Nieuwe mijnen, zelfde verhalen

Macchu Picchu is verkozen tot één van de nieuwe wereldwonderen. Het hele land leefde mee, zelfs telefoonkaarten bevatten een oproep om te stemmen voor de befaame incaruïnes in Cusco. De Peruanen zijn trots, ook al heeft het merendeel van hen dit wereldwonder nog niet bezocht en zal dit voor velen altijd een droom blijven. De verkiezing van Macchu Picchu werkt inspirerend. Tot in het hoge Noorden van Peru wordt nu vaker gesproken om in te zetten op toerisme.

Pomahuaca is een een kleine stad in de provincie Jaén in Noord-Peru. Deze kleine stad is zich de afgelopen weken bewust geworden van de mijnbouwconcessies in de omgeving. Afgelopen zaterdag, 21 juli, werd hier op een door 300 personen bijgewoonde informatiebijeenkomst een Front voor het Behoud van Leven en Natuur opgericht. De verkozen voorzitter, tevens burgemeester van Pomahuaca, begon zijn toespraak met een verwijzing naar Macchu Picchu en het feit dat Peruanen trots mogen zijn op hun land, en dat het tijd is dat toeristen ook het Noorden ontdekken. Pomahuaca kent volgens de aanwezigen een bescheiden traditie van ecotoerisme, al lijkt deze traditie in realiteit vooral te bestaan uit plannen voor de (nabije?) toekomst.



Het mijnbouwproject Cañaris, in de buurt van Pomahuaca is eigendom van Milenio SA, dochter van het Canadese mijnbouwbedrijf Candente Resource Corporation. Volgens de officiële informatie hoopt het bedrijf vanaf 2008 de kopermijn Cañariaco te ontginnen. Momenteel is het mijnbouwbedrijf bezig met perforatie- en exploratiewerkzaamheden. De relatie met de bergdorpen kondigt een nieuw mijbouwconflict aan in de regio. Luis B, 45 jaar, getuigde voor de 300 aanwezigen hoe het mijnbouwbedrijf eten, vervoersonkosten en 40 soles (10 euro) gaf aan al wie een informatiebijeenkomst van het mijnbouwbedrijf bijwoonde. Met zjin getuigenis wilde hij vooral inwoners uit andere dorpen waarschuwen. Deze boer vertelde in een persoonlijk gesprek dat de meer dan 60 caseríos (gehuchten) die tot de gemeenschap van Cañaris behoren, inmiddels verdeeld zijn in voor- en tegenstanders van het mijnproject. Op de informatiebijeenkomst beloofde het mijnbouwbedrijf medische posten, bruggen en wegen, werd verzekerd dat er geen milieuproblemen veroorzaakt zullen worden en werd werkgelegenheid beloofd. In een rotatief syteem zou elke boer een week kunnen werken voor het bedrijf.


In officiële informatie van Milenio SA worden deze beloften herhaald. Luis B. vindt het allemaal maar niets. Volgens hem zouden een aantal burgemeesters en andere autoriteiten van de caseríos omgekocht zijn. Dat het mijnbouwbedrijf in hun officiële informatie te kennen geeft te beschikken over de toestemming van het district Cañaris voor exploratiewerken, is volgens hem het gevolg van deze omkoperij. Bovendien kunnen  een heel aantal boeren lezen noch schrijven, en tekenden ze voor akkoord met het mijnbouwproject zonder het te beseffen.


Of Luis B de feiten al dan niet correct weergaf, het dwingt alleszins respect af dat de man zich zowel voor de 300 aanwezigen van de bijeenkomst als in een persoonlijk gesprek uitsprak tegen het mijnbouwproject. Bovendien klinkt zijn verhaal zeer bekend. Helaas. Een conflictueuze relatie van een mijnbouwbedrijf met de districten waar het exploreert en exploiteert, is eerder regel dan uitzondering in Peru en andere Latijns-Amerikaanse landen. Autoriteiten die omgekocht worden zodat het mijnbouwbedrijf documenten kan voorleggen dat de gemeenschap instemt met exploratie of exploitatie, zijn geregeld inzet van rechtzaken.
Eveneens bekend klinken de argumenten tegen het mijnproject. Net zoals Luis B. zelf, werkt meer dan 90% van de rurale bevolking in Cañaris als kleinschalige landbouwer.  Luis B. is tegen de mijn omdat hij vreest dat vervuiling elke landbouwactiviteit onmogelijk zal maken, en dat de gezinnen in zijn gemeenschap nog armer zullen worden. Misschien is dat niet zo, misschien zal Milenio SA schone technologie gebruiken, maar vooralsnog zijn er in Peru weinig tot geen mijnprojecten waar de lokale bevolking echt van meeprofiteerde maar integendeel ernstig te lijden had onder milieuvervuiling. Ook de angst dat de bossen, nevelwouden en hooglanden zullen worden aangetast of zullen verdwijnen, is niet nieuw, maar meestal gegrond.


Ook de plannen van de burgemeester om in te zetten op (eco)toerisme zijn niet origineel. In de streek van Ayabaca en Huancabamba, waar het mijnbouwproject Majaz voor een grootschalig sociaal conflict zorgt, is één van de alternatieven voor mijnbouw het esoterisch toerisme, dat stoelt op de traditie van sjamanen, hun zegeningen en voorspellingen aan bergmeren. In andere regio’s van Cajamarca wordt eveneens getracht ecotoerisme uit te bouwen. Volgens de burgemeester van Pomahuaca zal ook ecotoerisme invloed hebben op de streek, maar de negatieve impact zal veel kleiner en beheersbaar zijn in vergelijking met wat een mijn teweegbrengt. Dit lijkt een realistische visie op ecotoerisme. Of Pomahuaca de keuze zal hebben om in te zetten op ecotoerisme, hangt echter niet van de stad af, maar van regionale en nationale overheden. En van de strijdlust van het Frente, de gemeenschappen en de civiele maatschappij.


 


De vraag die bij elk conflict en bij elke nieuwe concessie opnieuw opduikt, heet: waarom zijn al die nieuwe ontginningsprojecten nodig? Wie gebruikt er massaal koper, goud, zilver? Zijn er andere mogelijkheden? En ook: duurzame mijnbouw, bestaat dat wel? Voer voor volgende Brieven!

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift