taksim vermijden. *EKaradag / Flickr (CC by-nc-sa 2.0)

Wat een vrij normale zaterdag moest worden, werd voor Turkije een ware nachtmerrie. De Pro‑Koerdische politieke partij HDP organiseerde een vredesmars.

Tijdens die mars ontploft een bom te midden van de massa. Volgens het officiële forensisch instituut in Ankara vallen er 102 doden.

Op dat moment gaat de bal bij de regering rollen. Erdogan voelt de bui hangen en de regering blokkeert onmiddellijk Twitter en Facebook. Ze doet dat zonder rechtsbevel. De websites worden dan ook niet expliciet geblokkeerd, maar het aantal bezoekers wordt wel gelimiteerd. De verbinding wordt voor de meeste gebruikers zo zwaar dat ze onbruikbaar worden.

Ondertussen staan in de vooravond al meer dan 10 000 personen op het Taksimplein om de aanslag te herdenken en te protesteren. Zelfs zonder sociale media heeft het Taksimplein een geweldig grote aantrekkingskracht (zie vorige wereldblog). De sociale mediaban kwam waarschijnlijk uit hoop niet nog meer mensen in Taksim te laten samenkomen.

Vervolgens verbiedt eerste minister Ahmet Davutoglu de media om beelden te laten zien van de aanslag. Gewone verslaggeving mag wel nog. Zulke maatregelen worden wel vaker genomen om geen ‘terroristische propaganda’ te verspreiden.

Whodunit?

Alsof bovenstaande nog niet voldoende is, laat de regering geen protesten of grootschalige herdenkingen toe de volgende dagen. Vaak is dat niet genoeg om de mensen te stoppen en moeten de protesten door de politie onderbroken worden. Het lijkt ondenkbaar. We zouden ons niet kunnen voorstellen dat de Belgische regering de Witte Mars na het Dutroux-schandaal zou verbieden.

Iedereen weet dat dit direct of indirect te maken heeft met de oorlog in Syrië en het Turks-Koerdisch conflict.

De aanslag in Ankara is de grootste terroristische aanslag die Turkije tot nu toe heeft moeten slikken. De regering weet nog steeds niet wie achter de aanslag zit, maar zit naar eigen zeggen wel op een goed spoor. Vooral de Islamitische Staat (IS) wordt beschuldigd. De hoofdverdachte van de zelfmoordaanslag is momenteel Yunus Emre Alagöz, de oudere broer van de persoon die achter de aanslag in Suruç zat. De politie spreekt ook van een tweede verdachte. Beiden zouden lid zijn van een cel die deel uitmaakt van IS.

Ondertussen groeit de frustratie bij de bevolking, en niet alleen omwille van de verboden protesten. Iedereen weet dat dit direct of indirect te maken heeft met de oorlog in Syrië en het Turks-Koerdisch conflict.

Maar heeft het gewerkt?

Uiteindelijk zijn er geen conflicten geweest. Nergens werd geweld door of tegen de politie gerapporteerd. De betogingen die er waren, bleven rustig en zijn zonder veel problemen stopgezet. Dus blijft de vraag: hebben de maatregelen gewerkt? Ja, eigenlijk wel. Hoe tegenstrijdig die maatregelen ook mogen zijn met de Westerse normen, het heeft een massaprotest vermeden. De mensen bleven vooral thuis bij hun familie.

Het lijkt toch dat de Turkse regering niet enkel slechte en ondoordachte beslissing maakt zoals de oppositie hen dat graag verwijt. Hoewel dezelfde maatregelen in een Westers land waarschijnlijk als strafbaar worden gezien. Het verwerkingsproces zal voor Turkije nog een tijd duren. Tot dan blijft het land hopen op veilige verkiezingen begin volgende maand.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Student journalistiek in Istanboel

    Laurens Bammens is student journalistiek aan Hogeschool PXL. Zijn passie voor verschillende culturen en buitenlandse berichtgeving motiveerden hem een jaar lang in Istanboel te gaan studeren.