Ik reis de wereld rond om eindelijk naar het voetbal te gaan

Op 4 maart woonde ondergetekende haar eerste voetbalmatch bij, een wedstrijd uit de groepsfase van de Copa Libertadores tussen Colo Colo uit Chili en het Mexicaanse Atlas.

  • © Julie Ann Aelbrecht Zonsondergang in het stadium © Julie Ann Aelbrecht

In een straal van 500m rondom het stadion staat er onder elke boom iemand merchandise te verkopen. Colo-Colo voetbaltruitjes, Colo-Colo hoedjes, you name it. Het deed me als complete leek vaag denken aan wat ik in de Latijnse les over de Gladiatorenspelen had geleerd. Kleine economieën in en rond het amfitheater, waar de spelen secundair waren aan het eigenlijke entertainment. 2000 jaar later in Santiago worden de voetballers echter met een arendsblik in de gaten gehouden.

Nog vóór we het stadium binnengaan worden we tegengehouden door de politie, die te voet en op paarden patrouilleert. Omdat we er buitenlands uitzien. De schrik voor Mexicaanse supporters die amok willen maken tussen de Chilenen zit er goed in. In het stadion worden achtereenvolgens onze tickets, paspoorten, tassen en nogmaals onze tickets gecontroleerd. De massa wordt als vee langs in de grond gemetste ijzeren hekken naar de juiste sector geleid. We zijn twee uur te vroeg, maar de beste zitjes zijn al verdwenen. Het lijkt wel of de hele stad hier is, uitgedost in zwart-wit. Vanachter de stadionmuren komt de Andes in de roze zonsondergang tevoorschijn. Het is het groenste gras van Chili, strak geschoren en gladgereden gras lag klaar voor de helden van Colo-Colo. Ik heb het niet nagekeken, maar volgens mij was er op dat hele veld zelfs geen mier te bespeuren.

Gedurende de eerste 10 minuten van het spel zitten we goed. Nadien stonden de rijen voor ons als één man recht telkens het spel het doel naderde. En beetje bij beetje, rij voor rij, bleven ze rechtstaan. Op enkele Sientate weon’s na, is de sfeer in het publiek gemoedelijk. In koor wordt er beleefd geklapt bij elke redding, gefloten bij beweging van Atlas. 40 000 man spuwt als één long de “oeeeeh” van een gemiste kans. De enkele Atlas supporters die de verre reis uit Guadalajara hebben gemaakt, zitten stilletjes bleek in hun veel te grote sector achter één van de doelen. De sector achter het andere doel heeft hun hek behangen met spandoeken en dranghekken en zien dus niets van het spel. Ze zijn de luidste supporters. In de marges van het spel dribbelen Atlas spelers naar de zijlijn en terug, om hun kuitpieren warm te houden, klaar om hun land te dienen.

Tussen de momenten van spanning door, wordt het Chileense team bezongen in liederen over cognac, marijuana en moed. Ondanks de strakke beveiliging worden er links en rechts rookbommen en joints aangestoken. Bij de eerste fout leg ik mijn Amerikaanse buurvrouw plots het verschil uit tussen een penalty en een vrijetrap. Geen idee waar dat vandaan kwam. De erfenis van twee decennia in het land van koning voetbal? Die ziel van het publiek, misschien? De details en de schoonheid van het eigenlijke spel gaan compleet aan me voorbij, dus ik bestudeer de massa mensen rondom mij. Ik verbaas me over de eenzaamheid van beide keepers, die schijnbaar weifelend heen en weer liepen voor het doel, de Chileen veilig binnen zijn vierkant, de Mexicaan uitdagend tot ver voorbij de penaltystip, handen op de heupen.

In de tweede helft staan rondom mij mensen op hun nagels te bijten en op een gegeven moment breng zelfs ik mijn stylo naar mijn mond in een aanval van collectieve hysterie. Bij elke hoekschop moeten spelers van Atlas beschermd worden met gigantische rode paraplu’s, tegen projectielen van thuissupporters. De spanning stijgt en wanneer een zwart-witte speler tegen de grond gaat, wordt er rondom mij gejuicht. Penalty! Het laatste protest over zij die rechtstaan verstomt, mijn Chileense buurman helpt me op mijn zitje, meneer Esteban Paredes stapt achterwaarts naar de witte stip, het publiek leunt als één man vooruit, vol ongeduld. Hij schiet. Hij scoort! Er wordt geroepen, geknuffeld, gezongen, het spel ligt 5 minuten stil, maar de Chileense triomf is luid.

Het was een spektakel, een volksfeest. Of ik het voetbalvirus nu ook echt te pakken heb, zal de tijd uitwijzen, maar ik was aangenaam verrast. Hoewel de match strak getimed was, deed de tijd er niet echt toe, voor de eerste keer blijf ik dwars door mijn jetlag tot na 22u op. Het waren 4 uur zonder “Oye Blanca!,” in het stadium is iedereen gelijk. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur