Lady in Pink: Victoire Ingabire in beroep voor haar rechters

De laatste keer dat ik rechtstreeks contact had met Victoire Ingabire, op 13 oktober 2010, klonk ze gespannen en vermoeid. In januari van dat jaar was ze na meer dan zestien jaar teruggekeerd naar Rwanda om deel te nemen aan de presidentsverkiezingen. Ze was de kandidaat van de Verenigde Democratische Krachten, FDU-Inkingi, een coalitie van Rwandese oppositiepartijen met veel aanhangers in de diaspora. Maar de dingen waren anders uitgedraaid.

Ze had die presidentverkiezingen in augustus niet eens verloren, het regime had haar verhinderd om deel te nemen. Een dag na die laatste chat werd ze gearresteerd en in de gevangenis gegooid. Daar is ze nog steeds. Twee jaar later werd ze veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor samenzwering tegen het land, terrorisme en negationisme, het ontkennen van de genodice. Enkele weken geleden begon haar proces in beroep.

Al de slachtoffers

Victoire Ingabire stapte in de politieke arena van een land dat helemaal geen traditie heeft van open debat. In de loop der jaren had de partij aan de macht, het Rwandees Patriottisch front (RPF) een quasi volledige controle verworven op het openbaar leven. Het land is erg op een eenpartijstaat gaan lijken, ondanks enkele satellietpartijtjes die op papier een autonoom leven leidden, maar in de praktijk loyaal waren aan de macht. In 2003 waren de presidentsverkiezingen verlopen zonder echte politieke ruimte en de belangrijkste onafhankelijke tegenkandidaten werden nog voor de stembusgang uit de verkiezingsrace gezet. De campagne ging gepaard met verdwijningen, arrestaties en intimidatie van kandidaten, kiezers en observatoren.

Victoire Ingabire woonde met haar gezin in Nederland. Ze was er actief geworden in de Rwandese politiek. Ze stak veel energie in het samenbrengen van mensen en partijen uit de Rwandese diaspora, met heel verschillende ideologische, regionale en etnische achtergronden. In 2009 gaf ze haar high profile job op bij een internationaal financieel bedrijf en ging ze zich volledig wijden aan de politiek. Op 16 januari 2010 keerde ze terug naar Kigali om haar campagne voor te bereiden als uitdager van zittend president Kagame. De verkiezingen waren gepland voor augustus.

De eerste uren na haar aankomst waren zeer belangrijk. “Ik ben klaar om campagne te voeren als kandidaat-staatshoofd. De overwinning is zeker,” verklaarde ze toen ze uit het vliegtuig stapte. Van de luchthaven reed ze rechtstreeks naar het Gisozi Memorial, een herdenkingsmonument dat gebouwd werd op een site waar 250.000 slachtoffers van de genocide werden begraven. Ze legde er bloemen neer voor de slachtoffers. De slachtoffers die er begraven lagen, de andere slachtoffers van de genocide en alle slachtoffers van het conflict en het geweld tijdens die dramatische jaren. Haar toespraak wekte de woede op, niet alleen van veel overlevenden van de genocide maar ook bij de autoriteiten en in de media, die haar beschuldigden van negationisme.

Samen met haar team moest ze haar partij van nul opbouwen. FDU-Inkingi was redelijk bekend in de Rwandese diaspora, maar in Rwanda zelf hadden erg weinig mensen ervan gehoord. Net zoals de andere oppositiepartijen, Bernard Ntaganda’s Parti Social Imberakuri en Frank Habineza’s Democratic Green Party, moest FDU-Inkingi zich in moeilijke omstandigheden als politieke partij registreren en installeren, en zich te introduceren bij de kiezer.

Geen verkiezingen voor Victoire

Snel na haar aankomst in Rwanda werd het kantoor van Ingabire’s partij vernield en haar collega’s mishandeld door militanten van de regeringspartij. De politie was aanwezig maar kwam niet tussen. Niet veel later onderging ze haar eigen portie geweld en intimidatie. Toen ze drie weken in Rwanda was begon de politie haar regelmatig te dagvaarden voor verder onderzoek, want ze werd verdacht van het verspreiden van genocidair gedachtegoed, divisionisme en contacten met het FDLR.

In een eerste fase werd ze niet formeel beschuldigd. Men bracht een juridische en politionele machine in stelling om haar andere activiteiten te vertragen of te verhinderen. Zo kreeg ze op 13 maart een brief van de gemeentelijke autoriteiten die haar verboden politieke meetings te houden omdat ze het voorwerp was van politieonderzoek. Ze wou reageren met een persconferentie, maar al de hotels waar ze een zaal wou huren werden onder druk gezet  om de reservatie te annuleren. Toen FDU-Inkingi haar officiële stichtingsvergadering organiseerde, was de gemeente bereid daar toestemming voor te verlenen, op voorwaarde dat de politie zou instaan voor de veiligheid. Wat de politie graag deed, tenminste als de gemeente haar schriftelijke toestemming verleende voor de vergadering. Die is er, zoals bekend, nooit gekomen…

Ingabire, Ntaganda noch Habineza hebben zich kunnen registreren als kandidaat voor de verkiezingen. Het regime was er in geslaagd om hen alle drie voortijdig uit het proces te katapulteren, gebruik makend van:

  • Zijn monopolie op de media die de oppositiepartijen en hun leiders constant diaboliseerden.
  • Verbale en fysieke intimidatie van de partijen, hun leiders, hun leden en sympathisanten.
  •  En wettelijk kader waarin procedures snel kunnen worden gestart rond beschuldigen waartegen men zich moeilijk kan verdedigen. Termen als “het verspreiden van genocidaire ideologie” en “divisionisme” zijn niet duidelijk gedefinieerd door de wet, en kunnen worden ingezet tegen iedereen die een andere lezing heeft van de recente Rwandese geschiedenis dan de officiële versie. Hier werden ze gebruikt tegen de leiders van de oppositie zodat ze hun dagelijkse activiteiten en hun politiek werk niet konden doen.
  • Een administratief beleid dat erop gericht is de registratie en de uitbouw van politieke partijen te vertragen, en het hen onmogelijk te maken zich te richten tot het grote (kies)publiek.
  • Het gericht infiltreren in die partijen met de bedoeling tweedracht te zaaien en splitsingen uit te lokken.

Eerste steen uit de muur

In het twee jaar voor haar terugkeer naar Rwanda had ik veel contact met Victoire. Het heeft even geduurd voor ik haar ernstig nam. Ik vond het moeilijk om me voor te stellen dat iemand die Rwanda al voor de genocide had verlaten en ginder zo goed als onbekend was, een regime kon verontrusten dat obsessief alle aspecten van de samenleving controleerde.  Naarmate haar voorbereidingen vorderden ging ik haar toewijding meer en meer appreciëren. Ze was bescheiden en ambitieus tegelijk. Ze wist dat ze niet in één campagne het bastion ging neerhalen dat Kagame en de zijnen in vijftien jaar hadden opgebouwd, maar ze zei: “De kans dat ik de verkiezingen win is niet groot, we weten ook dat ze niet vrij zullen verlopen. Maar ergens moet iemand ooit de eerste steen uit dat bastion slaan. Laat dat maar mijn bijdrage zijn.” Dus vertrok ze naar Rwanda om te vechten voor democratische ruimte en een open politieke confrontatie.

Een tijdje was ze de publieke vijand n°1, maar anderhalve maand later hield dat al op. Eind februari 2010 verliet generaal Kayumba Nyamwasa het land en keerde zich tegen zijn voormalige strijdmakkers van het RPF. Daarmee leidde hij een nieuwe fase in van Kagame’s annus horibilis. Plots kwam de belangrijkste bedreiging voor het regime uit eigen rangen.

Dat betekende echter niet dat de druk op Ingabire verminderde. Op 23 maart wou ze een vliegtuig nemen om enkele dagen bij haar familie in Nederland door te brengen, maar op de luchthaven lieten de Rwandese autoriteiten haar het land niet uit. Op 21 april werd ze een eerste keer gearresteerd. Haar documenten en haar computer werden aangeslagen en haar mobiliteit werd meer en meer aan banden gelegd. Ze moest het bescheiden maar comfortabel huis waar ze woonde verlaten omdat het regime de huisbaas onder druk had gezet niet aan opposanten te verhuren.

Veroordeeld

Uiteindelijk werd ze twee maanden na de verkiezingen gearresteerd, op 14 oktober 2010. Het proces startte in september 2011 en eindigde in april 2012. Het verdict viel op 30 oktober 2012: Victoire Ingabire werd schuldig gevonden aan samenzwering ten einde de regering te ondermijnen en aan de negationisme, het ontkennen van de genocide. Ze werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar. Amnesty International reageerde onmiddellijk en eiste een snel en eerlijk proces in beroep, omdat het net gevoerde proces helemaal niet beantwoordde aan de internationale eisen. “Het proces werd ontsierd door de onmacht van de rechter om ervoor te zorgen dat de elementen van bewijs op een degelijke manier werden geverifieerd, en door de minachting van de openbare aanklager voor een eerlijk proces,” was het oordeel van Sarah Jackson van Amnesty International in een persbericht dezelfde dag nog.

Ook Human Rights Watch publiceerde op de dag van de uitspraak een persbericht, waarin hun Afrika-directeur Daniel Bekele verklaarde: “De vervolging van Ingabire voor genocidaire ideologie en divisionsime illustreert de onwil van de Rwandese regering om kritiek toe te laten en om de rol van oppositiepartijen en een democratische samenleving te accepteren.”

Schuldig?

Het is erg moeilijk om je te verdedigen tegen beschuldigingen als divisionisme, genocidaire ideologie en negationisme. De wettelijke definitie van deze termen zijn erg breed en vaag, zodat de wet makkelijk kan gebruikt worden om critici het zwijgen op te leggen, dissidente meningen onder de mat te moffelen of het debat uit de weg te gaan.

Ik vind het moeilijk te begrijpen hoe je iemand die na zestien jaar in Rwanda terugkeert en onmiddellijk naar het Genocide Memorial gaat om de slachtoffers eer te bewijzen kan beschuldigen van negationisme. In haar toespraak zei ze: “Ik keer na zestien jaar terug naar mijn land. Er heeft zich hier een tragedie afgespeeld. We weten zeer goed dat het een genocide was, een uitroeiing. Ik kon niet terugkeren naar dit land waar zulke daden zijn gebeurd. Ze vonden plaats terwijl ik niet in het land was. Ik zou de slaap niet kunnen vinden zonder eerst naar de plaats te gaan waar die daden zijn voorgevallen. Ik moest die plaats zien.”

Maar ze overschreed de rode lijn van het regime. Ze stelde dat niet alle misdaden gepleegd tijdens de oorlogen en de genocide in kaart waren gebracht en bestraft. Ze alludeerde op de misdaden die gepleegd waren in 1994 en nadien door de toenmalige rebellen van het RPF, die nu aan de macht zijn. “Als we willen komen tot verzoening, moeten we meevoelen met ieders verdriet. Het is nodig dat, voor alle Tutsi die vermoord zijn, de Hutu die hiervoor verantwoordelijk zijn begrijpen dat ze gestraft zullen worden. Maar het is ook nodig dat voor alle Hutu die vermoord zijn de schuldigen bestraft worden. Verder is het belangrijk voor ons allemaal, Rwandezen van verschillende etnische groepen, om te begrijpen dat we ons moeten verenigen om in respect voor elkaar het land in vrede weer op te bouwen. Wat me terugbracht naar mijn land is de wil om samen het pad van de verzoening te bewandelen en een weg te zoeken om de onrechtvaardigheid weg te werken  zo dat alle Rwandezen kunnen samenleven en hun rechten uitoefenen in ons land.”

Ik hoor hier geen ontkenning van de genocide, divisionisme of etnische ophitsing in. Niet in deze regels, en evenmin in de teksten die ik nadien gehoord of gelezen heb, of in de vele gesprekken die we hadden.

Praten met het FDLR

Victoire Ingabire werd ook veroordeeld voor terrorisme en het voorbereiden van de gewapende strijd tegen haar land. Volgens haar rechters werkte ze niet alleen samen met het FDLR, ze stond ook op het punt haar eigen gewapende groep op te richten, de Coalitie van Democratische Krachten.

Ze heeft met het FDLR gepraat. In juli 2009 heeft ze Aloys Ntiwiragabo ontmoet, één van hun leiders. Een paar weken eerder had de Congolese minister van informatie Lambert Mende haar thuis opgezocht in Zevenhuizen bij Den Haag. Hij vroeg haar in naam van president Kabila naar Kinshasa te komen. De Congolese regering wou dat ze inpraatte op de leiders van het FDLR om hen ervan te overtuigen de gewapende strijd op te geven en samen Kagame met geweldloze, politieke middelen te bekampen. Ze ging naar Kinshasa, werd ontvangen door president Kabila en sprak met Ntiwiragabo. Het FDLR is niet ingegaan op haar voorstel.

Victoire Ingabire werkte niet samen met gewapende groepen om terreur te zaaien. Ze heeft geprobeerd het FDLR ervan te overtuigen de wapens neer te leggen.

Politiek proces

Victoire Ingabire werd veroordeeld na eern politiek proces. Internationale en Rwandese mensenrechtengroepen pleiten voor een eerlijk proces in beroep, en monitoren het nauwlettend. Ingabire wild at haar straf wordt nietig verklaard, de openbare aanklager eist 25 jaar.

Ik zie niet onmiddellijk veel redenen waarom dit proces in beroep minder politiek zou zijn dan in eerste aanleg, maar dat betekent niet dat het resultaat nu al vastligt. Rwanda heeft de laatste maanden onder veel druk gestaan omwille van zijn rol in het M23 verhaal in het oosten van Congo. Die druk kwam ook en vooral van de meest loyale internationale partners van het land, met inbegrip vanj Nederland. Rwanda zou Ingabire’s situatie wel eens kunnen aangrijpen om zich van zijn meer humane, democratische kant te laten zien. Anderzijds schuiven we langzaam maar zeker op in de legislatuur en begint men al nerveus te worden rond de volgende verkiezingen.  Rwanda zou Ingabire ook als een statement kunnen gebruiken om duidelijk te maken dat verkiezingen en democratie een zaak van window dressing is, en dat het zeker niet de bedoeling is om stemmen te gaan ronselen rond dissidente meningen.

In Rwanda, en in vele andere landen van de regio, werd de rol van de oppositie nooit beschouwd als iets positief, constructief en essentieel voor een goed functionerende democratie en correct beheer van de publieke zaak. Oppositie wordt per definitie gezien als potentieel destabiliserend, subversief en bedreigend. Deze overwegingen zouden kunnen in het nadeel spelen van mevrouw Ingabire.

 De internationale partners van Rwanda lopen zich andermaal vast in hun eigen ambiguïteit. Enerzijds dringen ze sterk aan op democratie en verkiezingen, maar anderzijds gaan ze erg ver in het aanvaarden van niet-democratische praktijken. Deze houding is vaak gebaseerd op een moeilijk evenwicht tussen de wil om echt bij te dragen tot de ontwikkeling van democratie en de bezorgdheid geen schade toe te brengen aan de relatieve en kwetsbare stabiliteit in het land.

Het resultaat is dat men vaak kiest voor wat men ziet als het minste kwaad. Zolang de internationale gemeenschap Kagame blijft zien als een cruciale factor voor stabiliteit in Rwanda en de hele regio, tolereren ze wat ze zelf beschouwen als een milde vorm van verlicht despotisme. Een despotisme is het in elk geval, en de geschiedenis moet ons leren hoe verlicht het allemaal zal geweest zijn. Maar ik hoop voor Victoire dat het regime gebruik zal maken van haar vonnis om zich van zijn milde kant te laten zien.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift