Stemming in Congo: verwarring alom

De hoogdag van de democratie is eindelijk aangebroken. In Butembo is de belangstelling van de kiezers groot. Alle radio’s volgen het verloop van de verkiezingen op de voet.

De stembureaus horen open te zijn van 6 tot 17 uur. Dat blijkt niet overal te lukken. Gisteravond om half zes ’s avonds was ik enkele stembureaus binnengesprongen, en ze wachtten allen nog op het kiesmateriaal. Maar ze maakten zich geen zorgen: de kiescommissie had hen opgebeld dat het wat later zou worden. En vanmorgen bleek dat de levering alsnog was gebeurd. Dat er op sommige plaatsen toch vertraging was bleek vooral te maken te hebben met de stiptheid van de leden van het kiesbureau, en discussies met getuigen van de partijen, die veel te talrijk opkomen. Omdat er geen plaats is voor iedereen worden ze in veel bureaus verplicht in shifts van zes of tien te observeren.

De mensen komen zich al vroeg aanmelden. Het eerste wat ze moeten doen is verifiëren of hun naam op de kieslijst staat. Dat is geen makkelijke opdracht. De lijst is in kleine letters afgedrukt, ik moet ook pierogen. De lijsten zijn soms erg slordig opgehangen, hier en daar zelfs niet in alfabetische volgorde. Vele mensen kunnen niet lezen en vragen hulp aan anderen. De bereidheid is groot. Hier en daar zie ik een politieman die spontaan het zoeken van namen op zich neemt.

Omdat de lijsten zijn gerangschikt volgens de Nande-namen is het moeilijk zoeken. Iedereen heeft immers een naam die uitdrukt welke plaats je in het gezin hebt. Een eerstgeboren jongen heet Paluku of Mumbere, een meisje Masika of Kasoki. Op een kiezerslijst van een stembureau van 400 personen staan dus vele tientallen Paluku’s en Masika’s. Als dan niet alle Masika’s in alfabetische volgorde hangen duurt het lang eer je jezelf hebt gevonden.

Nogal wat kiezers staan niet op de lijst terwijl ze toch wel degelijk een kiezerskaart in de hand hebben. Ik tracht een oudere vrouw te helpen, maar vind haar naam zelf ook niet. Ik zeg haar dat ze toch mag stemmen, dat de kiescommissie dat zo heeft beslist. Ze gaat in de rij staan. Maar de dame van de CENI die de toegang tot het stembureau beheert doet haar aan de kant zitten. Ik vraag aan het hoofd van het stembureau waarom ze niet gewoon mag aanschuiven zoals iedereen. Zij hoeft toch niet gestraft te worden voor slordigheden van de kiescommissie?

“Ik zal instructies geven dat mensen wiens naam niet op de lijst staan gewoon mee worden opgenomen in de verwerking”, zegt hij. Ik volg het verdere verloop, Het duurt nog een hele tijd vooraleer zij aan de beurt komt. Ze moet eerst opnieuw worden geregistreerd, en mag dan doorgaan. Ik chronometreer alles: het duurt 17 en een halve minuut vooraleer ze terug buiten staat.

Voor een kiezer die wel op de lijst staat duurt het toch nog 5 à 6 minuten voor hij weer buiten staat. Het zijn de assessoren die veel tijd nodig hebben om de lijsten te overlopen - ook zij - en zo de kiesgang vertragen. De inschrijvingen van de kiezers die niet op de lijsten staan rekken ook het proces. Ik maak een snelle berekening: er staan 400 mensen op de kieslijst. Als ze allemaal in elf uur tijd moeten stemmen, moet er minstens om de 1,65 minuten iemand nieuw worden toegelaten tot het stembureau. Nu ligt dat tempo boven de twee minuten. Op die manier wordt een verlenging van de stemtijd onvermijdelijk, ofwel gaan een aantal mensen niet kunnen stemmen. Hopelijk komt er straks wat meer routine, en schiet het wat beter op.

Er blijkt ook veel verwarring te zijn over de locatie van de kiesbureaus. Die van het Institut Technique Agro-Vétérinaire, algemeen gekend als ITAV, blijken “Institut Vulamba” te heten. Vulamba ligt echter enkele kilometers verderop. Vele mensen zijn eerst ginds heen geweest, om vast te stellen dat er daar geen kiesbureaus zijn. Waarom heeft de CENI iedereen naar Vulamba gestuurd, zonder te melden dat dit kiesbureau werd verplaatst naar ITAV? Een oudere man ziet er een strategie achter: “ze hebben het met opzet gedaan om ons te ontmoedigen, zodat we niet zouden kunnen stemmen. Want ze weten goed genoeg voor wie we hier gaan stemmen, terwijl wij goed genoeg weten dat zij helemaal niet onafhankelijk zijn!”.

Ik tracht hem ervan te overtuigen dat de kiescommissie zal worden afgerekend op het aantal kiezers, en dat ze er dus eigenlijk geen belang bij hebben om kiezers te ontmoedigen, maar hij heeft er geen oren naar. Hij is echt kwaad, en baant zich een weg om het stembureau te verlaten.

Terwijl ik een jonge vrouw met een baby op de rug help om haar naam terug te vinden op de lijst, strompelt een dronken jongeman langs. Het is nog maar 9 uur ‘s ochtends, maar hij stinkt al uren in de wind.

“Hé”, bralt hij als hij me in het oog krijgt, “da’s hier alleen voor Congolezen, iemand moet aan die muzungu zeggen dat hij niet moet zoeken, zijn naam zal er toch niet tussenstaan”. “Je zou hem beter groeten, lomperik”, snauwt een vrouw hem toe. “Good morning sir”, probeert hij, maar de walm van kassiksi is niet te harden. Ik keer hem de rug toe, en hij druipt af.

Het valt echt op dat de vrouwen veel talrijker zijn dan de mannen. Ik probeer te weten te komen waarom. De meningen zijn erg verdeeld. “Veel mannen zijn dood door de oorlog”, zegt een vrouw. “Vrouwen zijn zich meer bewust van hun civiele plicht” zegt een ander. “Mannen kijken eerst de kat uit de boom”, zegt een man. “Je zal ze deze namiddag wel zien toestromen…”.

Een man die voor Pharmakina werkt biedt zich aan bij het stembureau. Hij heeft zich geregistreerd in Bukavu, maar werkt sinds kort in Butembo. Of hij hier mag stemmen?

Dat blijkt geen enkel probleem te zijn. Terwijl hij zijn stem uitbrengt blijft zijn vrouw buiten wachten. “Heeft u dan al gestemd?”, vraag ik haar. “Neen”, zegt ze, ik heb me in Kinshasa laten registreren, maar sinds ons huwelijk in oktober wonen we nu in Butembo, dus ik kan niet stemmen”.

“Dat weet ik nog zo zeker niet”, zeg ik, en roep de dame van de CENI erbij. Dat blijkt geen probleem te zijn: “breng uw kiezerskaart en uw huwelijksakte mee, en u mag hier stemmen”. De jonge vrouw is verrast en blij, en belooft dat ze dat meteen ook zal doen.

Ik verplaats me van het stembureau van ITAV naar dat van de lagere school van Tsaka Tsaka. Er blijkt maar één enkel kieslokaal te zijn: 172 kiezers op de lijst, 200 stembrieven werden geleverd. Maar er zijn meer dan 100 getuigen komen opdagen. Schoolbanken werden naar buiten gesleurd, want het lokaal zelf kan onmogelijk iedereen een plaats geven. Zes getuigen worden binnengelaten: drie van de oppositie en drie van de presidentiële meerderheid. Om het uur worden ze afgelost. Omdat getuigen ook in het kiesbureau van observatie mogen stemmen, zijn er duidelijk geen stembrieven genoeg. De kiescommissie wordt opgebeld, om een oplossing te zoeken.

Waarom er zoveel getuigen zijn? De partijen hebben aan hun getuigen 5$ beloofd als vergoeding voor hun inspanning. Ik vraag een één van hen of ze dat geld al hebben gekregen. “Dat is ons beloofd voor over enkele weken”, zegt hij. Dus na de afkondiging van de definitieve resultaten, bedenk ik me. Dan zal hun protest, als blijkt dat ze niets krijgen ook geen effect meer hebben…

De voorzitter van het stembureau blijkt slecht gebrieft te zijn: hij weigerde eerst pertinent de niet-geregistreerde kiezers in het bezit van een kiezerskaart toe te laten. Er is een interventie van de kiescommissie nodig om hem tot betere gevoelens te brengen.

’s Middags luister ik naar het nieuwsbericht op de radio. De verwarring blijkt overal toe te slaan. Mensen lopen verloren van stembureau naar stembureau. Van een stembureau in Lubero blijkt de kiezerslijst nog in Kinshasa te liggen. Het ontbreken van namen op kieslijsten zorgt voor veel vertraging. De ene na de andere goedbedoelende kiezer steekt de armen in de lucht, en keert onverrichter zake huiswaarts.

Terwijl ik mijn bijdrage intik, belt Winnie, onze stagiaire, me op. “Ben je al eens gaan kijken naar de stembureaus?”, vraagt ze verontwaardigd. “Alles draait in de soep! Wat een chaos! Dit loopt niet goed af! Schande!”.

Ik denk aan de voorzitter van de kiescommissie. Hoe die voet bij stuk heeft gehouden om de verkiezingen absoluut op 28 november te houden. Hoe hij hemel en aarde heeft verzet om de voorbereidingen rond te krijgen. Hoe daar de hele nacht tot vanochtend vroeg heel hard aan gewerkt is. Als die man nu ziet hoe de chaos toeslaat, hoe zou hij zich voelen? Ik hoop oprecht dat er deze namiddag beterschap komt door het routine-effect, en door nog soepeler mensen met een kiezerskaart te laten stemmen waar ook ze zich aanbieden. De kiezer is bereid om zijn bijdrage tot de democratie te leveren. Hij en zij moeten nu niet worden afgestraft voor de hardnekkigheid waarmee de kiescommissie punctualiteit heeft laten primeren op kwaliteit van de voorbereiding. Erger nog: als deze trend zich doorzet, geeft de kiescommissie aan diegenen die de uitslag niet willen aanvaarden wettelijke wapens in handen om het resultaat in vraag te stellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur