Kanarie in Kampala

De verdorven lucht in de Oegandese hoofdstad Kampala vermindert de levenskwaliteit aanzienlijk, maar niemand schijnt zich daar van bewust te zijn, laat staan dat er iets wordt aan gedaan.

Nog eer ik geboren werd, migreerde een grootoom langs moeders zijde met zijn gezin naar Charleroi om er in de koolmijnen te gaan werken. Toevallig heette hij ook Charles. Nonkel Charles stierf in Charleroi kort na zijn pensioen aan een stoflong, zoals zoveel van zijn collega’s. Mijn groottante Georgette heeft hem vele jaren overleefd. In die tijd wist men nog niet zoveel over de effecten van het langdurig inademen van kolenstof. Alleen dat stoflongen er bij hoorden, dat het een onvermijdelijk beroepsrisico was. Maar steenkool was nu eenmaal nodig voor de economie, en in die tijd was dat niet anders dan vandaag: ook toen al ging de economie voor op de mensen.

Een ander risico dat steeds in steenkoolmijnen heeft bestaan, is de plotse opwelling van geur-, kleur- en smaakloze gassen zoals koolstofmonoxide, methaan of koolzuurgas. De dag van vandaag worden elektronische detectoren gebruikt, maar tot in de jaren tachtig werden levende kanarievogels mee de mijnen in genomen. Die gele vogels zijn immers bijzonder gevoelig aan die gassen. Het geringste teken van ongemak voor de kanarie was dan ook een duidelijk signaal dat de ondergrondse condities onveilig waren geworden, de mijnwerkers meteen moesten geëvacueerd worden, en de mijngangen moesten worden beveiligd.

Nu ik enkele maanden in Kampala heb doorgebracht begrijp ik veel beter hoe het aanvoelt om als een kanarievogel in een steenkoolmijn te leven. Met één belangrijk verschil: de kanarie werd door de mijnwerkers constant in het oog gehouden, en ze reageerden onmiddellijk op elke gedragsverandering van hun gevleugelde vriend. Terwijl de signalen van ongemak die ik voortdurend uitzend worden weggewuifd, of erger, weggehoond.

Ik heb nogal wat lichamelijke eigenschappen geërfd van mijn vader zaliger. Dat is nu eenmaal hoe de genen tewerk gaan. Eén van die eigenschappen is: gevoelige longen. Lang voor iemand anders enig ongemak begint te voelen door bezoedelde lucht, zal ik het gevaar al lang aan mijn longen hebben gevoeld. Je denkt misschien dat ik het mijn vader kwalijk neem dat hij me “zwakke” longen heeft doorgegeven? Helemaal niet: hij heeft me early warning longen meegegeven die me toelaten de rol van de kanarie op mij te nemen, en de mensen rondom mij te waarschuwen voor het aankomende gevaar. Uiteraard zal dat enkel nuttig zijn als die mensen ook bereid zijn te luisteren, en zich bewust worden van het stijgende risico om in het 21ste-eeuwse Kampala te leven: de slechte stadslucht is een dodelijk mengsel geworden dat de gezondheid van miljoenen mensen nog  vele jaren zal bedreigen.

Uitlaatgassen van wagens, bussen, vrachtvervoer en bromfietsen zijn ontegensprekelijk deel van het probleem. Maar het grootste gezondheidsrisico in Kampala wordt veroorzaakt door de alom verspreide gewoonte om afval te verbranden in de achtertuin of langs de straatkant. Van de meer dan zestig dagen die ik intussen in deze overigens prachtige stad heb doorgebracht, is er niet één dag geweest dat ik niet werd blootgesteld aan giftige rook. Van ’s ochtends tot ’s avonds, zelfs vaak de hele nacht door, is er altijd wel ergens iemand afval aan het verbranden. Elke godgeklaagde dag krijgen mijn longen en die van alle andere Kampala-bewoners fijn en ultrafijn stof te slikken, gecombineerd met styreenwalmen en andere toxische gassen afkomstig van verbrand plastic. Giftige afvalstoffen worden ook door de wind over korte of langere afstanden vervoerd en afgezet op het land of in het water. Sommige van die stoffen zoals kwik, polychloorbifenolen (PCBs), dioxines en furanen blijven lange tijd ongewijzigd in het milieu en accumuleren in de voedselketen. Zelfs moest het verbranden van afval nu stoppen, dan zullen deze stoffen nog lange jaren een probleem blijven vormen voor de volgende generaties.

Maar hoe zou het verbranden van achtertuinafval stoppen als niemand dat doet stoppen? De inwoners van Kampala zijn zich totaal niet bewust van het gevaar dat ze lopen. Wanneer mijn collega’s na een periode van veldwerk in het binnenland naar Kampala komen doen ze altijd meteen een verkoudheid op. Zo noemen ze dat dan. Ze beginnen te kuchen en te niezen, hun slijmvliezen in neus en keel zwellen op of worden pijnlijk, hun ogen raken geprikkeld, en toch zien ze niet in dat dit signalen van ongemak zijn die hun lichaam hen zendt omwille van de verdorven lucht, en niet door een verkoudheid.

Als ik hun aandacht vestig op de reële oorzaken gapen ze me aan met ogen vol ongeloof. Ik moet wel gek zijn dat ik de symptomen van een verkoudheid niet weet te herkennen. Of een ouwe zak die het er moeilijk mee heeft dat zijn verouderende lichaam niet meer zo fit is als vroeger. Dat lees ik allemaal in hun ogen. Maar de kanarievogel in mij slaat wild om zich heen. Elke avond kom ik thuis met pijn in de neus en een zwaar gevoel op mijn longen door het voortdurend inademen van bezoedelde lucht. Als de buurman die dag besliste om het hondeneten klaar te maken op een houtvuur in zijn tuin, moet ik zelfs vluchten. Maar anders is er altijd wel iemand enkele huizen of een paar straten verder die vindt dat de tijd voor vuurtjestook is aangebroken. Blootstelling aan giftige rook is dan ook een alledaags gegeven geworden, het zien en ruiken van vuile rook is een dagelijkse gewoonte geworden in Kampala, zonder dat iemand zich daar vragen bij stelt, zonder enig bewustzijn van het gevaar voor de volksgezondheid.

De gevolgen hiervan zullen verschrikkelijk zijn. Je hoeft niet lang te surfen op internet om de effecten van het regelmatig inademen van fijn stof en giftige bestanddelen afkomstig van achtertuinvuurtjes op het menselijk organisme op een rij te zetten. Recent onderzoek toont aan dat deze vorm van afvalverbranding veel schadelijker is dan men tot nu dacht. Ze verhoogt het risico op hartaanvallen en kanker, verergert ademhalingsproblemen zoals asthma en emfyseem, veroorzaakt huiduitslag, misselijkheid, hoofdpijn, beschadigt het zenuwstelsel, lever of nieren, ook het voortplantingssysteem, en bij kinderen hun lichamelijke en mentale ontwikkeling. De gevaarlijkste emissies zijn afkomstig van verbrand PVC omdat dan dioxines vrijkomen. Die zijn erg kankerverwekkend, verstoren de hormonenbalans, hopen zich op in lichaamsvetten en worden doorgegeven aan babys via de placenta. Luchtbezoedeling veroorzaakt ook zenuwontsteking, wijzigt de natuurlijke immuunrespons in de hersenen, en wordt dan ook erkend als een risicofactor voor Alzheimer en Parkinson.

Wie dat allemaal weet zou zich toch meteen inspannen om de onwetende burgers te waarschuwen voor het gevaar dat ze voor zichzelf, hun omgeving en hun nabestaanden betekenen?En toch gebeurt er niets. Zou de minister van volksgezondheid zelf misschien bij die onwetende burgers horen? Voor alle zekerheid heb ik deze blog bewerkt in het Engels, en ik bied het artikel aan de nationale pers aan, eerst aan de grootste progressieve krant, in de hoop zo de minister te kunnen bereiken en inspireren.

Gelukkig bestaan er oplossingen voor het probleem. Daar is wel wat nieuwe wetgeving voor nodig, en controle op de toepassing natuurlijk. Toch zou het in de eerste plaats een daad van burgerzin moeten zijn: stoppen met afvalverbranding uit respect voor de medemens en het milieu. Organisch materiaal niet langer verbranden maar composteren is ook goed voor de vermindering van broeikasgassen. Een stedelijk beleid met gescheiden ophaling van afval zou natuurlijk geweldig zijn, zeker als daar ook verbrandingsovens bijhoren die zorgen voor complete verbranding en voor opvang en behandeling van giftige resten. Voeg daar nog een elementair meetpuntennetwerk aan toe om de verbetering van de luchtkwaliteit te kunnen meten en in afwachting de burgers te kunnen waarschuwen als de normen van het aanvaardbare worden overschreden: dat op zich is al een geweldige bewustmakingsactie!

Ik doe in mijn artikel vooral een oproep naar de parlementsleden die geneeskunde hebben gestudeerd, in de hoop dat zij het meest gevoelig zijn aan deze materie. “Wilt u uw achterkleinkinderen recht in de ogen kunnen kijken, behoed hen dan voor de slechte gewoontes van achtertuinverbranding van vandaag”, besluit ik mijn artikel. “Zij zullen fier zijn op hun overgrootvader die aan hen heeft gedacht door luchtbezoedeling te bestrijden. En uzelf zal voldoende lang in leven blijven om hen weten geboren te worden.”

Klinkt melig, ik weet het, maar soms is dat het enige wat helpt. Toen ik vanavond in het donker naar huis stapte, zag ik in de stralenbundel van de koplampen van voorbijrijdende wagens hoe zwaarbeladen de lucht hier is. Je moet het gezien hebben om het te geloven.

Terwijl ik deze laatste regels schrijf valt er een e-mail bericht binnen met als onderwerp “gastcolumn over luchtkwaliteit in Kampala” en als tekst  “uw e-mail bericht werd verwijderd op 27 augustus 2012 zonder gelezen te zijn”.

De kanarie binnen in mij geeft geen piep.  Morgen stuur ik het artikel door naar de volgende krant.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globochtoon

    ‘Van waar ben je?’. De vraag zet me elke keer aan het denken. Van waar je geboren bent? Dan ben ik van Rwanda. Van waar je ouders komen?