Maman Bonheur

Het foldertje oogt goed: “Nieuwigheid in Kinshasa. Passagiers van Brussels Airlines, geen sprake meer van bezorgdheid voor uw verplaatsingen”.

De luchthaven van Ndjili heeft de reputatie een ware heksenketel te zijn waar zo goed als niemand ongehavend doorheen komt. Brussels Airlines heeft daarom besloten om, voor het gemak van de passagiers, de check-in van de nachtvluchten van in de voormiddag al toe te laten in een speciaal daartoe ingericht kantoor in Gombe, het hart van de hoofdstad. Handig is dat zeker. Je bent al van je bagage verlost nog voor je de reis van 30 kilometer naar de luchthaven aanvangt. Alleen zijn ze heel strikt op het gewicht van een koffer. Die van mij weegt 26 kg, terwijl de limiet per koffer 23 kg is, dus de BA dame verplicht me drie kilo extra in de handbagage te steken, en er de hele dag mee rond te zeulen. Niet leuk, en slecht voor de rug.

De meeste reizigers worden geholpen door familie, vrienden of kennissen om in de luchthaven te geraken, maar ik weet uit ervaring dat dit niet bepaald de leukste klus is, zeker niet rond de spitsuren. Dus ben ik op zoek naar alternatieven, en kijk, in de City check-in van BA vind ik een stand van Maman Bonheur Travel.

Hun kleine foldertje is interessante lectuur: “10 problemen opgelost, en verschillende voordelen samen opgeteld!”. Lees even mee:

  • angst om je vlucht te missen en de no show boete te moeten betalen bestaat niet langer, want alle schikkingen zijn getroffen opdat onze voertuigen altijd vóór het instapuur zouden aankomen.
  • tracasseries van politie en anderen bestaat niet langer (fysiek en moreel comfort).
  • veelzijdige onveiligheid, ook ’s nachts, is geneutraliseerd gezien de aanwezigheid aan boord van een veiligheidsagent (gemak tijdens de verplaatsing).
  • mogelijkheid om de verplaatsing te doen, zowel voor de check-in van de bagage als voor zichzelf, in één keer (besparing van tijd, energie, brandstof en geld).
  • parkeerkosten voor uw voertuig uitgespaard.
  • afschrijvingen voor uw voertuig en risico op ongevallen op het lange traject naar de luchthaven worden vermeden.
  • zorgen over het besturen van uw voertuig door een derde tijdens uw afwezigheid bestaan niet langer.
  • geen morele schuld meer tegenover deze derde bestuurder.
  • toegang tot de luchthavenfaciliteiten is vergemakkelijkt
  • mogelijkheid tot korting voor trouwe klanten.

Voor zoveel overtuigende argumenten, en dat allemaal voor de prijs van slechts 15$, ga ik meteen overstag. Op de heenreis had ik een taxi-chauffeur met een zekere leeftijd gekozen om hem een kans te gunnen tegen al dat jong geweld (jawel, leeftijdssolidariteit begint te spelen), ook al was zijn voertuig niet veel jonger dan hijzelf, maar toen hij me zijn tarieflijst annex factuur onder de neus schoof moest ik toch even slikken bij het neertellen van 60$. Deze keer heb ik echt een koopje vast, dus ik schrijf me meteen in. Afspraak om 17u, voor een vlucht die om 23u vertrekt. OK, het geheim van hun eerste verkoopsargument is al meteen opgelost.

Ik dien me aan om 16u30, kwestie van niets mis te lopen. Twee jongedames onthalen me professioneel. Gezellige babbel over koetjes en kalfjes. Hilariteit omdat ik een voornaam als familienaam heb, en omgekeerd (vele Vlaamse families hebben immers ergens “van” in hun naam). Ik moet haast mijn hele stamboom prijsgeven. Kwestie van de tijd te doden. Maar om 17u stipt, het afgesproken tijdstip, word ik uitgenodigd om plaats te nemen in hun voertuig. Ik blijk hun enige passagier te zijn….

Het gaat daarom ook helemaal niet om een bus, maar om een klein jeepje. Met de chauffeur, de veiligheidsagent en de twee hostesses die onderweg in Limete willen worden afgezet is de wagen toch nog vol.

Het eerste deel van de reis verloopt vlot. We verlaten het stadscentrum via “Poids Lourds”, kwestie van het drukke verkeer op de hoofdaders te vermijden. Dat werkt voorbeeldig. We bereiken de nieuw geasfalteerde Avenue Lumumba zonder problemen. En ook daar waar het nieuwe asfalt stopt schiet het nog op. Maar dan betrekt de einder onrustwekkend, en ergens vlakbij breekt een stevig onweer los.

Het verkeer stremt ogenblikkelijk. Zoals ik al zo vaak heb zien gebeuren als de verkeersuitstroom groter is dan de instroom, palmen bestuurders zonder schroom het eerste baanvak van de tegenliggers is, en meteen daarna ook het tweede. Ook de chauffeur van Maman Bonheur ontpopt zich tot spookrijder. Wat hij op dat moment nog niet weet is dat de weg even verderop volledig versperd is door een flash flood, en het enige tijd zal duren vooraleer er beweging komt in de schrootrups. Want het merendeel van de andere voertuigen kan je bezwaarlijk een andere term toekennen dan schroot. Het ene na het andere valt in panne, moet worden voortgeduwd door de passagiers of omstaanders die iets willen bijverdienen. Dat bevordert natuurlijk de fluiditeit van het verkeer niet.

Binnen de kortste tijd zit alles muurvast. De geelblauwe lijntaxis verliezen hun klanten die liever te voet verder gaan, en besluiten dan maar rechtsomkeer te maken om nieuwe klanten te gaan zoeken. Daarbij blokkeren ze natuurlijk volledig de al behoorlijk kleine stroom verkeer uit tegenrichting, en dat maakt de chaos compleet. Geen voor- of achteruitkomen meer aan. Niemand geeft een duimbreed toe. Hoffelijkheid in het verkeer is hier een buitenaards begrip. Een uitzichtloze strijd is het, om de kleinste millimeter vooruitgang, die alleen maar verliezers kent en lange scheldtirades losweekt.

Een zwaantje van de Congolese politie probeert iets te doen aan de chaos, maar staat zo goed als machteloos. Maar dan verschijnt een pick-up van de wegpolitie op het toneel, en een tiental kordate geüniformeerden ontplooien zich tussen de chaos.

Hun eerste wapenfeit is dat ze vlot enkele van de door pannes gevloerde vehikels uit het verkeersinfarct slepen. En dan concentreren ze zich – overigens volledig terecht – op de spookrijders.

Ons voertuig trekt natuurlijk speciaal de aandacht wegens de mundele aan boord. Met drie tegelijk beginnen ze de chauffeur duidelijk te maken dat hij de verkeersregels heeft overtreden, en dat dit niet onbestraft zal blijven. Hij wordt gesommeerd zijn rijbewijs en inschrijvingsbewijs van de wagen boven te halen. Hij verroert geen vin. De veiligheidsagent evenmin. Ze staren schaapachtig voor zich uit alsof de politiemannen niet bestaan.

De agenten lijken het op te geven en praten eerst in op andere overtreders. Maar het duurt niet lang of ze staan weer aan onze autoraampjes. “U erkent geen verkeersovertreding? U wilt geen teken van goede wil geven? U behandelt ons alsof we decorstukken zijn? Goed, we nemen uw nummerplaat in beslag”.

Eén van de agenten bukt zich voor de wagen, en rukt met volle kracht de nummerplaat van de wagen. De klinknagels begeven het meteen.

De chauffeur is ineens in alle staten, stapt uit, probeert te onderhandelen, maar vangt bakzeil. Als er enkele meter ruimte vrijkomt voor het voertuig roepen we hem terug. Een politieman komt langszij, en vraagt: “wel, nog steeds niet tot inkeer gekomen?”. Bij gebrek aan bewijs van het tegendeel begeeft hij zich prompt naar het achtereind van het voertuig en rukt ook de achterste nummerplaat los. Alle mogelijke jeremiaden en lievenheren van de twee mannen voorin maken niet de minste indruk. Ik geef geen kik omdat ik weet dat dit de situatie alleen maar erger zou maken.

Met de twee nummerplaten uitdagend in de hand verschijnt de politieman opnieuw aan het raampje aan de kant van de chauffeur. “Wel, wat zet je daar tegenover?”.

De chauffeur grijpt naar zijn borstzakje en stopt de politieman wat toe. Hij houdt het frommeltje papier minachtend voor zijn neus en zegt: “je denkt toch niet dat we genoegen nemen met 1000 Congolese Frank? (ongeveer 75 eurocent)”, en duwt hem het hoopje papier terug in de handen. “Kom morgen nog maar eens een keer terug!”.

Als de verkeersstroom uiteindelijk weer op gang komt en we dan toch zonder nummerplaten de luchthaven bereiken (we hadden net zo goed nog kunnen worden aangehouden voor rijden zonder nummerplaten!), vraag ik hen wat ze nu van plan zijn.

“Op de terugweg zoeken we hen nog eens op om verder te onderhandelen. En als ze er niet meer zijn weten we hen wel te vinden. We hebben het nummer van hun patrouillewagen genoteerd.”

Ik stap twee en een half uur na mijn vertrek uit Gombe (een gemiddelde snelheid van 12 kilometer per uur, per fiets was ik sneller geweest, had ik dat overleefd) de luchthaven binnen. De stilte is wezenloos. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Er is geen levende ziel te bespeuren, op enkele leden van het luchthavenpersoneel na.

“Welkom meneer, u bent onze eerste passagier”, zegt de BA-bediende me glunderend. Hoe bent u door de verkeersopstopping geraakt?”. Ze zijn al perfect op de hoogte van de situatie. Zoals altijd functioneert de informele nieuwsdienst perfect.

“Gewoon door als eerste te vertrekken”, verklap ik hen het geheim van Maman Bonheur.
Of die Maman nog zo gelukkig zal zijn als ze zal vernemen hoeveel ze zal moeten neertellen voor de nummerplaten van de wagen, zal ik niet meer te weten komen. Intussen is de tweede passagier eindelijk de vertrekhal binnengekomen. Als de anderen nu snel volgen kan het vliegtuig misschien toch nog vanavond vertrekken…

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2936   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift