Papierfabriek brengt biologisch label van Chileense wijn in gevaar

Biologische wijnproducenten van de Chileense Itata-vallei dreigen hun biolabel te verliezen. De reden hiervan is de vervuiling afkomstig van een nieuwe papierpulpfabriek in de vallei. Papierindustrie en biologische landbouw zijn onverzoenbaar. Dat bleek toen een Zweedse bestelling van 80.000 wijnflessen afsprong.
“De Itata-vallei is één van de oudste wijnstreken van Chili,” zegt Heinrich Männle, een biologische wijnproducent van Duitse afkomst. “Aan het begin van de negentiende eeuw plantten de Spanjaarden hier de eerste wijnranken. De vallei is uitermate geschikt voor druiventeelt. Het klimaat is uitstekend, we hebben genoeg regenval, de juiste temperatuur, een goede bodem en de nodige hellingen.”
Heinrich Männle vestigde zich in ’87 in de Itata-vallei en sinds 2000 mag hij op zijn wijnflessen het biologisch certificaat van Agreco kleven.
In dezelfde vallei opende het Chileens bedrijf Celulosa Arauco y Concepción (Celco) afgelopen september (2006) een reusachtige papierfabriek met een jaarlijkse capaciteit van 856.000 ton cellulose of papierpulp.
De fruit en wijntelers van de Itata-vallei  vrezen dat hun inspanningen om op biologische wijze –dus vrij van chemicaliën– te werken, worden tenietgedaan door de industriële uitstoot en lozing van de papierpulpfabriek. “Onze associatie van organische producenten verenigt meer dan honderd fruit en wijntelers. En we zijn allemaal ongerust over onze toekomst,” zegt de wijnboer.
De zorgen van de bioboeren zijn terecht. Dat ondervond Heinrich Männle toen hij een Zweedse bestelling van 80.000 flessen verloor. “De verkoop was zo goed als bezegeld, maar sprong op het laatste moment af vanwege de nabijheid van de cellulosefabriek. De fabriek schaadt het imago van de Itata-vallei. Er is weinig interesse voor ecologische wijn in de nabijheid van papierindustrie.” Dat Männle’s wijn in Zweden werd geweigerd is extra verontrustend, want Zweden is een papierproducent bij uitstek. Bovendien wordt alcoholhandel er streng gereguleerd door de overheid.
Heinrich Männle heeft een wijngaard op dertig kilometer en een andere op nauwelijks drie kilometer afstand van de gevreesde fabriek. Agreco heeft Männle reeds verwittigd dat zijn biologisch certificaat in de toekomst kan worden ingetrokken. “Dat zou een ramp betekenen voor mij,” zegt Männle, “want de prijs voor niet biologische wijn dekt nauwelijks de kosten. Ik zou elders opnieuw grond moeten kopen en van nul herbeginnen.”
Celco investeerde 1,4 miljard dollar in de fabriek. De sluiting van de fabriek eisen, zou onrealistisch zijn. Maar de boeren hameren erop dat er strenge milieunormen moeten worden opgelegd die Celco naleeft en waarop de overheid toeziet.
“De Itata-vallei zou als wijnstreek moeten erkend en beschermd worden, zoals in Europa gebeurt” vind Männle. “Maar hier gaat het er andersom aan toe. De nieuwe papierfabriek heeft een houttekort in de regio gecreëerd. En de overheid geeft subsidies aan wie zijn grond met bomen beplant.” Hierdoor zijn de artificiële bossen die zich vroeger in verafgelegen heuvels bevonden het afgelopen decennium de vallei binnengedrongen. Volgens Männle zijn de wijngaarden in de Itata-vallei teruggevallen van bijna 30.000 ha tot 16.000 ha. “De bomen van de omringende bosbouw nemen het zonlicht weg van de wijnranken en zuigen het water uit de grond, waardoor de druiventeelt bijna onmogelijk wordt,” betreurt Männle.
“De fabriek heeft de vallei totaal veranderd. Niet alleen het landschap maar ook de cultuur en de economie. De Itata-vallei trok toerisme aan, maar we zullen moeten afwachten of de toeristen zullen blijven komen. Al die aspecten werden niet op voorhand geanalyseerd. Waar cellulose wordt geproduceerd, heerst armoede. Daarvan zijn genoeg voorbeelden,” besluit Männle.
Celco kwam in 2004 zwaar in opspraak door een pulpfabriek in het zuidelijke Valdivia. Twee maanden nadat de fabriek opstartte, verdween een  populatie zwarthalszwanen in een nabijgelegen natuurgebied. De waterplanten waarmee deze zeldzame zwanen zich voedden, stierven door de lozing van de fabriek. Dat beweren de milieuorganisaties en buurtcomités die al drie jaar op de preventieve sluiting van deze fabriek wachten. Celco ontkent nog steeds verantwoordelijkheid voor deze natuurramp.
Volgens Celco is er geen vuiltje aan de lucht. De pulpfabrieken maken gebruik van de modernste technologieën die ook in Europa en de VS worden toegepast en die zijn “absoluut milieuvriendelijk”. “Een cellulosefabriek kan samenleven met andere activiteiten zoals landbouw,” verdedigt Celco zich per e-mail. De papierconcern heeft vier cellulosefabrieken in Chili die samen 2,7 miljoen ton per jaar produceren.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift