Levend werden ze meegenomen, dood kregen we ze terug

“Levend werden ze meegenomen, levend willen we ze terug” (“Vivos los llevaron, vivos los queremos”). Laat ons werken aan een Latijns-Amerika zonder vermisten” (“Construyamos una América Latina sin desaparecidos”). Deze twee eisen prijkten vanaf 1983 op de spandoeken van de Peruviaanse vrouwen wiens vader, echtgenoot of zoon verdween tijdens het burgerconflict tussen de rebellenbeweging Lichtend Pad en het leger dat het land van 1980 tot 2000 in de greep hield. Net als andere Latijns-Amerikaanse landen telt Peru duizenden desaparecidos: slachtoffers van burgerconflicten of dictatoriale regimes waarvan het lichaam nooit werd gevonden. Wat is er in die dertig jaar geworden van deze twee eisen van de familieleden van de desaparecidos

  • Asociación Nacional de Familiares de Secuestrados, Detenidos y Desaparecidos del Perú (ANFASEP) ANFASEP, de vereniging van familieleden van verdwenen slachtoffers van de Peruaanse burgeroorlog, werd opgericht in 1983 in Ayacucho Asociación Nacional de Familiares de Secuestrados, Detenidos y Desaparecidos del Perú (ANFASEP)

De eerste wens werd alvast geen waarheid: in Ayacucho, de stad in het centrale Andesgebergte die het epicentrum was van het conflict, werden afgelopen week de stoffelijke overschotten van tachtig slachtoffers van gedwongen verdwijning teruggegeven aan hun familieleden. De massa steriele witte kisten met naam en nummer laat weinig twijfel bestaan: levend werden ze meegenomen, en dood kregen we ze terug.

De ceremonie van deze week is een belangrijke maar kleine stap in de zoektocht naar Peru’s vermiste slachtoffers: alleen al in het departement Ayacucho zijn er nog meer dan 3000 clandestiene graven die wachten op opgraving en identificatie. Het Peruaanse burgerconflict eiste 70 000 slachtoffers, waarvan naar schatting 15 000 vermisten.

De desaparecidos zijn terug van nooit weggeweest

Ook de vervulling van de tweede wens – een Latijns-Amerika zonder desaparecidos - lijkt de laatste maand verder weg te zijn dan ooit. Op 26 september verdwenen in de Mexicaanse stad Iguala 43 protesterende studenten van de Ayotzinapa hogeschool. Ze werden meegenomen door de politie en daarna naar alle waarschijnlijkheid overgeleverd aan het drugskartel Guerreros Unidos met de opdracht hen te elimineren. Dat ze niet levend zullen terugkomen, daar gaat iedereen van uit. De zoektocht naar hun mogelijke laatste rustplaats legde al tal van andere clandestiene graven bloot en bevestigen het gruwelijke vermoeden dat Mexico bezaaid is met massagraven. De drugsoorlog eiste sinds 2006 naar schatting 70 000 slachtoffers, waarvan zo’n 27 000 nog steeds vermist zijn. De meeste desaparecidos zijn naar alle waarschijnlijkheid dood maar de techniek van de gedwongen verdwijning is blijkbaar springlevend. De beelden die op sociale media verschijnen in het kader van de solidariteitscampagne #AyotzinapaSomosTodos lijken griezelig veel op die van 30-40 jaar geleden.

Een fenomeen uit de Koude Oorlog?

De grootschalige verdwijningen begonnen in Latijns-Amerika tijdens de Koude Oorlog. De dictatoriale regimes van de jaren ’70 en ‘80 in Argentinië, Chili, Brazilië, Paraguay, Uruguay en Bolivia voerden samen met de CIA de beruchte Operatie Condor uit waarvan het doel glashelder was: het laten verdwijnen van politieke dissidenten. Samen met het lichaam verdwijnt het bewijsmateriaal, en het is dan ook geen toeval dat gedwongen verdwijning een techniek is die meestal toegepast wordt door staatsactoren. In Peru was het precies zo: terwijl het Lichtend Pad zijn doden vaak exemplarisch tentoonstelde – vergelijkbaar met de manier waarop IS vandaag haar gruwel aan de wereld toont -, werden de slachtoffers van het leger meestal ontvoerd naar een militaire basis en daarna nooit meer teruggezien. Ook in Mexico vandaag zijn de staatsactoren er duidelijk op uit om het bloed af te spoelen dat aan hun handen hangt door het bewijsmateriaal onschadelijk te maken.

Andere wereld, zelfde gruwel

Het fenomeen van vermiste slachtoffers beperkt zich uiteraard niet in tijd en ruimte tot het Latijns-Amerika van de Koude Oorlog. In Algerije verdwenen duizenden mensen tijdens de burgeroorlog in de jaren ‘90, Amnesty International brengt verontrustende berichten uit Syrië en ook onze eigenste Westhoek herbergt de resten van talloze onbekende ’14-’18 soldaten – in zekere zin ook desaparecidos. Van de eerste twee wereldoorlogen over de Koude Oorlog zijn we vandaag beland in een geglobaliseerde multipolaire wereld. De wereldorde is misschien veranderd, maar de terreur is gebleven. Zoveel wachtende echtgenoten, moeders en vaders, broers en zussen als er toen waren, zijn er nu nog steeds, en ze zullen geen rust vinden zolang ze hun doden niet kunnen begraven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Historica en doctoraatstudente

    Eva Willems is historica en doctoreert aan de UGent over geschiedenis, herinnering en transitional justice in Peru na de burgeroorlog met het Lichtend Pad in de jaren ‘80.