Aan de slag in Senegal met Cambodja in het achterhoofd

Goele Drijkoningen werkt sinds 1 augustus 2016 als lokale vertegenwoordigster voor Broederlijk Delen in Senegal. Na verschillende jaren in Oeganda en Cambodja keert ze terug naar Afrika.

  • World Bank (CC BY-NC-ND 2.0) Landbouw in Senegal World Bank (CC BY-NC-ND 2.0)
  • vredeseilanden (CC BY-NC 2.0) Water, het blauwe goud vredeseilanden (CC BY-NC 2.0)
  • Trees ForTheFuture (CC BY 2.0) Alles begint met een boom Trees ForTheFuture (CC BY 2.0)

Goeles buitenlandse ervaring begon 10 jaar geleden in Oeganda. Een volgende job bracht haar in 2009 naar Cambodja waar ze verschillende jaren nauw samen werkte met het Ministerie van Landbouw, Bosbouw en Visserij en het Ministerie van Vrouwenzaken. Haar kijk op cultuur en ontwikkeling is gekenmerkt door haar werk in ontwikkelingssamenwerking in verschillende delen van de wereld. In haar blog combineert ze haar persoonlijke ervaringen met de activiteiten die Broederlijk Delen en partners ondernemen in zake milieu, landbouw, gelijke kansen en goed bestuur.

Van oost naar west

Na 7 Aziatische jaren in Phnom Penh, Cambodja, ben ik samen met mijn familie verhuisd naar Senegal. Een reis van oost naar west, van een lager middeninkomensland naar een laag inkomensland, van Zuidoost Azië naar Sub-Sahara Afrika, van Khmer en Engels naar Wolof en Frans, van rijst naar millet (gierst), van eerder gesloten Cambodjanen die geen gezichtsverlies willen lijden naar erg joviale Senegalezen die ad rem communiceren.

Sinds augustus 2016 hebben we gekozen voor een meer landelijk bestaan in de vijfde stad van het land, Thiès, op 70km van de hoofdstad Dakar. Het is een verandering van een bruisende hoofdstad met cinema’s, winkelketens en hippe koffiehuizen naar de rust van zandwegen met ezelskarretjes en een sporadisch restaurant.

Qua landgrootte en inwoners kent Senegal, in vergelijking met Cambodja en België het laagste aantal inwoners per vierkante kilometer, respectievelijk 68/km2 vergeleken met 83/km2 en 369/km2. Terwijl in Senegal de armoedegraad rond de 50% schommelt, kende Cambodja in het laatste decennium een sterke daling; momenteel leeft 20% onder de armoedegrens. Zowel in Senegal als in Cambodja haalt het merendeel van de inwoners hun inkomsten uit de landbouw. Desondanks zijn beide landen niet in staat hun eigen bevolking te voeden en voeren zij de helft van producten in.

Landbouw in Senegal

Professioneel gezien blijf ik in de landbouwsector werken en zie ik in de twee landen dezelfde tekortkomingen opduiken: onvoldoende overdracht van technologie en informatie aan landbouwers, lage beschikbaarheid van kwaliteitsvol zaaigoed, slechte verdeling van landbouwgrond, gebrek aan investeringen, zwakke marktstructuren en onvoldoende toegang tot productief water.

Vandaar dat Broederlijk Delen landbouwpartners ondersteunt in Senegal, elk met hun expertise, die een antwoord willen formuleren op één van de moeilijkheden waarmee landbouwers kampen. Als vertegenwoordigster voor Broederlijk Delen ga ik samenwerken met die partners en andere Belgische en internationale actoren om bij te dragen aan een duurzame rurale ontwikkeling, voedselzekerheid en een beter behoud van het leefmilieu op het plateau van Thiès en in de vallei van de Grote Baobolong.

Trees ForTheFuture (CC BY 2.0)

Alles begint met een boom

Alles begint bij een boom

Dat waren de woorden van één van de partners APAF (Association de Promotion des Arbres Fertilitaires, de l’Agroforesterie et la Foresterie): “tout commence avec un arbre”. Hun filosofie is zeker terecht in Senegal. De woestijn rukt er geleidelijk aan op. Er valt elk jaar minder regen in de 3 maanden van het regenseizoen en 2.400.000ha van de 3.805.000ha (63%) van de bebouwbare grond is zwaar uitgeput. Dit laatste voornamelijk door ontbossing, onaangepaste landbouwtechnieken en een monocultuur van pindanoten en gierst (CILSS, 2010).

Een boom houdt met zijn wortels de grond vast en beschermt tegen water- en winderosie. Hij geeft de bodem terug voedingsstoffen en houdt met stekels de dieren van de akkers weg.

Laat ons dus beginnen met een boom, een arbre fertilitaire, eentje die de bodem herstelt en onderhoudt. Een boom die met zijn wortels de grond vasthoudt en beschermt tegen water- en winderosie, de bodem terug voedingsstoffen geeft en daardoor chemische meststoffen vervangt, krachtig en groen is en liefst met veel stekels (zoals het merendeel van die woestijnsoorten) om de dieren van de akkers weg te houden.

De andere partners van Broederlijk Delen onderschrijven dit ook en bouwen erop verder. ADT/GERT (Association pour le Développement des Technologies et la Gestion de l’Espace et des ressources du Terroir) doet naast herbebossing ook aan andere erosie-bestrijdende werken. Simpel gezegd: zij leggen stenen. Maar dan wel op de juiste plaats, met een precieze hoogte en lengte en in de correcte hoeveelheid. Dit helpt om het water dat tijdens het regenseizoen van de hoger gelegen gebieden met een ongekende snelheid naar beneden stroomt en hele dorpen doet overstromen, te verminderen in kracht.

Naast die dammen leggen zij ‘baden’ aan, in verschillende vormen en maten, om water in op te vangen. Zo stroomt het water inderdaad langzamer en heeft het de tijd om in de grond te dringen. Geleidelijk aan zorgt ADT/GERT er op die manier voor om vruchtbare grond te herstellen die landbouwers terug doet boeren en extra voeding en inkomen geeft. In 2014 en 2015 hebben zij 2000 erosie-bestrijdende werken uitgevoerd, bijna 20,000 bomen geplant en daardoor 4,600 hectare grond terug bruikbaar kunnen maken voor de landbouw.

Wauw!

Wauw! Hoe positief kan je zijn om ‘ja’ te zeggen? In het Wolof, de meest gesproken taal in Senegal (door 85% van de bevolking), is het een gewone manier om iets te bevestigen. Voor mij als Nederlands sprekende klinkt het als een super JA! Doe maar! Met veel plezier! Geweldig! De etnie van de Wolof spreken deze taal, maar ook de Sérèr, de Peul, de Lébou en alle andere bevolkingsgroepen. Daarnaast spreekt iedereen ook zijn/haar eigen taal en spreekt bijna de helft van de Senegalezen ook nog Frans. Tweetaligheid is dus de norm en het merendeel spreekt 3 talen. Erg handig en indrukwekkend vind ik.

Tweetaligheid is hier de norm, het merendeel van de mensen spreekt zelfs 3 talen.

Ik merkte tijdens een veldbezoek dat ze ook heel flexibel in hun taalgebruik zijn. De chef de village verwelkomde ons in het Frans, sprak Wolof met mijn Senegalese collega’s en schakelde over naar het Sérèr om uit te leggen hoe de bladen van een bepaalde boomsoort een natuurlijk middel tegen reuma kunnen zijn. Ik dacht altijd dat wij als Vlamingen best wel polyglot zijn, maar ik heb hier nog niemand zien achterover vallen wanneer je Nederlands, Frans en Engels spreekt. Er is dus werk aan de winkel.

Met het oog op een lange-termijn verblijf gaan we ons toch ook op een bepaald moment aan het Wolof moeten wagen, wauw, wauw. Het is namelijk zo leuk om een taal puur als communicatiemiddel te zien, om anderen te kunnen aanspreken in hun moedertaal, om banden te leggen, los van welke identiteit je het ook geeft. In het Khmer, dé taal in Cambodja, zeiden de vrouwen ‘tchaa’ en de mannen ‘baat’ om ‘ja’ te zeggen. 1-0 voor Senegal zou ik zeggen, met alle respect voor de Cambodjanen. Daar was taalgebruik trouwens een veel minder flexibel begrip. De meeste Cambodjanen die ik ken spraken liefst van al hun eigen taal, want dat was de enige manier om zich echt te kunnen uitdrukken.

Rijst voor iedereen

Waar er in Cambodja drie maal per dag rijst op het menu stond, aangevuld met iets van soep, vis, vlees en groenten maar niet te veel, houdt men in Senegal van gierst, gebroken rijst, mais, zoete aardappel en andere graanproducten, ook aangevuld met iets van vlees, vis en een handvol groenten.

Terwijl Cambodjanen houden van hun ‘sticky white rice’, verkiezen Senegalezen gebroken rijst, de rijst in feite die niet gebruikt wordt in Azië en die je hier dus ook in de winkels terugvindt. Het zijn de Fransen die rijst hebben ingevoerd in West-Afrika vanuit ‘Indochina’. Wanneer de Senegalezen ingevoerde rijst aten, konden ze hun velden en tijd gebruiken om pindanoten te kweken voor de uitvoer van de veelgevraagde arachideolie naar Europa.

Het blauwe goud

vredeseilanden (CC BY-NC 2.0)

Water, het blauwe goud

Even terug naar het dagelijkse leven: een paar dagen na onze aankomst schoot de elektriciteitscentrale van Thiès in brand en is ze ontploft. Dit leverde prachtige beelden op in ongelooflijke kleurenschakeringen. Maar het betekende ook geen stroom gedurende een viertal dagen, en vooral geen leidingwater aangezien de pompen van het waterreservoir van Thiès niet werkten.

Ik ben blij weer eens te hebben ingezien hoe broodnodig water is en opnieuw bewust geworden hoe (ongepast) vanzelfsprekend ik het vind.

Resultaat: 320.000 inwoners zonder elektriciteit en stromend water, en emmers, vuilnisbakken en lege waterflessen in de tuin om het regenwater op te vangen. Ik ben blij weer eens te hebben ingezien hoe broodnodig water is en opnieuw bewust geworden hoe (ongepast) vanzelfsprekend ik het vind.

Het herstellen van de centrale was niet direct opgelost. Hoewel de nodige vervangstukken na een paar dagen al vanuit Frankrijk ter plaatse waren, was het nog wachten op de technische experten om het werk uit te voeren.

Ondanks de ongemakken, kenden we een paar dagen van ‘onthaasten’: je wassen met regenwater uit een emmertje en eten bij kaarslicht.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift