Vluchteling op Kos: ‘Bij ons was het oorlog, maar we hadden tenminste onze waardigheid nog’

Marina Spyridaki werkt als psychologe voor AZG bij de vluchtelingen op het Griekse eiland Kos, waar ze wachten op papieren om via Athene hun tocht te kunnen voortzetten.

  • © Alva White/MSF Vluchtelingen slapen in de haven van Kos. © Alva White/MSF

Ik ben hier om psychosociale steun te bieden aan vluchtelingen, daar waar ze die nodig hebben – ik houd consultaties in het park, in de haven en op plaatsen waar ze proberen te overleven.

 Ik zie enorm veel jonge kinderen toestromen op het eiland. Voor hen organiseer ik ludieke sessies: al spelende drukken kinderen hun emoties uit. Dat stelt ons in staat ze beter te begrijpen en dus beter te helpen.

We organiseren creatieve workshops, zoals schilderen of puzzelen … De kinderen vertellen ons dat ze terug naar huis willen, maar ik denk dat ze daarmee een veilige plek bedoelen, ver van de oorlog en ver van de straten van Kos. Het is een thema dat altijd terugkomt in hun tekeningen: een huis op een zonnige dag, met de hele familie samen.

Toch vinden de kinderen plezier in het spel. Hun ouders vertellen ons hoezeer ze onder de situatie lijden. Ze beschrijven hoe het gedrag van hun kinderen is veranderd sinds de gevaarlijke overtocht per boot van Turkije naar Griekenland, en dat ze nu vaak huilen. Doorgaans bestaat onze rol erin de ouders te helpen omgaan met deze gedragsveranderingen en hun kinderen in de mate van het mogelijke gerust te stellen.

Ik ben erg bezorgd om deze jongeren die verschrikkelijke beproevingen hebben doorstaan, waaronder de oorlog in hun land en de overtocht per boot. Als zij geen stabiele, liefdevolle en veilige thuis vinden, zal het zeer moeilijk worden voor hen.

‘Ik ben erg bezorgd om deze jongeren die verschrikkelijke beproevingen hebben doorstaan.’

Ik ontmoette een Syrisch jongetje dat thuis was toen er een bom insloeg. Zijn ouders vertelden mij dat hij sinds die dag niet meer dezelfde was. Het jongetje sliep niet meer en communiceerde zelfs niet meer. Later stelden we de diagnose van een post-traumatisch stresssyndroom.

Een andere jonge Syriër van 14 jaar kwam alleen toe op het eiland. Een vrouw die in de haven werkte, zag hem dag na dag huilen en vroeg ons hem te helpen. Hij wilde terugkeren naar Turkije, waar zijn moeder was achtergebleven. Hij had het gevoel niet te kunnen overleven zonder haar. Het was echter de wens van zijn gezin dat hij zou vertrekken, dus kon hij niet terugkeren.

We organiseren ook groepssessies voor volwassen. Zij vertellen over hun angst en emoties. Tijdens deze groepssessies hebben ze het over hun zorgen over de huidige situatie en over wat de toekomst hen zal brengen. We bieden ook individuele sessies en een opvolging naargelang de noden.

‘Mijn twee dochters kwamen om het leven toen ons huis gebombardeerd werd’, vertelt een vader. ‘Ik had geen tijd om te treuren over hun dood, en moest de rest van mijn gezin redden.’ Dat is iets wat ik vaak te horen krijg. De mensen hebben zo fel geleden, maar vinden de tijd of energie niet meer om te treuren. Overleven is het enige wat telt.

Ze vertellen vaak over de boottocht van Turkije naar Kos. Sommige vluchtelingen zeggen goed behandeld te zijn geweest door de mensensmokkelaars, anderen vertellen dat ze op het moment dat ze Turkije wilden binnenkomen, ontvoerd werden door groepen die losgeld vroegen voor hun vrijlating. Nog anderen getuigen gemarteld te zijn in de handen van mensensmokkelaars. Allemaal bevestigen ze dat ze geen andere keuze hadden dan hen te betalen om weg te geraken. ‘Ofwel bleven we in ons land – waar doden of gedood worden de enige alternatieven zijn – ofwel trachtten we onze levens te reden. De keuze was dus snel gemaakt.’

Na alle beproevingen die ze hebben doorstaan, belanden ze in de straten van Kos, waar ze op de grond moeten slapen, zonder water of voedsel. ‘Bij ons was het oorlog, maar we hadden tenminste onze waardigheid nog’, krijg ik maar al te vaak te horen.

Een alleenstaande moeder die alleen reisde met haar dochter vertelde me hoe bang ze was om buiten te leven. Ze was doodsbang dat hen iets zou worden aangedaan. Ze was op de vlucht voor het geweld in haar land en vertelde dat ze Afghanistan verliet om haar dochter een betere toekomst te kunnen geven.

Anderen zijn woedend over hun leefomstandigheden. Moeders moeten hun baby op de vuile grond leggen, in de hitte en tussen het afval. ‘Wij zijn mensen, maar hier in Europa behandelen ze ons als beesten,’ protesteert een vrouw. Velen waren opgelucht Europa te hebben bereikt, wat voor hen synoniem was met veiligheid, maar ze zijn ontzettend teleurgesteld over de ontvangst die ze kregen. Ook het gebrek aan informatie werkt bij mensen een gevoel van onveiligheid en angst in de hand. Vaak zijn de vluchtelingen compleet verloren en hebben ze behoefte aan iemand die hen wegwijs maakt.

Er deden zich ook enkele gewelddadige incidenten voor tussen de politie, de vluchtelingen en lokale groepen. Een jonge Palestijn van 16 vroeg mij: ‘Waarom hebben de politieagenten mij geslagen? Ze worden toch verondersteld de mensen te beschermen?’

Ik tracht altijd uit te leggen dat het niet de schuld is van de vluchtelingen dat ze hier zijn. In de greep van oorlog, dood en geweld, hadden ze geen andere keuze dan te vluchten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur