Congo na de profeet en de kolonel

In november en december 2013 reisde ik in het oosten van Congo. Ik deed er dingen die opwindend en interessant waren. Dingen die vroeger niet durfde. Ik reisde over land van Kampala naar Bukavu en terug, taxi’s delend met de Congolezen. Niks geen konvooien of gewapende escortes. Amper twee weken voor mijn vertrek had het Congolese leger, gesteund door een nieuwe VN-brigade, een militaire overwinning behaald tegen M23. Het weekend voor ik van Butembo naar Goma trok ontmantelde datzelfde leger een tiental wegblokkades in het Virunga Park, waar verschillende gewapende groepen zich schuil houden. Ik wist dat de wegen minder onveilig waren, en ik had gehoord dat de relatie tussen leger en bevolking gevoelig verbeterd was. Maar ik wilde ook voelen wat dat concreet betekende voor het dagelijks leven van de mensen. Ik wou het momentum van binnenuit beleven. Ik ben er niet zeker van of ik het vandaag nog zou durven. Na de gebeurtenissen van vorige week is de vraag of het momentum nog wel bestaat.

Window of opportunity?

In een artikel op Mo.be begin november trok ik de conclusie dat het einde van de strijd tegen M23 een belangrijk deel was van het Kaderakkoord dat in februari in Addis Abeba ondertekend was, en dat veel dus zou afhangen van de mate waarin de andere onderdelen van het Akkoord zouden uitgevoerd worden. De Terms of Reference van de nieuwe Monusco-brigade stellen dat niet alleen M23 maar ook de andere gewapende groepen ontwapend en ontmanteld moeten worden. De landen van de regio hadden er zich in Addis toe verbonden om niet tussen te komen in elkaars binnenlandse aangelegenheden. En ook Congo had veel huiswerk op zich genomen: het hervormen van de veiligheidssector en de instellingen, de autoriteit van de staat herstellen in het oosten en ervoor te zorgen dat buitenlandse gewapende groepen niet langer een bedreiging vormen voor de buurlanden, het proces versnellen voor verzoening, tolerantie en democratie, met inbegrip van de decentralisatie.

Niet dat het einde van de tunnel al in zicht leek, maar de strijdkrachten hadden dan toch een opmerkelijke vooruitgang geboekt en hadden hun eerste overwinning sinds mensenheugenis behaald. Misschien droeg dit feit wel de kiem in zich voor een heuse renaissance van de Congolese staat. Voor het eerst in lange tijd leek de Congolese regering het stuur weer in eigen handen te hebben.

Sindsdien was er niet veel gebeurd. Tenzij we het afronden van de onderhandelingen in Kampala als een belangrijke gebeurtenis willen beschouwen. Op 12 december beëindigden de Congolese regering en M23 hun gesprekken met wat een beetje onterecht een vredesakkoord wordt genoemd. Er bestaat geen document waarop de handtekeningen van beide partijen staat. De Congolese regering en M23 legden beiden een verklaring af en een overkoepelende verklaring werd ondertekend door de presidenten Museveni (van Oeganda, als voorzitter van het ICGLR) en Joyce Banda (van Malawi, als voorzitster van SADC). Het ‘vredesakkoord’ bestaat dus eigenlijk uit drie afzonderlijke documenten.

Op het terrein had ik op geen enkel moment het gevoel dat er een militaire actie zat aan te komen tegen het FDLR, onder andere omwille van het risico op collateral damage in een landschap met vele grijze zones tussen FDLR, de Rwandese Hutubevolking in Congo, de Congolese Hutu en hun gewapende milities. De voorbereidingen op een volgende militaire campagne richtten zich op ADF-Nalu, één van de oudste maar ook meest schimmige militie in Congo. ADF-Nalu heeft Oegandese roots en kreeg in de afgelopen jaren steeds meer een radicaal islamitisch profiel, ook al zijn daar niet onmiddellijk veel concrete aanwijzingen voor te geven. Maar die veronderstelde islamitische agenda maakt dat ADF-Nalu door sommigen als prioritair wordt beschouwd.

Rond Kerstmis probeerde ADF-Nalu zijn posities te verstevigen rond Watalinga, wat uiteindelijk leidde tot de moord op minstens veertig  Congolese burgers in Kamango, vlakbij de Oegandese grens.

De Profeet van het Eeuwige…

Op maandagochtend 30 december werd Kinshasa grondig dooreengeschud door drie korte maar gewelddadige incidenten: een groep licht bewapende mensen was de gebouwen van de RTNC binnengedrongen (de publieke omroep in Congo), en gelijkaardige aanvallen vonden plaats in de nabijheid van het militair kamp Tshatshi en van de internationale luchthaven van Ndjili. De politie is er in geslaagd om op relatief korte tijd de controle over die plekken te herwinnen, maar de situatie bleef nog uren verwarrend door het wild circuleren van geruchten en het feit dat veel mensen in allerlei richtingen wegvluchtten. Later die dag waren er ook schermutselingen en rellen, niet alleen op verschillende plaatsen in Lubumbashi, maar ook in Kindu en Kisangani. Op oudejaarsavond maakte de Congolese regering bekend dat min al die incidenten van de vorige dag samen eer dan honderd mensen waren gestorven.

Uiteindelijk werden de aanvallers geïdentificeerd als volgelingen van een religieuze leider die zichzelf heeft uitgeroepen tot de Profeet van het Eeuwige, Paul Joseph Mukungubila. De man leeft in Lubumbashi en was in 2006 één van de 33 presidentskandidaten. Maar dan één die buitengewoon weinig potten heeft gebroken: 59.228 mensen stemden op hem. Zijn spirituele boodschappen zijn nogal doorspekt van anti-Kabila en anti-Tutsi haatpraat.

Tot vandaag is het erg moeilijk te bevatten wat er precies gebeurd is en waarom. De regering doet haar best het gebeuren en de relevantie ervan te herleiden tot een geïsoleerde actie van gestoorde zeloten die niet lang geduurd heeft en makkelijk onder controle te krijgen was. Maar Congo is een land met een uitgesproken voorliefde voor geruchten en samenzweringstheorieën. Nog voor het incident voorbij was, werd het al een poging tot staatsgreep genoemd en speculeerde men welke politieke of militaire topfiguur er kon achter zitten.

Het incident vond plaats amper twee dagen nadat Charles Bisengimana officieel bevestigd was in zijn functie als hoofd van de nationale politie. Bisengimana, een Tutsi die op de politieke scène was gekomen in het kielzog van Vader Kabila tijdens diens rebellie van 1996-1997, was al meer dan drie jaar dienstdoend hoofd van de politie. Hij verving generaal John Numbi toen die in juni 2010 werd geschorst als eventuele betrokkene bij de moord op de Congolese mensenrechtenpionier Floribert Chebeya. Ondanks het feit dat een belangrijk deel van de lokale en internationale publieke opinie er nog steeds van overtuigd is dat Numbi verantwoordelijk is voor Chebeya’s dood, is de generaal uit Katanga nooit beschuldigd, laat staan berecht. Tot zijn schorsing was Numbi één van de sleutelfiguren van het regime en bleef hoop en ambitie koesteren om op het hoogste plan terug te keren. Op zaterdag 28 december 2013 werd zijn ad interim vervanger echter definitief in Numbi’s oude functie benoemd.

Katanga

Al vele jaren kan je de spanningsvelden voelen die de Katangese kringen rond president Kabila verdelen. De cement die deze kleine groep bij elkaar houdt is economisch. Het draait om gemeenschappelijke belangen. Er zit een potentieel van concurrentie en zelfs conflict binnen de Katangese elite, maar zolang dat niet geactiveerd wordt door iemand die er  een duidelijk belang bij heeft ze op de spits te drijven, blijft het allemaal wat onder de oppervlakte sudderen.

Katanga is niet alleen het economische hart van Congo dat het grootste deel van de inkomsten uit mijnbouw en belastingen ophoest, het is ook het bolwerk van het Kabila-regime. De regering die premier Augustin Matata Ponyo sinds april 2012 leidt –hijzelf komt uit Maniema-  telt 2 vicepremiers, 25 ministers en 11 vice-ministers. Eén vice-premier en acht ministers afkomstig uit Katanga. We moeten natuurlijk niet uit het oog verliezen dat Congo sinds het einde van de nationale raadplegingen in september 2012 zit te wachten op een herschikking van de regering. Er staat veel op het spel, deze dagen.

We moeten de acties van de Katangese profeet Mukungubila zien tegen de achtergrond van het machtige Katanga dat vreest ruimte en invloed te verliezen binnen het pantheon van de macht in Congo, vooral na de verdwijning van zijn twee belangrijkste leiders: de schorsing van Numbi in 2010 werd gevolgd door de dood van Augustin Katumba Mwanke in een vliegtuigongeluk in februari 2012. Katumba werd wel eens Kabila’s eigen Raspoetin genoemd en was de sterke man op de achtergrond. Toen de mannen van de profeet met hun machetes en lichte vuurwapens het omroepgebouw binnenstapten, was dat geen poging tot staatsgreep maar het signaal dat de Katangese pijler van de macht in Congo vindt dat Kabila hun belangen niet meer naar behoren dient. De actie deed de staat niet op zijn grondvesten daveren maar toonde wel hoe fragiel hij is, en hoe kwetsbaar de instellingen. En dat was zeer waarschijnlijk ook de belangrijkste doelstelling van de actie.

De dood van kolonel Mamadou

Drie dagen na de gebeurtenissen rond Mukungubila’s discipelen, op 2 januari 2014, werd kolonel Mamadou gedood in een hinderlaag bij Beni. De kolonel was verantwoordelijk voor de militaire operaties in het oosten van Congo en had een cruciale rol gespeeld in de militaire overwinning tegen M23 twee maand eerder. Voor een belangrijk deel van de bevolking incarneerde de kolonel zowat de hervonden efficiëntie en discipline die het Congolese leger in staat hadden gesteld om M23 te verslaan. De bevolking reageerde emotioneel op zijn dood, in heel Congo maar natuurlijk in de eerste plaats in Noord-Kivu.

Minder dan een week na zijn dood is het moeilijk om een duidelijk zicht te krijgen op wie kolonel Mamadou heeft gedood en waarom. Er circuleren verschillende scenario’s:

  • Hij was in Beni om een militaire operatie tegen ADF-Nalu te leiden. De hypothese dat zij verantwoordelijk zijn voor zijn dood ligt natuurlijk voor de hand.
  • Velen geloven dat zijn dood het resultaat is van naijver en spanningen tussen verschillende delen van het leger. Ondanks de recente vooruitgang binnen het Congolese leger, blijft de FARDC het product van een niet erg gelukte integratie van een amalgaam van ongedisciplineerde en amper opgeleide milities wiens leiders vaak uiteenlopende politieke affiniteiten, concurrerende economische belangen en weinig compatibele militaire ambities hebben. Kolonel Mamadou was op korte tijd erg populair geworden bij de bevolking. Je kan niet uitsluitend dat sommigen het gevoel hadden dat zijn opmars hun plannen en belangen zou dwarsbomen.
  • Een variant hierop is dat hij zou kunnen vermoord zijn in opdracht van hoog geplaatste militairen met een ex-CNDP profiel, wiens loyauteit hoe dan ook nooit in de eerste plaats in het leger zelf lag en die een parallelle CNDP agenda in stand hielden.
  • Je kan natuurlijk ook niet uitsluiten dat hij het slachtoffer is geworden van een hit & run actie van M23. De rebellie is een paar maand geleden verslagen, maar hun leiders zien de nederlaag niet als het verliezen van een oorlog. Hooguit van een veldslag. Ze hebben er geen vertrouwen in dat de Congolese regering echt wil en kan hervormen. Kolonel Mamadou is als icoon van hun nederlaag een evident doelwit van de low profile militaire strategie die ze willen aanhouden.
  • Een deel van de publieke opinie in Goma gelooft dat Kolonel Mamadou vermoord zou kunnen zijn door hooggeplaatste politici die vreesden dat de rijzende ster van Mamadou Ndala hen naar de kroon zou kunnen steken.  

Het is vandaag erg moeilijk te zeggen of Mamadou Ndala door één van deze scenario’s gestorven is, door een combinatie van meerdere of om heel andere redenen. We kunnen alleen maar hopen dat de tijd de waarheid aan het licht zal brengen en dat de verantwoordelijken zich voor zijn dood zullen moeten verantwoorden.

Wat nu?

Eén van de sleutelvragen is: wat zullen de consequenties zijn van de dood van kolonel Mamadou voor het momentum dat door de militaire overwinning werd gecreëerd? Natuurlijk is de verbetering in de prestaties en het gedrag van het leger niet het werk van één man. Het is het resultaat van een complex proces. En een Congolees leger dat er in slaagt succesvolle militaire operaties te volbrengen is dan wel een belangrijke ontwikkeling, een geslaagde hervorming van de veiligheidsdiensten is toch nog iets anders. De uitdaging zal zijn om de vooruitgang niet alleen te consolideren in Noord-Kivu, maar ook uit te breiden naar de rest van het land.

Het was geweldig om in Kivu rond te reizen, in november en december. Natuurlijk wist ik hoe breekbaar het allemaal was, maar je kon toch het verschil voelen. Verandering begint in het hoofd van de mensen die geloven dat verandering mogelijk is. Dat de chaos die ze kennen en die ze ondertussen bijna gewoon geworden zijn niet eeuwig hoeft te duren. Het voelde aan als de belofte van een nationaal leger, gedisciplineerd en efficiënt, dat plots eerder deel uitmaakt van de oplossing dan van het probleem. Vele jaren was het andersom geweest.

De eindfase van de crisis rond M23 had het leger en de bevolking een beetje dichter bij elkaar gebracht. En kolonel Mamadou incarneerde dat. Ik ben er niet zeker van wat zijn dood zal betekenen voor de relatie tussen de gemeenschap en het leger. Het is niet onwaarschijnlijk dat het wantrouwen en de vijandschap tussen de verschillende delen van het leger opnieuw gaat stijgen. Congo’s capaciteit om op doeltreffende manier de andere gewapende groepen te demobiliseren zou drastisch achteruit gaan als het leger de herwonnen efficiëntie en relatieve transparantie kwijt zou raken. De oorlog werd gewonnen omdat de soldaten betaald werden en omdat de logistiek nauw aansloot bij de militaire operaties. Voedsel, uniformen, wapens en munitie waren aanwezig waar en wanneer ze er moesten zijn. Als men wil dat het momentum doorgaat na de dood van kolonel Mamadou, dan mag dit soort ontwikkelingen vooral niet onderbroken worden.

Persoonlijk geloof ik dat de Congolese regering nog steeds het stuur in handen heeft. Ik denk niet dat de window of opportunity aan diggelen ligt. Nog niet, misschien. Maar ze hoeft ook niet te breken. Veel zal afhangen van de mate waarin Congo ernstige inspanningen zal ondernemen om de veiligheidssector te hervormen, de instellingen te democratiseren en een correct functionerende administratie uit te bouwen. De internationale gemeenschap zal zeer waakzaam moeten blijven om ervoor te zorgen dat de buurlanden ook hun engagementen in het Kaderakoord zullen respecteren en toepassen.

Kris Berwouts (°1963) studeerde diep in het vorig millennium Afrikaanse taalkunde en geschiedenis in Gent. Hij werkte 25 jaar voor verschillende Belgische en internationale NGO’s en bouwde een stevige reputatie op als Centraal-Afrika kenner, gespecialiseerd in de vredes- en democratiseringsprocessen in de regio. Sinds 2012 werkt hij als zelfstandig consultant en schrijver.

Kris werkt aan een boek over de conflicten in het oosten van Congo. Zijn huidig veldwerk wordt mogelijk gemaakt door een werkbeurs van het Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift