Leren uit de migratie van Syriërs naar Brazilië

De kans is reëel dat er in de nabije toekomst een Syrisch-Libanese man aan de macht komt in Brazilië. Deze gemeenschap heeft zich kunnen opwerken van ambulante verkopers in 1880 tot de elite van Brazilië anno 2015. Wat kan België hieruit leren met betrekking tot de recent aangekomen Syriërs en Irakezen?

  • © Willemjan Vandenplas Een Syrische professor die Syriërs opleidt in Turkije voor ze asiel aanvragen. © Willemjan Vandenplas

Overal in Brazilië zijn er Syrisch-Libanezen, dit komt omdat zij als ambulante verkopers zich verspreid hebben over heel het land. Typisch is dat ze niet op de vlucht sloegen voor verdrukking en oorlog, maar omdat ze op relatief korte termijn een relatief goed loon konden verdienen. Hierop volgde een accumulatie van kapitaal die na enkele decennia hun gemeenschap rijk zou maken.

Een historisch overzicht

In het begin waren het voornamelijk mannen alleen die vertrokken, ze wilden enkele jaren blijven en dan naar hun land terugkeren om een huis en land te kopen en een autarkische manier van leven na te streven.

De ambulante verkopers bleven op termijn toch in Brazilië omdat de handel er goed was, ze winkels konden uit de grond stampen en een monopolie kregen over de textiel- en maakindustrie. Hierdoor konden ze een eigen economie binnen Brazilië uitbouwen. Een economie waarbinnen nieuwkomers zich konden integreren en opgeleid werden om ambulante verkoper te worden om zo op hun beurt weer kapitaal te accumuleren.

Het is opvallend dat onder de diaspora ook universiteitsprofessoren meekwamen. Hierdoor kon de tweede generatie zich vormen in liberale beroepen en konden sommigen onder hen zich in de politiek lanceren. Deze politici verspreiden zich over heel het ideologische spectrum.

De eerste generatie die niet goed Portugees sprak kon in Syrisch-Libanese clubs haar leven leiden en de daaropvolgende generatie promoveerde op de sociale ladder. Wat kenmerkend is voor de Syrisch-Libanese gemeenschap is dat ze enorm solidair zijn. Eveneens zijn ze een zeer gesloten gemeenschap. Ze trouwden in het begin met arme Braziliaanse vrouwen omdat de vrouwen van status niets moesten weten van de Syrisch-Libanese mannen. Hun bedrijven waren steeds familiebedrijven, maar ze deden nooit rechtstreeks zaken met hun familie. Iedereen moest helpen in het familiebedrijf.

Wat kan België leren?

Het Belgische asielbeleid zorgt ervoor dat er geen lokale gettovorming is zoals gebeurde met de Marokkaanse en Turkse groepen die vijftig jaar geleden aankwamen. Hierdoor is het moeilijk om van een gemeenschap te spreken. Toch blijkt de praktijk een ander verhaal te vertellen. De regionale spreiding zal hoogstwaarschijnlijk niet lang duren. Net als in Brazilië waar de Syrisch-Libanezen zich concentreerden in São Paulo, zullen gemeenschappen samenklitten.

De pioniers kwamen toe in Brazilië ten tijde van het Ottomaanse bewind. In die tijd was het nabije oosten een relatieve rustige omgeving die voornamelijk rond autarkische landbouw draaide. De functionarissen waren Turken, maar deze gebieden waren erg divers en vredevol.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, polariseerden de Fransen en de Britten deze gebieden om het Ottomaanse rijk vervolgens ten val te brengen. Onder het Franse Protectoraat en het Sykes-Picotverdrag werden deze landen op een artificiële manier opgedeeld, waardoor er een nationale identiteit ontstond waar later het Panarabisme zich op entte.

Dit verklaar waarom de eerste nieuwkomers in Brazilië ‘Turcos’ werden genoemd: ze kwamen met paspoorten uit het Ottomaanse rijk toe in het land. Misschien wordt het ook tijd dat we in België minder generaliseren.

In België moeten wij studenten uit Syrië en Irakezen een kans geven om te kunnen verderstuderen, omdat zij de elite gaan vormen die de andere Syriërs en Irakezen zullen helpen integreren. Ook moeten we hooggeschoolde Syriërs een kans geven naar hun niveau op de arbeidsmarkt. Ze zouden professoren en leerkrachten moeten kunnen worden om de nieuwe generaties vluchtelingen onderwijs te geven. Zo kan er een organische Syrisch-Libanese gemeenschap in België groeiën.

Laaggeschoolde jobs spelen ook een belangrijke rol, maar dan wel laaggeschoolde jobs die leiden tot kapitaalaccumulatie. Zo kan er zich een gemeenschap ontwikkelen die in onze stoutste dromen misschien ooit, denken we maar aan Elio Di Rupo, een premier aflevert.

Willemjan is fotograaf, bekijk zijn werk op http://www.willemjanvandenplasphotography.com.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift