‘Ik geloof niet in een mijn die mensen laat folteren’

Hij zit al een tijdje schuin achter me, maar waagt het pas me aan te spreken als ik me omdraai: “Herinner je je nog in 2005, in het ziekenhuis van Jaén?” Ja, ik herinner mij meteen wie daar voor mij staat! Segundo Moises Albenca Acha, de boer uit Yanta die na de mars naar de mijnbouwsite van Rio Blanco afgeleverd werd in het ziekenhuis van Jaén. Ik loog de politieman die hem bewaakte voor dat ik een Belgische journaliste was, en mocht Segundo kort bezoeken. Lang genoeg om een paar foto’s te maken van zijn wonden, en deze bewijzen rond te sturen. Hij zit hier voor mij, zichtbaar verlegen als ik enthousiast vertel hoe blij ik ben hem gezond te zien. Wat een weerzien, diep in de bergen in Yanta!

Hij was slechts half bij bewustzijn toen, wist niet hoe hij in het ziekenhuis beland was, en vroeg om zijn familie te verwittigen. Zijn lichaam vertoonde sporen van schotwonden en van foltering. Nu is er tijd voor de vragen die ik al in augustus 2005 had willen stellen.


Hij vertelt over de tocht naar de mijnbouwsite. Vanuit de boerengemeenschapYanta was dit een voettocht van niet minder dan 3 dagen. De hele bergketen staken ze over, het slechte weer in de páramos werd getrotseerd. “Een moeilijke tocht, maar we waren enthousiast en vastbesloten.”
“Ik betwijfel of het politietroepen waren, die ons opwachtten. Volgens mij waren deze mensen ingehuurd door het mijnbouwbedrijf, en hadden ze zich verkleed als politieagenten.
Ik herinner mij dat er 6 mannen rond mij stonden. Er volgden schoppen op mijn rug en nieren, benen en andere plekken. Mijn sleutelbeen brak. Ik viel.”


Vervolgens werd hij weggebracht. Segundo Moises heeft geen idee met hoeveel gevangenen ze waren. “We kregen een zak over ons hoofd, zo van die zakken waar rijst in vervoerd worden. We werden op de grond gegooid, op mijn rug. En toen werden we mishandeld.” 


“Ze vroegen ons wie de mensen opruidde, wie de leiding over deze mars had. Ik heb gezwegen. Ik dacht dat ik zou sterven door de mishandelingen, maar ik wilde geen andere mensen in de problemen brengen. Ik heb nog gehoord dat een politieman vroeg wat er met mij moest gebeuren. ‘Maak hem af’, antwoordde iemand. Hierop kwam protest. Daarna herinner ik  mij niets meer.”


“Ik moet een hele tijd buiten westen geweest zijn. Het is mij nog steeds een raadsel hoe ik in Jaén beland ben. Ik ben wakker geworden in het ziekenhuis. Ik weet niet wie mij daar afgeleverd heeft. Het mijnbedrijf zelf zal mij wel weggebracht hebben, wie anders?”


De afstand van de mijnsite tot het ziekenhuis van Jaén afleggen, daar moet een helicopter aan te pas gekomen zijn. Het moet ongelooflijk verwarrend voor hem geweest zijn. De plattelandsbevolking uit Yanta komt nauwelijks in de stad.  Nog nooit was hij verder dan Piura gereisd, dat is al een dag weg van zijn dorp. Kleren bezat hij niet meer, alleen zijn polshorloge en zijn identiteitskaart lagen bij hem toen hij wakker werd in het ziekenhuis. En nee, hij heeft niemand kunnen aanklagen, want hij heeft geen idee wie verantwoordelijk is.


Zijn familie zat een hele week zonder nieuws van hem. Via de radio werd het bericht dat hij in het ziekenhuis lag, doorgegeven naar Ayabaca. Daar werd het bericht via de plaatselijke radiozender doorgegeven naar Yanta.


 


Of ik via de radio in Jaén een boodschap kan doorgeven? Segundo Moises wil graag enkele personen bedanken die hem in 2005 kleren bezorgd hebben. Voor mij is hij niemand tegengekomen aan wie hij kon vragen zijn dank over te brengen. En of ik de presidente van de Rondas Campesinas van Cajamarca kan bedanken? De Rondas hebben zijn terugreis met de bus betaald. Twee dagen is hij toen onderweg geweest, van Jaén naar Chiclayo, verder naar Piura, dan naar Ayabaca en naar Yanta. “Wil je via de radio doorgeven dat ik gezond ben, en dat ik met veel overtuiging verder strijdt? Ik geloof niet dat een mijn die mensen zo behandelt, ontwikkeling zal brengen in onze streek.”


 


Wij zullen het referendum winnen!


En nu is hij aanwezig op een vergadering in Yanta. Vier uur heeft Segundo Moises gewandeld. Er zijn meer dan 100 aanwezigen op de vergadering, velen hebben er een voettocht van vijf tot zes uur opzitten.


De gemeenschap van Yanta is zich zeer bewust van het  naderende volksreferendum. De schrik zit er goed in, ook bij de vrouwen die niet deelnemen aan de vergadering. Zij zitten buiten met de kinderen, en stellen mij grote vragen: “Wat gaat er gebeuren als de mijn er komt? Wij hebben het water nodig voor onze velden. We hopen dat God ons bijstaat tijdens het volksreferendum. Wat moet er van onze kinderen worden?” Hun stemming zou ik haast als irrationeel paniekerig durven omschrijven. Overdreven angst, maar hoe maak ik hen duidelijk dat het niet meteen zo’n vaart hoeft te lopen. Overigens, welke antwoorden heb ik?


Binnen, in de vergadering, stellen de aanwezigen andere vragen. Het is niet voor iedereen duidelijk dat het mijnbedrijf niet zonder meer zal vertrekken bij een klare ‘nee’ van de bevolking op 16 september. We verduidelijken dat een referendum een instrument in het democratisch proces is, en dat 16 september niet het einde van de strijd zal zijn. Beroering. Enthousiasme voor andere plannen, zoals een nieuwe mars naar de site of een regionale staking zonder einddatum.


 


Na de vergadering praat ik met de dirigentes, de leiders van de gemeenschap. Ze lijsten de alternatieven voor mijnbouw op. Zuivere rivieren, bergmeren, grote biodiversiteit, medicinale planten, landbouw. Als ik doorvraag, geven ze toe dat de kennis van medicinale planten vooralsnog niet in economische plannen omgezet wordt. Ook toerisme in de regio moet uitgebouwd worden. De dirigentes verdedigen zich: ze zijn al bezig plannen uit te werken om oogstopbrengsten te verbetere.


Maar tot 16 september gaat alle aandacht naar het volksreferendum. “Reeds in 2002, toen verantwoordelijken van het mijnbedrijf hier verschenen om onze gronden te kopen, waren wij tegen. Wij zijn vanaf het begin tegen de mijn geweest! Wij gaan het referendum winnen, met 98% tegenstemmen!”


 


 


 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift