Parlementaires debout

Tijdens mijn verblijf in België was er iets doorgesijpeld in de pers over de repressie in Butembo tegen volksprotest over de grondwetsherziening. Maar nergens kregen de mensen zelf het woord om hun standpunt te vertolken.

Nu ik terug ben aangekomen in Butembo na een weldoende pauze in België heb ik de leiders opgezocht van de Parlementaires debout, om uit hun eigen mond te vernemen wat er nu precies was gebeurd, die bewuste laatste week van januari. We spraken via een contactpersoon af ergens in een hotel waar terrastafeltjes verdekt staan opgesteld in de schaduw.

Ik tref zes keurig uitgedoste jongvolwassenen aan rond de tafel. Helemaal niet het zootje ongeregeld waarvoor de overheid hen maar al te graag wil laten doorgaan. Verzorgde kapsels, coole look, één van hen draagt zelfs een soort glitterpak dat Eddy Wally ook niet zou misstaan.

Maar het zijn geen entertainers, deze mensen. Hun blik staat ernstig, en telkens een wagen de binnenplaats van het hotel oprijdt zie ik hun blikken even wegglijden om te checken of alles veilig blijft. Ik leg hen uit waarom ik hen zo graag wou spreken: om hun verhaal te horen, om hun verhaal te helpen kenbaar maken. Want de jeugd is de toekomst van elk land. Een land dat niet luistert naar zijn eigen jongeren verstikt de toekomst. De ochtend na het aftreden van Moebarak in Egypte hebben deze woorden meer betekenis dan ooit. Ik zie dat ik hun vertrouwen krijg.

Ze stellen zich voor, stuk voor stuk mensen met een universitaire opleiding, mensen met een visie ook, en met inzet, met een gloed in de ogen die diepe verontwaardiging over geleden onrecht mengt met de onwrikbare overtuiging van de rechtvaardigheid van hun strijd. Philippe, een bebrilde jongeman met een grote eeltplek in de palm van zijn rechterhand veroorzaakt door de kruk waar hij zijn poliobeen mee ontlast, schetst eerst wat voorafging.

Massamoord

“Furu is een oude stadswijk van Butembo, waar vroeger de arbeiders van de koloniale bedrijven woonden. Vooral de mijnwerkers van de MGL (Minière des Grands Lacs). Zij begonnen toen al met het organiseren van gespreksrondes voor het verbeteren van hun werkomstandigheden, een soort van informeel syndicaat. Omdat velen onder hen aan de metaalovens werkten (fours) werd dit ook de naam van de wijk. Maar het bleek ook al snel een broeihaard voor het onafhankelijkheidsstreven te worden. En die vrijgevochten geest leeft nog steeds bij hun nazaten.

Op 20 februari 1998 slaat het noodlot toe in Furu. De Katangese soldaten van vader Kabila en zijn AFDL hadden een militair kamp opgeslagen op de strategisch gelegen heuvel Kikyo aan de ingang van de stad. Op een nacht wordt dat kamp aangevallen door Mai Mai (burgermilities). De legerleiding is ervan overtuigd dat de bevolking van Furu die Mai Mai beschermt, en organiseert een blinde vergeldingsactie. Mannen worden vermoord, vrouwen verkracht, huizen geplunderd, zonder onderscheid.

Op 14 april 1998 vallen de Maï Maï opnieuw aan. Commandant Djimy stapt naar de radio en verplicht via de ether de bevolking zich op te sluiten in hun huizen. Iedereen die zich op straat begeeft zal meteen worden afgemaakt. “Car vous tuez mes soldats. Vous tuez mes soldats! Et vous fuiez vers vos maisons!”. Zijn hysterische radiotoespraak staat verbatim geboekstaafd.

Zijn soldaten houden nog veel erger huis dan de eerste keer. Vele mensen worden opgepakt, ineengeranseld, verminkt, vermoord, gefusilleerd. Militaire jeeps worden gebruikt om mensen onder hun wielen dood te rijden en zo kogels te sparen. Massagraven vullen zich, dikwijls zijn de slachtoffers nog levend, nadat ze eerst gedwongen werden hun eigen graf te delven.

Seksueel geweld neemt bizarre vormen aan. Het verkrachten moe, dwingen de soldaten onder bedreiging van een geweer vaders hun dochters te verkrachten, zonen hun moeder of zussen, of de buurvrouw. Bij verzet verminken de militairen de vagina’s van de vrouwen met hun geweerloop voor het oog van de hele familie. Verkrachting als wapen in zijn meest perverse vormen.

Elke keer, tot de dag van vandaag, als de nabestaanden een herdenkingsplechtigheid willen organiseren op de massagraven, rukt de politie uit om dit te verhinderen. Nooit gebeurde er enig onderzoek naar deze slachtpartijen. Het zou teveel van de huidige machthebbers in moeilijkheden brengen.

Maar dit alles kreeg de bevolking van Furu niet klein. Zij waren van dichtbij getuige hoe militairen en politie uit nabijgelegen kazernes hun wapens verhuurden aan misdadigers voor moorden en overvallen. Overtuigd dat niemand anders dan zijzelf voor hun veiligheid konden instaan besloten ze zich te organiseren. Informatienetwerken werden opgericht om nieuws over indringers bliksemsnel te verspreiden en iedereen te alarmeren. Een groot aantal fluitjes werd rondgedeeld, om bij het minste onraad te gebruiken. En de afspraak gold dat alle indringers levend zouden worden gevangen en overgedragen aan de autoriteiten. Geen volksgerechten, zoals in andere delen van Butembo, waar dieven genadeloos worden gestenigd. De bevolking in Furu wordt geleid door intellectuelen, juristen die volksvergaderingen samenroepen, waar wetten artikel per artikel worden voorgelezen en publiek besproken. Een zeer doeltreffende manier om een bevolking zijn rechten en plichten te leren, zo blijkt. Vandaar ook de bijnaam van de deelnemers aan die gespreksgroepen, les parlementaires debout.

In korte tijd werden verschillende dieven zo opgepakt en Furu vestigde snel een stevige reputatie als veiligste plaats in Oost-Kongo. In het begin werden aangegeven misdadigers al wel eens weer vrijgelaten. Soms kwam die dan terug wraak nemen op Furu. Maar opnieuw werd hij dan aangehouden en uitgeleverd. “We wilden vooral niemand doden, want we wisten wel dat het vrijlaten van die misdadigers een val was voor ons, zodat we fouten zouden maken en ze ons zouden kunnen beschuldigen. Dat plezier konden we hen niet gunnen.”.

Het wonder van de wijk waar burgers zonder wapens erin slaagden om gewapende misdadigers te neutraliseren door hun solidaire instelling deed snel overal de ronde. Terwijl de rest van Butembo kreunde onder misdaad en onveiligheid, kon je in Furu ‘s ochtends je huis met openstaande deur verlaten, en het ’s avonds onaangeroerd terug aantreffen. De radio’s gaven nog een veel bredere echo aan hun successen. De overheid, die eigenlijk zelf had moeten instaan voor de veiligheid van de burgers, kon daar niet mee lachen, en zon op wraak.

Op 27 augustus 2009 liet de toenmalige burgemeester Hubert Syahetera de wijk Furu afsluiten. Zijn plannen waren echter op voorhand uitgelekt, zodat de meeste leiders van het parlement debout konden onderduiken. Om middernacht werden 10 vrachtwagens militairen en 5 vrachtwagens politiemannen de wijk doorgejaagd, eerst gericht naar de huizen van de leiders, daarna konden ze weer vrijuit plunderen en verkrachten. Tien doden en 30 mensen opgepakt, was de balans.

Op het hoofd van de gezochte leiders werd een prijs gezet. Sommigen vonden veiligheid bij de MONUC, anderen belandden in de gevangenis. Maar onder druk van de mensenrechtenorganisaties worden ze na vier dagen vrijgelaten wegens ontbreken van een aanhoudingsmandaat.

Een jongeling had door het venster gezien hoe soldaten in het duister van de nacht een zak in een ravijn hadden verstopt. Tot zijn ontzetting kwamen de soldaten daarop naar zijn huis en braken de deur open. Hij dacht eerst dat ze hem hadden gezien, maar dat bleek niet zo te zijn. Ze dwongen hem voor hen uit te lopen, met een speer in de hand om te tasten waar hij stapte. Het bleek opgezet spel te zijn, opdat hij met de speer op de zak zou stoten, zodat de militairen de zak zouden “ontdekken”. Uiteraard bevatte die wapens. Dat zou dan het bewijsmateriaal moeten leveren voor de pertinentie van de hele operatie. Toen de speer de zak raakte en de militairen victorie kraaiden riep de jongen onthutst uit: “maar dat is toch de zak die jullie daar zelf hebben verstopt”. Zijn getuigenis voor de rechtbank enkele dagen later zou cruciaal blijken voor de vrijlating van enkele gevangenen.

Het Parlement debout slaagde erin de provinciale minister voor interne zaken te overtuigen om een fact finding missie te organiseren met volksvertegenwoordigers en provinciale ministers. Ze kwamen ter plaatse, maar tot vandaag is niet geweten of er ooit een rapport is geschreven, en zo ja, wat er mee gebeurd is. Of de vervanging van de burgemeester enkele maanden later, op instructie van de president er iets mee te maken heeft, valt te betwijfelen.

Maar wat is er nu gebeurd in januari 2011?

De parlementaires debout hadden de grondwet van 2006 van begin tot eind, artikel per artikel, geproefd en afgekloven. Geen enkel detail was hen ontgaan. Toen president Kabila dan ook op amper twee weken tijd een grondwetsherziening door het parlement jaagde om zijn herverkiezing in één ronde mogelijk te maken, waren ze verontwaardigd over het democratisch deficit dat daardoor dreigde te ontstaan. Ze wisten zeer goed dat in diezelfde grondwet een artikel 218 alinea 4 staat, dat aan de bevolking de mogelijkheid biedt om via een petitie die wijziging weer om te keren. Op 11 januari werd de petitie opgestart.

Omdat artikel 23 bovendien het recht op vrije meningsuiting waarborgt, hingen ze een spandoek uit boven hun vergaderplaats waarop de bevolking van Butembo werd opgeroepen om massaal de petitie te ondertekenen. Verspreid in de hele stad werden diverse bureaus geopend. En de mensen kwamen talrijk. “Nous voulons être responsables de notre histoire de demain”, zegden ze aan elkaar. En de lijsten werden langer en langer.

 “Je moet begrijpen”, zegt Philippe, “de stedelijke overheid wordt benoemd door de president, dus deze actie, die regelrecht inging tegen de belangen van diegene die hen heeft benoemd, deed hen de schrik om het hart slaan. Ze riepen een buitengewone zitting van de stedelijke veiligheidsraad samen. Die besliste om de petitielijsten in beslag te nemen en de spandoeken te vernietigen. Ze kozen hun moment goed uit: net als de handtekeningen van de verschillende bureaus werden gecentraliseerd. Op woensdag 19 januari verschenen luitenant-kolonel Donat Mandonga, de bevelhebber in Butembo van het reguliere leger de FARDC, en Blaise Dimundu Kiasi, de bevelhebber van de politie, onverwachts in de zetel van het parlement debout. Zwaarbewapend bedreigden ze de vrijwilligers van de petitie-actie, die geen andere keuze hadden dan de 28.000 ingezamelde handtekeningen af te staan. De militaire bevelhebber verklaarde zonder omhaal dat het staatshoofd himself de opdracht had gegeven de bevolking van Furu op de knieën te dwingen. En als dat niet lukt, dat hij er dan persoonlijk zal voor zorgen dat er nog veel ergere dingen in Furu zullen gebeuren dan de slachtingen van Kikyo…”

Maar de dag erop begonnen ze de petitie van voorafaan. Een week later, op 27 januari, volgde een regelrechte aanval. De paillottes die de jongeren van Furu en ook van Katwa gebruiken om de wetteksten en de actualiteit te bespreken werden in brand gestoken en ontmanteld. En opnieuw werden 35.000 handtekeningen in beslag genomen.

Ook Donat zou enkele dagen later verdwijnen uit Butembo, zonder enige officiële verklaring. Het Parlement debout had op 20 januari een heel dossier tegen hem neergelegd bij de provinciale regering. Op een dag hielden ze een oplichter tegen die een weduwe 6.000 $ had afgeperst. Ze hadden zijn GSM in beslag genomen. De naam van Donat verscheen op het schermpje terwijl het oproepsignaal weerklonk. De persoon die de oproep aannam hoorde heel duidelijk: “avez-vous fini cette opération?”. Toen Donat begrepen had dat zijn criminele vriend in moeilijkheden was, stuurde hij meteen twee militaire jeeps op hem af. Maar de burgers stonden hun vangst niet af, en leverden hem netjes af bij de gerechtelijke overheid.

Het dossier bevatte nog veel meer elementen: hoe de kolonel betrokken was bij verschillende moorden, overvallen en oplichterijen in de stad Butembo. Hij verbood ook officieel de verkoop van illegaal gestookte sterke drank, maar was tegelijkertijd de grootste leverancier van alle detailzaken van de stad. Alles wat hij in beslag kon nemen, verdween in zijn eigen circuit, in manifeste tegenspraak met de wetten die hijzelf verondersteld was te verdedigen. Dat stond allemaal zwart op wit in het dossier.

Vreemd was ook het gegeven dat de nieuwe burgemeester van de stad in december 2010, amper drie maanden na zijn benoeming, de parlementaires debout had opgezocht, in gezelschap van twee lijfwachten, net als ze in zitting waren. Hij vertelde dat hij op de hoogte was gebracht van de vergadering door een priester-lid, en dat hij graag kennis wou maken met de mensen die erin geslaagd waren om de deelgemeente Vulamba de veiligste plek van de stad te maken. Hij stelde hen zelfs voor om hun aanpak uit te breiden over het grondgebied van de hele stad. Hij vroeg wat hij moest doen om lid te mogen worden. Als hij te horen kreeg dat er geen vaste voorwaarden zijn om te treden, om de drempel zo laag mogelijk te houden, maar dat vrijwillige bijdragen steeds  welkom zijn, greep hij naar zijn portefeuille en haalde er 11 dollar uit. Dat is alles wat ik op dit moment bij heb, voegde hij er verontschuldigend aan toe. Enkele weken later, als voorzitter van de stedelijke Veiligheidsraad, zou hij persoonlijk verantwoordelijk worden voor de vernietiging van wat hij zo beweerde te bewonderen. Als voorbeeld van politieke hypocrisie kan dit tellen.

Vandaag zie je nog de brandplekken op de grond, maar de parlements debout staan weer recht. Militairen zijn nog steeds erg zichtbaar in de wijk. En een groep politiemannen heeft permanent postgevat op een terras dat uitkijkt op de nieuwe paillottes. Maar dat houdt de verwoede vergaderaars niet tegen. De politiemannen kijken wat beaat voor zich uit. Als onverschrokken burgers hen aanspreken kijken ze naar de grond. Ze kennen de reputatie van Furu goed genoeg en nemen geen enkel risico: “nous ne savons pas pourquoi nous sommes là…”, herhalen ze verontschuldigend aan wie het maar wil horen.”

De GSM van Philippe gaat over. Het gesprek is kort. “We worden geschaduwd door de ANR, de nationale inlichtingendienst”, zegt hij rustig, terwijl hij de telefoon weer neerlegt. Die mannen zitten ons altijd en overal op de hielen. Niets ongewoons dus. Maar het lijkt me toch veiliger als onze wegen zich hier nu scheiden”.

We wisselen nog gauw e-mail adressen uit. Ik krijg een kopie van het dossier dat op 12 februari (dat is vandaag, bedenk ik me, terwijl ik het in ontvangst neem) is opgesteld voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. En in een vingerknip zijn ze verdwenen naar alle windrichtingen. Ik heb zelfs niet gezien hoe handig Philippe met zijn krukken omgaat, zo snel is hij uit het zicht.

Mijn verbindingspersoon en ik kijken elkaar wezenloos aan. We besluiten nog een drankje te bestellen om alles te laten bezinken, en ook om te zien of de ANR het zou wagen ons vragen te stellen, als ze zouden opdagen.

Mijn Primus is halfleeg als ze naar me overhelt, haar mooie ogen half dichtknijpt en me op gedempte toon zegt: “die meneer met zijn grijze hemd die de hotelkamer achter ons binnenstapt, dat is de baas van de inlichtingendienst”. Het onooglijk mannetje ziet er compleet ongevaarlijk uit. Exact het soort mannetje dat je nodig hebt om dit soort job ongemerkt te kunnen volbrengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift