De schaduw van de baobab

Toen Fred Rwigyema in oktober 1990 op de eerste dag van de oorlog tegen het regime van Habyarimana sneuvelde, nam Paul Kagame het bevel over van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) en leidde het naar de overwinning in juli 1994. Hij werd vice-president en minister van defensie in de overgangsregering die Rwanda na de genocide bestuurde.

Speculaties

 In maart 2000 besefte president Bizimungu dat hij binnen een door het RPF geleide regering amper het verschil kon maken. Hij nam ontslag en Kagame werd staatshoofd. Hij won de presidentsverkiezingen in 2003 en 2010. In 2017 loopt zijn tweede mandaat als verkozen president af. De grondwet, die in mei 2003 bij referendum werd goedgekeurd, stelt dat een staatshoofd maar twee opeenvolgende mandaten in functie kan zijn. Dat betekent dat Kagame in 2017 niet meer in aanmerking komt voor het presidentschap.

Erg snel na zijn herverkiezing in augustus 2010 kwamen allerlei speculaties en geruchten op gang rond de kans dat Kagame hier, met of zonder grondwetswijziging, een draai aan zou geven en toch zou gaan voor dat derde mandaat. Op 27 februari laatstleden gaf hij hierover een persconferentie in Kigali met de boodschap dat hij niet geïnteresseerd was om voor de derde keer presidentskandidaat te zijn. De persconferentie was een reactie op eerdere verklaringen van oppositiepartijen zoals Victoire Ingabire’s FDU-Inkingi en de Green Party van Frank Habineza, die zich hadden uitgesproken tegen grondwetswijzigingen die Kagame zouden toelaten om door te gaan. Maar op het einde van de persconferentie  liet deze al de opties open. Hij zocht geen derde mandaat, hij had die job niet nodig. Maar hij sloot niet uit te buigen voor de wil van het volk als dat volk zou vinden dat hij moest blijven. It is hùn grondwet. “Op het einde van de dag mogen we niet vergeten dat de Rwandezen zelf moeten kiezen,” zei hij. En daar draait het bij democratie om natuurlijk. Toch?

2010, verpletterende overwinning…

Op 9 augustus 2010 werd Kagame met een verpletterende 93% van de stemmen herkozen, tegen drie kandidaten die door de traditionele oppositie warden beschouwd als “satellietkandidaten”, mensen die vooral het jasje van de oppositie aantrokken om de illusie van pluralisme in stand te houden. Ze hadden zich kandidaat gesteld rond een gemeenschappelijk programma, met name het verder zetten van het sociaal en economisch beleid van de uittredende president…

Tijdens de maanden voor de verkiezingen was het politiek klimaat zeer gespannen. Dat begon toen de echte oppositiepartijen zich opmaakten om campagne te voeren: de Parti Social Imberakuri, geleid door Bernard Ntaganda, de Green Democratic Party (die vooral uit Engelstaligen bestond en volgens velen vooral het resultaat was van frustraties binnen Kagame’s RPF) en tenslotte de Forces Démocratiques Unifiées (FDU-Inkingi), rond presidentskandidate Victoire Ingabire, die in januari na 17 jaar afwezigheid naar Rwanda was teruggekeerd. De leiders van deze partijen kregen te maken met vijandelijkheden en verbale agressie vanwege de overheid en de media, maar het was vooral de directe stijl van de flamboyante Victoire Ingabire die in en buiten Rwanda veel aandacht kreeg. Uiteindelijk werd geen van de drie partijen toegelaten tot de verkiezingen.

Het liep allemaal op wieltjes voor Kagame. Als je een bijna volledige controle hebt over de wetgevende, uitvoerende en gerechtelijke instellingen, en de onafhankelijke pers is zo goed als helemaal verdwenen, wanneer dat minuscule deel van de samenleving die nog niet openlijk jouw kant gekozen heeft zich verfijnd heeft in de nobele kunst van de zelfcensuur, als een groot deel van de nationale en internationale publieke opinie je beschouwt als de man die een eind maakte aan de genocide en het land stabiliseerde, dan verlies je geen verkiezingen…

… maar toch annus horibilis

Ergens in de aanloop naar de verkiezingen veranderde de aard van de spanningen.  Eind februari 2010 verliet generaal Faustin Kayumba Nyamwasa Rwanda en vervoegde de dissidente generaal Patrick Karegeya, al enkele jaren in ballingschap in Johannesburg. Beiden hadden lang en nauw samengewerkt met Kagame, Kayumba onder meer als opperbevelhebber van het Rwandees leger, en Karegeya als hoofd van de inlichtingendienst. Karegeya was ook en vooral de centrale man geweest in de uitbouw van de Congo Desk, de plek van waaruit de systematische plundering van Congo’s natuurlijke rijkdommen werd georganiseerd tijdens de oorlog.

Anderen volgden het voorbeeld van Kayumba, invloedrijke mensen met belangrijke openbare functies, zoals Theodore Rudasingwa (Kagame’s vroegere kabinetschef), Gerald Gahima (voormalige Procureur-Generaal en vice-voorzitter van het opperste gerechtshof) en Kagame’s privé-secretaris David Himbara. Plotseling worstelde Kagame niet meer met zijn traditionele tegenstanders maar met zijn gefrustreerde strijdmakkers. De inner circle van de macht leek zijn coherentie te verliezen, moest vechten tegen zijn eigen desintegratie. Als het regime naar zichzelf keek zag het de barsten in de spiegel, die het eensgezind en sereen beeld tegenspraken dat het zo graag wilde tonen aan de buitenwereld, zowel binnen Rwanda zelf als op het internationale forum.

Drie weken na Kagame’s herverkiezing lekte de Franse krant Le Monde de draft van het UN’s DRC Mapping Exercise Report dat de belangrijkste schendingen van de mensenrechten in Congo tussen 1993 en 2003 moest in kaart brengen. In paragraaf 517 stond: “The systematic and widespread attacks described in this report, which targeted very large numbers of Rwandan Hutu refugees and members of the Hutu civilian population, resulting in their death, reveal a number of damning elements that, if they were proven before a competent court, could be classified as crimes of genocide.” Dit was niets minder dans een aardverschuiving voor Rwanda. Anderhalf decennium had het regime de overwinning van de slachtoffers op de daders van de genocide geïncarneerd. Dit rapport, waarvan de definitieve versie werd gepubliceerd op 1 oktober 2010, suggereerde dat dit wel eens een heel erg eenzijdige lezing van de geschiedenis was, dat de realiteit van Rwanda’s recente geschiedenis een stuk complexer zou kunnen zijn.

Het rapport is niets meer en niets minder dan een erg uitgebreide inventaris van de belangrijkste mensenrechtenschendingen was tijdens dat decennium, en als dusdanig was het geen basis voor vervolging. Het grootste deel van de door de onderzoekers beschreven feiten waren overigens al bekend, maar hier werden ze voor het eerst samen gepresenteerd, en dan nog wel op het niveau van een officieel VN-document. Maar dertig maand nadat het bureau van de High Commissioner for Human Rights het rapport publiceerde, zijn er nog steeds geen stappen gezet om het op te volgen, niet door de regeringen van de landen van de regio en evenmin door de Verenigde Naties.

Damage control

Sinds Kayumba’s vlucht werd het hele landschap van Rwanda’s politieke en militaire elite grondig hertekend. Er zijn veel aanwijzingen dat Kayumba en Karegeya geprobeerd hebben om op Congolese bodem een overkoepelende verzetsbeweging tot stand te brengen, door groepen van heel verschillende achtergrond samen te brengen. Er waren contacten met het deel van CNDP dat loyaal bleef aan Nkunda, bepaalde Mai Mai mroepen, delen van het FARDC, het FRF en het FNL. Er waren zelfs contacten met mensen binnen het FDLR. Al die groepen hadden hun eigen redenen om Kagame weg te willen en de ambitie was om ze allen onder te brengen in een ad hoc verzetsbeweging tegen het regime in Kigali. Om dat te doen moesten ze water en vuur verenigen. Ze hebben dat ook geprobeerd, maar dat is om verschillende redenen niet gelukt.

Eind 2010 was het duidelijk dat ze internationaal en op het terrein geen enkele steun zouden vinden voor een gewapend initiatief. Vermoedelijk de belangrijkste reden was dat Kayumba Nyamwasa nu eenmaal niet het profiel had om water en vuur te verenigen. Hij werd altijd beschouwd als één van de hardliners van het regime, en één van de redenen van zijn conflict met Kagame draaide rond diens pogingen om de parallelle economische structuur te ontmantelen die Kayumba en Karegeya hadden opgeworpen rond de plunderingen van de Congolese mineralen. Het is nooit makkelijk geweest om het Rwandese regime in te delen in haviken en duiven, maar dat Kayumba geen duif was, zoveel was wel zeker. Hij leek in vergelijking met Kagame weinig toegevoegde waarde te hebben in termen van democratie, verzoening of goed beheer. Om diezelfde redenen is ook de politieke partij die hij in 2011 met Karegeya, Gahima en Rudasingwa heeft opgericht niet is uitgegroeid tot geloofwaardig alternatief voor Kagame’s RPF. 2010 was Kagame’s annus horibilis, maar tegen het einde van het jaar had hij de situatie weer helemaal onder controle.

Sinds 2011 voltrekt zich een generatiewissel rond Kagame. Mensen die worden (of zouden kunnen worden) beïnvloed door Kayumba Nyamwasa hebben ruimte verloren en plaats gemaakt voor jongere mannen en vrouwen, geboren op het einde van de jaren zeventig of het begin van de jaren tachtig, ambitieus, hoog opgeleide technocraten, geen militairen maar meertalige intellectuelen en dus heel verschillend van de generatie leiders die opgroeiden in de vluchtelingenkampen in Oeganda, oorlog voerden tegen Obote en Habyarimana en uiteindelijk rijk werden door de plundering van Congo. De mensen die Kagame’s Brave New World mee hadden verwerkelijkt worden nu vervangen door mensen die er zijn in opgegroeid, en die hun opleiding en vorming in het buitenland kregen.

Geen nieuwe Mugabe

Vele Rwanda-watchers meenden het laatste jaar aanwijzingen te zien dat Kagame effectief geïnteresseerd is om na dit laatste mandaat de macht los te laten en in een exit scenario te stappen als dat van Buyoya in Buurndi: actief en invloedrijk blijven op nationaal niveau maar discreet en met een laag profile, en internationaal regelmatig ingezet worden als bemiddelaar in andere Afrikaanse conflicten. Andere mensen verwachtten zich meer aan een door Medvedev en Putin geïnspireerd rondje haasje over. Beide groepen zijn het er over eens dat Kagame wil vermijden dat zijn politiek sérieux en zijn geloofwaardigeid zouden lijden onder het feit dat hij voor een derde mandaat gaat. Hij kijkt niet bepaald uit naar een reputatie als de nieuwe Museveni of Mugabe, mensen die ondertussen lijken vastgeroest op hun stoel. Zijn belangrijkste bekommernis zal zijn waarborgen te krijgen dat hij niet voor de internationale justitie wordt gesleept.

Meer speculaties

Er kwam natuurlijk een nieuwe geruchtenmolen opgang, over wie  hem wel eens zou kunnen opvolgen. Op een zeker ogenblik leek Richard Sezibera in pole position te liggen. Sezibera is geboren in 1964 en is op dit moment Secretaris-Generaal van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap. In het verleden was hij minister van gezondheid, ambassadeur in de Verenigde Staten, speciaal gezant van Rwanda voor het grote merengebied en adviseur van Kagame. Hij is dokter en heeft dat beroep ook jarenlang uitgeoefend in Rwanda en Oeganda. Hij heeft ook aan een Amerikaanse universiteit gestudeerd.

Een andere persoon die binnenskamers wel eens genoemd wordt als mogelijke opvolger is Donald Kaberaku (°1951), vandaag voorzitter van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Hij studeerde in Tanzania en Groot-Brittannië en behaalde zijn doctoraatstitel in economie aan de universiteit van Glasgow. In oktober 1997 werd hij minister van financiën en economische planning en wordt beschouwd als één van de architecten van de economische heropbouw na de genocide.

Natuurlijk hoor je af en toe ook andere namen, ze lijken te gaan en te komen in golven. Maar Sezibera’s naam kunnen we maar beter onthouden.

M23

De laatste week waren rijk aan gebeurtenissen rond M23, de jongste scheut aan de RCD-CNDP boom, de elkaar opvolgende generaties van door Congolese Tutsi geleide rebellieën in het oosten van Congo. Na de ondertekening van het kaderakkoord van Addis Abeba eind februari braken zware gevechten uit binnen M23, waarbij uiteindelijk Bosco Ntaganda het onderspit delfde en bij de Amerikaanse ambassade aanklopte met de vraag om uitgeleverd te worden aan het Internationaal Gerechtshof in den Haag. Gehoopt wordt dat deze onverwachte ontknoping een akkoord mogelijk maakt tussen M23 en de Congolese regering zodat deze crisis kan bezworen worden door M23 in het leger te integreren. Dat wordt wel weer een old school oplossing, waarbij wat stabiliteit afgekocht wort met militaire graden en toegang tot grondstoffen, een veel beproefd recept dat vooralsnog weinig lekkers heeft opgeleverd en waarvan niemand gelooft dat het duurzame vrede oplevert. Het werkt tot de volgende keer dat iemand vindt dat zijn belangen en die van zijn gemeenschap het best gediend worden met nog eens een nieuwe rebellie.

Het M23-verhaal heeft iedereen verzwakt. Niet alleen de Congolese staat, ook Rwanda heeft schade geleden. Blijkbaar hebben ze hun hand overspeeld. Zodra duidelijk werd dat Kigali M23 erg actief steunde, hebben Rwanda’s internationale partners, ook de meest loyale, maatregelen genomen. Landen als de Verenigde staten, Groot-Brittannië, Zweden, Nederland en Duitsland hebben minstens een deel van hun steun aan Rwanda opgeschort. Rwanda kreeg de laatste maanden wel zware kritiek te slikken en weet dat al zijn bewegingen en daden met veel argwaan op de voet zullen worden gevolgd.

En zoals gewoonlijk zorgen de gebeurtenissen in Congo voor verdeeldheid binnen de Tutsi-gemeenschap, zowel in Rwanda als in Congo zelf. In tegenstelling tot eerdere door Tutsi geleid rebellieën slaagde M23 er amper in om Congolese Hutu te mobiliseren. De Banyamulenge, Tutsi uit Zuid-Kivu, verklaarden zelfs van het prille begin van M23 dat dit niet hun oorlog was en dat ze zich dus helemaal niet identificeerden met M23. De ruggengraat van M23 waren Tutsi uit de territoires Rutshuru en Masisi in Noord-Kivu, die overigens net na de ondertekening van het akkoord van Addis Abeba met elkaar in de clinch zijn gegaan. En de lijnen die hen verdelen (clan, regio, economische belangen, strategische keuzes,…) lopen door tot in Kigali.

Not really, Mr. Blair

Dit is dus de achtergrond van Kagame’s persconferentie op 27 februari. Persoonlijk geloof ik dat er echt aan een scenario gewerkt wordt waarbij Kagame zijn ambt als staatshoofd overdraagt. Maar iedereen die in Afrika heeft gereisd weet dat er onder een baobab niets groeit behalve struikgewas en paddenstoelen. Het is erg moeilijk voor een nieuwe generatie jonge leiders om zich te manifesteren in de schaduw van een sterke figuur. Kagame leidt het RPF sinds 22 jaar en heeft Rwanda in die periode omgevormd tot een virtuele eenpartijstaat. Het is niet makkelijk om een dergelijke leider te vervangen, zelfs niet in de meest serene omstandigheden. En na één jaar M23 zijn de omstandigheden niet sereen. Rwanda komt verzwakt uit het avontuur, net als zo goed als iedereen in Centraal-Afrika, met Museveni als mogelijke uitzondering.

Ook deze keer is Kagame er met een uitgekiende communicatiestrategie in geslaagd de schade te beperken. De loyale partners leken te vertrekken, maar sommigen keerden ondertussen terug. Op 22 februari schreef Tony Blair samen met Howard G. Buffet een openbare brief, Stand with Rwanda.  Blair stelt: “Rwanda’s internationale steun afsnijden gaat voorbij aan de complexiteit van het probleem binnen Congo’s grenzen, en aan de gescheidenis en omstandigheden die geleid hebben tot de huidige regionale dynamieken. Het stoppen van hulp doet niets aan de onderliggende oorzaken van het conflict in de regio, het zorgt er alleen maar voor dat de Rwandese bevolking zal leiden, en dreigt de al getergde regio verder te destabiliseren… Rwanda’s hulp afsnijden zou ook het einde kunnen betekenen van één van Afrika’s grootste succesverhalen.”

Ik behoor niet tot de groep mensen die geloven dat de alfa en de omega van Congo’s onheil kunnen gereduceerd worden tot de rol die Rwanda daarin heeft gespeeld, maar ik geloof wel dat alvast een groot deel van Rwanda’s succesverhaal te danken is aan de meerwaarde dat het haalt uit de Congolese grondstoffen,  en dat de Rwandese overheid die meerwaarde moet consolideren als ze wil vermijden dat de muren van haar eigen machtsbastion verkruimelen.

Natuurlijk zijn de complexe problemen van Congo het resultaat van de eigen koloniale en post-koloniale geschiedenis, maar de moeilijkheden die Congo ondervindt om na het val van de Président-Fondateur de staat uit haar as te laten herrijzen werden veel complexer doordat Rwanda er niet in slaagde zijn eigen tegenstellingen onder controle te krijgen en zijn problemen dan maar exporteerde naar Congolese bodem.

Inderdaad, “De internationale gemeenschap moet de drie regionale regeringen ondersteunen –DRC, Rwanda en Oeganda- in hun inspanningen om een duurzame oplossing te vinden voor het conflict,” zoals Tony Blair zegt, maar ik denk niet dat dit zal gebeuren zonder een delicaat evenwicht tussen steun en druk. Niet alleen druk op Congo zoals het geval lijkt te zijn in het kaderakkoord van Addis Abeba, maar op alle betrokken landen, met inbegrip van Rwanda. En druk die geen maatregelen if sancties voorziet is geen druk.

Deze tekst is de Nederlandse vertaling (met enkele aanpassingen/ updates) van een artikel dat eerder verscheen op African Arguments

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift