Toxische stad Espinar

Loze beloften in de strijd tegen de mijnbouw in Peru

© Derechos Humanos Sin Fronteras

De Tintayamijn in Espinar

Al 36 jaar. Zo lang bestaat de Tintayamijn in Espinar al. En zo lang al gaat de kwaliteit van het leven van de inwoners van de gemeenschappen rond de mijn er gestaag op achteruit. In het lichaam van Melchora, die vlak naast de mijn woont, werden zeventien verschillende soorten metaal teruggevonden. Zeventien. ‘We hebben hulp nodig’, zegt ze terecht. ‘We zijn aan het sterven.’

Mishandeld door de staat

Melchora is een sleutelfiguur in de strijd van de lokale gemeenschap tegen de vervuiling van de mijn in Espinar. Drie jaar geleden stond ze centraal in de korte documentaire Pacpacco die werd gemaakt door Broederlijk Delen-partner DocuPerú. Ook in de film van de campagne van Broederlijk Delen in 2015 deed ze haar verhaal.

‘Krampen, diarree en overgeven zijn nog maar lichte gevolgen van het gebrek aan drinkbaar water’

Datzelfde jaar mocht ze haar getuigenis zelfs afleggen voor het Internationaal Hof voor de Mensenrechten (CIDH) in Washington DC. ‘We willen gewoon dat onze rechten gerespecteerd worden. Nu worden we mishandeld door de staat, we worden opgelicht’, zegt ze.

De giftige metalen uit de mijnbouw belanden namelijk in het water van de gemeenschappen rondom de mijn. Dat water wordt gebruikt om te drinken, te koken, dieren te voederen, te vissen… Krampen, diarree en overgeven zijn nog maar lichte gevolgen van het gebrek aan drinkbaar water.

Mensen kunnen amper nog lopen door de verzwakte botten, vrouwen krijgen miskramen. Kinderen verliezen hun zicht, dieren sterven. Steeds meer gevallen van kanker worden vastgesteld. Wassen en plassen doet pijn. En de regering doet niks. Hoewel. Ze maken beloften, dat doen ze wel. Die nakomen is een ander verhaal.

© Derechos Humanos Sin Fronteras

Melchora

Metaal in de lichamen

In 2010 werd het bloed en de urine van 506 inwoners van Espinar voor het eerst onderzocht. De resultaten werden echter verzwegen voor het publiek. Pas twee jaar later, tijdens een groot conflict in 2012 waarbij drie mensen het leven lieten, kwamen de onthutsende resultaten aan het licht.

‘In 100 procent van de onderzochte personen werden gevaarlijke metalen in het lichaam teruggevonden’

In 100 procent van de onderzochte personen werden gevaarlijke hoeveelheden kwik, lood, cadmium en arsenicum in het lichaam teruggevonden. Het ministerie van Gezondheid bleek op de hoogte te zijn van het onderzoek, maar heeft geen enkele actie ondernomen.

Pas in 2013 werd er een eerste plan opgesteld om de inwoners van Espinar tegemoet te komen. Hoewel beloofd werd 500 personen te onderzoeken, werd de urine van slechts 180 personen onderzocht. In de lichamen van 71 van die personen werd de maximale hoeveelheid van metalen in het lichaam ver overschreden.

In sommige gevallen werd wel 33 keer meer dan de toegestane hoeveelheid teruggevonden. Wat die resultaten betekenden, werd echter niet aan de bevolking uitgelegd. Niemand wist wat er gaande was in zijn eigen lichaam. En weer werd er verder niks aan gedaan.

Ambitieuze inertie
Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Hetzelfde geldt voor beter onderzoek naar kwik in het bloed van het Regionale Gezondheidsinstituut DIRESA dat jaar, ook dat is nooit uitgevoerd wegens gebrek aan geld.

‘Mooie woorden, maar aan het einde van het jaar waren alleen de gezondheidscampagnes uitgevoerd’

Volgens het nieuwe ambitieuze actieplan van het Ministerie van Gezondheid in 2015 zouden de 71 personen met een teveel aan metalen in hun bloed zouden een speciale controle en medische hulp krijgen.

Er zou een begeleiding komen voor de personen die chronisch blootgesteld worden aan giftige metalen, het water voor consumptie zou grondig gecontroleerd worden, er zouden promotiecampagnes rond gezondheid komen en er zou sociale bescherming van de staat zijn. Mooie woorden, maar aan het einde van het jaar waren alleen de gezondheidscampagnes uitgevoerd.

Ook het Regionale Gezondheidsinstituut DIRESA had een nieuw plan voorzien in 2015. De 180 onderzochte personen uit 2013 zouden de nodige medische verzorging krijgen. Zo’n 6000 soles (1550 euro) was nodig om het plan uit te voeren, maar er was slechts 2350 soles (609 euro) voorzien. En dus werden slechts 36 van de 180 personen werden gedoseerd, en van die 36 personen kreeg een schamele 19 man de resultaten te zien.

En nu?

© Derechos Humanos Sin Fronteras

Tijdens de laatste onderzoeken werd dit handgeschreven papiertje met de resultaten meegegeven aan de onderzochte personen.

Ook voor dit jaar was er een Interventieplan met nieuwe bloed- en urineonderzoeken opgesteld door DIRESA. Al snel bleek echter dat er grote communicatieproblemen waren en het proces allesbehalve transparant verliep.

Autoriteiten en inwoners van de getroffen gemeenschappen zijn nooit op de hoogte gebracht van het actieplan waardoor de uitvoering niet vlot kan verlopen. Daarnaast was niemand voldoende opgeleid om het plan uit te voeren.

Het was pure improvisatie –de resultaten werden met de hand op een papiertje gekrabbeld, zonder handtekening of stempel, en meegegeven. Er wordt geen register bijgehouden van de slachtoffers in Espinar. ‘Alsof het een grapje is’, zegt Santusa Nuñoncca de K’ana uit een gemeenschap rond de mijn in Espinar.

Bovendien zijn de inwoners van Espinar uiteraard het vertrouwen in de regering kwijt. Eind december zouden er nieuwe onderzoeken uitgevoerd worden, maar niemand lijkt er nog in te geloven. Ook Melchora niet. ‘Er worden alleen maar loze beloften gedaan. Afspraken worden niet nagekomen en er wordt geen vooruitgang geboekt.

‘Alleen hebben wij als gemeenschap niet genoeg kennis of geld om tegen de mijn op te boksen’

De staat heeft misschien veel onderzoeken georganiseerd, maar als je daar vervolgens niets mee doet, wat heb je daar dan aan? Dat ze ons helpen. Maar wij bestaan niet voor hen. Jarenlang werden we aan ons lot overgelaten. Gelukkig helpen verschillende instellingen ons nu. Alleen hebben wij als gemeenschap niet genoeg kennis of geld om tegen de mijn op te boksen.’

Derechos Humanos Sin Fronteras (DHSF), partnerorganisatie van Broederlijk Delen in Peru, is een van die instellingen. ‘Voor het ontstaan van DHSF in 2012 hadden we geen verdediging en moesten we alles zelf uitpluizen. We waren wanhopig, maar vanaf dat moment konden we ons organiseren en kwam er weer hoop’, vertelt Melchora.

Giftige staat

Melchora is niet de enige die de onprofessionele en vage campagne van dit jaar in vraag stelt. Uiteraard zijn er ook veel meer mensen die hulp nodig hebben, ook in andere districten en regio’s. De giftige metalen vallen de lichamen van de bevolking rond de mijnen aan, op ieder moment van de dag. Waar wacht de regering op om in te grijpen?

‘We willen niet sterven, maar zo willen we ook niet leven.’

Diezelfde vraag stelde Amnesty International zich eerder dit jaar ook in de campagne Toxic State, die ze samen met Broederlijk Delen en haar partnerorganisaties startte. De getuigenissen die Amnesty verzamelde, waren hartverscheurend. ‘Als er geen regenval is, moeten we koken in vervuild water. We vermoorden onze kinderen zelf’, klonk het.

Het is niet tijd dat de staat ingrijpt, die tijd is allang voorbij. Er moeten onmiddellijk betere onderzoeken komen, meer opvolging, en vooral een oplossing voor het water in de gebieden rond de mijn. Zoals Melchora zegt: ‘We willen niet sterven, maar zo willen we ook niet leven.’

De campagne van Amnesty International kunnen jullie hier nog steeds ondertekenen en steunen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift