Buitenlanders geweerd in NGOs in Oeganda

Vanochtend was het voorpaginanieuws in de Daily Monitor: “Regering legt beperkingen op voor aanwerving van expatriates”.

De eerst regel van het artikel zocht echt naar een schokeffect in zijn openingsformule: “De regering heeft een verbod opgelegd aan internationale en lokale NGOs werkzaam in het land om buitenlanders aan te werven”…. Maar lang kunnen ze deze teneur niet volhouden zonder de waarheid geweld aan te doen, dus gaat de zin verder “… tenzij ze kunnen bewijzen dat geen enkele Oegandees de vaardigheden van de expat kan evenaren”.

Op zich zou dit niets bijzonders zijn, hoogstens wat verwondering wekken dat ze daar nú pas mee af komen, en waarom dan alleen maar voor NGOs? De meeste landen hebben al zulke regels. Ik heb enkele jaren terug geprobeerd in Canada aan de bak te geraken, maar zo speciaal ben ik nu ook niet dat ik dingen kan die geen enkele Canadees kan. Noppes dus. De mythe van het gastvrije Canada was gauw doorprikt.

Als Vredeseilanden eind 2002 een Oegandese kracht aanwierf voor ons hoofdkantoor, hebben we dat ook grondig moeten verantwoorden. Ze werkt nog steeds op de zetel. Dat is wel wat langer dan de maximum duur van twee jaar die de regering hier oplegt. Maar dat moet ruim volstaan. Is onze opdracht immers niet onszelf overbodig maken?

Verdachtmakingen

Wel een beetje vreemd is de tandenknarsende toon waarop ambassadeur Gabriel Kangwagye, als voorzitter van de raad voor de registratie van NGOs, de mededeling aan de pers bracht. “NGOs komen om de gemeenschap te helpen en complementair werk te leveren aan dat van de overheid. Ze moeten niet geld vragen in onze naam om dan jobs voor henzelf te creëren. Want dan kunnen ze beter bedrijven opzetten in plaats van non-profit, apolitieke en gemeenschapsversterkende organisaties”.

De journalist van diens doet er nog een schepje bovenop: “we begrijpen daaruit dat vele internationale organisaties, vooral zij die in gezondheid, landbouw en gemeenschapsontwikkeling werken, on- en ondergekwalificeerd personeel binnen brengen van buitenaf, hen veel meer betalen, en hen aanstellen als supervisoren van overigens beter gekwalificeerde Oegandese werknemers”.

Straffe verdachtmakingen! Ik herken deze situatie compleet niet. Mijn organisatie werkt op dit moment in Kampala met vier expats op een team van een tiental. Dat is veel, zegt u?

Eén van hen is een BTC-stagiair met een apart statuut. Niet echt een klassieke werknemer dus, en zeker iemand die niet langer dan twee jaar kan blijven. Twee anderen zijn Keniaanse deskundigen. In een regionaal kantoor dat heel Oost-Afrika bestrijkt lijkt me dat perfect te verdedigen, en voor langer dan twee jaar. En dan ikzelf nog, met een ondersteunende opdracht van zes maanden.

Regionale voorsprong

Een beetje bevreemdend is dat deze nieuwe expat-regel indruist tegen de regionale arbeidsmobiliteit die de Oost-Afrikaanse Gemeenschap hoog in het vaandel heeft geschreven. In de praktijk zien we daar dus bitter weinig van. Rwanda en Kenia hebben hun arbeidsplaatsen afgeschermd voor Kenianen omdat ze er niet tegen op kunnen. Door grote inspanningen op het vlak van vorming hebben Kenya en Oeganda een kwalitatieve regionale voorsprong op Tanzania (het socialisme van Nyerere legde de klemtoon op onderwijs in het Swahili, waardoor de internationale competitiviteit van een hele generatie ondermijnd werd) en Rwanda (Engels is er nog maar enkele jaren een officiële taal), maar ook in Zuid-Soedan, ook al is hun toetreding tot de OAG nog geen feit. Ik ben benieuwd of de OAG hier zal op reageren.

Politiek activisme

Zou het misschien een maatregel zijn die als een stok achter de deur wordt gehouden tegen NGOs die niet in het gelid willen stappen, zonder het zo te noemen? Vorige week was er lichte paniek wegens de houding van districtscommissarissen en decentrale veiligheidsagenten tegenover een aantal NGOs die aan beleidsbeïnvloedend en sensibiliserend werk doen rond landgrabbing en mensenrechten. De ambassadeur heeft hen moeten samenroepen om hen gerust te stellen. Het ging alleen maar om een andere vorm van toezicht dat voortaan veel meer gedecentraliseerd zou gebeuren, lichtte hij toe.

De week voordien had de Minister van Ethiek en Integriteit (asjeblief!) aangekondigd dat 38 NGOs die zich bezighouden met homoseksualiteit de deuren zullen moeten sluiten. “Onder het voorwendsel van humanitaire bezorgdheid promoten ze een negatieve cultuur die indruist tegen onze waarden. Ze krijgen steun van buitenaf om jonge kinderen te lokken naar deze ondeugd. Zij moedigen homoseksualiteit aan als de beste vorm van seksueel gedrag”, zei de minister-priester zonder verpinken. Wat hebben ze hier nog een lange weg te gaan om te leren omgaan met LGBT-mensen!

Het ziet er niet naar uit dat de verstandhouding met de NGOs de komende jaren zal verbeteren. Het regime van Museveni krijgt steeds luider kritiek voor zijn halsstarrig vastklampen aan de macht. Een beweging die vorige week werd opgericht om vóór de volgende verkiezingen te streven naar het herinvoeren van de beperking van het ambt van president tot maximaal twee mandaten kreeg meteen erg dreigende overheidstaal over zich heen.

Dat is al jaren de beleidsstijl van president Museveni: ogenschijnlijk tolerant en breeddenkend, omdat dit altijd goed is voor een internationaal imago, tot de mensen beginnen te geloven dat er echt wel actieruimte bestaat. Maar dan slaat de val ongenadig dicht.

Onrealistische verwachtingen

De publieksreactie op de aangekondigde maatregel is overwegend positief. Toch blijkt dat velen een irrealistisch beeld hebben van de impact op de arbeidsmarkt. Alsof nu plots duizenden banen gaan ter beschikking komen. Als de maatregel bedoeld is om de hoge werkloosheid in het land aan te pakken, dan zal dit enkel maar tot ontgoocheling leiden. Velen zouden graag eenzelfde maatregel voor de bedrijfswereld zien uitgevaardigd worden. De weerslag van de uitwijzing van de Indiërs in 1972 op de nationale economie is blijkbaar alweer vergeten.

Opvallend is dat vele mensen ‘expat’ eenzijdig vertalen naar ‘blanke’, terwijl in de feiten vermoedelijk veel meer niet-Oegandese Afrikanen zullen worden getroffen door de maatregel dan Europeanen.

It’s the security, stupid!

Mevrouw Eunice Kisembo van de dienst Immigratie van het Ministerie van Binnenlandse zaken vindt de maatregel niet echt nieuw: “Wij doen al aan poortbewaking door bedriegers uit te zeven. NGOs die een werkvergunning aanvragen voor buitenlanders moeten zich eerst laten registeren en een vergunning kunnen voorleggen om te mogen werken”. En dan volgt het best verborgen argument: “Dat is om zeker te zijn dat de juiste, gewenste migranten het land binnenkomen”. Waarmee meteen duidelijk is dat de verstrengde normen wellicht ook deels geïnspireerd zijn door de stijgende veiligheidsbedreigingen van de laatste jaren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur