Shit happens

Vorige week nog zei ik tegen een vriendin dat Kampala één van de minst onveilige hoofdsteden van Afrika is. Vandaag is gebleken dat daar op korte tijd veel verandering is in gekomen.

Gisteren heb ik vanuit de voorlopige verblijfplaats die ik na mijn aankomst in Oeganda vorige week had betrokken een vaste stek gevonden op wandelafstand van ons kantoor. Best handig. Ik hoef maar 700 meter te stappen. Klimmen eigenlijk, want Kampala is een stad die oorspronkelijk gebouwd is op zeven heuvels, maar er intussen heel wat andere heeft ingepalmd. Heuvels dus. Nooit eens een plat stuk in de weg. Altijd ofwel klimmen ofwel dalen.

Bij aankomst op kantoor merk ik meteen dat er wat aan de hand is. Een politiewagen op de oprit. De poort wagenwijd open. Alle collega’s samengetroept buiten, en overal onbekenden, plain clothes policemen, zo blijkt. Ons kantoor is vannacht overvallen, onze nachtwaker werd vermoord, en de computers werden gestolen.

Hij was slechts drie dagen bij ons in dienst. Een hele jonge kerel. Altijd goedgemutst. Heeft me gisteravond nog wijds gegroet toen hij zich om half zeven ‘s avonds op zijn werkplaats meldde. Vandaag is hij dood.

De schurken moeten professionals zijn geweest. Ze hebben hem bij handen en voeten in geplooide stand gebonden, verbonden met een touw om zijn nek, zodat hij zou stikken door zijn eigen bewegingen. Zoiets kan je alleen maar doen als je er voor opgeleid bent. Techniek optimaal, en geweten uitschakelen. Dit waren geen straatjongens.

Veiligheid is big business in Kampala. De politie is absoluut niet bij machte om de criminaliteit onder controle te krijgen. Te weinig middelen, teveel corruptie, té gepolitiseerd, een samenspel van factoren. Een burger die iets te verliezen heeft wendt zich dan ook tot privébedrijven gespecialiseerd in veiligheid, in de hoop dat je daar kan op rekenen.

Zo deed ons kantoor beroep op Securex, een bedrijf, zoals zoveel hier in Oeganda, geleid door Indiërs. De politie heeft de directie er bij geroepen. De man staat er wat beteuterd bij, maar ook met de stekels rechtop. De politieofficier spaart hem niet: “in omstandigheden zoals deze: een huis aan het eind van een doodlopende straat, de buren buiten hoorafstand, is het not done om slechts één nachtwacht te plaatsen, dat zou u moeten weten. U moet ze dan met twee opstellen. U bent de veiligheidsspecialist. De mensen die hier kantoor houden verwijt ik niets. U moet dat weten, zij niet. Hoe heet jullie medewerker?”.

De directeur moest het antwoord schuldig blijven. Hij kende wel zijn nummer.

“Ik ken al mijn mannen bij naam en toenaam, weet waar ze wonen, ken hun gezinssituatie, meneer. Dit is het derde incident op rij van Securex. Drie wapens gestolen in een maand tijd. Ik begin het aardig beu te worden. We zullen een onderzoek tegen uw bedrijf moeten instellen”, kondigt hij aan. “U bent medeverantwoordelijk aan een drievoudige misdaad: moord, diefstal en wapendiefstal. Dit wordt een ernstige zaak!”.

Intussen heeft één van onze medewerkers de opdracht gekregen om de politiehond te gaan ophalen. Het beest heeft iets ongemeens goedaardig over zich. Het ziet er ondervoed uit. Maar het doet zijn werk zonder morren. Het reconstrueert de route die de misdadigers hebben gevolgd. Vanuit het naburig perceel waar ze in een onbewoond huis hebben gewacht om hun slag te slaan, via een gat in de haag en door het kippengaas, en zo naar het wachterhuisje waar de jongeman lag te slapen en waar ze hem hebben overmand en gekneveld, en dan het hele kantoor door.

Voor de voordeur ligt een valies open, met de inhoud deels verspreid. Het duurt een hele tijd eer tot me doordringt dat dit een reiskoffer is die ik in februari heb gepakt in Butembo, met de spullen die ik er na twee jaar verblijf had verzameld, en die ik niet nodig had op mijn werkbezoek in West-Afrika. Collega’s uit Congo hadden die vorige maand overgebracht naar Kampala, en vandaag zou ik hem meenemen naar mijn nieuwe verblijfplaats. De dieven moeten gedacht hebben het eldorado te hebben gevonden. Ze hebben de koffer naar buiten gesleurd om de inhoud onder het buitenlicht goed te kunnen bekijken. Wat zullen ze ontgoocheld zijn geweest! Mijn paar oude schoenen was door het maandenlange verblijf in de gesloten koffer zelfs beschimmeld.

Er komt een stel journalisten aan. Een dame met een camera en een heer met een notablok. Ze beginnen ongegeneerd iedereen te fotograferen. Ik geef hen van hetzelfde laken een broek, zij het met mijn GSM omdat ik mijn camera niet bij de hand heb. Dat verklaart de lage kwaliteit van de foto’s bij deze blog. Als de klikwoede van de dame wat is bekoeld, vraag ik haar voor welke krant ze werkt. De New Vision, de overheidskrant. Hoe ze op de hoogte is van wat er hier vannacht is gebeurd? De politie heeft haar opgebeld. Juist, ja. Enige tijd later komt er ook een journalist van de newspaper of the year Red Pepper aan. Een bevriend politieman had hem getipt. Omwille van hun eerlijke antwoord vraag ik niet verder: wat dit aan wie heeft opgebracht en zo. Dat is evident.

De RPC komt eraan. Regional Police Commander. Met een ego groter dan de massa die over zijn broeksriem bengelt, vordert hij iedereen rondom zich. “Luister hier beste mensen, geloof me vrij. Op basis van wat ik hier zie, en van mijn jarenlange ervaring als misdaadbestrijder, kan ik met grote stelligheid verkondigen dat dit soort incidenten enkel en alleen maar mogelijk is door medeplichtigheid van binnenuit. Dat wil niet zeggen dat ieder van jullie daarom als een misdadiger wordt beschouwd, wel dat we met alle scenario’s rekening moeten houden. Mag ik jullie dan ook verzoeken allemaal mee te willen werken aan het verhoor, en vingerafdrukken te laten nemen”.

Ik kan me wel andere en betere methoden inbeelden om medewerking te vragen aan de mensen. Ons team is in shock, en dan komt zo een gewichtig iemand ons even de mantel uitvegen zonder gehinderd te zijn door ook maar enige voorkennis van wie deel uitmaakt van ons team.

“Ik wil ook een lijst van alle medewerkers en van alle nachtwakers die het voorbije jaar dit kantoor hebben verlaten, ongeacht welke reden”, proclameert hij. “ Van Securex wil ik een overzicht van alle medewerkers in deze buurt”, zegt hij terwijl hij zijn hoofd in hun richting draait. Hier gebeuren teveel dingen. Het zou me niet verwonderen als geheime bedrijfsinformatie wordt doorgespeeld aan criminele bendes”.

De verhoren nemen veel tijd in beslag. “We worden moe”, zuchten de politiemannen. “We hebben honger”, als het namiddag wordt, zonder dat er over eten wordt gesproken. “Kan je geen 20.000 Shilling ter beschikking stellen voor onze lunch, zodat we ons werk naar behoren zouden kunnen doen?”, durft één van hen te vragen aan een collega van me, terwijl we allemaal evenveel honger hebben.

Als het mijn beurt is om een verklaring af te leggen krijg ik enkel maar een paar vragen over wie ik ben, wat ik doe, wat die reiskoffer van mij in dit verhaal komt doen, en wat er zou kunnen uit verdwenen zijn. Niets dat met de zaak zelf heeft te maken: of ik de nachtwaker gisteren heb gezien, hoe laat, wat hij heeft gezegd… Blijkbaar niet belangrijk genoeg. Hoe ik heet? Ik zeg hem mijn naam. Hij grijpt naar zijn hoofd. “Heb je geen ID?”, vraagt hij. Ik geef hem mijn Belgische identiteitskaart. Hij pieroogt er een tijd naar, maar geeft ze me dan terug. “Spel toch maar, ik kan het niet lezen”, bekent hij.  De handgeschreven verklaring die hij me wat later voor de neus schuift is al even onleesbaar. Hanenpoten van een verziende politieman zonder bril. Het lijkt wel steno.

Als de vingerafdrukken worden afgenomen, word ik niet opgeroepen. Alle andere collega’s wel. “Jij ziet er teveel als een priester uit”, zei een collega me later. Even is er consternatie of het formulier van de vingerafdrukken moet worden ondertekend. “Ik ben geen gevangene, ik hoef niets te tekenen”, hoor ik iemand zeggen. “Wie niet tekent wordt morgen op het politiekantoor opgeroepen”, repliceert een politieman. Hoe minder vingerafdrukken ik achterlaat, hoe beter, denk ik, terwijl ik het opgeef me af te vragen waarom die van mij niet werden afgenomen.

Mijn gedachten gaan uit naar het jonge leven dat vannacht zo brutaal werd geroofd. Wat een klotenjob had die jongeman. En met hem duizenden collega’s in deze stad. Tussen 5 en 6 in de namiddag zie je ze talrijk afdalen naar de stad, wapen in de hand, op weg naar hun standplaats. Dat wapen stelt niet zoveel voor. Amper iets meer dan een luchtbuks. En ze krijgen 5 kogels mee. Ze wagen elke dag hun leven voor een hongerloon van 100.000 Shilling (35 €) per maand, verneem ik.

Door de stijgende onveiligheid komen er meer bewakingsfirma’s, en komen er meer wapens in omloop. Daardoor vergroot de onveiligheid. Een kanjer van een vicieuze cirkel.

Straks krijgt een moeder het verschrikkelijke nieuws te horen van de dood van haar zoon, waar ze jarenlang al haar liefde en energie heeft aan gewijd. Een jonge vrouw zal de schok moeten te boven komen dat ze voortaan alleen moet instaan voor de opvoeding van haar kleine kinderen.

Terwijl ik dit neerschrijf, zie ik de maan opkomen. Ze oogt nog vol, ook al is er al een heel smalle schaduwboord zichtbaar. In de buurt verbrandt iemand afval. De stank komt in flarden mijn richting uitgewaaid. Morgen gaat het leven door. Voor de overlevenden. Nooit eerder klonk het lied van de krekel zo melancholisch…

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.