8 miljoen leegstaande huizen

In Japan geven ze huizen gratis weg

Deze week vond ik in mijn mailbox berichten van vrienden uit verschillende hoeken van de wereld die me allemaal hetzelfde CNN artikel over de problematiek van leegstaande huizen delen. Geen nieuws voor mij. Iedereen die al voor een tijdje in Japan geïntegreerd is, hoort wel eens het woord “akiya”. Dat betekent leeg huis. Het is een van de eerste nieuwe Japanse woorden die ik heb geleerd. Naast Konnichiwa, arigato en kanpai.

“Ja, het is één van de acht miljoen leegstaande huizen,” zei de Japanse masterstudent tegen mij, nadat hij mij zag staren naar een bouwvallig houten huis tijdens een rondleiding in mijn nieuwe wijk in Nagoya. Acht miljoen leegstaande huizen. Dat is 1 voor elke 16 Japanners. Al snel leerde ik dat de gemiddelde levensduur van gebouwen in steden zoals Nagoya City 30 jaar is. In West-Europa is de gemiddelde levensduur soms drie keer zo veel. Het was echt vreemd wanneer ik hoorde dat ze een huis niet als een kapitaalinvestering zagen zoals in Vlaanderen.

Waarom worden huizen maar 30 jaar gebruikt?

Er zijn verschillende redenen. Ik geloof dat de voornaamste reden de verandering van levensstandaarden om de dertig jaar zijn. Na de Tweede Wereldoorlog was Japan een arm land en moesten ze snel veel huizen bouwen. Dat waren niet de meest kwaliteitsvolle huizen. Vanaf eind jaren zestig (wanneer Japan trouwens voor de eerste keer de Olympische Spelen organiseerde), maar vooral in de twee decaden erna was Japan een van de grootste en machtigste economieën geworden. Veel mensen konden zich een beter huis veroorloven. Ook de wetten en bouwvoorschriften veranderden.

Iets wat je snel leert, is om best een huis van na bouwjaar 1981 te kopen of te huren, want je weet dat die tegen aardbevingen kunnen als de architect zich aan de bouwvoorschriften heeft gehouden (wat in Japan wel meestal is). Ook meer Japanners konden zich een auto veroorloven. Tot eind jaren ‘50 kon je in Japan je auto overal parkeren, maar in Japan is er nu een wet die zegt dat je alleen een auto mag kopen als je kan bewijzen dat je een parkeerplaats bezit. Wat ik vaak hoor, is dat veel Japanners hun huis vervangen door een nieuw huis op hetzelfde land, maar aangepast aan de nieuwe noden en wensen.

Waarom zijn er zoveel leegstaande huizen?

Op het einde van de vorige eeuw was de lokale plattelandseconomie - zoals bosbouw en de thee industrie - niet zo lucratief als in de vorige decennia, dus veel mensen zoeken meer stabiele, minder gevaarlijke jobs in de stad. Er is een echte plattelandsvlucht aan de gang.

Maar die lege huizen vind je niet alleen op het platteland. In steden zoals Tokio en Osaka is ook een op de tien huizen leeg. Er is nog een andere reden.

In Vlaanderen woonde ik in het gerenoveerde huis van mijn grootouders en ken ik veel mensen die huizen hebben gerenoveerd of gekocht. Vlaanderen kent ook geen krimpende bevolking zoals in Japan. Daarom vroeg ik me al in mijn eerste week in Japan af waarom men die leegstaande huizen niet renoveert en waarom men nieuwe huizen blijft bouwen. Mijn professor legde me de historische achtergrond van deze praktijk uit: Vooroorlogse woningen waren van hout, zei hij, en ze waren zo gemaakt dat ze snel konden worden gedemonteerd zodat rottende balken konden worden vervangen.

Door een huis binnen dertig jaar op te bouwen en te demonteren, kon de kennis worden overgedragen van vader op zoon. Bovendien was hout een hernieuwbaar bouwmateriaal. Dit klonk als een duurzaam idee. Alleen, voegde mijn sensei toe, die culturele praktijk is niet meer aanwezig.

Wat nu?

Uiteraard bezorgt vooral deze “verspilling van ruimte en materiaal” de nationale en lokale overheden kopzorgen. Wat doen we met die miljoenen lege woningen, hun zeer grote afvalstroom en de te verwachten aangroei daarvan ten gevolge van de krimpende populatie en de gemiddeld korte gebruiksduur van een woning?

Tot 2015 kon de lokale overheid niet veel doen, want de eigendomsrechten van Japanners zijn zeer goed beschermd. Veel mensen kennen de symbolische case van de Narita luchthaven in Tokio, waarvan de uitbreiding betwist en verhinderd wordt door de kleine landeigenaars. Maar nu heeft de lokale overheid meer macht gekregen en zie je strategieën van subsidies tot zelfs het weggeven van huizen.

Het Klein Verzet

In januari 2018 kreeg ik bezoek in Nagoya van Miwako, een oude vriendin uit België met Japanse moeder. Zij is een filmmaker die enkele kortfilms over Japanse of “deels” Japanse kinderen in België heeft gemaakt en schreef in Onomichi een idee uit voor haar eerste langspeelfilm. Op een bepaald moment praatte ze over de vele oude huizen, de Doe-Het-Zelf-renovatiebeweging en haar eigen interesse voor het geboortehuis van haar grootvader.

Na haar vertrek deed ik wat onderzoek en tot mijn enthousiasme vond ik heel wat blogs over Onomichi als een “modelstad” in het huidige nationale discours van landelijke revitalisatie (de zogenaamde chiho sosei, waar nationale overheid meer bottom-up activisme dan top-down beleid en subsidies promoot). Ik besloot om haar ook eens in Onomichi te bezoeken.

Een week later leidde Miwako me bijna een dag lang door het stedelijke landschap van Onomichi. Ze deelde haar eigen observaties en ervaringen van al haar bezoeken in de afgelopen jaren met mij, vertaalde teksten en vertelde me dat alles om 17.00 uur sluit, over het langzame leven, de gemeenschap, dat er veel films worden gemaakt. En dat dit een geweldige plek was voor kunstenaars en schrijvers om te dromen en kunst te maken.

Sinds het begin van de 21e eeuw trekken “relatief” jonge migrerende kunstenaars, ambachtslieden, grafisch ontwerpers en barista’s weg van het chaotische stadsleven, de bedrijfscultuur met vele uren op het werk, de dure huizenprijzen en het individualisme in de grootsteden zoals Tokio, Osaka en Nagoya. In plekken zoals Onomichi kan je huizen aan een spotgoedkope prijs vinden. Of krijg je ze zelfs gratis. In kleine steden zoals Onomichi schieten dan ook gemeenschapsruimten, tweedehandsboekenwinkels (die alleen ‘s nachts open zijn), koffiehuizen, kunstgalerijen als paddestoelen uit de grond.

Ik trok een dag op met twee jonge theeboeren die gratis een oude visserswoning hebben gekregen en dat nu in een tea shop transformeren waar ze wabi thee ceremonies willen houden. Ze vertrouwden me toe dat ze nauwelijks geld hebben, maar stap voor stap vinden ze de juiste personen, materialen en kennis. Ik vind bij hen vaak boeken over “hoe renoveer je een huis voor maar xxx yen?”. De traditie van kennisoverdracht van generatie naar generatie over renovatie en bouwmaterialen is jammer genoeg verloren gegaan, maar in Onomichi, zei een jonge eigenaar van een sandwichbar, vind je gratis tools en leerkrachten. Die reputatie lokte hem naar daar. En het is waar. Onomichi is vergelijkbaar met Tournevie, een betaalbare bibliotheek van werkmaterialen in Brussel, maar veel groter.

Intussen heb ik Onomichi al drie keer bezocht, elke keer voor een langere tijd, en ken ik heel wat bewonderenswaardige mensen die een solidaire gemeenschap rond deze problematiek hebben opgebouwd. Niet alleen in hun eigen stad, maar vanuit heel Japan komen geïnteresseerde mensen hun methodiek en ideeën bestuderen. Nadien vond ik veel andere geweldige gemeenschappen en leden van NPO’s, architecten, activisten, kunstenaars die zich “verzetten” tegen het asociale gemakzucht, de hebzucht naar nieuwe dingen en het te snelle leven in grootsteden. Ze zijn zich vaak bewust van de demografische afrekening en de symptomen daarvan in Japan, meer dan de mensen in grote steden zoals Nagoya, maar toch voelen al deze gesprekken hoopvol aan.

Ik kijk nu zelf ook anders naar reparatie en onderhoud van huizen. Ingenieurs denken dat ze dit probleem kunnen oplossen met technologie, politici met wetten en beleidsprogramma’s, maar ik zie dit eerder als een cultureel en psychologisch probleem. Als mensen meer tijd vrij maken voor wat ze al hebben en dat blijven onderhouden, of repareren, of aanpassen aan nieuwe noden, moeten we dan constant nieuwe huizen, meubelen of andere voorwerpen kopen en zoveel uren extra werken, vaak voor een te laag loon, om al dat nieuws te kunnen kopen?

Old can also be Bold.



Voor een editie over stedelijk metabolisme van AGORA, een Nederlands-Vlaams populair-wetenschappelijk magazine dat zich bezighoudt met actuele sociaalruimtelijke vraagstukken, heeft Wendy een meer uitgebreid artikel over deze problematiek geschreven: http://www.agora-magazine.nl

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute