Kijk nog eens goed naar Amerika

Nu mijn uitwisseling de VS erop zit, vraag ik me af wat we hier nu van kunnen leren op het vlak van radicalisering.

Angel Morales Rizo (CC BY-SA 2.0)

 

Samen met negen andere Europeanen die bijzonder werk verrichten rond radicalisering, ben ik heel deze maand te gast in de VS. Meestal verstaan we radicalisering als een theologische begeleiding voor mensen die bereid zijn tot geweld, zogenaamd op basis van de Koran. Maar niets is minder waar. Mijn collega-experts verstaan radicalisering gelukkig ook op zijn breedst. Net als de Amerikanen trouwens, al noemen zij het ‘Combatting Violent Extremism’ (CVE). Een omgekeerde wereld dus, waarin ik op zoek ga naar het meest proactieve.

Beperkt de ‘American Dream’ radicalisering?

Nu mijn uitwisseling de VS erop zit, vraag ik me af wat we hier nu van kunnen leren. Mijn verwachting was om professioneel veel bij te leren, maar er zit meer in. Nochtans was onze Europese delegatie zeer kritisch over deze reis. Zo hebben we natuurlijk de ‘good practices’ gezien en we hebben ons niet gefocust op dingen die mislopen. We zijn ook erg veel daklozen voorbijgelopen en dat is allicht slechts een fractie van de mensen wiens Amerikaanse dromen bedrog zijn. Kritiek was dus terecht. Maar er is meer te leren van de VS.

Vrijheid voor weerbaarheid

We begonnen dit verhaal bij kern van de Amerikaanse geest: vrijheid! De vrijheid om jezelf te zijn en te vervolmaken. Daarbij denken we spontaan aan een soort laissez faire vrijheid, die alleen de hogere klassen dient. De vrijheid van de dakloze is nogal cynisch.

Eric Garcetti, burgemeester van Los Angeles, zegt in de New York Times, dat het bij hen voornamelijk over geesteszieken gaat. Hij kan het dus genezen. Wat een lofwaardig optimisme! Voorlopig is de straat dan een groot ziekenhuis en valt het vooral op dat daklozen net als in Rotterdam uit straatbeeld geweerd worden. Ze mogen zelfs niet meer naar de WC in de Starbucks (en betalende klanten -in naam van gelijkheid?- ook niet). Het wordt er niet beter op. Terechte kritiek. En nu?

Ik ben voor zelf-regulerende vrijheid. De vrijheid voor jongeren om de publieke ruimte mee vorm te geven en er de regels mee te bepalen.

Ik hou niet van laissez-faire vrijheid. Op het eind van de vorige eeuw leek het goed dat we ons niet met mede-straatgebruikers bemoeiden. In Mechelen had ik al vastgesteld dat good practices wel betrokkenheid vragen. Wanneer jongeren op straat iets uitsteken (van vervuiling tot steaming), is straffeloosheid voor niemand batig. Maar met straffen kom je niet zover als met belonen, dus beloon ik die specifieke jongeren met mijn betrokkenheid en dat doe ik ook wanneer ik ze zie beatboxen of breakdancen.

Ik ben voor zelf-regulerende vrijheid. De vrijheid voor jongeren om de publieke ruimte mee vorm te geven en er de regels mee te bepalen. Zoals de Mechelse pleintjeswerkers, die volgen de regels omdat het voordelig is. En dat is de vrijheid die succesvol blijkt in de VS.

Waar de Somali deelgemeenschap in Minneapolis beslist om niet te blijven hangen in kritiek op het zich ontwikkelende radicaliseringsbeleid van Donald Trump (dat meer dan waar ook ter wereld wordt verengd tot Moslimextremisme). Laat de overheid maar politie aansturen, dan zullen wij het welzijnsluik opnemen. Vanuit die houding ontstond een constructieve verhouding tot activisten en een positieve samenwerking met politie. Kritiek op politie is natuurlijk ook belangrijk, maar elkaar versterken is het beste eindpunt.

Déze vrijheid is een uitstekend recept voor weerbaarheid.

Raniel Diaz (CC BY 2.0)

 

#tousensemble

Vanuit zelf-regulerende vrijheid ontstaat hier dus een groot altruïsme. Dat is toch heel speciaal. Men geeft, niet met de verwachting van wederkerigheid, maar omdat het hen belieft. “Because I am passionate about it”. Het is ongewoon, maar het is wat ik vaststel. Je zou kunnen opperen dat men geeft uit noodzaak, omdat er niet zoiets is als een Europees sociaal vangnet (dat nota bene met Amerikaans geld geïnitieerd werd).

Het blijft ongewoon. Hoe kan Amerika als trekker van kapitalisme en individualisering, zo sociaal zijn?

Hoogstens zou je kunnen zeggen dat de altruïstische gift een stimulans is voor het ego en natuurlijk voor de sociale status. Op die manier begint het natuurlijk alsnog op wederkerigheid te lijken. En op een potlach ritueel: “Kijk eens wat ik kan verbrassen.” Zoals Donald Trump die bedankt voor zijn presidentieel loon, zoals Jean Paul Getty die in Los Angeles een museum neerpoot met de grootste collectie ter wereld en gratis toegang verschaft voor alle bezoekers.

Maar ‘verbrassen’ is weer oeverloze Europese kritiek. Het is immers niet zomaar verbrassen.

Want wanneer ik in de VS aan een federaal ambtenaar vertel dat ik op de middelbare school steeds te horen kreeg dat de VS onhoudbaar meer inkoopt, dan het verkoopt, krijg ik eindelijk een verklaring: het zijn de giften die de Amerikaanse rekening doen kloppen. Straf!

Het blijft ongewoon. Hoe kan Amerika als trekker van kapitalisme en individualisering, zo sociaal zijn? Meer dan uit noodzaak, maar werkelijk door haar constitutie.

De founding fathers hebben een land gecreëerd dat nooit aan dictatuur ten prijze mocht vallen, door een zwakke politieke structuur en een heel sterke civiele structuur. Mensen worden gestimuleerd om zich te engageren. Zoals de moslims van Dulles, Washington, die de handen in elkaar slaan om als deelgemeenschap te versmelten met alle maatschappelijke en beroepssectoren. Met overheidssteun als het kan, zonder in elk ander geval.

Slechts door op te gaan in het Amerikaanse geheel, kunnen ze zichzelf, moslim, werknemer/werkgever, hobby-beoefenaar, filantroop, … zijn. Ze danken elkaar, zoals Amerikanen elkaar consequent bedanken. En ze danken God, dat ze in deze goede situatie werden gebracht. God bless America!

Jeffrey (CC BY-ND 2.0)

‘America Cares’

De eeuwige overheidsvraag

‘Wie groot denkt, vergist zich enorm’, was een populaire quote van Martin Heidegger onder enkele van mijn generatiegenoten, die als twintiger de moed opgaven om de wereld te verbeteren. Ik ben daar nooit zo radicaal in gevolgd en heb hetzelfde gevoel bij de conclusie die zich nu opdringt. Moeten we nu uit dit alles afleiden dat Europa een zwakkere overheid nodig heeft? Hebben onze Europese leiders dat inzicht al aangenomen of zijn ze er zelfs al mee bezig?

Dus waar is die gulden middenweg? Waar is dat poldermodel? Waar is die flexibele overheid?

Toen ik een twintiger was, leken de meesten er niet zo’n probleem mee te hebben dat we veel belastingen betalen, als we er maar veel voor terugkregen: wederkerigheid. Dat discours is inmiddels succesvol omgedraaid.

Ikzelf wil nog steeds waar voor mijn afdrachten, eerder dan een laissez-faire vrijheid. Enerzijds zie ik geen heil in de afbraak van de sociale en socio-culturele sector. Anderzijds enthousiasmeren de samenwerkingen die uit die noodzaak ontstaan mij enorm. Hartverwarmend!

Maar in de VS ontstaan ze minder uit noodzaak, dan wel uit passie. Dus waar is die gulden middenweg? Waar is dat poldermodel? Waar is die flexibele overheid? We moeten het er nu echt wel eens over hebben. Dus als je alvast tot hier gelezen hebt, ‘I can’t thank you enough.‘

 

Alexander Van Leuven (34) is radicaliseringsambtenaar in Mechelen en doctoraatsonderzoeker deradicalisering aan de KU Leuven. De antropoloog is door de VS geselecteerd als ‘young potential’ voor het High Potential Leadership Program rond radicalisering.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift