Kissinger, World Order, en Sadat

Henry Kissinger, de Amerikaanse topdiplomaat en historicus, schreef in 2014 het boek World Order, waarin hij de geschiedenis van politieke orde over de continentale grenzen heen traceert. In het boek behandelt hij talloze historische gebeurtenissen en processen, en trekt hij portretten op van wereldleiders op zijn gekende eigenwijze manier. Dit artikel focust op één van deze processen en wereldleiders, bij wijze van recensie.

  • Israel Defense Force (CC BY-NC 2.0) Israëlische troepen steken het Suez Kanaal over tijdens de Oktober Oorlog in 1973. Israel Defense Force (CC BY-NC 2.0)
  • United States Information Agency [Public domain], via Wikimedia Commons Henry Kissinger en Anwar al-Sadat. United States Information Agency [Public domain], via Wikimedia Commons
  • Public domain via Wikimedia Commons Ernesto "Che" Guevarra ontmoet Gamal Abdal Nasser en Ali Sabri. Public domain via Wikimedia Commons
  • The Central Intelligence Agency (Public domain), via Wikimedia Commons Golda Meir, Richard Nixon, en Henry Kissinger. The Central Intelligence Agency (Public domain), via Wikimedia Commons
  • Wally Gobetz (CC BY-NC-ND 2.0) Anwar al-Sadat, Jimmy Carter, en Menachem Begin bereiken een vredesakkoord in 1979. Wally Gobetz (CC BY-NC-ND 2.0)

De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. Het mag dan een welgekende platitude zijn, in Henry Kissingers World Order (2014) krijgt het wel een heel letterlijke betekenis. Als Nationale Veiligheidsadviseur onder president Nixon, en Staatssecretaris onder zowel president Nixon als president Ford, was Kissinger rechtstreeks betrokken bij een significant deel van de kwesties die hij in zijn boek bespreekt.

In wat volgt zullen we één van deze kwesties kritisch analyseren: het Israëlisch-Egyptisch vredesproces en de rol van Anwar Sadat. Op deze manier krijgen we enerzijds inzicht in de controversiële visie van Kissinger op geschiedenis en internationale politiek, anderzijds vechten we zijn evenzeer omstreden interpretatie van de figuur van Anwar Sadat aan. Ten slotte blijkt deze analyse enkele waardevolle inzichten te leveren voor de politieke actualiteit.

By United States Information Agency [Public domain], via Wikimedia Commons

Henry Kissinger en Anwar al-Sadat

Kissingers Sadat

Kissinger vermeldt Sadat in feite niet zo veel, en de beschrijving van het vredesproces is summier. Toegegeven, de omvang van zijn studie – de universele geschiedenis van wereldorde – induceert noodzakelijkerwijs eerder korte omschrijvingen van de meeste kwesties. Vaak is het dan ook Kissingers verdienste om kernachtig te zijn. Bij de omschrijving van Sadat is dat niet anders. Toch kunnen er enkele duidelijke tendensen uit opgenomen worden. We kijken eerst hoe de kwestie in Kissingers boek wordt voorgesteld, betwisten zijn visie vervolgens aan de hand van andere historische bronnen, en analyseren tenslotte een aantal van Kissingers vooringenomenheden die de oorzaak vormen van zijn eigenaardige voorstelling van de feiten.

Een eerste keer wordt de voormalige Egyptische president vermeld in een korte lijst van “populistische, doch niet democratische” Midden Oosterse leiders die hun steun van de bevolking grotendeels haalden uit één of andere invulling van nationalisme. Kissinger, de realpoliticus die we allen kennen, neemt slechts kort nota van de autocratische neigingen van deze staatsmannen, om dan direct te stellen dat er onder hun leiderschap wel degelijk sprake was van een toenadering tot “de contemporaine internationale orde”. [1]

De Egyptische president zou overtuigd zijn geweest dat de Sovjet Unie wel wapens, maar geen diplomatiek proces kon leveren.

De oude Amerikaanse diplomaat schetst vervolgens de Koude Oorlog-opstellingen in het Midden Oosten, en benadrukt daarbij de grote beleidsshift die Sadat in de jaren ’70 maakt. Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 had Israël de Sinaï bezet. De omslag in het beleid van Sadat moeten we volgens Kissinger kaderen in deze context. De Egyptische president zou overtuigd zijn geweest dat de Sovjet Unie wel “wapens, maar geen diplomatiek proces in de richting van herwinning van de Sinaï kon leveren”[2]. Zodoende werd de Egyptische deur opengezet voor de Verenigde Staten.

Het Arabisch-Israëlisch conflict wordt vervolgens door Kissinger omschreven als “de enige ideologische kwestie die de Arabische standpunten verenigt”[3]. Het is precies op dat punt dat Sadat zich “moedig onderscheidde” en “een exemplarische rol speelde voor de andere Arabische leiders”[4].

Toen Sadat in het midden van de Koude Oorlog van ideologisch kamp wisselde, leidde dit tot een periode van intense diplomatie waarvan het vredesakkoord tussen Egypte en Israël in 1979 het uiteindelijke gevolg was. Hier kan Kissinger zijn persoonlijke bewondering voor Sadat nog moeilijk onder stoelen en banken steken:

“Grote leiders hebben getracht om het conceptuele aspect van het conflict te transcenderen door te onderhandelen over vrede gebaseerd op Westfaalse principes – dit wil zeggen, tussen volkeren georganiseerd als soevereine staten, elk gedreven door een realistische beoordeling van zijn nationaal belang en mogelijkheden, niet door absolutismen of religieuze imperatieven. Anwar al-Sadat van Egypte durfde het aan om verder te kijken dan deze confrontatie en vrede te sluiten met Israël gebaseerd op Egypte’s nationaal belang in 1979; hij betaalde voor zijn staatsmanschap met zijn leven, toen hij twee jaar later vermoord werd door geradicaliseerde Islamisten uit het Egyptisch leger.”[5]

Deze passage is heel onthullend. We krijgen hier zicht op zowel het eigenlijke onderwerp van het boek als de functie van het hoofdstuk. Het onderwerp van het boek is vanzelfsprekend ‘wereldorde’. Nu blijkt dat Kissingers ideaal van wereldorde Westfaals van karakter is – dit wil zeggen, gebaseerd op soevereine staten die onderlinge gelijkheid genieten. Het hoofdstuk, getiteld Islamisme en het Midden Oosten: een Wereld in Wanorde, gaat in essentie over Islamisme doorheen de geschiedenis, dat in zijn globale aspiraties als een bedreiging voor de Westfaalse orde wordt gepresenteerd. De bewondering die Kissinger voor Sadat koestert kadert hierin: hij wordt opgevoerd als een held van het Westfaalse wereldsysteem.

Sadat

Deze erg beknopte beschrijving van Anwar al-Sadat en het Egyptisch-Israëlisch vredesproces vertoont evenwel enkele inconsistenties met andere historische bronnen. Het lijkt alsof Kissinger de ideologische shift van Sadat omschrijft als een eerder abrupte beslissing, die enkel en alleen aan het diplomatieke genie van Sadat is ontsproten, met als uiteindelijke doel de toekomstige verzoening van Egypte en Israël. De omslag in het Egyptisch buitenlands beleid was echter noch abrupt, noch louter diplomatiek, noch was het primair doel de toenadering tot Israël.

Ibrahim A. Karawan licht Sadat’s anti-Sovjetisme op een meer genuanceerde manier toe. Behalve het diplomatieke voordeel in het oplossen van de Arabisch-Israëlische crisis, worden er nog twee hoofdredenen gegeven voor Sadat’s beleidsshift. Ten eerste was Sadat een devote moslim, en kon volgens Karawan de Sovjet ideologie niet verzoenen met zijn eigen geloofstellingen[6].

Ten tweede, en misschien belangrijker, koesterde Sadat een enorm wantrouwen ten opzichte van Moscow als persoonlijke bondgenoot. De Sovjetpremier Kosygin had in 1970 gepolst bij Nasser naar diens opvolging. Toen de naam van Sadat viel, moet Kosygin ontevreden gevraagd hebben wie er nog in aanmerking kwam. Ali Sabri, die toen genoemd werd, genoot wel de goedkeuring van de Sovjet Unie.[7] Sadat zou dit nooit vergeten, en toen hij aan de macht kwam, was het dan ook niet te verbazen dat figuren zoals Sabri het slachtoffer werden van zijn ‘Corrective Revolution’ van 1971-1972 – de zuivering van het staatsapparaat van Sovjetloyalisten en oude Nasseristen[8]. Kissinger zal in zijn boek de breuk met de Sovjet Unie in de periode van 1973-1974 plaatsen[9], net na de Oktober Oorlog van 1973, dus. Hij negeert hiermee de interne Egyptische machtsstrijd, en plaatst de beleidsbijstelling teveel in functie van Egyptes relaties met Israël.

See page for author [Public domain or Public domain], via Wikimedia Commons

Ernesto “Che” Guevarra ontmoet Gamal Abdal Nasser en Ali Sabri.

Daarenboven speelde er evenzeer een socio-economische dimensie mee. Geconfronteerd met economische crisis, voerde Sadat een liberalisering van de Egyptische economie door die vooral ten goede kwam aan zekere groepen binnen de Egyptische samenleving – grootgrondbezitters, pre-Nasser industriële kapitalisten die managers waren geworden van overheidsbedrijven, bureaucratische elites, en hoge legerofficieren.[10]

In 1974 werd het economisch beleid officieel aangekondigd als de Infitah – de Open Deur. Het hield echter geen discontinuïteit in met Nassers socialistische programma, zoals men zou verwachten. In feite was de denationalisering reeds begonnen onder Nasser na de Zesdaagse Oorlog, ten gevolge van een organische crisis van Nassers regime.[11] Sadat had enkel het interne debat onder de heersende elite besloten, en de nieuwe economische logica tot zijn uiterste conclusies doorgetrokken. Enkel door deze economische beleidsshift en de connectie met het buitenlands beleid te negeren, kan Kissinger Egyptes transfer naar het anti-Sovjet blok als louter instrumenteel voor een toenadering met Israël presenteren.

Dat terwijl zelfs Sadats Israël-beleid geen volledige breuk inhoudt met Nasser, of zelfs niet met de Arabische houding ten opzichte van Israël in het algemeen. Moshe Shemesh beweert dat er “een rode draad”[12] te bespeuren valt van de Arabische Top in Khartoem in 1967 tot het tekenen van het vredesverdrag tussen Egypte en Israël. De Khartoem Top zou voor het eerst het pad geëffend hebben voor de politieke weg om het conflict op te lossen, zij het in een heel beperkt kader[13]. Ook Nasser aanvaarde de politieke weg, onder meer door de VN Veiligheidsraad Resolutie 242 te ratificeren.[14]

Om uit de formidabele schaduw van Nasser te treden, moest Sadat de Sinaï heroveren.

Dit alles wil vanzelfsprekend niet zeggen dat er helemaal geen strategische en diplomatieke rationale achter de beleidsshift zat. In zijn autobiografie In Search of Identity (1978) vermeldt Sadat drie grote redenen voor de Oktober Oorlog, en elk van deze redenen heeft betrekking op de Israëlische bezetting van de Sinaï door Israël: De bezetting kostte Egypte economisch; er school een duidelijk bedreiging voor de nationale veiligheid in; en het krenkte de nationale eer.[15]

Om uit de formidabele schaduw van Nasser te treden, moest Sadat de Sinaï heroveren. Om dit doel te bereiken, leerde Sadat naar eigen zeggen van de historische lessen van de Pruisische generaal Clausewitz[16], en startte dus de oorlog om een diplomatiek proces te initiëren.

Israel Defense Force (CC BY-NC 2.0)

Israëlische troepen steken het Suez Kanaal over tijdens de Oktober Oorlog in 1973.

De strategie werkte, en dat is Sadats verdienste, maar enkel tegen een hoge prijs. Tegen de tijd van de Camp David Akkoorden in 1978 was Sadat danig ongerust geworden dat hij de Sinaï niet zou kunnen terugwinnen van Israël[17]. De eigenzinnige onderhandelingsstijl van Sadat – “het breken van de psychologische barrière”[18] – had de positie van Israël immers niet tot substantiële veranderingen kunnen dwingen. Hij voelde zich dus verplicht om de bredere oplossing van de Palestijnse kwestie – Israël dwingen Resolutie 242 te respecteren – in de steek te laten, en enkel de hereniging van de Sinaï met de rest van Egypte na te streven.

Adel Safty heeft gelijk wanneer hij beweert dat de algemene lof aan het adres van Sadat van Westerse leiders en academici voor zijn visie, moed, en onderhandelingsvaardigheden vaak het eigenbelang dient. Hij poneert dat Kissinger – die toen de onderhandelingen leidde – slaagde, in zover dat zijn strategisch doel erin bestond om Egypte van de Arabische en Palestijnse aspiraties te scheiden, en de linkse “radicalere” krachten in de regio verder te isoleren, daarbij de Sovjet Unie verzwakkend en het pad vrijmakend voor een schikking met Israël. Sadat bood nauwelijks weerstand.[19]

Het mag duidelijk zijn dat de verandering in het Egyptische beleid niet zo abrupt was als Kissinger, in zijn beknoptheid, liet uitschijnen. Noch was het een moedige daad die ontsproot aan Sadats wil tot vrede. Op vele manieren zat Sadat gevangen in de binaire logica van de Koude Oorlog. Geconfronteerd met een economische crisis, met de nationale trots op een historisch dieptepunt, en een onwillige Sovjet Unie, was Sadat gedwongen om de deur te openen voor het Westen, en om finaal te zorgen voor een blijvende overeenkomst met Israël die de economische belangen in de Sinaï zou vrijwaren.

Kissinger

In de kern van Kissingers representatie van Anwar al-Sadat schuilen er drie vooringenomenheden. Eén daarvan hebben we in de vorige sectie reeds kort aangehaald – Kissingers eigen historische rol. De historicus acht het echter niet noodzakelijk om zijn betrokkenheid in de kwestie te verduidelijken, terwijl dit duidelijk relevant blijkt voor de manier waarop zijn representatie van de feiten vorm heeft gekregen.

Een tweede vooringenomenheid komt voort uit de bredere framing waarin Sadat en het vredesproces worden beschreven. Ook hierover hebben we het reeds kort gehad in de eerste sectie – het obstakel dat het groeiende Islamisme vormt voor de Westfaalse wereldorde. Kissingers visie van de Arabische wereld lijkt evenwel gecementeerd in een rigide dichotomie. Als Islamisme aan de ene kant staat, dan vormen de diverse postkoloniale nationalismes de tegenpool en, in zoverre deze gehoorzamen aan de Westfaalse principes, dus ook het enige alternatief.

By The Central Intelligence Agency (Meir, Nixon and Kissinger) [Public domain], via Wikimedia Commons

Golda Meir, Richard Nixon, en Henry Kissinger.

Geconfronteerd met de impotentie van hun leiders om een werkend alternatief voor de vele onrechtvaardigheden te bieden, wordt de aantrekkingskracht van het militante Islamisme alsmaar groter.

Als we deze dichotomie hanteren, dan wordt Sadat al snel de held die Kissinger van hem maakt. We kunnen, daarentegen, ook beargumenteren dat Islamisme en de autocratische regimes die nationalisme misbruiken in feite twee zijden van één en dezelfde medaille zijn. Het opportunisme waarmee Sadat het Arabische front vernietigde, kan dan geconstrueerd worden als een voorbeeld van hoe de huidige machtsbalans een wereldorde in het belang van de burgers van de meeste non-Westerse landen onmogelijk maakt.

Geconfronteerd met de impotentie van hun leiders om een werkend alternatief voor de vele onrechtvaardigheden van de door het Westen gedomineerde globale orde te bieden, wordt de aantrekkingskracht van het militante Islamisme alsmaar groter voor jonge Arabieren. In plaats van een moedige ridder van de Westfaalse orde is Sadat in deze lezing deels verantwoordelijk voor de verdere radicalisering.

Ten slotte speelt Kissingers visie op wat een staatsman ‘groot’ maakt een subtiele rol in zijn evaluatie van Sadat:

“Hij moet ten eerste een analyse kunnen maken van waar een maatschappij zichzelf bevindt. Dit is inherent waar het verleden de toekomst ontmoet; daarom kan zo’n oordeel niet gemaakt worden zonder een instinct voor beide elementen. Hij moet dan proberen te begrijpen waar dit traject hem en zijn maatschappij heen zal brengen. Hij moet de verleiding weerstaan om beleidsvorming te identificeren met de projectie van het bekende in de toekomst, want op die weg ligt stagnatie en dan verval. (…) Om een reis te ondernemen op een weg die nog nooit is ingeslagen, is karakter en moed nodig: karakter omdat de keuze niet vanzelfsprekend is; moed omdat de weg in het begin eenzaam zal zijn. En de staatsman moet dan zijn volk inspireren om te volharden in dit streven.”[20]

Deze beschrijving vertoont veel gelijkenissen met Kissingers voorstelling van Sadat. Hij schrijft Sadat moed toe, en hij prijst het eenzame pad van de Egyptische president dat hem wegvoert van het stagnerende bekende. Deze visie verheerlijkt in veel opzichten verlichte despoten. Het enige dat een dictator dan scheidt van een groot staatsman is visie, niet democratische instituties. Het meest opmerkelijke is echter dat Kissinger dit poneert in een hoofdstuk dat gewijd is aan de nieuwe ontwikkelingen en technologieën die ontstaan zijn in het digitale tijdperk. Kissinger wantrouwt deze evoluties, want “het nastreven van transparantie en connectiviteit in alle aspecten van het bestaan, door het vernietigen van de privacy, remt de ontwikkeling van persoonlijkheden met de sterkte om eenzame beslissingen te maken af”[21].

Wally Gobetz (CC BY-NC-ND 2.0)

Anwar al-Sadat, Jimmy Carter, en Menachem Begin bereiken een vredesakkoord in 1979.

Geschiedenis is nooit neutraal. Kissingers boek is dan ook geen objectief relaas van de vorming van een Westfaalse Wereldorde, maar evenzeer een betoog ervoor. Hierin weerklinkt een visie op geschiedenis die niet alleen gekenmerkt wordt door een Kissinger als historicus, die weigert nota te nemen van Kissinger als historisch figuur, maar tevens door zijn exclusivistisch en elitair karakter. Kissinger negeert de structurele aspecten van macht, en kiest resoluut voor het historisch individu als drijfveer achter de geschiedenis. De nood aan inclusieve economische en politieke instituties, nochtans cruciaal voor een duurzame orde, wordt nergens besproken. Het is pijnlijk om te zien hoe Kissinger, door een gebrek aan verbeelding, ten prooi valt aan pessimisme, in plaats van het democratisch potentieel van het digitale tijdperk te omarmen.

Op vrijwel dezelfde manier faalt Kissinger om het potentieel in de Arabische wereld voor een non-Islamistische, maar evenzeer non-Westerse orde in te zien. Toen Sadat werd vermoord, waren niet enkel Islamisten gekant tegen zijn beleid. Zowel zijn buitenlands beleid als de Infitah, die verder strompelde zonder resultaat, hadden hem vervreemd van het gros van de Egyptische multitude. Het was toen evident, en dat is het des te meer geworden met de Arabische Revoluties van 2011, dat ‘orde’ in het Midden Oosten enkel effectief in het confronteren van het groeiende Islamisme én stabiel kan zijn, als de inclusiviteit van deze multitude gegarandeerd is.

Noten

[1] Kissinger 2015, 114
[2] Ibid., 115-116
[3] Ibid., 116
[4] Ibid.
[5] Ibid., p.130
[6] Karawan 1994, p. 253
[7] Ibid., p. 254
[8] De Smet 2012, p. 171
[9] Kissinger 2015, 115
[10] De Smet 2012, 171
[11] Ibid., 170
[12] Shemesh 2008, p. 28
[13] Ibid, p. 32-33
[14] Ibid. p. 33
[15] Sadat 1978, p. 232
[16] Ibid., p.236
[17] Safty 1991, p. 295
[18] Ibid.
[19] Ibid., p. 285
[20] Kissinger 2015, p. 349
[21] Ibid., p. 353

Bibliografie

  • De Smet, Brecht. The Prince and the Pharaoh: The Collaboratve Project of Egyptian Workers and Their Intellectuals in the Face of Revolution. Editor: Faculty of Political and Social Sciences. Gent: Ghent University, 2012.
  • Karawan, Ibrahim A. „Sadat and the Egyptian-Israeli Peace Revisited.” International Journal of Middle East Studies (Cambridge University Press) 26, nr. 2 (1994): 249-266.
  • Kissinger, Henry. World Order: Reflections on the Character of Nations and the Course of History. Great Britain: Penguin Books, 2015.
  • McConkie, Mark L., en R. Wayne Boss. „Personal Stories and the Process of Change: the Case of Anwar Sadat.” Public Administration Quarterly, (SPAEF) 19, nr. 4 (1996): 493-511.
  • Sadat, Anwar. In Search of Identity: an Autobiography. New York: Harper & Row, 1978.
  • Safty, Adel. „Sadat’s Negotiations with the United States and Israel: Camp David and Blair House.” The American Journal of Economics and Sociology 50, nr. 4 (1991): 473-484.
  • Safty, Adel. „Sadat’s Negotiations with the United States and Israel: From Sinai to Camp David.” The American Journal of Economics and Sociology 50, nr. 3 (1991): 285-298.
  • Shemesh, Moshe. “The Origins of Sadat’s Strategic Volte-Face: (Marking 30 Years since Sadat’s Historic Visit to Israel, November 1977) .” Israel Studies (Indiana University Press) 13, no. 2 (2008): 28-53.
  • Tucker, Judith. „While Sadat Shuffles: Economic Decay, Political Ferment in Egypt.” MERIP Reports, nr. 65 (1978): 3-9.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Een blik op het Midden-Oosten en Noord-Afrika

    Arne Carpentier is Master in de Moraalwetenschappen. Hij volgde stage bij de Belgische Ambassade in Caïro. In februari 2013 was hij reeds in Egypte om veldonderzoek te doen voor zijn thesis.