'Schurken en helden bestaan niet in journalistiek'

‘Wanneer je als journalist een telefoontje krijgt met de boodschap dat ze jou gaan vermoorden, dan is dat eigenlijk goed nieuws. Dan weet je tenminste dat er een mogelijke dreiging bestaat. Zeventig procent van de journalisten die daadwerkelijk omgebracht worden, hebben op voorhand nooit zo’n telefoontje gehad’, zegt Drew Sullivan.

‘Als je echter merkt dat je gevolgd wordt en dat ze jouw doen en laten aan het observeren zijn, dan moet je je wél zorgen maken. Dan zijn ze jouw routine in kaart aan het brengen om na te gaan waar en wanneer ze best toeslaan. Zo’n proces duurt doorgaans een paar weken. Dan is de boodschap: maak dat je het land uit bent.’

Welkom op het Wereldcongres voor Onderzoeksjournalistiek. Liefst achthonderd journalisten uit tachtig landen zijn afgezakt naar de Pontifical Catholic University in Rio de Janeiro om vier dagen lang tips en tricks uit te wisselen. Uit België zijn – naast MO* - ook Alain Lallemand van Le Soir en Ides Debruyne van het Fonds Pascal Decroos aanwezig.

Condoom met geheugenkaart

De toon is niet altijd even paranoïde als tijdens de workshop ‘Overlevingstips bij berichtgeving over georganiseerde misdaad’ van Drew Sullivan, die werkt bij het Organized Crime and Corruption Reporting Project en regelmatig schrijft over ongure Oost-Europese types. Maar het aspect veiligheid is wel een belangrijk aandachtspunt op de achtste editie van deze tweejaarlijkse conferentie.

Steve Doig van de Arizona State University legt in een bomvolle zaal uit hoe journalisten hun bronnen en zichzelf kunnen beschermen tegen spionage door de NSA & co. ‘Zoekmachine www.ixquick.com is een goed alternatief voor Google, omdat het je IP-adres niet bijhoudt. Veilig bellen zonder sporen na te laten kan via spoofcard.com of via crazycall.net, dat zelfs je stem verandert.’

‘Neem trouwens geen gsm mee naar vertrouwelijke gesprekken, want zo’n toestel kan makkelijk vanop afstand als afluisterapparaat gebruikt worden. De software daarvoor is tegenwoordig voor zestig euro op internet te koop’, zegt Doig. Zo’n programma zou zelfs geïnstalleerd kunnen worden op het moment dat je gsm op een luchthaven door de veiligheidsscanner gaat.

En het wordt nog gekker. Doig: ‘Tekst en foto’s een gevoelig land uit smokkelen, kan met behulp van piepkleine geheugenkaartjes, desnoods in een condoom die je vervolgens doorslikt. Of met de diplomatieke post van je ambassade in dat land.’ Een alternatief is om tekst te verstoppen in foto’s –steganografie in het jargon (een overzicht van de mogelijkheden: www.jjtc.com/Steganography/tools.html).

Zestien jaar wachten op CIA-documenten

Tom Blanton, directeur van het National Security Archive van de George Washington University, licht toe hoe zijn organisatie is uitgegroeid tot de ‘grootste niet-gouvernementele bibliotheek van gedeclassificeerde documenten’.

‘Sinds 1983 hebben we 53.000 keer een beroep gedaan op de Amerikaanse wet op de openbaarheid van bestuur (FOIA) om geheime dossiers van de CIA en andere inlichtingendiensten in handen te krijgen’, aldus Blanton.

‘Soms moet je wel geduld hebben. In één geval hebben we zestien jaar op de documenten moeten wachten.’ Best op zoveel mogelijk paarden tegelijk wedden dus. Bij het National Security Archive hebben ze daar een oplossing voor: FOIA Friday. Elke vrijdag dienen hun medewerkers een nieuw FOIA-verzoek in.

Drone-aanval op Al Qaeda-leider

‘Ik ben een spion’. Met die boodschap contacteerde infiltrant/informant Morten Storm de Deense krant Morgenavisen Jyllands-Posten. En of hij misschien een journalist kon ontmoeten? Orla Borg ging erop in. Het zou een van de mooiste scoops uit zijn loopbaan worden, die hem in 2012 de European Press Award opleverde. 

Borg onthult op de conferentie in Rio hoe Storm kwam aankloppen met het verhaal van de moord op Anwar-al-Awlaki. Die Al Qaeda-leider was in 2011 in Jemen door een Amerikaanse drone om het leven gebracht. Bleek dat de Deense geheime dienst PET de CIA geholpen had om al-Awlaki te lokaliseren, en daarin had Morten Storm indirect een voorbereidende rol gespeeld. Het leverde de informant zo maar even 250.000 dollar op, cash afgeleverd in een koffertje.

Dat Storm met het verhaal naar buiten kwam, had alles te maken met zijn onvrede over de CIA. ‘Dat mag dan al zo zijn,’ aldus Borg, ‘toch moet je als journalist je werk grondig doen. Het komt steeds neer op de tien geboden van de onderzoeksjournalistiek. Eén: schrijf niets zonder dat je documenten in handen hebt. Twee tot en met tien: zie gebod nummer één.’

Amazone-indianen

Van een heel andere orde is het relaas van Eliane Brum, ‘Braziliës meest gelauwerde journaliste’. Zij maakte onder meer naam en faam met haar genuanceerde berichtgeving over het Amazone-gebied, waar indianen (Brazilië telt 240 inheemse stammen) protesteren tegen allerhande bedreigende megalomane projecten -zoals de constructie van een hydroelektriciteitscentrale.

Brum breekt een lans voor berichtgeving die zwart-witbeelden en clichés overstijgt. ‘Vaak houden journalisten stereotiepen mee in stand. Indianen zijn primitief en willen geen vooruitgang willen. Goudzoekers helpen het milieu om zeep. En ga zo maar door. Maar door die narratieven te reproduceren, dien je als journalist private belangen in een conflictsituatie.’

‘Hoe kan het dat de kleine goudzoeker als de slechterik wordt afgeschilderd, terwijl de grote goudbedrijven geroemd worden om hun sociale projecten? In journalistiek is geen plaats voor schurken en helden. De werkelijkheid is nu eenmaal complex.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift