Congolees fingerspitzengefühl

Ik moest blijkbaar in Congo gaan wonen, of all places, om de juiste diagnose te vinden van mijn jarenlang medisch probleem.

De eerste keer dat ik die pijn in mijn buik voelde was iets meer dan twintig jaar geleden. Ik werkte toen als vertegenwoordiger van 11.11.11 in de Filippijnen. Door een innige samenwerking op universitair niveau met de USA beschikten ze daar toen al over hoogstaande medische technologie. Dus mocht ik een liter contrastpap inslikken om met Röntgenfoto’s eventuele afwijkingen in mijn maag-darmstelsel te kunnen vaststellen.

Het medisch team was zeer professioneel en de foto’s zeer helder. Hun diagnose luidde: dolichocolon. Vrij vertaald betekent dit “weelderige darm”, met andere woorden, een half metertje méér dikke darm dan de gewone sterveling. Dat zou dan wel voor wat ongemak zorgen, omdat de buikholte daar niet op voorzien is, en er dus eigenlijk te weinig plaats voor is. Tot de dag van vandaag vraag ik me af of het niet gewoon te maken had met het verschil tussen de Vlaamse en de Filippijnse constitutie. Want het klopt: in alle lichaamsdelen hebben ze wel een maatje of twee kleiner dan wij…

Kort na mijn terugkeer uit de Filippijnen, nog steeds geplaagd door weerkerende buikpijn, lag ik al op de onderzoekstafel van het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen. Bovenop de fauna aan wormen die mij tot hun woonst hadden verkozen, vonden ze ook een stevige populatie amoebes. Hun veronderstelling was dat die beestjes in mijn darmwand een amoeboma hadden gebouwd, een soort van amoebenstad op een steeltje. En dat kan natuurlijk voor wat ongemak zorgen. Maar die weefselwoekering echt aantonen konden ze niet. Het ongedierte bestrijden gelukkig wel.

Maar de pijn kwam terug. Na een desastreus werkbezoek in de Kasaï, tweede helft jaren negentig, waar de pijnaanval door het schokken op de oerslechte wegen een ongekende hoogte nam, stapte ik naar Gasthuisberg. De endoscopie was intussen een gangbare techniek geworden, en ik vroeg de arts me niet helemaal te verdoven zodat ik mee kon kijken op de monitor hoe het cameraatje zich in mijn gangenstelsel een weg baande. Ik wou die amoeboma nu wel eens met mijn eigen ogen zien.

Groot was mijn verbijstering toen de arts helemaal niets vond. Maar dan ook niets: geen enkele aanwijzing voor de oorzaak van mijn pijn. “Misschien zit het tussen de oren”, suggereerde hij. “Leren mee leven”, was zijn wijze raad. Alsof ik dat intussen al niet zeven jaren aan het doen was…

In het eerste decennium van deze eeuw deed ik nog twee pogingen: één in het instituut Jules Bordet, waar ik deze keer de arts vroeg om helemaal géén verdoving meer te geven, opdat me zeker echt niets zou ontgaan. Hij bekeek me eerst wat vreemd, maar toen hij hoorde dat ik dat soort onderzoek kende en al eens had meegemaakt, stemde hij toe.

Resultaat: niets, absoluut niets. In plaats van blij te zijn dat me niets scheelde, werd ik verdrietig. Want die pijn was beslist geen fantoompijn, en moest een duidelijke oorzaak hebben.

Vijftien jaar na de eerste symptomen en ondanks de herhaalde ontgoochelingen raapte ik al mijn moed samen en stapte naar het UZ Pellenberg. Iemand had me gezegd dat geen enkel syndroom aan de hypermoderne scanner zou ontsnappen: als ze daar niets konden vinden, zou er echt niets zijn.

Ondanks de commotie die mijn lichte allergische reactie op de jodiumcontraststof veroorzaakte (dergelijke reacties kunnen omslaan in een dodelijke shock, maar het bleef in mijn geval bij enkele allergiepuistjes) had de arts toch ook nog voldoende aandacht voor de scanresultaten zelf, en voorwaar, hij ontwaarde twee kleine infectieplekjes op de plaats van de pijn, maar vond ze niet betekenisvol genoeg om er verder op in te gaan. De zoveelste ziekenhuisrekening zonder resultaat…

En dan werd het oktober 2011 in Butembo, en de zoveelste recurrente pijnaanval diende zich aan. Een belangrijk verschil met de vorige was dat ik deze keer een nacht lang koorts maakte, en dat ik kort het bewustzijn was verloren. Dus toch nog maar eens medische hulp zoeken, misschien was er meer aan de hand. Navraag naar de beste arts van de stad brengt me vanuit verschillende hoeken naar dezelfde man: Dr. Jean-Paul Mundama.

Ik doe mijn verhaal, hij legt één keer zijn vinger op de zere plek, ziet mijn reactie, en zegt meteen zonder aarzelen: “ohoo, dit is een chronische appendicitis”.

Ik sta versteld. Als niet medisch geschoolde was ik al vaker gaan surfen op internet op zoek naar mogelijke verklaringen voor mijn decennialange leed, en chronische blindedarmontsteking was daarbij al vaker opgedoken als een mogelijkheid. Maar er bleek grote discussie te bestaan tussen artsen, en velen verwierpen het ziektebeeld volledig: appendicitis is voor hen altijd acuut, en al de rest is flauwekul.

Toen ik dat standpunt opperde tegenover Dr. Mundama bleek hij op de hoogte: hij heeft in België gestudeerd, en herinnert zich die discussie uit zijn studententijd. Ook mijn chirurg in België, Dr. Koen Vermeulen, bevestigde me dat als ik me bij hem aanbood. Een vermaarde professor aan de KU Leuven had het zelfs jarenlang letterlijk in zijn cursus staan: chronische appendicitis is een medical legend. Maar dan wel één die verdomd pijn kan doen, en doorgaans is dat niet het geval bij legendes.

Toen mijn broer tijdens de voorbije oudejaarsnacht mijn verhaal vertelde aan een bevriende arts, verzette deze zich nog altijd met grote stelligheid tegen de gedachte dat chronische appendicitis misschien toch zou kunnen bestaan. Hij is blijkbaar een trouw adept van die Leuvense professor, en door het zeldzaam voorkomen van het ziektebeeld had hij nog niet de kans gehad het te leren kennen. Dus bestaat het niet voor hem.

Gelukkig was de ingesteldheid van mijn eigen huisdokter heel anders. Hij nam de doorverwijsbrief van Dr. Mundama heel ernstig, en zorgde voor een afspraak met de chirurg. Nog voor ik mijn hele verhaal van de opeenvolgende onderzoeken had voltooid, onderbrak deze mij, en zei: ik zal je zeggen wat je scheelt, zelfs nog voor ik je onderzoek: je hebt chronische appendicitis.

Zoveel medische eensgezindheid maakte me blij, en ik begon te geloven in een duurzame oplossing. Op vrijdag 6 januari om 7u30 mocht ik me aanmelden in het ziekenhuis. Het duurde even voor iemand tijd voor me had om me in te schrijven. Mijn oog viel op een blinkend tijdschrift: het jaaroverzicht 2011 van Le Vif/L’Express. Ik sloeg het op een willekeurige pagina open, en daar verscheen de titel “Kabila rempile sans vraie légitimité”, met een foto van J. Kabila die de eed aflegt. Toeval bestaat niet, Congo heeft me naar dit ziekhuis geleid, Congo zal me ook hier blijven achtervolgen…

“Dag meneer”, zegt eindelijk een medewerker, “u bent gekomen voor het laten weghalen van de galblaas, nietwaar?”. Ik sta sprakeloos: persoonsverwisseling en verkeerde medische ingrepen op gezonde lichaamsdelen hebben me altijd doen gruwen, en nu sta ik zelf oog in oog met die eventualiteit”.

“Ik heb… gereserveerd voor… een blindedarmoperatie…”, stotter ik.

“O ja, ik zie het, klein foutje bij het opschrijven”, lacht de man groentjes, “ ’t komt in orde hoor meneer”.

Ik ben blij als Dr. Vermeiren me op de operatietafel de hand komt schudden. “En, nog pijn gehad aan je blinde darm?”, vraagt hij. “Yes, hij herinnert me zich, het komt écht in orde”, denk ik.

“Tot straks, meneer”, zegt de anesthesist voorkomend, vlak voor hij mijn bewustzijn in anderhalve seconde platspuit.

Aan de andere kant van de narcose bevestigt de chirurg me dat mijn blinde darm er maar raar uitzag. Het weefsel was helemaal verhard. Hij heeft hem binnengegeven voor nader onderzoek. Bovendien was de aanhechtingsplaats tussen mijn dunne en dikke darm een halve slag gedraaid, zodat de blinde darm naar binnen was gekeerd, en de dunne darm half rond de dikke darm zat. Naast het wegsnijden van het versteende orgaantje moest er dus ook nog wat gesleuteld worden aan de architectuur van mijn darmstelsel. Benieuwd hoeveel buikcomfort ik nu zal hebben gewonnen. Voorlopig voel ik alleen nog maar veel pijn aan de operatiewonden.

Wat hebben we nu geleerd?

Ten eerste: geneeskunde is noch een exacte wetenschap, noch een religie met dogma’s, maar vooral een kwestie van gezond verstand.

Ten tweede: gewapend met niets anders dan zijn fingerspitzengefühl en een stevige dosis intuïtie wist een Congolese arts alle gerenommeerde instituten die ik eerder bezocht en hun gesofisticeerde instrumentarium te overklassen door de juiste diagnose te stellen.

Ten derde: vanuit mijn ziekenhuisbed word ik blootgesteld aan de Vlaamse media en hun kookmanie. Ongelooflijk hoe snel een mens de manier van praten van die West-Vlaamse TV-chef overneemt…

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2828   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

Met de steun van

 2828  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.