Herinneringen aan een koning

Op een dag als vandaag kan je niet anders dan terugblikken op wat Koning Albert voor jezelf heeft betekend.

U zit er niet op te wachten, dat besef ik heel goed. De afgelopen dagen, en vooral vandaag zelf, de nationale feestdag die meteen ook een omgeslagen pagina in de geschiedenis van de Belgische dynastie is geworden, word je vanuit alle mogelijke hoeken met Albertalia om de oren geslagen. Als je gedacht had onder te duiken in de Mo* wereldblog om daaraan te ontsnappen, moet ik je teleurstellen. Maar ik zal het kort houden. Even kort als het gemeenschappelijk verleden tussen Albert II en mij. Dat beperkt zich tot vijf minuten op 10 april 1994.

Vier dagen eerder was de genocide in Rwanda in al zijn gruwel losgebarsten. Die avond kwam de derde repatriëringsvlucht van een Belgisch militair vliegtuig aan, en net als de twee voorbije avonden bevonden we ons met enkele NGO-collega’s in het militair ziekenhuis van Neder-over-Heembeek waar de geëvacueerden werden heen gebracht. Als verantwoordelijke voor de werking van de toenmalige NGO COOPIBO in Rwanda had ik de belofte gekregen dat de twee mensen die de vertegenwoordiging van Coopibo in Rwanda waarnamen ook zouden worden geëvacueerd. Iedereen die met België werd geassocieerd was toen in levensgevaar. De moord op de tien Belgische para’s op 7 april liet daar niet de minste twijfel meer over bestaan. Ons kantoor bestond uit twee dames, één van hen was de dochter van een voormalig Hutu-burgemeester, de andere een Tutsi. Nooit eerder waren we daar blijven bij stilstaan, tot hun administratief-etnisch profiel plots een kwestie van leven of dood bleek te zijn geworden. De ambassade had begrip getoond voor onze argumenten en had dan ook beloofd onze medewerkers naar België over te brengen.

Bij elke repatriëringsvlucht hadden we nieuwe hoop onze collega’s in de armen te kunnen sluiten. Maar het werd telkens een nieuwe ontgoocheling. Kwam daar nog eens bij dat omwille van wat op 7 april was gebeurd de Belgische regering had beslist om haar blauwhelmen terug te trekken. Op 11 april zouden de Belgische blauwhelmen de verdediging van de Officiële Technische School ETO Don Bosco in Kicukiro bij Kigali opgeven. Wat dan zou gebeuren met de duizenden Tutsi die er veiligheid en bescherming hadden gezocht, was voor iedereen zonneklaar. De Interahamwe die de school al dagen belaagden zouden vrij spel krijgen. Zelfs toenmalig buitenlandminister Willy Claes moet daarvan perfect op de hoogte zijn geweest. Maar toch voerde hij die beslissing door. Het weigeren van hulp aan personen in nood is toch een criminele daad?

Daar stond ik dan, diep ontgoocheld dat voor de derde dag op rij geen enkel nieuws over onze collega’s kon worden verkregen. En dan de lafheid van onze Belgische politici. De tien para’s waren omgebracht door het Rwandese leger, terwijl RPF-rebellenleider Kagame een duidelijke bedreiging had geuit. Indien de Belgische troepen zich niet binnen de 72 uren zouden terugtrekken, zouden ze worden beschouwd als vijandelijke troepen en als dusdanig worden behandeld. Onze regering zwichtte voor de dubbele chantage.

Op dat moment kwam het koninklijk echtpaar binnen in de grote onthaalzaal van het militair ziekenhuis om hun steun te betuigen aan de gerepatrieerden. Ik heb er niet lang moeten over nadenken. Omdat de koning beter afgeschermd was, richtte ik me eerst tot de koningin. Na een paar zinnen werd ik aangemaand om me eerder tot de koning te richten, wat ik maar al te graag deed, en ik werd tot bij hem gebracht. “Sire”, had ik gezegd – ik wist zelfs niet dat ik dat woord ooit in de mond zou nemen – “u weet natuurlijk ook dat onze regering besloten heeft om de Belgische blauwhelmen terug te trekken uit Rwanda. Morgen zullen duizenden Tutsi vluchtelingen in de ETO-school daardoor overgeleverd worden aan de moordenaars die hen belagen. Als de politici niet de moed hebben om dat te voorkomen, laat dan alstublieft uw moreel gezag gelden om deze beslissing ongedaan te maken”.

Ik had het in het Frans gezegd, om zeker te zijn dat mijn boodschap zou overkomen. Hij bekeek me met half dichtgeknepen ogen alsof hij zat af te wegen of ik nu de waarheid sprak of niet. Maar hij antwoordde niets. Hij werd meteen weer weggeleid naar iemand anders. Ik bleef wat wezenloos achter, tot een geüniformeerde jongeman met een militaire groet mijn aandacht trok. Hij wou weten wie ik ben, en ik moest nog eens herhalen wat ik aan de koning had gezegd, zodat hij het netjes kon opschrijven. Ik liet ook mijn visitekaartje in zijn handen achter. Hij zou me laten weten welk gevolg aan mijn verzoek werd gegeven.

De dag erop zijn de blauwhelmen uit de ETO vertrokken. Meer dan tweeduizend vluchtelingen, voornamelijk Tutsi, werden in 24 uur tijd afgeslacht. Ik heb nooit nog iets gehoord van het Hof.

Ach, ik was natuurlijk ontzettend naïef te denken dat deze spontane démarche enig effect zou hebben. Het voorval heeft mijn perceptie van het koningshuis als impotente façade-instelling voor altijd verankerd. Groot was dan ook mijn verbazing dat aftredend koning Albert in zijn laatste ambtsuren daar nog heeft verandering in gebracht. In zijn allerlaatste 21 juli-rede formuleerde hij vier bijzonder wensen. Zijn oproepen voor het versterken van de nationale cohesie (eerste wens), voor steun aan zijn zoon (vierde wens), en zelfs voor een sterker en socialer Europa (tweede wens), waren geen verrassing. Zijn derde wens was dat wel. Ik citeer letterlijk: “Zelfs tijdens een crisisperiode in Europa dienen we verder open te staan voor de ontwikkelingslanden. Voor ons, Belgen, zullen we aandacht blijven besteden aan Centraal-Afrika waarmee wij zoveel banden hebben gesmeed en dat nu talloze beproevingen moet doorstaan.

Dat betekent nu niet dat ik plots royalist ben geworden. Het is wel een bewijs dat de afgetreden koning geen populist is. Op een moment dat het maatschappelijk draagvlak voor internationale solidariteit danig aan het afkalven is daar een prioriteit van durven maken in zijn afscheidsspeech, dat doe je niet als je het niet echt meent. Dan vergeef ik hem zelfs zijn oubollige term “ontwikkelingslanden”  en het nietszeggende generische woord “aandacht”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur