180 $ voor een stukje vis (Venezuela 3)

Natuurlijk was het volkomen logisch dat het systeem van de heerschappij van grootgrondbezitters en petroleumbazen werd gecounterd. En in theorie heeft Venezuela omwille van zijn olierijkdom en rijke landbouwbodem vele mogelijkheden om de vruchten van de economie eerlijk te verdelen. Maar de centrale sturing lukt niet meer zo goed. President Maduro is met de hakken over de sloot door de verkiezingen geraakt. Ondanks de voortdurende propaganda op de staatstelevisie, heeft hij niet het charisma of de impact van Hugo Chávez die nog steeds de echte referentie is.

Het systeem vertoont barsten

Het IMF voorziet een groei van 1% en prijsstijgingen van 38% dit jaar, met een stijgende werkloosheid. Daarmee is de Venezolaanse economie de slechts presterende van Zuid-Amerika die een groei zou kennen van gemiddeld 3,1% en een inflatie van 6,5%.

Vergeleken met onze Belgische en zelfs Geneefse prijzen ervaar ik hoe verschrikkelijk duur het hier is. Dit prijsniveau heb ik nergens in de wereld gezien. Uiteraard respecteren wij de officiële wisselkoers, die is 10 keer minder waard – uitgedrukt in Bolivars - dan deze op de zwarte markt. Een dollar is dus ofwel 6,3 Bolivar ofwel 63 tot 70 Bolivar waard. Prijzen mogen alleen aangerekend worden in Bolivar, de dollar is uit den boze, ook al kunnen ze de oliedollars niet missen. Een eenvoudig stukje (wel lekkere) vis met één glas wijn en water uit de karaf, zonder voorgerecht, nagerecht of koffie kost ons in een gewoon restaurant 180$ per persoon, onvoorstelbaar duur. De zwarte markt en de corruptie tieren welig.

Eten in een restaurant kan dan in Venezuela al luxe zijn, hoe is het dan met de gewone Venezolaan. Hij of zij kreunt onder die enorme prijsstijgingen. Bovendien is er in de winkels een gebrek aan de meest noodzakelijke producten: rijst, melk, boter, meel, maïsmeel, olie en toiletpapier… . De rijen aanschuivende mensen herinneren me aan de rijen die ik zag in Moskou en het toenmalige Leningrad in de tachtiger en begin negentiger jaren.

Verbeterende armoedecijfers houdbaar?

Toch heeft de regering een punt wanneer ze verwijst naar het Human Development Report van 2013 van de UNDP (United Nations Development Programme).  In 2010 scoorde Venezuela boven het gemiddelde, de armoede werd gehalveerd zoals de UNO het had vooropgesteld. Het heeft een laag Gini-coëfficiënt (armoedemeter) in vergelijking met de andere Latijnse landen. Dit is dan ook het resultaat van het sociaal programma van Chávez, gezondheidszorg, hulp aan arme gezinnen, sociale huisvesting om de mensen uit de favela’s te halen… . Daartoe leende hij 35 miljard $ en gaf hij een staatsobligatielening uit van 21 miljard $.

Die zouden in theorie moeten terugbetaald worden uit de economie maar dat pakt niet zo uit. President Maduro haalt zwaar uit naar wat hij de gewetenloze zakenlieden noemt en spreekt van een economische oorlog tegen zijn regering. Hij trekt letterlijk ten strijde tegen de hoge prijzen, hij stuurt legereenheden naar de winkels die te hoge prijzen aanrekenen, onder meer in de electronicasector. De handelaars zelf klagen over het gebrek aan producten in eigen land en de hoge importprijzen.

In feite werden drie devaluaties doorgevoerd in 2013. Naar verluidt zou het gaan over een waardedaling van 32,5% tegenover de dollar. Redenering Maduro: voor de uitgevoerde olie kunnen we meer Bolivars krijgen per dollar en zo ons overheidstekort van 8,5% oplossen.

Waarom presteert een land dat ‘alles heeft’ zo slecht?

Olie, een heel vruchtbare bodem, een goed klimaat, het zou zo mooi kunnen zijn. Toch niet dus.

Vroeger: omdat de industriëlen en fincabezitters (grote boeren en industriëlen) meer voor zichzelf dan voor hun land gezorgd hebben.

Nu: omdat de zelfbestuurde oliebedrijven slechts 50% olie oppompen dan zou kunnen. De installaties die stuk geraken of verouderd zijn, worden niet vervangen door nieuwe. Ook de andere genationaliseerde bedrijven zijn eerder melkkoe dan toekomstgerichte bedrijven. Tijdens ons bezoek van een plant van het staalbedrijf Sidor krijgen we het productieproces niet te zien. Uit getuigenissen, beelden en foto’s blijkt dat vele van de genationaliseerde bedrijven niet over de goede managers beschikken, grote oppervlakten met gronden van genationaliseerde bedrijven liggen nu braak. Ook de overheid schroeft uit geldgebrek haar investeringen en uitgaven terug. Gevolg: de Venezolanen lijden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo