In hetzelfde schuitje als maman Olive

Je zal zien, had Jacquis, een medewerkster die mijn biljet voor me had gekocht, me wel drie keer gezegd: reizen met die grote boot heeft zo zijn charmes. Je zal je echt op een toeristische uitstap voelen. Bovendien heb je er internetverbinding. Je zal ervan genieten!

Op terugweg van Bujumbura naar Butembo vreesde ik al dat het traject Bukavu-Goma in het water zou vallen. Zopas was in Bukavu de derde wereldvrouwenmars afgesloten, en duizenden vrouwen uit binnen- en buitenland zouden een plaats zoeken op de boten naar Goma, van waar vluchten naar Kinshasa en Kampala vertrekken. Dus veel hoop had ik er niet op snel thuis te geraken, na die lange rit van Bujumbura naar Bukavu, langs de “escarpements” van Ngomo.

Maar Jacquis wist dat op te lossen. Ze heeft nogal wat relaties, en ze was er snel in geslaagd toch nog een eerste klasse ticket te vinden voor mij op de Emmanuel. In tegenstelling tot de kleine speedbootjes die een twintigtal passagiers kunnen meenemen, biedt de Emmanuel op zijn twee verdiepingen plaats aan enkele honderden mensen. Maar in plaats van twee uur, doet hij er wel zes uur over om de 100 kilometer van Bukavu naar Goma af te leggen, in de lengteas van het Kivumeer.

Ik stond dus de ochtend erop om halfzes aan de haven, want de boot zou om zeven uur afvaren. Maar bij aankomst was al meteen duidelijk dat er iets niet klopte. Een grote mensenmassa stond samengetroept voor de massieve ijzeren poort. Ik zag nog net enkele blanke vrouwen met hun bagage binnenglippen vooraleer de poort helemaal dichtging en met een zware ketting werd vastgemaakt.

“Maar enfin, wat is er aan de hand? Wij hebben onze tickets toch ook betaald? Waarom mogen enkel de blanken op de boot? Dat is discriminatie!” hoorde ik langs alle kanten mompelen. Tot de kwaadsprekers mij in de gaten kregen en begrepen dat er iets anders aan de hand moest zijn. Maar wat dan wel? Niemand gaf enige uitleg. We hadden er het raden naar.

Zeker een dik halfuur later zag ik de blanke vrouwen aan boord gaan, en ik maakte een vragend gebaar met open handpalmen naar boven gericht naar één van de havenmensen. Hij antwoordde met een omschrijvend gebaar van zijn wijsvinger. “Ga wat verder naar een andere ingang”, las ik in zijn gebaar, “en we halen je binnen”.

Ik verstarde. Zou het hier dan toch “slegs vir blankes” zijn? Doe ik daar aan mee? Maar de drang om thuis te geraken was te groot, en ik nam mijn bagage op en verliet de grote groep wachtenden. “Geeft u het nu al op, meneer?’, zei iemand, die mijn ware intenties niet kende. “Ja, ik stap het op, ben het hier beu”, hoorde ik mezelf liegen, en even later verdween ik in een halfopenstaande deur waar mijn tipgever me al stond op te wachten om me binnen te halen.

Ik mocht meteen mee de boot op. Een kwartier later vaarde hij uit. Tenminste dat dacht ik. Want op amper tweehonderd meter van de kade viel hij weer stil en bleef daar liggen dobberen. Ik begaf me naar de trap die naar het “balcon” leidt, de eerste klasse afdeling. Maar ik kreeg de deur op mijn neus. Een bemanningslid verbood me de toegang.

Ik toonde hem mijn ticket, maar hij wou het niet eens bekijken. “We wachten nog op iemand meneer, en u mag daarom niet naar boven”. Ik had mooi aandringen op meer duidelijkheid, hij was onverzettelijk.

Ruim twee uur later kwam er weer leven in de boot: hij meerde opnieuw aan, precies op dezelfde plaats aan de kade. Plots werd het zware hekken opengedraaid, en de mensenmassa stormde bepakt en geladen naar de boot als een menselijke vloedgolf. Voor ik begreep wat er gaande was, was ik aan alle kanten ingesloten door mensen, en kon niemand nog voor- of achteruit.

Nog eens twee uur later werden twee auto’s op het dek gereden, waardoor de mensen nog meer tegen elkaar werden aangedrukt. Spiksplinternieuwe terreinwagens van een gerenommeerd Japans merk. En dan weerklonken plots schelle vreugdekreten: de belangrijke persoon die verantwoordelijk was voor onze lijdensweg was blijkbaar aangekomen.

De echtgenote van president Kabila, de First lady in persoon, had die ochtend beslist dat ook zij met de Emmanuel zou reizen in plaats van met die snelle speedboten, en dus werd de hele eerste klasse opgeëist voor haar en haar gevolg.

Het eerste wat ze deed was de hele boot langsgaan, om iedere passagier zonder één uitzondering persoonlijk te begroeten. Tegen dat ze bij mij in de buurt kwam had ik mijn ergste gevoelens van frustraties en ergernis over het zinloze tijdsverlies volledig onder controle, en besloot ik om niets anders te zeggen dan een krachtig “Bonjour maman”. Ze keek even verrast omdat een blanke eerder “madame“ zou zeggen, maar stortte zich dan meteen verrukt op een klein kindje vlak naast mij dat ze uit de armen van haar moeder rukte. Dat geeft altijd mooie plaatjes. Dat weet ook maman Olive. En zo hoefde ze niets meer te zeggen tegen die rare muzungu die haar “maman” noemde.

Jij bent me toch nog wat schuldig, dacht ik. En ook al weet ik hoe riskant het kan zijn om in Kongo te fotograferen, zeker als het om de vrouw van de president gaat, toch haalde ik mijn fototoestel boven, en schoot een hele serie plaatjes van de zwaar opgemaakte First lady.

Om precies 11u38 vaarde de boot dan eindelijk echt uit. Ik keek rond me. Hoeveel mensen zouden hier meer op de boot staan dan wettelijk toegestaan, dacht ik nog. Maar dat was niet meteen de interessantste gedachte. Hoeveel boten zijn al niet vergaan in Kongo wegens overgewicht? Maar dat risico zouden ze de ega van de president niet laten lopen, troostte ik me. Onze boot kreeg een viervoudige politie-escorte: twee speedboten vooraan, twee achteraan, in elk bootje 5 politiemensen, één van hen met een kalashnikov. En ook een radioverbinding. Moest er iets mis gaan, dan zou het in ieder geval meteen doorgeseind worden.

De controleur stootte op nogal wat mensen die zonder ticket waren ingestapt. Elke keer een heel geruzie om dan toch een betaling te kunnen krijgen. Heel even ging er zelfs iemand op de vuist, vlak naast mij. Ik duwde mijn wijsvinger tegen zijn neus en snauwde hem toe: “ik wil hier geen geweld in mijn buurt hé kerel. Ik háát geweld”. Waarop hij beteuterd antwoordde: Ik ben het niet, het is die andere die begonnen is”.

Een uur later ging er een gerucht door de menigte: het verschil tussen de betaalde waarde en de feitelijke waarde van je plaats op de boot zou worden terugbetaald. Nog een uur later volgde een tweede gerucht: maman Kabila had spijt dat ze ons zolang had laten wachten, en zou daarom alle tickets integraal terugbetalen. “Alleen aan de Kongolezen”, vermoedde een vrouw naast me. Anders zou het ook wel in het Frans worden meegedeeld. Niet dus.

Het bleek geen gerucht te zijn. De controleur deed opnieuw zijn ronde en betaalde daadwerkelijk aan iedereen zijn ticket terug uit. Maar mij ging hij voorbij. “Excuseer meneer”, hield ik hem staande, “ik hoop dat ik ook op uw lijst sta en op een terugbetaling mag rekenen. Per slot van rekening heb ik evenveel afgezien als alle anderen”. “Euh…” hoorde ik hem aarzelen, “ euh… oui, sans doute monsieur, attendez, je reviendrai…”

Vijf uur en drie kwartier na het vertrek, of nog: na tien uren rechtstaan sedert ik aan boord ging, kwam de Emmanuel eindelijk aan in Goma. Een fanfare en een grote groep vrouwen met vlaggen stonden ons, of liever, haar, op te wachten.

Het gepeupel moest zo snel mogelijk de boot ontruimen. Gewapende militairen hadden een rij gevormd langswaar we moesten worden afgevoerd. Ik stapte op een burger af met das en maatpak, en zei hem: “excuseer meneer, maar uw First lady heeft me een belofte gedaan, en ik zou niet willen dat ze haar belofte niet nakomt”. Zijn wenkbrauwen fronsten onbedaarlijk. “Maman Olive heeft beloofd dat ze alle tickets zou terugbetalen, en bij mij is dat nog niet gebeurd”, lichtte ik toe.

“Maar meneer, ziet u niet dat wij nu wel andere dingen aan ons hoofd hebben? Bied u morgenvroeg aan in ons kantoor”. “Het spijt me meneer, dan zit ik op het vliegtuig. Sta me toe aan te dringen dat haar belofte nu meteen wordt vervuld”. “Kom, ik zal u begeleiden”, zei hij, deed drie passen richting uitgang in de overtuiging dat ik dan met de stroom zou meegaan, en keerde op zijn stappen terug. Prompt zette ik mezelf terug aan de kant en kruiste de armen over mijn borst als teken van vastberadenheid.

Een militair links van mij keek me aan met ogen vlammend van nijd en brulde “déguerpissez!”. Maar brullen heeft op mij nooit impact gehad, dus antwoordde ik kalm “zogauw ik mijn geld terugkrijg”. De soldaat wist niet of hij nu op mij moest beginnen kloppen of niet. Net op dat moment riep de man met zijn das in het swahili naar de chef van het protocol op de tweede verdieping van de boot dat deze muzungu nog zijn geld niet heeft teruggekregen. “Hebt u een ticket?”, riep die van boven naar beneden? Als antwoord diepte ik het ticket uit mijn borstzakje op. Dat ging van hand tot hand naar boven, en prompt kwam er iets terug naar beneden, van hand tot hand, tot bij mij. De soldaat die had gezien dat er een oplossing kwam had zich opgelucht uit de voeten gemaakt. De hemel scheurde open. Een geweldige stortbui barstte los. Ik had zelfs geen tijd om te kijken wat me in de hand werd gestopt. Ik frommelde het gauw in mijn broekzak en rende voor beschutting, die ik vond onder een overhangende lavarots, een plekje dat ik deelde met drie geiten en een handvol voorbijgangers.

De fanfare en het bewimpelde vrouwenkoor gingen zeker nog een kwartier door, maar als de regen alleen maar erger werd en de duisternis totaal, dropen ze allemaal af, letterlijk, doorweekt tot op het bot.

Als ik eindelijk met de hulp van vrienden het hotel had weten te bereiken haalde ik mijn zakken leeg om te zien wat dat vodje papier dat me was toegestopt nu precies was. Het bleek te gaan om een briefje van 20 en één van 5 dollar, exact de kost van mijn ticket.

Natuurlijk was het mij niet om het geld te doen. Ik wou alleen maar met zekerheid weten of mevrouw Kabila mensen discrimineert of niet. Na haar gewaardeerde voorzitterschap van de wereldvrouwenmars in Bukavu krijgt ze ook daarvoor van mij dan toch een beetje waardering. Want het antwoord is: neen! Ook al kan ik me niet herinneren een terugbetaling te hebben gezien aan één van de Europese vrouwen aan boord. Daar zal wel weer iemand anders zijn profijt aan hebben gedaan…

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur